Pelgrimage naar Algeciras

Schrijven jullie mee? Want Kwin wil dat er geen misverstanden kunnen ontstaan over deze kwestie, mocht een van jullie ooit nog eens een eigen camping beginnen. Dus: dit is de ideale camping:

  • Een eigen hokje met sanitair per standplaats
  • Een doek boven de standplaats voor de broodnodige schaduw bij het altijd zonnige klimaat
  • Een bar/restaurant met goede koffie en ensalada russa
  • Een zwembad, wederom ter verkoeling bij het heerlijke warme weer
  • Een setje tuinmeubilair, voor ultieme ontspanning

Daar zou ik nog wel aan willen toevoegen dat de grond bij voorkeur grassig is en niet haring-resistent. En dat alle mieren elders hun heil zoeken dan in onze koelbox. Begrijp je dat nou, dat mieren dwars door je tent gaan lopen terwijl er een kortere route er omheen is? We hebben een spoor gevolgd dat binnenkwam, omhoog liep langs onze kast, de kast dwars overstak, vervolgens de boog van onze binnentent verder omhoog en dan weer naar beneden, en dan weer naar buiten. Nu vind ik het heel tof van mieren dat ze zo hard kunnen werken en zulke zware dingen kunnen tillen. Maar de kortste route, ho maar. Dat geeft al die bedrijvigheid toch een beetje het gevoel van werkverschaffing.

Hoe dan ook. Gras en weinig mieren dus, en ‘s ochtends vers brood bij de bar/receptie. Dan ben je helemaal het mannetje, als camping zijnde. Bij Cáceres hadden we een camping die aan de bovenste lijst voldeed. De eerste camping in ons bestaan met eigen sanitair. We vonden het nogal wat, zoals je wellicht al hebt gemerkt. Dat past uitstekend in onze langzaam afglijdende schaal van bikkelen onder barre omstandigheden. Die begon, in alle eerlijkheid, natuurlijk al niet erg hoog, maar we zijn de afgelopen weken ook steeds minder gaan koken en steeds meer luxe gaan waarderen. Wat wil je ook, als je voor tussen de 8 en 12 euro een Menú del Día kunt eten. Dan heb je een Primero plato, een Segundo plato, een Postre, Pan en Agua o Vino. Als we zelf boodschappen doen voor zo’n driegangentoestand zijn we meer kwijt. Wij zijn zodoende nogal fan geworden van die Menús. Je hebt ze wel meer ‘s middags dan ‘s avonds, maar dat is ideaal voor een rustdag / stadbekijkdag.

Maar laten we even teruggaan naar waar we gebleven waren: Salamanca. Na in de trein eindeloos lang door een platte vlakte te zijn gereden ligt Salamanca verrassend om een heuvel gedrapeerd. Dat maakt het uitzicht extra bijzonder: in de stad zijn er vele doorkijkjes door een straat de heuvel af, de stad uit, het land in. En daar is dus niets. Hoewel het best een grote stad is ligt het vrij letterlijk in the middle of nowhere. Het lijkt alsof alles uit de verre omgeving op een hoop is geharkt tot een compacte heuvel van winkels en voorzieningen, de rest leeg achterlatend. Het mooiste vonden wij het universiteitsgebouw waar je in een toren kon klimmen en van het uitzicht genieten. Prachtig oud gebouw, met uitzicht over veel andere mooie oude gebouwen en de weidse omgeving.
Vanuit Salamanca volgden wij voor het eerst de Ruta de Plato, de zilverroute van Sevilla naar Santiago de Compostela. Ook hier dus weer vele wandelaars op weg naar Santiago, die wij in verwarring brachten door de ‘verkeerde kant’ op te fietsen. Daarover moet ons nog wat van het hart. Zo zitten wij rustig rond de lunch in de pittoreske binnentuin met zwembad bij ons hostel (15 euro per persoon), komt een andere gast een praatje maken. Hij is naar Sevilla gevlogen, en loopt nu met zo’n 20 km per dag naar Santiago de Compostela. Hij heeft het lopen er voor vandaag dan ook al op zitten. Hij is blij met dit onderkomen, de vorige herberg was (10 euro per nacht) toch een beetje armzalig (er was geen zwembad en de kamer was aan de kleine kant). En die man, die stelt zich aan ons voor als voor als ‘pelgrim’. Nu hebben we het opgezocht, en is een pelgrim iemand die op weg is naar een voor hem heilige plaats. Hij staat daar dus niet te liegen. Maar wij kunnen het gevoel toch niet van ons afzetten dat die man gewoon op wandelvakantie is. De woorden ‘pelgrim’ en ‘pelgrimage’ voelen dan nogal pretentieus. Het suggereert voor ons toch een zeker lijden, een zware tocht. Van die mensen die zo’n route biddend op de knieën afleggen, díe mogen zich pelgrim noemen. Maar ja, Wikipedia heeft gesproken. Aldus is Kwin nu naar eigen zeggen voortdurend op pelgrimage. Naar de supermarkt, naar een restaurant, naar de badkamer.

