Een sterrenvakantie

Wij voelen ons even onwijs hip en local, met ons papiertje met ‘Martin & Marjolijn’ in de aankomsthal van Marrakech. We krijgen wat verbaasde blikken van chauffeurs en portiers van hotels, en vele toeristen lezen hoopvol ons briefje op zoek naar hun rots in de branding van een nieuw vreemd land. Er is ruim de tijd om wat mooie emotionele weerziens gade te slaan voordat onze gasten door de rij bij de douane zijn. Toch mooi als er iemand uit die geblindeerde deur komt, om zich heen kijkt en vervolgens bijna letterlijk iemand om de hals vliegt en een paar minuten niet meer los laat. Daarnaast genieten we van een sterk staaltje Marokkaanse veiligheid. Bij de deur naar de gates staat uitgebreid dat alleen mensen met een boarding ticket toegang hebben. Er staat ook een agent bij om dat te controleren. Het blijkt echter dat je als een beetje ‘mannetje’ hebt geregeld dat je je toeristen vast kunt ophalen bij de gate, en dus door die deur mag. En met een goed verhaal bij meneer agent komen ook allerlei andere mensen binnen. Mocht je nog wat Marokko in willen smokkelen: grijp je kans. Uiteraard zijn wij brave burgers die geenszins geïnteresseerd zijn in dergelijke activiteiten. Maar toch, het valt wel op.

Martin en Marjolijn komen uiteindelijk ongeschonden naar buiten, en wij loodsen ze naar onze minutieuze huurauto. Het past allemaal net, en we introduceren ze trots aan ons vaste onderkomen in Marrakech: Hotel Albatros. We helpen ze ook meteen even met de check-in, want die is natuurlijk onverminderd chaotisch, langdurig en gecompliceerd. Daarna genieten we van een uitstekende maaltijd en drinken we nog een biertje na op een van de terrassen van het hotel. Het lijkt wel vakantie…

Het ontbijt is een vergelijkbaar gevecht met het inchecken: het duurt even, maar dan heb je ook wat. In tegenstelling tot onze eerste keer in het hotel is het erg druk, en is het vechten om een tafel. Ook staan er grote rijen voor de omeletten en de verse pannenkoeken, een soort hartige gelaagde versie met de structuur van bladerdeeg. Yum. We nemen rustig de tijd, waarna we Martin en Marjolijn achterlaten bij het zwembad en zelf even de huurauto terug gaan brengen en de jacht op een linnen broek voor Kwin (tot op heden niet succesvol) voortzetten. De huurauto inleveren verloopt buiten verwachting soepel. Er zijn geen onverwachte kosten of voorwaarden, en we krijgen slechts een teleurgestelde blik over de ongewassen staat van onze Hyundai i10. Oeps.

‘s Middags trekken we voor het eerst de medina van Marrakech in. Het mocht tijd worden, het id inmiddels ons derde bezoek aan de stad. We nemen een taxi op weg naar de Saudische graven. Er wacht ons een teleurstelling: ons taximannetje laat weten dat die net dicht zijn. Hij zet ons dan ook iets verderop af, naast een winkeltje dat we toch zeker moeten bezoeken. Als doorgewinterde Marokko vakantiegangers nemen wij deze informatie met een korreltje zout, en lopen alsnog eerst naar de graven. Die open zijn.

Ze zijn ook erg mooi, met bijzondere versieringen. Ze hebben dezelfde soort motieven als andere plaatsen die we al gezien hebben, maar net wat uitgebreider en erg mooi uitgevoerd. Bizar te bedenken dat deze plek nog maar vrij recent is ontdekt, doordat een jaloerse opvolger van de koning die er begraven ligt er een muur omheen had laten zetten.

Hierna wandelen we naar het centrale plein, dat voldoet aan de verwachtingen. Het is gigantisch, heeft vele standjes en mannetjes, en je kunt er heerlijk een kopje thee drinken op een van de dakterrassen met uitzicht. We zien er de zon prachtig ondergaan, en lopen daarna rustig terug naar ons inmiddels vaste restaurant iets naast het hotel. Bezienswaardigheden Marrakech: check.

