Vijand van de fiets

Na Timahdite beginnen we aan een wederom prachtige, maar nogal zware fietstocht. Om bij het volgende hotel te komen moeten we zo’n 90 km afleggen. Op grote hoogte. Met grote hoogteverschillen. Nu zijn wij natuurlijk een stel ongelooflijke fietsbikkels en is dat alles geen enkel probleem. Ware het niet de confrontatie met die ene natuurlijke vijand van de fiets.

Tegenwind.

 

Een berg op fietsen is vermoeiend. Maar het is eerlijke moeite. Nadat je omhoog bent gefietst krijg je bijna altijd een prachtig uitzicht en daarna een afdeling waarop je kunt ontspannen. De harde arbeid wordt beloond met schoonheid en snelheid, die ook nog eens voelt alsof je hem vreselijk verdient hebt. Bergfietsen geeft voldoening.

 

Tegenwind is een gemeen, zinloos fenomeen dat het fietsen 5 keer zo zwaar maakt met de helft van de snelheid, zonder daar wat dan ook voor terug te geven. Geen uitgestrekt vergezicht, geen afdaling, geen gevoel van overwinning voor het bereiken van de top. Niets, noppes, nada. Alleen het blinde gevecht voor iedere meter, waardoor je geen oog meer hebt voor de mooie omgeving. Tegenwind is de evil twin van wind mee. En als je dan tussen bergkammen doorfietst die functioneren als windtunnel en het uitzicht minder weids maken dan voorheen, dan zijn er momenten op zo’n fietsdag waarop je je afvraagt waarom je dit ook alweer leuk vindt.

Zoals gezegd is de omgeving weer prachtig. Van de wonderlijke schoonheid van gisteren fietsen we een bizar maanlandschap in, compleet met kraters en buitenaards uitziende planten. Iedere vallei heeft weer net een ander kleurenpalet, en de rivierbedding is soms droog, soms eenzaam nat in het woestijnlandschap en soms omzoomd door een fel groene oase. Dan verschuift het maanlandschap langzaam en lijken we Nevada in te rijden. De aarde is rood en heeft allerlei kliffen en tafelbergen. De Grand Canyon van Marokko.

Tussendoor lunchen we bij een tankoase iets voorbij een dorpje. Tankoases zijn onze grote rustpunten in een vreemd land(schap). Naast het tankstation zijn een of meerdere cafés, meestal omgeven door groen en tuin, soms compleet met (leeg) zwembad en speelweide voor de kinderen. Er zitten vaak zowel mannen als vrouwen op het terras, om zichzelf en de auto vol te tanken. Dit alles resulteert in een vrij gemoedelijke omgeving waar er slechts minimaal gestaard wordt naar onze bizarre verschijning. Door de Marokkanen dan.

Deze tankoases en het bijbehorende dorp doen daarnaast ook dienst als lunchstop voor alle bustoeristen. Het is een druk komen en gaan van grote en kleine bussen die hun vee willen voederen. De toeristen stappen wat stram uit de bus, knipperen tegen het felle licht zonder de bescherming van de gordijntjes voor de ramen, en gaan en masse op het terras zitten om een omelet te bestellen. Ook hier valt het ons weer op hoe weinig sociale vaardigheden de gemiddelde (bus)toerist lijkt te hebben. Daar zitten wij in onze fietskleding aan een tafeltje pal naast onze fietsen. En daar staan de sociaal gehandicapte toeristen naar onze fietsen te kijken, te wijzen, aan te raken. Ik bedoel, natuurlijk is het leuk als mensen interesse tonen. Wij maken graag een praatje. Maar zonder enig contact met de eigenaren (je weet wel, de enige idioten in fietsoutfit in de weide omgeving) wordt het toch snel ronduit onbeleefd. Staan ze daar als een soort autistische inspecteurs om de fietsen heen te draaien. Beginnen weg te lopen, komen nog eens terug met gefronste wenkbrauwen om te controleren of ze dat nou wel echt net gezien hebben. Roepen er eventueel nog een partner of reisgenoot bij. En dat alles dus met het angstvallig vermijden van iedere vorm van oogcontact met de overduidelijke eigenaren. Eigenaardig.

 

Na de lunch vechten wij ons door nog 30 km tegenwind. 8 km voor ons beoogde hotel iets voorbij Midelt, fietsen we langs een 4-sterren hotel dat (nog) niet in de Lonely Planet staat. Dat lijkt ons een duidelijk teken van verzoening van de wind, en wij slaan onmiddellijk af en gaan met een boekje en frisdrankje bij het zwembad liggen. Best fris, met die wind, maar het was tijd voor een statement. Wij zijn er klaar mee, voor vandaag.

 

En dat brengt ons op het onderwerp van gebouwonderhoud in Marokko. Daar is geen sprake van. Het lijkt alsof ze hier bijzonder goed zijn in het opzetten en bouwen van nieuwe dingen, maar er dan vervolgens klaar mee zijn (daar is de link) en achterover leunen tot de boel letterlijk uit elkaar valt. Of misschien zijn ze minder perfectionistisch dan we gewend zijn. Of misschien is er minder noodzaak voor onderhoud als het toch meestal goed weer is. Hoe dan ook: zelfs in (zelfbenoemde) 4-sterrenhotels staat er een soort half-affe grot naast het zwembad, is de reling van het douchegordijn bijna weggeroest en struikel je over half versleten tapijten. Lastig als je voor luxe afgaat op de Lonely Planet, die meestal alweer van een paar jaar terug is. Staat er dat het een sjiek hotel is met alles erop en eraan, verwacht dan voornamelijk vergane glorie. Nu kan dat ook heel mooi zijn en charme hebben, maar sjiek is het niet. Dit in aanvulling op onze eerdere theorie over de luxe van hotels in Marokko met onbetrouwbare voorzieningen versus sfeer. Als je echte luxe wilt, zoek dan een nieuw hotel. Dan doet alles het nog.