Misschien komt het ook wel doordat we er wat negatieve verhalen over hebben gehoord. Dat pelgrims langs de Santiago routes zich gedragen alsof zij het recht hebben om gevoed te worden en onderdak te krijgen. Gratis. En dat met die instelling ook nog wel eens het een ander wordt meegenomen voor het goede doel (henzelf). Hotels moeten de boel zo’n beetje vastspijkeren. Dat zijn waarschijnlijk die paar mensen die de meeste indruk achterlaten en zo het imago verzieken voor de rest, maar toch. Zo kwamen wij ook een vakantiefietser tegen die een gigantische ronde door Europa aan het fietsen is op moordend tempo. Indrukwekkend hoor! Een zeer sportieve onderneming. Maar voor deze etappe heeft hij een paar St. Jacobsschelpen aangeschaft en noemt hij zichzelf pelgrim. Eerst leek hij alleen een praatje te willen maken, maar uiteindelijk stond hij te bedelen om voedsel. En dan kan je denken (en misschien hoort dat ook wel?), hij vraagt om eten. Fair enough. Niet om drank of drugs of geld. Maar die gast is dus wel gewoon op vakantie. Dan ben ik iets te calvinistisch van aard om het op prijs te stellen dat hij op mijn schuldgevoelens inspeelt. Je laat toch ook niet zo snel iemand met honger achter. En eerlijk is eerlijk, dat stuk cake was niet strikt noodzakelijk voor onze overleving die dag. Maar wat hebben we daarna een onbedaarlijke zin in cake gehad!

Die eerste dag op de Ruta de Plato bleek een (naar onze definitie) ware pelgrimage. We probeerden het GPS track te volgen van die route die op internet als een fietsroute stond aangegeven. Dat bleek nogal optimistisch. De hele ochtend hobbelden we over smalle wandelpaden met trap-achtige stijgingen en stenen. De omgeving was prachtig, het fietsen wat aan de avontuurlijke kant. Hadden we de zenderende hitte al genoemd? En daarna het onweer? Kortom: een stukje lijden op weg naar een heilige bestemming (camping met bar). Onze pelgrimage werd na de ochtend aanzienlijk verlicht door onze aankomst op de N-630. Een prachtig rustige weg beschonken met het godswonder van asfalt. Een spirituele en voorzienende ervaring; deze weg zou ons nog bijna geheel naar Sevilla brengen. Onze lijdensweg eindigde die dag rond half 10 des avonds hoog in de bergen (nou ja, zo’n 1100 meter) iets boven Candelario, op een donkere koude camping na 92 km en ontelbare hoogtemeters. Een erg indrukwekkende en vermoeiende fietsdag, waar we stiekem ook nog van genoten hebben.

Dat bleek de dagen erna nog allemaal extra de moeite waard. Candelario is een onwaarschijnlijk pittoresk bergdorpje, waar die dag ook een bruiloft gaande was met prachtig uitgedoste mensen. En alsof dat niet genoeg was, hebben we daar ook nog een van de beste Menú del Días ooit gegeten, in een druk en sfeervol tentje. Godsallemachtig wat lekker. En éxtra lekker door de bizar lage prijs die je na afloop moet afrekenen. We doen maar veel aan fooi op dat soort plekken.

