Druk, druk, druk.

Het zoveelste terras. De zinderende hitte. Steeds weer die oceaan.

Vreselijk afzien dus. Maar ja, dachten wij, als dat het ergste is, vooruit. En toen was het er opeens. Waar wij dachten dit jaar nooit aan blootgesteld te worden. De meest stuitende constatering mogelijk.

Wij ervaren haast.

Want hoe moet je nu in een luttele 5 maanden van Amsterdam naar Marrakech fietsen via Santiago de Compostela en daarbij nog voldoende tijd overhouden om te lezen, koffie te drinken, te picknicken, een welverdiend biertje te drinken en je blog bij te houden? Al helemaal als er plotseling bergen blijken te zijn in Spanje die de voortgang nodeloos hinderen?

Wij hebben ogenblikkelijk maatregelen genomen. We zijn gestart met een blog-inhaalslag, hebben uitgezocht hoe ver we nog willen fietsen en waar het het beste weer is, en zijn prompt in Gijón op de trein gestapt naar Salamanca. Dan Santiago de Compostela maar een andere keer bekijken. Weg met de haast! Het moet niet gekker worden.

Dus. Dit is er zoal gebeurd de afgelopen tijd:

Je begrijpt, met al dat afzien was het hoog tijd voor vakantie. Aldus togen wij bij La Rochelle over de brug naar het mooie Ile de Ré. We waren niet de enigen, en het was dan ook even zoeken naar een camping die niet complet was. De eerste die we vonden maar genomen. Dat was een soort grassig parkeerterrein met wat WC’s en douches, ingeklemd tussen verschillende wegen. Onromantisch dus. We hebben toen na nacht 1 besloten onze 3 nachten durende vakantie-van-het-fietsen elders voort te zetten.

En dat roept toch de diepzinnige vraag op: wat is eigenlijk een goede camping? Want op zich waren de faciliteiten prima. De prijs ook. Zo ook de grootte en waterpasheid van de plaats. Maar ja, het vóelde niet goed hè. En dan kan je nog zo’n rationeel weldenkend mens zijn dat geen zin heeft om zijn tent te verkassen, het is een verloren zaak. De conclusie: de feiten doen hier niet ter zake (terwijl die zich toch zo prettig laten ordenen en rangschikken), zolang het maar ‘goed voelt’, de sfeer in orde is (bij voorkeur natuurlijk ‘gezellig’) en er sprake is van enige klantvriendelijkheid (lijkt nog wel eens een uitdaging voor Frans personeel). Wij zijn dus verworden tot een stel campinghippies. (Met háást, notabene.)

Hoe dan ook. Onze vakantie op Ile de Ré beviel uitstekend. Prachtige omgeving, zeer pittoreske havenstadjes en een goede beschikbaarheid van crêpes. Een volmaakt eiland dus.

Maar het kan niet altijd maar leuk zijn, dus na 3 dagen tuigen wij onze fietsen weer op en ploeteren weer verder over de Vélodysée. En het heeft dan wel 1 naam, maar de fietsbordjes wijzigen dus mooi wel hè, bij iedere nieuwe provincie. Moet je steeds weer wennen aan een nieuw soort bewegwijzering. Alsof wij op afwisseling zaten te wachten!

Om toch nog wat structuur te behouden in ons bestaan zijn wij er ondertussen wel in geslaagd een prettig, stabiel fietsritme op te bouwen. Het hele circus van kamp opzetten en afbreken en het voorzien in onze dagelijkse behoeften (koffie, kaas, nutella, pindakaas, bier, etc) loopt soepel, en is al met al toch best aangenaam. Daarbij wilden wij ook net gaan opscheppen over het feit dat we daarbij geen wekker gebruiken. Gewoon, opstaan wanneer je wakker wordt zo rond half tien, en dan nog net de deadline halen van de uitchecktijd van de camping. En dan later aankomen en eten, want als je eenmaal bezig bent kan je nog net zo goed een paar kilometer doortrappen. Het was zelfs eindelijk zo dat het leven zich aan ons ritme had aangepast: hoe zuidelijker we kwamen, hoe minder dicht de recepties waren en hoe minder eenzaam we na half 9 nog zaten te eten.