De volgende dag beginnen we aan onze ‘bouwsteen’ van Marokko-online, een trip van een paar dagen langs fotogenieke bezienswaardigheden als Ait Ben Haddou, kamelen, woestijn en sterrenhemels. We rijden eerst over de pas richting Ouerzazate die we eerder al een keer met de locale bus hebben overleefd. Het valt erg mee dit keer, met een bekende achter het stuur. We lunchen ergens bovenaan met een ‘berber omelet’ die verdacht veel op een ‘gewoon spiegelei’ lijkt (en overigens prima smaakt), en komen met een perfecte timing aan bij Ait Ben Haddou.

We checken rustig in, drinken een kopje mierzoete thee op het terras met uitzicht over de oude ksar, en wandelen dan op ons gemak en gewapend met fototoestellen naar De Attractie. De ksar ligt nogal pittoresk op een heuvel, en is in vrij goede staat dankzij geld van Unesco en vooral de filmindustrie. Die laatste schijnt hier het een en ander te hebben gefilmd. Omdat het filmen van een heroïsche scène bij de poort van een stad wat lastig is als de muur bijna instort, is er een nepingang gemaakt. Als je het niet weet heb je het niet door tot je er langs loopt. Dan blijkt de muur een paar centimeter dik hout met wat stutbalken er tegenaan om de boel overeind te houden. Niet zo romantisch, en hij staat het zicht op het echte dorp nogal in de weg. Die hadden ze van ons wel af mogen breken na het filmen.

Wanneer we aan komen lopen zien we heel groot ‘Entree’ geschilderd op een muurtje aan de zijkant. Een aantal mannetjes in opleiding proberen ons over te halen via de neppoort de stad in te gaan, wat geld schijnt te kosten. Het ontbreekt ze echter aan overtuigingskracht, doorzettingsvermogen en vindingrijkheid. Ze hadden toch tenminste de moeite moeten nemen de grote witte pijlen naar de gratis entree weg te halen. Zo worden ze nooit toegelaten tot de mannetjesmaffia.

Zo lopen we gratis de ksar in, en genieten we onderweg van alle mooie uitzichten en doorkijkjes. Bovenop de heuvel is het uitzicht helemaal spectaculair. We zijn precies op tijd om de zonsondergang te bewonderen. Dat doen we niet alleen. Er staat nog een heel klasje fototoeristen met spiegelreflexcamera’s te leren van hun fotograaf/toerleider hoe ze dit klassieke beeld het beste vast kunnen leggen.

‘s Avonds eten we in ons leuke hotel, helemaal compleet met een wijntje erbij. Er is een groep Duitse dames die zich bijzonder op hun gemak voelen, en vergelijkbare geluidsvolumes produceren als de nachtelijke oproep voor het ochtendgebed. We hopen in gepaste stilte dat zij niet met dezelfde tour bezig zijn als wij. Zit je daar straks in de woestijn van de sterren en de stilte te genieten, komt dat stel de rust verstoren. Zodra ze ‘s ochtends rond 7 uur zijn opgestaan lijken ze van mening dat de rest van het hotel ook lang genoeg geslapen heeft. Gelukkig moeten wij ook vroeg op om op tijd bij onze kamelen te zijn.

We rijden via Ouerzazate de Draa vallei in. Prachtig is het daar! Vrijwel de gehele vallei bestaat uit oase, omringd door droge woestijnachtige bergen. Het blijkt nog een heel karwij om op tijd in Zagora te zijn, alwaar we gebrieft worden over de kamelen. De briefing bestaat uit ‘neem voldoende water mee. Daar is geen water. Heb je genoeg water bij je?’ Volledig gerustgesteld na deze vloed van informatie over ons nieuwe avontuur eten we snel een tajine voor de lunch en racen we verder de vallei in. Niet iedereen geniet optimaal van de rit, gezien het grotendeels eenbaans is en de locals beter zijn in ‘chicken’. De beste strategie lijkt om op een zodanige afstand van een taxi te gaan rijden dat die de andere auto’s van de weg duwt en dat die dan niet voldoende tijd hebben om de weg weer op te komen voordat jij ook voorbij bent. Zonder er te dicht op te zitten mocht de taxichauffeur zijn betere vinden in een tegenligger.

We komen slechts licht getraumatiseerd en gehaast aan bij de kamelen. We zijn iets te laat, en de rest is al weg. Wij worden meteen op onze kamelen gezet. En die zijn dus best hoog. Dat is leuk voor het uitzicht, maar minder leuk als je zoals Martin een onprettig zadel hebt waardoor je langzaam achter van je kameel afglijd. Dat ziet er weliswaar licht komisch uit, maar is niet bevorderlijk voor de rijervaring. En die is al, op z’n best, suboptimaal. Er zijn comfortabeler manieren van reizen. Heel veel. De truc lijkt om je volledig over te geven aan je kameel (die stiekem een dromedaris is) en je als een zoutzak heen en weer te laten schommelen. En dan nog heb je na afloop spierpijn.