Om het feest helemaal compleet te maken stond er op de camping nog een andere vakantiefietser. Nu pas realiseerden we ons de ernst van onze onvoorbereide status. Natuurlijk weten we wel ongeveer waar we heen gaan, maar deze man had per week een zipperbag met de exacte routes, campings, en plattegronden. Inclusief aantekeningen van wat hij had aangetroffen. En hij fietste de andere kant op. Nu waren wij plots in het bezit van urenlange research naar de mooiste en snelste routes tot aan Sevilla! We zijn zodanig geïnspireerd geraakt dat we nu een soortgelijke voorbereiding aan het doen zijn voor Marokko, minus de zipperbags.

Vanuit Candelario zijn we het pasje aldaar overgefietst (we waren toch al halverwege) en daarna terug naar de N-630 via een zalige, eindeloos durende afdaling. Na zo’n 70 kilometer zoeven kwamen we aan bij een camping met prima voorzieningen en een tokkie uitstraling. Mensen zitten daar zo lang en zo ingebouwd met hun caravans, dat ze het moeilijk te accepteren vinden dat er zomaar vreemde andere mensen op hún camping komen staan. Zo was er een klassiek geval van een sociaal minder begaafd stel. Wij kiezen een van de vrije plekken uit en beginnen onze tassen van de fiets te halen. Zij werpen ons geschoffeerde blikken en gaan uitgebreid hun tentdoeken staan opvouwen op onze plek. En dat was geen kwestie van ruimtegebrek. Zij waren die ochtend dáár begonnen met het schoonmaken en opvouwen van hun caravanspullen, en zij gingen het dáár afmaken. Daar hadden ze duidelijk recht op. Uiteraard zonder enige vorm van sociaal contact, terwijl wij grijnzend van stomme verbazing er eerst maar eens rustig onze stoeltjes bij pakten om het geheel gade te slaan. We hebben maar snel de tent opgezet op een onbewaakt ogenblik om te voorkomen dat er opeens een auto of iets dergelijks zou worden geparkeerd.

Dit was geen plek voor een rustdag, en bovendien hadden we nog wel trek in wat fietsen na de relatief makkelijke dag gisteren. En wisten we door onze ultiem voorbereidde collega-fietser dat er in Cáceres een camping met eigen douche en toilet was. Je begrijpt dat we niet wisten hoe snel we die ochtend op de fietst moesten stappen. In Cáceres zijn we een paar dagen gebleven. We hebben genoten van het oude centrum van Cáceres, de schone kleren en gelezen boeken na de was-en-hangdag en de eigen douche en toilet. Dat eigen sanitair met eigen lichtknopjes heeft nog een extra voordeel wat ik nooit van te voren had kunnen bedenken: de bizarre gewoonte in Spanje om op campings en in restaurants de verlichting op een timer te zetten bij de WC’s en douches. Begrijp me niet verkeerd, de intentie van energie besparen juichen we van harte toe. Maar waarom die timers dan worden afgesteld op een soort stroboscoop-snelheid met de lichtknop net buiten bereik is ons een compleet raadsel. Daar zit je dan weer in het donker op de WC, of loop je met je ingesopte haar je douchehokje uit voor die schakelaar. Nu is er een uitvinding gedaan waarvan je zou zeggen dat het al deze problemen kan oplossen: de bewegingssensor. Helaas! Die staan zonder uitzondering gericht op de plekken buiten de hokjes. D’oh!

Na Cáceres zijn we naar Mérida gefietst. Daar kwamen we al om 3 uur aan dus zijn we meteen de stad nog in gegaan. Ze hebben daar oude Romeinse meuk (‘het Rome van Spanje’), wat ik altijd erg leuk en bewonderenswaardig vind. Die gasten hebben bijvoorbeeld zulke degelijke wegen gemaakt dat ze er 2 duizend jaar later nog gewoon liggen. Dat is me nog eens kwaliteit! We hebben aanzienlijk jonger asfalt gezien dat het volgende decennium niet eens gaat halen. Puik werk heren!

