Franse verrassingen

Het leven zit vol verrassingen voor de franse fietser. Niet alleen kan de tas met fiets- en regenkleren opeens dichtblijven (want waarom een nieuw shirt aantrekken als je er toch binnen 10 minuten weer doorheen bent gezweet), maar ook lijkt de status van fietser de afgelopen jaren sterk te zijn gegroeid. Kwin weet als fietsveteraan nog goed dat vroeger alles zeker niet beter was. Fietsers waren veroordeelt tot voornamelijk grotere wegen met veel verkeer dat weinig op had met afstand houden.

Maar nu! Het is iedere dag opnieuw weer indrukwekkend. Op onze eerste franse fietsdag na Engeland kwamen we het eerste mooie project tegen: een oude spoorlijn die was omgebouwd tot fietspad. Prachtig recht dus, zowel horizontaal als verticaal, met dijkjes en overgangen. Een geniale uitvinding naast de gewone wegen, die de sadistische neiging hebben om voortdurend via het diepste dal en de hoogste heuvel te lopen (hoe durven ze met al die mooie riviertjes beneden en pittoreske dorpjes bovenop! Alsof we dat fietsen een beetje voor de lol doen). Vervolgens vonden we een jaagpad, helemaal ingericht voor fietsers, langs een kanaal dat precies de goede kant op ging. Wederom volle kracht vooruit dus. Maar wacht, er is meer! De behulpzame mevrouw van camping Saint Clair die ons doodgewoon meededeelde dat een paar dagen terug de Velócean was geopend (ook wel Velódysee, zie http://www.eurovelo.org/ en http://www.fietsweblog.nl/velodyssee-1200-km-fietsen-langs-de-westkust-van-frankrijk/). Een project waarbij er van Noorwegen (of ergens in die richting) een fietspad loopt t/m Portugal, geheel langs de franse kust. Met 80% losliggende fietspaden.

En bewegwijzering van Zwitserse proporties (die zeker anders zijn dan de traditioneel franse, zie hieronder). Dat is dan toch wel een moment van engelenkoortjes. Tot nu toe zijn we op die route o.a. verschillende wegen tegengekomen waar de autoweg eenrichtingsverkeer is gemaakt met op de andere weghelft een fietspad voor beide richtingen. En een tunnel speciaal voor fietsen onder een weg door, die nog gemaakt moet worden. En auto’s die achter je blijven rijden tot ze ruimte hebben om ruim om je heen te gaan op die stukken dat je wel op de weg fietst. En ontelbaar veel bordjes en pijlen. Teminste, zolang je op de hoofdroute blijft.

 

De bewegwijzering op andere delen is niet altijd even doordacht (of heeft anders kwaadaardige bedoelingen). Een klassieker is de T-splitsing met naar iedere kant een bordje met het teken van de route zonder toevoeging welke richting het op die route is. Een andere gouwe ouwe is het ‘hop paardje hop paardje hop GAT IN DE WEG’ model. Hierbij staat er bijvoorbeeld al vanaf 3 km en verschillende kruisingen een bordje ‘camping municipal’. Eerst willen we nog een stukje verder fietsen, maar nu het zo goed aan lijkt te zijn gegeven slaan we toch maar af voor die camping. De volgende kruising staat er weer een prachtig bord. De volgende kruising ook. En net op het moment dat het te ver begint te worden om terug te gaan kom je op dat kruispunt waar je met de beste wil van de wereld geen logische doorgaande weg ziet en waar ieder bord spoorloos is. Je gaat terug, controleert de vorige afslag. Nee, die klopte toch echt. De route is spontaan verdwenen. Soms vind je hem even later spontaan weer, na een paar onlogische afslagen, en soms ben je al 3 keer voorbij de camping in kwestie gereden zonder door te hebben dat dit een camping is omdat er geen bord, geen receptie en geen voorzieningen zijn (die moet je natuurlijk van het sportcomplex daarnaast gebruiken, dat begrijpt toch iedereen?). Nog een laatste voorbeeld omdat ie zo mooi is: een kruising met 5 richtingen waarbij in 4 richtingen fietsbordjes staan die plaatsnamen aanwijzen waar je net vandaan komt via een van de andere richtingen. En bij richting 5 geen bordjes, maar wel duidelijk een gloednieuwe fietssnelweg die duidelijk precies heengaat waar je moet zijn. Die fransen toch.

Hadden we overigens al gezegd hoe Zonnig het hier is? Strakblauwe luchten, geen zuchtje tegenwind. Het is werkelijk ongelooflijk. Misschien is het dat goede weer, misschien het eten, maar het valt gewoon ook op dat het Franse volk (uitzonderingen van beide zijden daargelaten) toch wat meer begiftigd is wat betreft natuurlijke schoonheid dan het Engelse volk. Gebaseerd op observaties vanaf terrasjes en verder zonder waardeoordeel, maar toch. Het valt op. En dus dat het warm is. Heel warm. Je zou er bijna van over de verzengende hitte en lege bidons gaan klagen. Maar dat is misschien meer iets voor een volgende post, als jullie ons gezeur over de regen vergeten zijn.

