Uitgefietst

We verlaten het Sofitel en Martin en Marjolijn met weemoed, maar ook met frisse moed: we zitten weer op de fiets en zijn op weg naar de trein! Na verschillende buservaringen zien wij uit naar dit superieure vervoersmiddel. Bovendien heeft Kwin uiteraard een professionele interesse, en bezoekt hij graag zusterbedrijven. We lopen dus enthousiast het plein van het station op om kaartjes te gaan kopen. Om direct tegen te worden gehouden door twee beveiligingsmannetjes. We mogen niet met onze fiets de hal in, omdat we ook niet met de fiets de trein in mogen. We zouden ergens tegenover het station moeten zijn om onze fietsen te regelen. Nu zijn wij natuurlijk niet voor een gat te vangen, dus parkeren we de fietsen precies op de plek waar het mannetje dat aangeeft (dat is altijd nog net een paar meter verder dan dat je dacht dat het wel goed zou zijn, wat ons een diepgewortelde onzekerheid gecompenseerd door machtsmisbruik doet vermoeden) en loopt Kwin naar binnen om het bij het loket na te vragen.

Nee, dat kan niet. Dan moet je rechts naast het station zijn, bij het vrachtvervoer. Dat is dicht, en de mannetjes aldaar zeggen dat het over een paar uur weer open is. We gaan terug. De beveiligingsmannetjes zeggen dat het over 10 minuten weer open is. Wij laten rustig en beheerst weten dat dit niet de informatie is die we net van de bron zelf hebben vernomen. Uiteindelijk zeggen ze dat we dan links van het station moeten zijn.

Dat blijkt het busstation. Gedesillusioneerd laten wij het glimmende station achter ons en boeken we een busticket. De bus heeft ruim voldoende ruimte voor onze fietsen, vertrekt binnen een kwartier en komt slechts een kwartiertje later aan dan de trein. Uitstekende service dus. Met pijn in het hart trekken wij onze conclusies over de trein in Marokko.

Onderweg in de bus valt het al snel op dat er ongeveer iedere 100 meter een mannetje in uniform staat. Midden in een veld langs de weg. Op de rotonde. Bovenop en onder het viaduct. Ze staan daar maar een beetje, vermoedelijk in verschillende staten van ultieme verveling. We vragen ons even af of dit een standaard beeld is voor de weg naar Casablanca, maar gezien de bizarre hoeveelheid extra Marokkaanse vlaggen langs de weg is ons vermoeden dat de Koning (Mohammed nummer 6) hier binnenkort langs zal komen. Dus kijken we vol verwachting uit het raam. Ruim een uur lang. Het enige dat we zien is meer mannetjes in uniform langs de weg, veel meer mannetjes. Ze lijken ook niet per se alert op gevaar, alleen aanwezig als een soort erewacht. Het mag wat kosten, geëerde Koning zijn.

Uiteindelijk rijden we over een viaduct waar de vlaggen en mannetjes naar rechts afbuigen. Volgens mij kwam er net wat aan, maar we hebben het grote event dus gemist. Jammer hoor.

Bij aankomst in Casablanca redden we onze fietsen, wederom ongehavend, uit het busruim. We zijn erg blij weer op de fiets te zitten. Nu is er natuurlijk van alles te zien in Casablanca. Maar Kwin weet de juiste woorden te vinden voor onze diepste zieleroerselen: ‘Het zal allemaal wel met die bezienswaardigheden, gewoon lekker fietsen.’

 

We fietsen dus lekker de stad uit naar het volgende dorpje aan de kust, Mohammedia. Om langzaam af te kikken van ons buitengewoon comfortabele verblijf met Martin en Marjolijn checken we in bij een sjiek hotel aan het strand. Zo eentje met badjassen en slippers in de badkamer. Helaas kunnen we hier niet lang van genieten, want de volgende dag moet er natuurlijk weer verder gefietst worden.

Het staat in de planning om bij Témara te stoppen, een strandplaatsje iets onder Rabat. Daar zien we echter niet echt iets wat ons van de fiets doet stappen, en we rijden toch door naar Rabat. Daar beginnen we aan een lange zoektocht naar een hotel met een goede deal en zonder kakkerlakken. Na zo’n 10 hotels te hebben geïnspecteerd vinden we eindelijk iets dat aan die eisen voldoet. Goed genoeg zelfs om een extra dagje te blijven. Dat hadden we eigenlijk al moeten doen in Casablanca volgens de planning, maar we zijn zo in fietsstemming na ruim 2 weken ‘gewone vakantie’ dat we moeilijk stil kunnen zitten. En we zijn nu op de terugweg, voor het eerst sinds maanden weer naar het Noorden. Misschien werken wij net als paarden, harder lopen richting de stal. En misschien hebben we net zoveel mooie dingen in Marokko gezien dat we wat blasé zijn geworden over gemiddelde kustdorpjes. Of is het gewoon leuk om van een planning af te wijken.