De volgende stop was Fuente del Cantos. Daar vonden we het hostel-appartement met prachtige binnentuin inclusief zwembad dankzij de aantekeningen van onze collega. Er werd een groot appartement verhuurd met verschillende slaapkamers en gedeelde woonkamer, keuken en badkamer. Een prima deal, al zitten wij wat betreft privacy en sanitair liever op de camping. Dan zijn er tenminste meerdere WC’s en douches, en voelt het wat minder alsof je samenwoont. Bovendien zitten er op campings doorgaans minder pretentieuze pelgrims, maar meer de die-hards die besparen door een tent mee te slepen in plaats van gebruik te maken van speciale hotelprijzen voor pelgrims. Gelukkig hebben wij daar verder helemaal geen mening over.

We hebben een heerlijk rustig dagje rondgehangen in de binnentuin en weer een prima Menú del Día verorberd. Een dag is ook meteen ruim voldoende om alles te zien wat Fuente del Cantos te bieden heeft, inclusief weer een trouwerij. Die Spanjaarden nemen het niet licht op, om zich netjes aan te kleden voor zo’n gelegenheid. Wederom vele mensen met prachtige kleren en torenhoge hakken. Op een terrasje naast een tafel vol mooie feestgangers besloten wij tot nog een pelgrimage: in 1 dag naar Sevilla. Dat was nog zo’n 130 km tot de camping daar. En dat is bijna 40 km meer dan de langste dag tot nu toe, die heel zwaar was. Maar wij noeste pelgrims laten ons niet afschrikken door een uitdaging, dus stapten wij de volgende ochtend op de recordtijd van 8 uur ‘s ochtends op onze fietsen.

Hoewel we ondertussen in Andalusie zijn beland, zijn we er de afgelopen tijd ook achtergekomen waarom de vorige provincie ‘Extrmadura’ heet. Het duurt namelijk extreem lang om er doorheen te fietsen. Het landschap is bijzonder, met zijn glooiende heuvels en goudgekleurde lappendeken van landbouwvelden. Maar er komt dus geen eind aan. Het is weer heel anders fietsen dan langs de kust en de Picos de Europa, waar om iedere hoek weer een net ander panorama van de zee en de bergen op je lag te wachten. Dat geeft het een gevoel van afwisseling, waardoor je niet snel uitgekeken raakt naar je omgeving. Op de Extremadura kabbelen de heuvels rustig voort, en zie je de weg tientallen kilometers voor je uit lopen. Dat nodigt veel meer uit tot fietsen met verstand op nul en een muziekje op. Ook een manier van fietsen die we leuk vinden, maar wel voor minder lang achter elkaar.

Deze dag op weg naar Sevilla was lang, maar we hebben het gehaald! In totaal 133 km met volle bepakking. Dat vinden we zelf nogal een prestatie, en een beloning voor al het eerdere fietswerk. Daarmee hebben we toch maar mooi een conditie opgebouwd waarmee dit zomaar kan! En dan fiets je geheel op eigen kracht opeens Sevilla binnen, terwijl je toch echt in Amsterdam begonnen bent. Bijzonder om mee te maken. Net als de wisselende landschappen onderweg. We hebben nu al verschillende fases van landbouw langs zien komen (volle velden, gemaaide velden, strobalen, velden met herfstproducten), en ook van kleur. Zo is het noorden van Spanje groen, grijs en compact met rotsen, bomen, wolken. Het midden is goudgeel en weids, met mooie lijnen en nette wegen. Het zuiden is meer aardebruin en rood, en typisch zuiderlijk rommelig. Fietsten we in de Extremadura nog over nieuwe rotondes van megalomane proporties, altijd zonder enig verkeer, in het zuiden zijn vele rotondes niet helemaal af met hekken voor zijwegen zonder aan de gang zijnde werkzaamheden in zicht. Een beetje alsof ze in het midden een lineaal en passer erbij hadden, terwijl ze verder naar beneden wat nonchalanter uit de losse pols aan het schetsen zijn gegaan. Heeft allebei zo z’n charme. Ook hebben we een goede band opgebouwd met de N-630, die ons bijna geheel van Salamanca tot Sevilla heeft gebracht. Soms was het de hoofdweg, soms de oude weg naast de snelweg, soms met nieuw asfalt, soms met scheuren in de weg, maar altijd recht naar het zuiden en goed befietsbaar. Dankjewel, N-630!