Dat gezegd hebbende, is het supercool om op een kameel te zitten. Ik bedoel, je zit op een kameel! Die je eerder eigenlijk alleen in de dierentuin hebt zien staan! En je loopt door de woestijn! Dat is gewoon tof om een keer gedaan te hebben. En ook wel bevreemdend, zeker als je een andere kamelenkaravaan tegenkomt van locals die spullen aan het vervoeren zijn. Dat gebeurt hier nog gewoon. Een hele andere wereld.

De toeristenindustrie is dat ook. Na 2 uur schommelen op je kameel kom je aan bij het kamp. Je bent over zandduinen gelopen en hebt al tijden geen tekenen van beschaving gezien. Je stapt (licht opgelucht) van je kameel en beklimt de dichtstbijzijnde zandduin om van het uitzicht te genieten. Om vervolgens toeristen van een ander kamp de duin voor je op te zien klimmen. Heb je daar een hele woestijn. De volledige Sahara! En dan zet je alle kampen zo dicht bij elkaar dat je ‘s avonds van elkaars muziek kunt genieten. Mensen zijn rare wezens.

Maar kamelen zijn vreemder. Wat een bizarre beesten zijn dat. Ze bestaan uit een soort ovaal met allemaal verschillende uitsteeksels. Achter een staart, bovenop een bult, onderaan lange poten met en soort tweetenige pantoffelhoeven, en vooraan een laag beginnende lange hals die eindigt in een buitengewoon tevreden kijkende kop. Wat een pokerface! Wat er ook omgaat in een kameel, hij kijkt immer tevreden met zichzelf en met het leven. Met uitzondering van de momenten dat ze een toeterend geluid maken en een wang hun mond uit blazen. Quite the characters.

Na een prachtige tocht door de woestijn, geleid door een vrolijke gids, komen we aan in het kamp. Daar blijkt tot onze grote vreugde niet te worden geleverd wat er in de brochure staat: ze hebben de traditionele tenten van kamelenhaar met matjes en slaapzakken verruild voor degelijke legionairs-tenten met heuze bedden. De binnenkant is wel bekleed met doeken voor het authentieke gevoel. Ideaal dus. We zijn weer precies op tijd voor de ondergaande zon, en krijgen er een kopje gesuikerde thee bij. We denken net dat het leven niet mooier kan worden, wanneer de laatste gasten arriveren: de Duitse dames. Wij vrezen voor onze (nacht)rust, maar ze houden zich redelijk gedeisd in de woestijn. Misschien hebben de kamelen ze getemd. Het blijkt een buikdansgroep op vakantie te zijn. Ze hebben geen uitvoering gegeven. Jammer hoor.

We eten ‘s avonds met z’n allen in een tent aan een paar tafeltjes. Het is gezellig, en het eten is verrassend goed. Dat doen ze toch handig daar in die woestijn. We krijgen drie gangen van soep, couscous en fruit. Nog net geen sterrenmaaltijd, maar dat wordt ruim gecompenseerd door de prachtige sterrenhemel boven ons. Ongelooflijk hoeveel je ziet als het vrijwel helemaal donker is om je heen. Terwijl er bij een kampvuur gezongen wordt slepen we een kleed de duin op en liggen een tijdje met zijn vieren de sterren te bewonderen. Wat een overdaad! En wat een prima temperatuur. Op alles voorbereid zijn we met allerlei thermo-ondergoed ter kameel gegaan; in de woestijn is het immers overdag heel heet en ‘s nachts heel koud. Ook dit blijkt echter alles mee te vallen, en na het sterrenstaren kruipen we zonder kippenvel onze bedden in. Er zijn zelfs hang-WCs in de woestijn! Uitbundige luxe dus.

De volgende ochtend missen we de echte zonsopgang, maar besluiten dat niet zo erg te vinden gezien hoe vroeg je anders op zou moeten staan om het echt licht te zien worden. We krijgen een prima ontbijt geserveerd, en stappen daarna weer op onze kamelen. Martin en Kwin doen een kameelwissel, tot vreugde van Martin en lichte ontsteltenis van Kwin. Het comfort schijnt nogal te verschillen per model. Kwin houdt zich kranig en blijft als gewaarschuwd man netjes op zijn kameel zitten.