Edoch! Toen kwamen we in Spanje. Aan avondritme geen gebrek, maar aan bergen ook niet. En het is toch wel even wat anders om 70 km langs de Franse kust te zoeven dan om met volle bepakking zo’n 600 hoogtemeters per dag op te kruipen. Gewoon rechtdoor, dat kost wat kracht. Hoe beter je conditie wordt, hoe makkelijker het gaat. Omhoog, zeker boven de 7% stijgingspercentage, dat vergt niet alleen kracht, maar vooral wilskracht. Je moet die berg over wíllen. En dat willen wij dus niet iedere dag. Van de gedachte alleen al zou je toch spontaan overspannen worden!

De oplossing blijkt te liggen in dat ene taboe. Vrijwillig de wekker zetten. Dus nu leven wij volgens een oerdegelijke Nederlandse werkrimte: work hard, play hard. Dagje fietsen (maar dan wel met wekker om 7 uur én ruim 60 km én hoogtemeters), dagje rusten (niets hoeft, alles mag). Voor minder doen we ‘t niet.

En het bevalt uitstekend! Hoeven we ook niet meer iedere dag ons hele hebben en houden in te pakken en er is meer tijd voor lezen en schrijven. Bovendien maak je wat meer van de plekken mee, omdat je er niet alleen doorheen fietst maar ook steeds ergens een dag rondhangt. En helemaal begrijpen doen we het niet, maar op de een of andere manier zijn de fietsdagen ook heel ontspannen terwijl we meer kilometers maken dan eerder op veel zwaarder voelende fietsdagen. Het zal wel iets psychisch zijn, maar het lijkt heel motiverend te werken als je bij de koffiestop om 11 uur al verder bent dan anders bij de lunch om 2 uur. En bij de lunch al over de helft, in plaats van net begonnen. Het scheelt niet veel, of we gaan dingen roepen als ‘morgenstond heeft goud in de mond’.

Maar daar zijn we in het verhaal nog lang niet. We zaten nog gewoon in Frankrijk op de prachtige Vélodysée. In de buurt van Biscarosse kregen we een leuke verrassing: Martin en Marjolijn waren ook op vakantie in Frankrijk, en zijn zomaar even langs komen rijden. Sta je opeens met je (schoon)ouders op de camping! Was erg gezellig, leuk om even bij te kunnen praten en samen op het stand te hangen. Iets lager, bij Bordeaux, liep ik nog bijna ex-collega Sjoerd-Jan tegen het lijf, maar onze fietsschema’s liepen net op 2 daagjes scheef.

Nog weer iets lager, bij Cap du Ferret en Arcachon, kwamen we pas echt te weten wat ‘hoogseizoen’ betekent. Het is een mooi gebied met een baai die een prachtige speelplaats voor watersporters is, maar druk! We dachten het ons even makkelijk te maken door een pontje te pakken in plaats van om die baai heen te gaan. Dat werd een stressvolle onderneming: een smal steigertje met heel veel mensen waarop je al je bagage van je fiets moet halen omdat de fiets anders niet op de boot getild kan worden. We hebben ons aan de overkant gekalmeerd met een crêpe.

Nu nog een camping vinden. Dat werd even spannend, maar uiteindelijk vonden we nog een plekje vrijwel in de Dune du Pilat. Een prachtig uitzicht, maar wel op een terras met alleen toegang via een trap (55 treden, zeg maar 4 hoog) en bedroevend slechte faciliteiten. Gelukkig kreeg je voor je 35 euro ook entertainment van topkwaliteit op topvolume. De uitsmijter op de (late) avond: een stelletje krijgt op het podium achter een doek een x tijd van knetterende discomuziek om van kleding te wisselen. Die tijd is vrijwel altijd te kort, en zelfs als het ze lukt, dan staat ze daar dus in elkaars kleren! Hilariteit alom. Aan deelnemers geen gebrek, waarom, dat zullen we waarschijnlijk nooit weten.