Hoe dan ook. Een dagje in Rabat dus. Dat gebruiken we voor een groot avontuur: voor het eerst sinds ons vertrek onze was LATEN doen. Via internet vinden we een wasserette in de buurt en dumpen daar al onze vieze kleren. Op de terugweg overpeinzen wij hoe mensen vroeger konden leven zonder internet. Hadden we dus met allerlei vreemde mensen moeten communiceren om die wasserette te vinden. En dan zeggen ze dat vroeger alles beter was.

De rest van de regenachtige dag besteden we aan het bewerken en uploaden van de foto’s. Ik bedoel, we willen niet klagen ofzo, maar wat een k-klus met honderden foto’s en traag internet. We nemen ons wederom voor om dit wat meer bij te houden. Daar zouden we immers de tijd voor moeten hebben, zo op vakantie. Toch?

De volgende dag halen we onze gewassen, gestreken en gevouwen was op, proppen het in een fietstas en trappen we naar Kénitra. Het is niet zo leuk fietsen over een vrij drukke weg. Moet je de hele tijd achter elkaar rijden en in je spiegel kijken of er niet iets over je heen komt rijden. En veel auto’s betekent ook veel uitlaatgassen. Zonder roetfilters. Na zo’n ontbering vinden we dat we wel een luxe hotel hebben verdiend. Die hadden we heel toevallig van te voren al opgezocht in de Lonely Planet. Tot onze grote consternatie blijken beide sjieke opties vol te zijn. Er volgt een zoektocht naar een goede deal, en die vinden we aan het andere einde van het spectrum: voor 160 dirham (zo’n 16 euro) een schone kamer met wastafel en balkonnetje voor de fietsen. En een warme douche/hangtoilet op de gang. We missen natuurlijk wel onze persoonlijke badjassen, maar vinden de douche die het hangtoilet als putje gebruikt wel een mooie vinding.

Kénitra slaagt er niet in ons te verleiden tot een extra dagje, dus trekken we verder naar Moulay Bousselham. De route hier naartoe is wat minder aangenaam. Er loopt slechts 1 weg zonder uitwijkmogelijkheden, en die weg heeft op 1 baan meestal asfalt en vaak plassen. Maar er is geen verkeer. Het lijkt weer een wat armer stukje van Marokko te zijn, en om de een of andere reden betekent dat steeds dat de kinderen niet bepaald enthousiast reageren op onze aanwezigheid. Eerder hebben we dan vrolijk gezwaaid naar kinderen waarvan we vrij zeker weten dat ze beledigende dingen aan het roepen waren. Maar als ze in een soort horde langs de weg staan is het wat minder makkelijk negeren. Ze willen steeds graag dat we stoppen, en zijn bijzonder ontstemd wanneer we daar geen gehoor aan geven. We zien een steen net boven onze hoofden langssuizen, en wanneer Kwin opeens recht op het jongetje affietst dat een grote tak als hefboom over de weg houdt besluit zijn kameraad om tegen mijn tas aan te schoppen. En dan kan je wel zeggen dat je je mooi niet laat intimideren door een stel 8 jarige schoffies, het komt de sfeer om zijn minst niet ten goede. En ja, als ik dan over een halfvergane weg fiets zonder uitwegen, dan krijg ik het wel even benauwd als ik weer zo’n groep mannetjes-in-opleiding langs de weg zie staan. Of nog erger, naar de weg zie rennen. Weinig dingen zo intimiderend als dingen die op je af komen rennen. En nu zijn ze niet zo groot, maar ze zijn wel met veel. En mocht het tot een handgemeen komen: hoe groot is de kans dat de sterk familiegerichte Marokkaanse ouders de vreemde buitenlanders gelijk gaan geven? Als die ouders er in eerste instantie bij zijn trouwens, gedragen de kinderen zich voorbeeldig. Hypocriete ettertjes.