Om jullie een beetje een indruk te geven van een fietsdag hebben we eens op een rijtje gezet wat ons daar zoal van bijblijft. Dat bleek opvallend veel eten en drinken 🙂 Onze 133 km tocht staat model voor de onderstaande opsomming:

  • De veranderende kleuren bij zonsopgang (!!) en zonsondergang (!!!), en het doorkruisen van een ‘groene zone’ met opeens allemaal wijngaarden.
  • De veranderende taal. Die is hier minder makkelijk te verstaan voor de beginner dan in het noorden. Zij lijken ons ook minder makkelijk ter verstaan, en herhalen steeds wat je zegt maar dan minder goed gearticuleerd. (‘Dos cortados por favor.’ ‘Doh cortahoh?’ ‘Ehm, sí.’)
  • Koffie met Churrio’s (gefrituurde deegstengels met suiker, yum) en verse sinaasappelsap op een terrasje met motormuizen. Die zijn ook fan van de N-630.
  • Verdacht veel hoogtemeters voor een route die uiteindelijk zo’n 700 meter daalt. Dat was voor ons sowieso een complete verrassing, hoe heuvelig en zelfs bergachtig het midden van Spanje nog is. En dat het meeste daar op wel 700 meter ligt! Een heuze hoogvlakte dus! Wij dachten, als we uit die Picos zijn hebben we het wel gehad. Dan gaan we alleen nog maar recht en rechtdoor. Wat maar weer aangeeft dat we hopeloos slecht voorbereid waren op dat gebied. Gelukkig heeft Kwin de app TopoProfiler gevonden, waar je prachtige hoogteprofielen mee kunt maken door je reis op een kaart aan te geven. Een aanrader voor iedere fietser.
  • Late lunch (die churrio’s hakken er wel in) bij een tent die de implementatie van ‘service with a smile’ nog op de plank had liggen. Het eten en de locatie waren wel fijn: bovenaan de hoogste top van die dag op vrijwel lege magen. Wat een bordje met een vork en lepel en ‘500 m’ wel niet met je kan doen op zo’n moment.
  • Een drankje in de namiddag met lekker veel suiker (Fanta lemon is ideaal bij warmte: vocht, suiker en toch fris) bij een tokkiebar in een tokkiedorp. Snel weer doorgereden.
  • Sevilla inrijden blijkt makkelijker dan gedacht, met behulp van onze GPS route en de aantekeningen van onze collega-fietser. Bovendien zijn er ongelooflijk veel fietspaden! Fijne stad dus 🙂
  • Een drankje en een snack bij Burger King. Dat soort ketens vinden we een vreemd fenomeen in Spanje. Wie gaat er nou een burgermenu halen terwijl je voor bijna dezelfde prijs een heel Menú del Día kunt krijgen? We hebben het ook nooit druk zien zijn als we daar even wat gingen drinken (ze hebben wel weer gratis internet 🙂 Wel hebben we ontzettende lol gehad met een bestelpaal bij een McDonalds. Terwijl andere mensen in de rij gaan staan en zich gehaast voelen snel een keuze te maken, ga jij een rustig alle opties langs op het schermpje. Je komt erachter dat je beter een keer kan supersizen dan twee mediums te nemen. En dat de verkooptactiek voor ‘go big’ minstens zo agressief is in digitale vorm. Ben je helemaal tevreden, dan betaal je met pin en hoor je vervolgens meteen een klein alarm afgaan aan de verder lege balie van de bestelpaal (als een VIP rij afgezet met palen en dik rood touw). Zelfs de medewerkers leken er lol in te hebben, en we konden op het scherm voor die balie meespieken met hoe lang onze bestelling al liep. De wonderen van techniek…
  • O-ver-al ham. Zelfs als standbeeld op een rotonde. De hamstreek, de hamhoofdstad, de hamfrabriek, ham ham ham. Erg lekkere ham overigens.
  • Aankomst op de camping van Dos Hermanas! Een ware oase, met palmbomen en een zwembad. Dat bleek later niet vanzelf te gaan: een uitgebreide spoeiinstallatie houdt deze oase in stand. Helaas was er niet echt een restaurant, waardoor het avondmaal bestond uit tosti en tortilla. En bier. En een ijsje. Het was heerlijk.
Op de camping vraagt Kwin zich af of dit nou het pensioensbeeld is: met de camper op de camping (de grijze golf vanuit west Europa). Want in het naseizoen waar we nu in zitten staan er ongelooflijk veel oudere stellen met camper en/of caravan en zie je alleen af en toe wat kinderen die nog te jong zijn voor school. Dat wij hier nu tussen staan met tijdelijk vroegpensioen bevalt Kwin uitstekend. Ook het weer zou hij wel aan kunnen wennen: een vrij constante 35 graden met strakblauwe lucht. Ik zit hier ook niet bepaald met tegenzin, maar begin ook steeds meer zin te krijgen in het zoeken (nou ja, met name het vinden) van een leuke nieuwe baan. Zal wel een soort afwijking zijn, misschien gaat dat over na nog twee maandjes fietsen in Marokko en de Panamerican Highway rijden. Want je moet natuurlijk wel afmaken waar je aan begint. Oh well…