Na dit bijzondere avontuur rijden we terug naar Zagora, weer door de prachtige Draa vallei. Daar zien we vakantiefietsers bikkelen richting de woestijn! We moedigen ze aan en voelen het zelf ook meteen weer prikkelen. Dat gevoel van opborrelende activiteit zetten we snel van ons af bij aankomst in het hotel. Wat een heerlijk stukje oase, compleet met zwembad, palmbomen en bier. Wat wil een mens nog meer?

Nou, helemaal niets. We blijven de rest van de dag bij het hotel een boekje lezen. Zalig.

De volgende dag rijden we terug naar Marrakech over de bergen. Best een rit, en tegen de avond checken we weer in bij, u raad het al, Albatros Gardens. Helaas is Marjolijns maag in staking gegaan. Dat is de volgende dag nog niet opgelost, dus schrappen we ons plan van een tripje naar een waterval en gaan op ons gemak naar het volgende hotel waar Martin en Marjolijn nog een paar dagen zullen blijven en golfen. Voor ons betekent dit een grootse stap: we halen onze fietsen uit de stalling! Die stonden al een paar weken in het kamertje van de ‘training officer’. Bij het ophalen stappen we uit de lift en struikelen we bijna over het tapijt dat wat werkmannetjes net van de vloer hebben getrokken. Het hele stuk hotel daar blijkt in verbouwing te zijn. We zijn net op tijd om onze fietsen van de verbouwing te redden!

We fietsen voor Martin en Marjolijn uit naar het Sofitel. We hebben al verschillende vestigingen van het Sofitel met hangende pootjes moeten verlaten nadat het nét niet in ons dagbudget bleek te passen. Maar Martin & Marjolijn hebben een goede deal gevonden en we lopen vol anticipatie het hotel in. De entree is sjiek, en het incheckproces begint goed. We mogen rustig gaan zitten en krijgen een drankje en een hapje aangeboden terwijl zij de informatie invullen. Dat gaat toch net wat makkelijker dan bij Albatros. Vervolgens komt er een soort PR duo bij ons zitten en vertelt ons in stijf Brits accent wat er allemaal te doen is in het hotel. Een volledig over de top toneelstukje waar wij noch zij zich bij op het gemak voelen. Grappig, maar achteraf gezien hadden ze die mankracht beter kunnen inzetten op het klaarmaken van onze kamers.

Terwijl we daar zitten begint de glans van de ontvangst wat te vervagen, en beginnen we ons te realiseren dat het inchecken nog wel eens langer zou kunnen gaan duren dan in Hotel Albatros. En zo geschiedde. Ze beloven ons dat de kamers uit-er-lijk drie uur klaar zijn en de ‘courtesy room’ die ze ons daarvoor beloven blijkt maar voor een half uurtje te zijn om even op te frissen.

Martin en Kwin besluiten om de golfbaan te gaan bekijken terwijl Marjolijn en ik rustig een boekje gaan lezen bij het zwembad. Onder de parasol. Het regent namelijk nogal hard, wat ik voor Africa ronduit onacceptabel vind. Hoezo november, we horen hier last te hebben van droogte en oververhitting! Zo is het geen wonder dat ze hier groene golf courses kunnen onderhouden. Het onderhouden van een juist adres of routebeschrijving blijkt lastiger. Martin en Kwin zijn uiteindelijk zo’n 4 uur bezig de juiste golfbaan te vinden. En op de terugweg waren er opeens straten afgezet die eerder nog open waren. Typisch.

Het is onze laatste avond samen, en dat besluiten we te vieren met cocktails. Alcoholvrije cocktails. Ach, die zijn ook best lekker hoor. Suiker en alcohol zijn toch sterk verwant. De volgende ochtend nemen we afscheid van Martin en Marjolijn en onze Sofitel ervaring. Onze fietsen worden nog even gewassen door het garagepersoneel. Weer eens wat anders dan het poetsen van een glimmende Mercedesen.

We hebben een heerlijke en bijzondere week gehad, met goed gezelschap en prachtig landschap. Het is even moeilijk om afscheid te nemen, gelukkig zien we elkaar over een paar weken weer.

Bedankt M&M! Komen jullie ook langs op de panamerican highway? 🙂

Maar eerst: op naar Casablanca!

This entry was posted in Fietsen, Marokko. Bookmark the permalink.