We overleven de achtjarigen en komen aan in Moulay Bousselham. Daar vinden we een B&B aan zee. Het huis moet 30 jaar geleden heel mooi geweest zijn en de kamers staan vol prullaria (inclusief een nep-romeins beeldje bij het bad) maar het uitzicht is prachtig. We hebben een terrasje waar we ons ontbijt geserveerd krijgen en we maken een strandwandeling. Op weg naar het strand komen we weer een sterk staaltje Marokkaans onderhoud tegen. De trap naar het strand houdt plotseling op, en gaat een stukje verderop weer verder. Stukje trap weggeslagen. Ach. Verderop is toch nog een trap?

De volgende avond eten we samen met de andere gasten in onze B&B. Het blijken allemaal Fransen te zijn. Raad eens waar het het grootste deel van de avond over ging? Kaas! We hebben ons uitstekend vermaakt met dit stereotype, en met het gevoel van met elkaar om tafel zitten. Dat was echt een tijd geleden dat we zo zaten te eten met een groep in een huiskamer. Overigens is bevestigd wat wij al aan den lijve hadden ondervonden: het is niet best gesteld met de kaas in Marokko. Ze hebben met name La Vache que Rie, van die driehoekjes smeerkaas. En soms hele jonge witte kaas. En verder eigenlijk niks. De Fransen waren niet onder de indruk. Het verbaast ons ook dat de Fransen Marokko, en alle mensen die er wonen, als hun eigendom beschouwen.

We fietsen weer verder, en passeren na een kleine 10 kilometer die magische grens: 4000 kilometers afgelegd sinds 1 juli 2012! Met vele kilo’s bagage! Door heel Europa en Marokko! We nemen even een momentje om gepast van onszelf onder de indruk te zijn. En ter compensatie van en scherp contrast met de vorige fietsdag is het vandaag weer heerlijk fietsen. Het landschap is wat meer open, de weg is rustig en van redelijke kwaliteit, we hebben daadwerkelijk zeezicht en de mensen zijn weer enthousiast over onze aanwezigheid met opgestoken duimen en toeters. Er komt weer een jongetje aanrennen van ver om ons te onderscheppen. Om vervolgens vrolijk te zwaaien. Tja, waar die vijandigheid bij die andere jongetjes vandaan komt, geen idee. Best triest eigenlijk, die zullen vast ergens ongelukkig over zijn.

Larache is ons eindpunt, en we vinden in Hotel España een hele goede deal. We gaan de volgende dag wel weer verder, met enige tegenzin, naar Assilah. Die tegenzin komt door de Lonely Planet, die een aparte paragraaf heeft besteed aan de criminaliteit in dit havenstadje. Voorbereid op het ergste zien wij werkelijk helemaal niets dat anders is aan dit dorp wat betreft criminaliteit dan alle andere dorpjes langs de kust. En we hadden het nog bijna gemeden. Zo zie je maar. Heeft ook best een mooie medina, dat Assilah. Oja: ook hier geldt dat je beter ‘nee’ kan zeggen tegen mannetjes die vragen of je behoefte hebt aan drugs.

En dan is het zo ver: het laatste stukje omhoog fietsen in Marokko naar Tanger. Vanuit Tanger willen we nog naar het oosten fietsen naar Ceuta, maar dat is alweer Spanje. Dus Tanger is onze laatste Marokkaanse bestemming. Uitstekende reden om een luxe hotel te kiezen dus. We hebben een kamer met prachtig uitzicht op het strand, de Straat van Gibraltar en Spanje aan de overkant. Dat kan je dus gewoon zomaar zien, het is echt een kippeneindje. We eten een late lunch in het hotel, en gaan rustig nog even een boekje lezen op de kamer. Genoeg tijd voor Kwin om onwijs ziek te worden van zijn Club Sandwich. De resultaten zijn spectaculair en niet te stoppen. Gelukkig gaat het daarna wat beter en durven we beide de volgende ochtend het ontbijt aan van diezelfde keuken.

We lopen langs de boulevard het centrum van Tanger in op jacht naar een kopje koffie en een goede plek voor ons laatste avondmaal in Marokko. We vinden een leuk tentje dat uitkijkt over het kleine plein, en komen daar ‘s avonds weer terug voor het avondeten. De entourage is iets sjieker dan strict noodzakelijk voor het eten, en er lijkt een dispuut te zijn over welke lepel Kwin voor zijn hoofdmaaltijd nodig heeft. Die wordt verschillende keren door verschillende obers verwisseld, waarna er een discussie ontstaat achter de bar. Deze mooie entertainment complementeert de lekkere maaltijd uitstekend, en mijn warme mudcake in bedje van vanillesaus met bolletje ijs is ronduit spectaculair.