In dat kader: we zijn dus in Sevilla aangekomen, en hebben daar eerst eens een dagje in onze oase uitgerust van de pelgrimage. Daarna zijn we nog twee dagen de stad in getrokken om Sevilla te bewonderen. Als eerste hebben we Plaza de España gecheckt, met als ultiem sullige attractie het huren van een roeibootje door de korte gracht rond het plein. Dat was te hilarisch om te laten liggen dus zaten wij 3 minuten later in onze eigen roeiboot om het plein op en neer te varen. Mooi plein trouwens, compleet met fontein in het midden.
Daarna zijn we naar Alcazar gegaan. We wisten werkelijk niet meer waar we het moesten zoeken van indrukwekkendheid. Wat een ongelooflijk gaaf complex! Met ontelbaar mooi versierde ruimtes en een eindeloze tuin met watertjes. We waren al helemaal overvoerd met bijzondere indrukken voordat we een kwart echt goed bekeken hadden. Hier gaan we nog een keer naar terug. Om het feest compleet te maken hebben we een Menu del Dia gescoord voordat we naar de Kathedraal gingen. Die is ook grootst, in weer een heel andere stijl. Het gebouw is gigantisch, en het uitzicht vanaf de toren prachtig. Die toren is behalve een klein trapje helemaal op het eind helemaal glad, je kan er zo met kinderwagen of rolstoel naar boven. En vroeger misschien wel te paard. Cool hoor. Wat betreft de inrichting van de kerk, tja. Dat is nogal barok. Je moet er van houden.

De volgende dag hebben we een modern onderdeel van Sevilla bekeken: de parasoles. Een plein met een groot wit bouwwerk dat dienst doet als museum, winkelcentrum, plein en kunst. De maquette van het bouwwerk is prachtig, een organisch soort paddestoel met een bijenkorfstructuur. De opzet is ook mooi: het gebouw in netjes om en over oude romeinse resten neergezet (museum op kelderniveau), daarboven is een marktplein verdieping met marktstalletjes en winkelruimte, en daarboven is een plein met een ‘parasol’ erboven. Op die parasol kan je ook nog eens wandelen en een hapje eten met uitzicht.