 

Op dit moment zitten we weer in zo’n gevalletje ‘even if it’s broke, don’t fix it’. Bij Errachidia.

‘Huh? Errachidia?’ Horen we jullie denken. ‘Is dat niet zeker twee dagen fietsen vanaf Midelt, terwijl jullie er nu binnen een paar uur waren?’

Tja. Zoals we al zeiden, tegenwind is evil. In ons ‘4 sterren’ hotel bij Midelt hebben we een biertje gedronken, een bord pasta naar binnen gewerkt, zijn we uitgeput van het fietsen vroeg onder wol gekropen. Om 7 uur zaten we weer aan het ontbijt om op tijd te vertrekken voor de volgende 90 km. Vervolgens bleek ik mijn eerste lekke band te hebben met mijn vakantiefiets. (Jammer, maar niet onverwacht met al het glas op de weg hier en maar liefst 6210 afgelegde kilometers in totaal. Dat zijn nog eens goede banden.) Dus plakken we ook nog mijn band en controleren we alle banden op glas.

Maar het heeft allemaal niet mogen baten: het waait nog steeds, alleen nu harder. Waar het gister al zo’n windkracht 5 à 6 moet zijn geweest, nam het nu echt stormachtige vormen aan. En daar hadden we dus he-le-maal geen zin in. We doen nog een halfslachtige poging, maar eigenlijk wisten we allang dat we in het centrum van Midelt zo snel mogelijk op de bus zouden stappen.

Het was even spannend hoe we dat konden regelen en of onze fietsen een rit in de laadruimte van een locale bus zouden overleven. We hebben toch het risico genomen, en op het busstation bleek het geen probleem te zijn (volgens het mannetje) om onze fietsen mee te nemen en zou de bus over een paar minuten komen. Tot onze grote verbazing reed de bus ook daadwerkelijk even later het perron op. Tot onze nog grotere verbazing zaten er toen het luik openging twee schapen in de laadruimte. Levende schapen. Die gaan hier ook gewoon met de bus. Onze fietsen zijn met minder liefde dan we zouden willen in de laadruimte gepropt, en Kwin heeft er nog een tijd naast gestaan om te voorkomen dat er nog 10 zware dozen en zakken bovenop werden geplaatst.

 

En dan rijden we zomaar in een paar uur 140 km. Opvallend is dat mensen in de bus hier dezelfde tactiek gebruiken als Nederlandse spitsrijders: in eerste instantie alleen op een tweezits gaan zitten met je bagage uitgebreid naast je, terwijl je weet dat het onvermijdelijk is dat de bus helemaal stampvol wordt. En dat de bus overal stopt waar er mensen in of uit willen, of wanneer de kaartjescontroleur moet plassen (en snel moet rennen om in de alweer rijdende bus te springen). Verder is het landschap weer spectaculair. Het Grand Canyon thema zet zich voort, en we zien een paar prachtige oases en droge rivierbeddingen. Er is ook een gigantisch meer, dat gedeeltelijk door natuurlijke dammen en gedeeltelijk door stuwdammen in stand wordt gehouden. De bus heeft aardig moeite met alle hellingen, en de wind blaast nog onvermoeibaar de planten en bomen plat. We zijn daarom aardig in ons nopjes met ons busavontuur. Zeker als bij aankomst blijkt dat de fietsen het zonder schade overleefd hebben. De schapen overigens ook, al kunnen we trauma niet uitsluiten. (Het bleek later dat het bijna ‘het feest van het schaap’ was, een soort islamitische kerst, waarbij er een schaap geofferd wordt. Wij vrezen met grote vreze voor onze laadruimschapen…)

 

Voordat we naar ons hotel fietsen drinken we nog even wat, waarop een bromdriewieler kansloos onhandig achteruit tegen mijn fiets aan parkeert. @#$%*&@ Er zit een deukje in een spaak, die Kwin er hopelijk helemaal uit heeft gekregen. Zo zie je maar, een ongeluk zit in een klein hoekje. Zeker voor lompe brommers met een gigantische draaicirkel en spastische bestuurders.

Vandaag rusten we nog wat uit in onze vergane glorie, en morgen gaan we op weg naar het westen, richting Marrakech. We hopen op wind mee, en vele (tank)oases.

 

 

 

PS Het zal de opmerkzame lezer zijn opgevallen dat niet alle foto’s lijken te passen bij dat specifieke stuk tekst. Dat klopt! Dat komt omdat we vaak te hard aan het genieten zijn van de omgeving om eraan te denken foto’s te maken, en we wel hebben beloofd onze bondige maar niet zo korte teksten op te fleuren met plaatjes. Vandaar.

 

This entry was posted in Fietsen, Marokko. Bookmark the permalink.

One Response to Vijand van de fiets

  1. Merlijn says:

    Hey lui, wat ziet het er daar onwijs bijzonder uit zeg. Allereerst nog gecondoleerd met het overlijden van Kwins Oma, wel heel bijzonder dat jullie er bij konden zijn in Israel.
    Hier is het inmiddels koud aan het worden en gaan de temperaturen richting het nulpunt, geniet dus nog even van de zon daar… 😉

Comments are closed.