En dan is het opeens onze laatste dag in Marokko. We stappen op de fiets richting Ceuta, en genieten van de prachtige kustweg. Die heeft al een paar stevige heuvels voordat we straks nog even 500 hoogtemeters voor de kiezen krijgen. Vlak daarvoor komen we langs de nieuwe haven Tanger Med, die tussen Tanger en Ceuta ligt. Dan zien we de pas van 500 meter liggen die we over moeten naar Ceuta. We zien ook iedere paar seconden een vrachtwagen langsdenderen. Het lijkt erop dat er in de buurt een werkplaats is, en de vrachtwagens gedragen zich alsof ze de smalle pas 10 keer per dag op en af scheuren.

We hadden natuurlijk vreselijk graag die 500 hoogtemeters gedaan, maar ja hè. Veiligheid eerst. Jammer, jammer. We besluiten te kijken of we een boot kunnen pakken op Tanger Med. Dat blijkt het geval. Het is nog even vreselijk haasten, maar 35 minuten later hebben we de boot gehaald naar Algeciras. Die pas ruim een uur later vertrekt omdat ze nog allerlei vrachtwagens moeten inladen. Oh well. Wij zitten vast rustig te lunchen en bij te komen van het feit dat we opeens Marokko uit zijn.

In Algeciras zien we de eerste kilometer meer publieke prullenbakken dan in heel Marokko. Daarnaast zien we mijn tweede lekke band deze vakantie, en dus ook met deze fiets. Na een bandenplaksessie checken we weer in bij ons NH hotel waar ook de rest van onze bagage nog altijd woont. Om te laten zien wie de baas is laat mijn maag weten ook uitstekend ziek te kunnen worden van Spaans eten, en ben ik uitgeschakeld op het dagje dat we gewonnen hebben door niet via Ceuta te gaan. De volgende dag halen we onze spullen uit de stalling.

Oh. My. God.

Wat een bizarre hoeveelheid meuk! Die we geen seconde gemist hebben in Marokko! Dat wordt nog wat om dat allemaal weer mee te zeulen richting Malaga. En om daar op de Ryan Air vlucht ingecheckt te krijgen.

Het verschil op de fiets is onwaarschijnlijk groot. De bovenbenen beginnen vrijwel meteen weer te branden. Hebben we dit gewicht echt helemaal van Nederland naar Zuid-Spanje gesleept? We zijn weer op pad met onze volledige bepakking, en verklaren onszelf voor gek. Nou goed, die kampeerspullen zijn nog tot daaraantoe. Maar al die kleren! Malaga lijkt opeens nog heel ver weg.

Gelukkig gaan we eerst maar eens naar Gibraltar. Wat we al kunnen zien liggen vanuit ons hotel in Algeciras. We moeten wel aardig omfietsen om wat rivieren over te kunnen steken. Dat brengt ons ook over wat heuvels. Het landschap is werkelijk prachtig, maar mijn god wat is dat bikkelen! Ik durf niet te beweren dat we fluitend de Atlas over zijn gefietst, maar het zat er wel een stuk dichterbij dan bij deze schattige heuveltjes. Met onze tong op de tenen komen we boven, en na zo’n 35 kilometer naar Gibraltar vinden we dat we wel weer een mooi hotel hebben verdiend. Niet in de minste plaats omdat we vandaag maar liefst 8 jaar samen zijn overigens. Dat is minstens zo’n bijzondere prestatie als met een kleine 60 kg ballast per persoon naar Gibraltar fietsen, vinden we zelf.

We doen een dagje Gibraltar. We fietsen de grens over, en maken een rondje. We zijn er met een half uurtje omheen, inclusief stop op het zuidelijkste puntje. Niet zo’n grote rots dus. Het heeft wel een vliegveld, waar de doorgaande weg overheen loopt. Overheen ja. Als er een vliegtuig gaat stijgen of landen dan gaan de slagbomen dicht, en moet iedereen even wachten. We staan er een tijdje verbijsterd naar te kijken. We zijn er nog niet helemaal over uit of we het een geniale of krankzinnige uitvinding vinden. Het is hoe dan ook een teken van het doorzettingsvermogen van de Engelsen. What do you mean, we can’t put an airport crossing the tiny strip connecting our rock to the mainland? It fits perfectly! What’s that? It cuts off all other access to the rock? Oh. Ehm. Well. Ehm. Yes, I suppose that is a wee bit unpractical. Well, I’m sure people won’t mind waiting for airplanes to taxi to one end of the strip and then take off every half an hour or so? Allright then, problem solved!