 

Om de verhaallijn even op te pakken: vanuit Jersey kwamen we aan met de boot in St. Malo. Daar zijn we 2 nachtjes gebleven om bij te komen van ehhh, de vakantie tot dan toe. We hebben het stadje gecheckt (oud, ommuurd, scoort vrij hoog qua pittoreskheid en toerisme) en onze eerste van vele crêpes gegeten (yum). Dat moest ook wel, want tot onze schrik realiseerden wij ons te laat dat we vergeten waren te genieten van de Engelse scones. Nu slaan wij dus geen locale lekkernij meer over.

Vanuit St. Malo was het even zoeken naar de route, maar vonden we al snel ons oude spoor. We zijn iets ten westen van Rennes door Bretagne gegaan en hebben iets daaronder het jaagpad langs het kanaal opgepakt via Redon. En stukje verder zuidwaarts zijn we gewisseld van kanaal richting Nantes, tot Guenrouet. Daar was camping Saint Clair met de mevrouw die ons van de Velócean vertelde. Die route ging via Nantes, maar dat was nogal om (helemaal om een rivier heen) en de route ging ook verder als je direct doorstak en de brug bij St. Nazaire nam. Nog best een beklimming, maar prachtig uitzicht. Waar je niet te veel van moest genieten omdat er maar een heel smalle fietsstrook (maar een fietsstrook!) was en je zeker niet moest gaan zwabberen. De franse oplossing hiervoor is overigens om een fietsroute (er was er daar ook een) gedetailleerd aan te geven t/m de oprit van die brug, en dan te zeggen ‘fin de itineraire’ en die vervolgens aan de overkant van de brug voort te zetten. Wij lezen dat als ‘eigen risico’.

Maar die verhaallijn dus. Vanaf die brug hebben we de Velócean gevolgd. Langs de kust. Prachtig! Tussen Saint-Michel-Chef-Chef (echt waar!) en Pornic waren we hem even kwijt. Kwestie van hoofdroute en zijroute via La Plaine sur Mer. En wat hadden we ook alweer gezegd over de bewegwijzering naast de hoofdroute? Juist, dus tegen de tijd dat we de juiste route hadden gevonden waren we zo’n 20 km verder en weer bijna terug bij de camping van afgelopen nacht. Maar dat geeft natuurlijk niet, want we fietsen voor ons plezier. Van een competitief en doelgericht karakter merk je vanzelfsprekend niets op vakantie en maken dit soort dingen helemaal niet uit. Dus.

 

Bij Beauvoir-sur-mer hebben we via een weg over de oceaanbodem (die bij vloed onder loopt) een rondje gemaakt over het schiereiland. Heel gaaf! En allemaal mensen die daar hun auto parkeren en hun avondmaal aan schelpdieren staan te verzamelen. Rond Les Sables d’Olonne zijn we voor het eerst geconfronteerd met hoogseizoen. Camping complet! Dat voelt dus woest onrechtvaardig als je daar met je rode verhitte hoofd en benen met een kleverig mengsel van zweet, zonnebrand en zand staat. (Nee, fietsen is geen schoonheidswedstrijd. Bij lange na niet. Misschien gaan de natuurlijke highlights helpen die Kwin toch zeker moet krijgen van de plukjes haar die door zijn helm heen steken. Misschien ook niet.) Wij zijn geëindigd op een zeer sympathieke camping municipal in de stad zelf. Ze hadden daar ‘s avonds een goochelaar op leeftijd (zo een die alle schaamte voorbij is en onverwoestbaar enthousiast blijft als het pubermeisje dat hij heeft gekozen voor de publieksparticipatie zichtbaar met gezonde tegenzin opstaat en meedoet) waar de hele camping voor was uitgelopen. Een makkelijk inkoppertje voor flauwe grappen, maar het is wel echt leuk om het franse campingleven zo te zien. Er zijn veel campings die er echt wat van proberen te maken en die daar, gezien het enthousiasme van de aanwezigen, ook nog goed in slagen. Er is het meer traditionele ‘animatieprogramma’, maar er worden ook Jeu de Boules tournooien georganiseerd (dat spel wordt sowieso overal en met veel verve gespeeld), goochelaars ingehuurd, karaoke-installaties neergezet en, als uitsmijter, een wedstrijd wie de mooiste salade kan maken (om die vervolgens met zijn allen en met wat friet op te peuzelen). Het voelt echt alsof het ‘op de camping zijn’ hier een ‘way of life’ is, en niet alleen een goedkope manier om op vakantie te gaan. Het gevoel dat je bij Nederlandse campings nog wel eens wil bekruipen. We zijn overigens ook al in geen tijden douchemuntjes tegengekomen.