Deze camping was ook een mooi voorbeeld van een nieuw(ig) fenomeen: de stacaravans en ‘pre-pitched’ tenten. Tegenwoordig staan bijna alle campings voor ruim de helft vol met die dingen. De producten van die woonwagens moeten schathemeltje rijk zijn. Mooi voor hen, maar wij vinden het wel wat minder sfeervol op zo’n camping. De mooiste plekken zijn daaraan vergeven, en er heerst toch een andere sfeer dan wanneer iedereen gewoon naast elkaar z’n tanden staat te poetsen en op z’n knietjes de tent in moet kruipen. Doet u ons dan maar een simpele trekkerscamping. Tja, campinghippies hè.

En dat moet toch ook even gezegd worden: we zijn nogal in ons nopjes over ons zonnescherm. We hebben sinds Engeland geen andere stroom meer nodig gehad, en het is gewoon een nogal coole gadget. (Al vinden we de milieuvriendelijkheid en zelfvoorzienendheid natuurlijk veel belangrijker.) Ook de tent blijkt een trouwe vriend: tijdens de enige hoosbui in Frankrijk, waarbij we het water onder de tent voelden klotsen, is alles van binnen miraculeus droog gebleven.

Verder hebben we langs de kust veel stralende zon, piepende zandstranden en superhippe surfers gezien (waarvan we vermoeden dat sommigen die surfplank alleen meezeulden als alibi voor een surfing look & lifestyle). Ook mooi dat je die surfers ook in grote steden ziet zoals Biarritz, gemengd met deftig winkelend publiek. Die komen zo van de leuke stadsstranden wandelen met bont gekleurde parasollen en mensen. Leuke stad ook trouwens, met allemaal verschillende baaitjes en winkelstraten. (Helaas moest ik die allemaal door om een nieuwe bikini te zoeken, gezien een of andere onverlaat mijn vorige van onze waslijn op de camping heeft gejat.)

Onder Biarritz een prachtig stuk kust. Rustig, groen en glooiend, met mooie stranden, heuvels en campings. En dan is het zover: de grens met Spanje. Meteen heel anders dan Frankrijk. Zo was het net over de grens chaotisch druk (het leek of de sigaretten en benzine daar goedkoper waren) en hield ons mooie fietspad abrupt op. Een stuk later vonden we wel weer een prachtig fietspad, maar dat hield plotseling op met een hek. In the middle of nowhere. Sterk humoristisch, niet erg praktisch. Dus vaarwel Vélodysée!
En welkom pinchos en gratis wifi! Hier lijken de pleintjes nog drukker dan in Frankrijk. Behalve natuurlijk tijdens de siesta. Ze hebben er wel een woord voor, maar in feite bestaat de middag niet in Spanje. De pleintjes zijn uitgestorven, de speelplaatsen verlaten, de rolluiken dicht. Je denkt al bijna dat je te maken hebt met een heftig verschijnsel van de financiële crisis, tot opeens om 5 uur overal mensen vandaan stromen en de supermarkten weer open gaan. (Hoe zouden mensen dat doen die verder van hun werk wonen? Zijn er een soort siesta-hotels waar je je kunt verstoppen voor de middag?)

Ook in Spanje zijn de mensen erg vriendelijk, met name als je probeert om in het Spaans te beginnen. En de heuvels en bergen zijn prachtig! Beetje zwaar om tegenop te fietsen, maar echt aangrijpend mooi. Over iedere heuvel zie je wel weer een mooi baaitje, compleet met pittoresk havenstadje, strand en uitzicht over de bergen. Zeker de Picos de Europa zijn zeer indrukwekkend. Die Picos trekken wel het een en ander aan wolken aan, wat ons naast bittere koude (soms zelfs maar 20 graden…) ook een stroomissue oplevert met het zonnepaneel.