Naast een landingsbaan dwars op de verbindende strook van het schiereiland heeft Gibraltar een grappig Engelse uitstraling, en een leuke winkelstraat met allemaal cafeetjes. Voordat we daar gebruik van maken zoeken we een fietsenmaker op. Want we hebben zowaar op de valreep een heus fietsprobleem te pakken. Het achterwiel van Kwin loopt aan, en dat lijkt uit de as te komen. Nooit een goed teken. De fietsenmaker schroeft het geheel uit elkaar, laat zien waar het versleten is doordat er een bout niet goed aangedraaid heeft gezeten, en zet het weer in elkaar met nieuwe lagerballetjes en vet. Daarmee zouden we het moeten kunnen redden naar Malaga, denkt hij. Hij heeft helaas geen vervangende naaf om het meteen helemaal op te lossen.

We zijn enthousiast over zijn aanpak, totdat blijkt dat hij het ding zodanig los heeft teruggezet dat het wiel nu instabieler is dan het eerst was. Nou ja, eerst maar eens wat lunch. We spotten nog een aap op een gebouw. Die schijnen daar veel te wonen, op Gibraltar. Waarom is ons een raadsel. Je kunt ze ook apart gaan bekijken op een rots bovenop de rots. Daar moet je dan met een gondeltje heen. Waar je even 10 pond per persoon voor mag neertellen. Gezien we net vrijwel net zo hoog zijn geweest met het rondje fietsen, het uitzicht van alle kanten van de rots al hebben bekeken en het aapjes kijken vanaf het terras minstens zo leuk vinden bedanken we voor die eer. We fietsen terug naar Spanje, en komen nog in een spitsfile bij de douane. Kennelijk is er veel werkgelegenheid op die rots. Dat verbaast ons nogal, omdat alles daar wel veel duurder lijkt te zijn. Waarom zouden mensen daar van alles gaan kopen, zoals een zo’n 100 euro duurdere iPhone 5 kopen (om een geheel random voorbeeld te noemen) als je ook even de grens over kunt fietsen? Toch doen de winkels en bedrijven het daar kennelijk goed. Raar.

‘Thuis’ in Spanje gaan we direct op zoek naar een volgende fietsenmaker. Daar blijkt de volgende ochtend dat de naaf niet alleen wat versleten is, maar ook gescheurd. Die moet toch echt vervangen, ook voor dat kleine stukje naar Malaga. Ook deze fietsenmaker heeft geen achternaaf liggen, maar Kwin vindt er nog wel een in een andere winkel. Die een vrij asociale prijs rekent voor een ‘vintage’ model. En ons later een verkeerde maat velglint verkoopt waardoor we nog een keer op en neer moeten lopen. Uiteindelijk lukt het allemaal, en we kunnen om iets over twee weer vertrekken. Om vervolgens direct te gaan lunchen. In ons lunchtentje wordt een verkoopdag gehouden voor een soort kookmachine die je alleen op afbetaling kunt kopen. Voor slechts 28 euro in 48 makkelijke betaling is ie van jou. Uiteraard is hij tegen die tijd (4 jaar!) allang stuk, was het om te beginnen al overbodig en heeft hij al het dubbele gekost in elektriciteitskosten, maar wat een aanbieding hè! Wel vandaag beslissen hoor!

Het fietsen is vandaag mooi, al is het onverminderd zwaar met al onze bagage. We komen iets minder ver dan we eigenlijk gepland hebben, en tegen de tijd dat we op zoek zijn naar een hotel komen we langs 2 dichte hotels (gesloten, wegens vakantie) en vervolgens een camping. De camping ziet er glimmend nieuw uit, en we weten niet zeker of er nog een open hotel zit op de komende kilometers. En tja, we zeulen die tent nu toch mee. Dus staan we zomaar nog een nachtje op de camping. De slaapzakken zijn een tikkeltje muf en ik kan voor het eerst sinds ons vertrek zeggen dat ik mijn thermo-ondergoed niet voor niets heb meegenomen, maar verder vinden we het allebei weer heerlijk om op de camping te staan. Zonder sarcasme. Lekker buiten, met het geruis van de zee op de achtergrond. En de meest sjieke douches die we tot nu toe op een camping hebben gezien.