 

Na de goochelaar zijn we, met een naar onze mening zeer welverdiende wind mee, naar Jard-sur-Mer geblazen. Daar zijn we nu bezig met onze tweede Franse ‘hang-en-wasdag’. Dat zijn officieel rustdagen waarop we niet hoeven te fietsen, maar waarop je dan toch eigenlijk wel even op tijd bij het washok moet zijn om die items waarin je al dagenlang ongans loopt te zweten (en hoe lang gebruiken we die handdoeken eigenlijk al?) te kunnen wassen én drogen voor de volgende dag. Dat is natuurlijk weer een fietsdag, want twee rustdagen is toch te gek en dat zou de aanwas van onze steeds meer uit de kluiten gewassen kuiten (… vat je hem, vat je hem?) kunnen stagneren. En een beetje vakantiefietser heeft daarnaast altijd spier- en zadelpijn, dus dat moet je ook niet te lang met rust laten. Dat alles lijkt overigens wel een doel te hebben (de spierpijn dan, voor de zadelpijn hebben we nog geen bestaansrecht kunnen ontdekken), het gaat ons steeds makkelijker en sneller af om onze fietsvrachtwagens voort te jagen. Het voelt echt bizar om nu even zonder bagage naar de supermarkt te fietsen. Zijn we helemaal uit balans.

 

En dan nog even over zeemeeuwen. Dat zijn echt boefjes. Kleine criminelen. Zoals de boeven uit Lucky Luke of Donald Duck. Een beetje dommig, maar altijd met een evil plan om de wereld (of toch in ieder geval jouw lunch) te veroveren. Met het grote verschil dat die boeven eigenlijk nooit succesvol zijn…

De eerste keer waren we ze nog de baas. Twee meeuwen streken in de buurt neer, en de stoere van de twee liep nonchalant steeds dichterbij. Een stukje naar rechts, een stukje naar links, en o, kijk nou, ben ik zomaar weer een meter dichterbij dat stokbrood maar daar bedoel ik niets meer hoor! Stoere Meeuw probeerde het voor de fiets langs (werd weggewuifd), tussen twee wielen door (wederom weggewuifd) en achter de fiets langs. Dit laatste was een delicate operatie, omdat wij tegen een muur aan zaten en hij zich dus begaf op smal en gevaarlijk terrein tussen muur en fiets. Het kwam hem dan ook duur te staan. Uit het niets brulde Kwin het uit en gaf de meeuw een trauma voor het leven. Toch gaf de meeuw niet op. Hij probeerde nog verschillende benaderingen (waarbij hij wel de smalle ruimte tussen fiets en muur in keek maar er niet meer in is gelopen), maar moest uiteindelijk in het bijzijn van zijn kornuit de aftocht blazen. Victory was ours.

 

Nu zitten wij echter bij een fontein in St. Malo, die net door de gemeentedienst uitvoerig en zonder enige haast wordt schoongemaakt. Ook daar weer een picknick, met wederom onze gevleugelde vandalen. Je proeft het al: dit gaat niet goed aflopen voor ons stokbrood. De meeuw (zou het dezelfde zijn?) probeerde weer de standaard nonchalante ‘nee ik sta hier gewoon toevallig ik heb heus niets slechts in de zin’ toenaderingsmanoeuvres, maar leek het al vrij snel op te geven. Ha! Wij zijn als mensen dan ook superieure wezens die een malafide meeuw makkelijk te baas kunnen. Tot er plots een hard geluid achter ons klonk en ons stokbrood in een ruk naar achteren verdween van het bankje. Die smiecht was dus omgelopen, was er eens rustig voor gaan staan en had met één rake slag het hele brood te pakken. Zo zie je maar weer, zorg bij een picknick altijd voor een goede rugdekking. En vertrouw nooit een meeuw.

 

 
Op naar La Rochelle!

 

This entry was posted in Fietsen, Frankrijk. Bookmark the permalink.

3 Responses to Franse verrassingen

  1. Jan-Willem willemsen says:

    Mooi verhaal! Fransen zijn toch geavanceerder dan ik dacht. Ik heb na mijn recente fietservaring langs de Belgische kust nog meer respect voor jullie gigaprestatie. Ik vond 2x 40 km xtreem ver. Als mijn achterste zelfstandige besluitvormingskracht had, was ik niet half zo ver gekomen. Maar ja, je doet het voor de kunst en voor het overige gezelschap, dat ostentatief geniet van het proces zelf. Tot binnenkort, lfs jw

  2. Merel Willemsen says:

    Ik heb slecht nieuws over die baard Merlijn: hij is helaas weer in beginstadium. 🙂 De lunch is toch nog goedgekomen. Lang leve de crepes…

  3. Merlijn says:

    Hahaha, altijd opletten met die rotbeesten, nooit de natuur onderschatten, hebben jullie de lunch later nog voort kunnen zetten of was het met een lege maag op de fiets?
    ps, mooie baard Kwin! 😉

Comments are closed.