Wat ook erg leuk is aan Spanje, is dat Ina & JW er ook op vakantie waren. Met dit setje (schoon)ouders hebben we heerlijk een paar dagen in agroturismo Goikola gezeten, ergens tussen San Sebastian en Bilbao in. Een prachtig huis iets verder van de kust tussen de heuvels, waar je heerlijk in de tuin kan lezen en veel te doen is in de buurt. We hebben gewandeld langs de kust (mooie rotsen die schuin uit het water steken) en wat kunst gecheckt in Bilbao. Dat Gugenheim, dat weet wel wat het met kunst aan moet. Heel gaaf gebouw met prachtige exposities daarbinnen. Overigens schenken ze schuin tegenover het museum een te gek kopje cappuccino. En duurt het op de fiets nog 3 dagen voor je weer in Bilbao bent.

Ondertussen zijn we aan het eind van het hoogseizoen beland. Er is opeens weer ruimte op de campings, en in het mooie oude en toeristische stadje Santillano del Mar lunchen we nog een keer met Ina en JW. Die zijn alweer op de terugweg, en ondertussen al uitgebreid in Santiago de Compostela geweest. We zullen het met hun foto’s moeten doen, want wij hebben, zoals helemaal in het begin van deze novelle vermeld, besloten om door te steken naar Salamanca om nog genoeg tijd over te houden voor Marokko. De treinrit was zeer indrukwekkend, door de Picos heen met prachtig uitzicht. En daarna een grote vlakte met de bergen steeds verder op de achtergrond.

 

En nog even voor alle zekerheid, zonder vrolijk sarcasme en in alle eerlijkheid: lieve mensen, het is hier fantastisch! Wat een leven. De Franse westkust en Spaanse noordkust waren prachtig, het fietsen is (bijna altijd) geweldig en het weer ook. Nu is het tijd om een stukje binnenland te proberen. Eens kijken of het nog wel leuk is, zo zonder de zee…

 

Op naar Algeciras!

 

This entry was posted in Fietsen, Frankrijk, Spanje. Bookmark the permalink.

4 Responses to Druk, druk, druk.

  1. Mike says:

    Hadden we elkaar nog bijna tegen kunnen komen in de Picos, want begin september karde ik daar ook doorheen, maar dan op de terugweg van Santiago de Compostella. Viel me overigens nog best tegen, gewoon een grote kerk 😉

  2. Paula Lammers says:

    Heel leuk om jullie verhalen te lezen!
    groetjes,
    Paula

  3. Magda says:

    over de koffie in Frankrijk… mocht je daar weer terecht komen.
    Net weer terug van onze – veel te korte (en deels te koude) – vakantie in Frankrijk, hierbij een gebruiksaanwijzing hoe je een lekkere cappucino kunt bestellen: je vraagt om een “(Grand) Café Crème”. Nu zul je niet altijd de ons bekende capuccino krijgen, met lekkere opgeklopte melk erop, maar meestal een bak lekkere koffie met een kannetje hete melk ernaast. Kun je zelf kiezen hoeveel melk je erin doet. Ook niet slecht. Meestal is de koffie goed. Maar één keer meegemaakt dat het (oude?) filterkoffie met een pak koude houdbare melk ernaast was. Is dan ook wel weer grappig!
    Ik lees met veel plezier over jullie avonturen. Ga zo door!!!!!

  4. Melanie says:

    Ik ben meestal niet zo van het berichtjes achterlaten op sites van ‘de reizende mens’, maar het is erg leuk om te lezen, dus geniet nog lekker even van Europa alvorens over te steken naar Marokko (en daarna nog verder)

Comments are closed.