Vlak voor die camping zijn we een snelwegachtige weg op gekomen. Het lijkt erop dat ze de rustige kustweg hebben geupgrade naar een racebaan, en geen alternatief voor langzaam verkeer hebben gemaakt. En hoewel we nog veel andere fietsers op de weg zien, blijft het een model vierbaans snelweg zonder los fietspad. Niet echt ideaal voor een romantisch dagje fietsen. En helaas blijft die weg zo tot onze volgende bestemming, Fuengirola. Daar lopen we het eerste de beste gigantische hotel binnen, met uitzicht op zee. We eten prima Indiaas bij een restaurantje van een dame uit Manchester. We kletsen wat, en grappig en interessant genoeg heeft zij een heel vergelijkbare ervaring met India als wij met Marokko. Binnen Europa zijn er verschillen, maar het zijn verschillen binnen hetzelfde kader. Zij kan prima in Spanje wonen en zich toch thuis voelen. Maar India (en Marokko) is echt Anders. Heel bijzonder, maar je voelt je er niet snel thuis als Europeaan. Ik bedoel maar. Hup Europa!

En dan begin je zomaar aan je laatste fietsdag van je vijf maanden fietsvakantie. Het begint goed, met een heerlijk rustig stuk weg. Helaas moeten we het laatste stukje voor de Decathlon weer een stuk over de net-niet-snelweg. De omweg naar de Decathlon legt ons geen windeieren: we mogen de volgende dag terugkomen om twee gebruikte fietsdozen op te halen. Dat is weer een RyanAir probleem minder. Dan is het weer terug naar de snelweg om met de nodige doodsverachting Malaga in te fietsen. We scoren nog een Menú del Día en vinden ons al geboekte hotel. Daar lossen we het probleem van ‘mogen we onze fietsen wel meenemen naar de kamer’ op door ze kalm de lift in de rijden en te doen alsof dat normaal is. Daar gaan ze in bad, zodat ze straks glimmend het vliegtuig in kunnen.

Dat was het dan. Onze laatste fietsdag. Nu hebben we nog twee dagen om voor te bereiden dat we met al onze spullen het vliegtuig in mogen en komen. We vinden een weegschaalhaak (zo’n ding waar je dingen aan kunt hangen en dan ziet hoe zwaar ze zijn) en raken in shock over hoeveel kilo’s we bij ons hebben. We moeten een extra tas kopen bij RyanAir. De totale schade: 3 tassen van 15 kg per stuk, 2 fietsdozen van 30 kg per stuk en 2 stuks handbagage van 10 kg per stuk. Dat is dus 125 kg. Wow.

We gaan met de bus naar de Decathlon en scoren onze twee fietsdozen en een sleutel om pedalen los te maken. Vervolgens ontmantelen we onze fietsen en gaan we los met een rol tape. Voilà, twee ingepakte fietsen in twee gigantische kartonnen dozen. En dan blijkt er geen busje of grote taxi te zijn naar het vliegveld. Na lang onderhandelen mogen we wel de bagagekarretjes van het hotel mee naar buiten nemen met 50 euro onderpand. Dat wordt een mooie tocht naar het metrostation.

Met onze legendarische trip naar het vliegveld volledig voorbereid hebben we nog een extra dagje om door Malaga te slenteren. We hebben al ontdekt dat het een leuk centrum is met een uitstekend crepe-uitgiftepunt en goede koffie. We wandelen nog een museum binnen. Cultuur, check. En nu zitten we de laatste dagen van onze vakantie te bloggen en te genieten van het films on demand systeem van het hotel.

Jeetje. Einde fietsvakantie.

Op naar Nederland!

 

This entry was posted in Fietsen, Marokko, Spanje. Bookmark the permalink.

2 Responses to Uitgefietst

  1. Rikkert says:

    Ha! Dit laatste verhaal had ik nog niet gezien! Blijft een feest om te lezen! Kan niet wachten tot jullie volgende trip, maar eerst even uitpuffen hoor… 😉

    Veel plezier volgend jaar!

  2. Merlijn says:

    Tjonge jonge, wat een belevenissen zo op het laatst… Van harte met jullie 8 jarig jubileum en, naar ik aanneem, is deze vakantie dus geen reden om daar verandering in te brengen… 😉

    Geniet weer even van het saaie Nederland, ben benieuwd naar jullie volgende reis…

Comments are closed.