De uitvoering laat echter nogal te wensen over. Waar je in de maquette alleen de vorm zelf ziet, is er in het echt ook de volledige bevestigingsstructuur te zien. Die slordig is afgewerkt. Het lijkt wel alsof ze er later achterkwamen dat die vorm helemaal niet te realiseren was, en dat ze vervolgens met extra dwarskabels, scharnieren en hier en daar verdikte panelen aan de slag zijn gegaan. Zelfs van onder kan je zien dat de panelen niet netjes zijn afgezaagd, en de dwarskabels zijn niet meegeschilderd. Het plein boven heeft een wat kale vreugdeloze uitstraling, de helft van de winkelruimtes zijn onbezet en we hadden pas door dat er beneden een heel museum was toen we daar toevallig een trapje naar beneden namen om de ingang naar de toren te vinden. Van de mooie vormen en opzet konden wij dus weinig terugzien in de realisatie. De wandeling over de parasol heen is wel erg geslaagd. Het uitzicht over de stad is schitterend.

Al met al hebben we ons erg goed vermaakt in Sevilla, het is een leuke en mooie stad om te bezoeken. Veel groen, brede straten, goede fietspaden, mooie oude zooi om te bezichtigen en moderne bouwsels om een sterke voor of tegen mening over te spuien: het is er allemaal. Komt dat zien!

Nu zijn we al aan onze laatste etappe in Spanje. Nog maar twee daagjes fietsen tot Algeciras, de zee, en het einde van ons fietsavontuur in Europa. Het gevoel van een nieuwe fase bekruipt ons, terwijl we nog volop aan het genieten zijn van de huidige fase. Hoewel de nieuwe fase in Marokko ons weer prachtige andere dingen belooft, worden we er toch wat weemoedig van. Dat fietsen in Europa, dat bevalt ons wel. Zo ook weer deze laatste fietsdagen. We hadden compleet willekeurig een dorp op ongeveer het midden naar Algeciras gekozen als tussenstop. Dat bleek een toeristische trekpleister met een prachtig oud centrum op de rand van een klif met een mooi hotel en een heerlijk Menú del Día. Ik bedoel maar.

De laatste dag bleek onverwacht zwaar. Dat kwam met name doordat we enigszins overmoedig waren geworden nadat we die 133 km in een dag hadden gedaan. Dan kan je toch alles, dachten wij. Dan hoef je voor 105 km niet speciaal vroeg op, en kan je rustig een uurtje verlummelen op een fijn terrasje met koffie. Maar die 105 km, die fietsen zich niet vanzelf, en we werden ook nog getrakteerd op een stel venijnige beklimmingen waar maar geen eind aan leek te komen. Het laatste stuk reden we in het donker, en moesten we nog navigeren door Algeciras. Dat lukte uiteindelijk met de TomTom, en zo bereikten we onze eindbestemming in Europa: het NH hotel.

Daar zitten we nu een week lang onze reis naar Marokko te plannen. Het is een beetje claustrofobisch om opeens zoveel binnen te zitten, maar het is wel erg de moeite waard om wat meer over Marokko te weten te komen. En om een verhoogd bed te hebben. En een keuken. Dat zijn toch dingen die je gaat missen als je op de camping zit. Over gemiste dingen gesproken: raad eens wat het enige product is dat ik niet buiten Nederland heb kunnen vinden en daadwerkelijk mis? Houten tandenstokers! Van die dunne door tandartsen aanbevolen dingen. Nergens te krijgen! Alleen onprettige en onpraktische plastic en ijzerdraad varianten. Nou, dat wou ik jullie niet onthouden.

We hebben overigens besloten om een (groot) deel van onze spullen hier achter te laten. We gaan zonder kampeerspullen Marokko in, en pikken ze op de terugweg weer op. Dat helpt hopelijk om ons door het Atlasgebergte te krijgen, en natuurlijk om ons mooie authentiek Marokkaanse slaapplaatsen te laten zien. We gaan het meemaken, we stappen vrijdag op de boot.

Op naar Marokko!

This entry was posted in Fietsen, Spanje. Bookmark the permalink.

One Response to Pelgrimage naar Algeciras

  1. Merlijn says:

    Wouw wat ziet dat er bijzonder uit zeg! Moet wel zeggen dat jullie er met ieder blog item weer wat ge spierder uitzien.

    Wij gaan morgen onze pelgrimage naar de Efteling starten. Ik doe een rondje Vliegende Hollander voor jullie! Heel veel plezier in Marokko…

Comments are closed.