Home Sweet Home

Na het prachtige uitzicht in het vliegtuig komen we aan in lekker weer. Het is al laat in de avond, maar nog steeds volstaat een shirt. Goddelijk. Er blijkt ook nog een reguliere bus naar het centrum van Santiago te gaan vanaf het vliegveld, en wanneer we uit de bus stappen biedt een jongeman spontaan aan ons langs ons hotel te brengen. We vertellen waar het is en het blijkt 6 blokken om te zijn voor hem. Hij brengt ons alsnog. Zegt dat de meeste buurten wel oké zijn, maar dat je het nooit weet zo ’s avonds laat met allemaal bagage. We hebben vooruit een appartementje geboekt zodat we zelf kunnen koken. Ook dat is een prima plek in een goede buurt dicht bij de metro. Welkom in Santiago!

We gaan meteen aan de slag op het internet. Er zijn verschillende marktplaats-achtige sites met veel auto’s en ook casas rodantes en motorhomes. We mailen ze allemaal. Met uitzonderlijk weinig resultaat. We vinden wel een bedrijf dat van die camperbakjes verkoopt die je in de laadbak van je pick-up kunt zetten. Dus we gaan op weg met de metro en de bus (die hier trouwens uitstekend werken! Iedere 3 tot 5 minuten een metro, vele bussen) naar de juiste buitenwijk.

We kunnen het niet vinden. Het adres (dat we vergeten zijn op te schrijven, d’oh!) achterhalen we wel, maar het bedrijf lijkt daar niet te zitten en de poortwachter van het bedrijventerrein begrijpt er werkelijk helemaal niets van als we proberen uit te leggen naar wat voor bedrijf we op zoek zijn. Toegegeven, dat zou ook aan ons nog niet helemaal optimale Spaans kunnen liggen, maar je zou toch een sprankje herkenning verwachten als ze die dingen op 50 meter van zijn neus zouden verkopen.

Gedesillusioneerd lopen we een andere weg terug naar het busstation, gezellig langs de rondweg om Santiago. Langs de ventweg ziet Kwin een Ford camperbusje staan. Het arme beestje staat op een afgesloten terrein dat nog het meeste weg heeft van een autokerkhof. Er staat nergens een bord met een bedrijfslogo of ‘se vende’, dus dit busje met A-team aspiraties lijkt onbereikbaar. Voor de zekerheid schrijven we het adres op, en keren onverrichterzake terug naar huis. Daar hebben we nog geen nieuwe reacties ontvangen. We beginnen ons wat zorgen te maken dat de tijd tussen kerst en oud en nieuw wellicht niet het juiste seizoen is voor de camperjacht.

Met dat in het achterhoofd en de matige resultaten via internet en mail komen we tot een beangstigende conclusie: we zullen mensen moeten Bellen. In het Spaans. Brrrr. Ik zoek nog een paar handige woorden op, zet nog eens een kopje thee en dan valt het niet meer uit te stellen. De gesprekken lopen ongeveer zo:

  • Merel: Hola. Llamo por el motorhome. Es disponible todavia?
  • Chileen: <woordenstroom>
  • Merel: Ehhh, perdone, mi español no es muy bien todavia. El motorhome? Es disponible?
  • Chileen: Ahhh, el Kombi! Si, es disponible.
  • Merel: Es posible verlo?
  • Chileen: Si… <woordenstroom waarin verschillende tijden genoemd worden>
  • Merel: Ehhh, entonces, es posible verlo mañana? (Si) A que hora?
  • Chileen: A las quatro, o quatro y media… <woordenstroom>
  • Merel: Ah, entonces mañana a las quatro y media. (Si.) Y su direccion es …

Waarop ik gemiddeld 5 keer moet vragen de straatnaam te herhalen (ze slikken graag letters in), en in sommige gevallen moet vragen of ze het willen mailen. Dan hangen we op, zoeken we de straatnaam op in Google maps, en moeten in sommige gevallen nog een keer terugbellen omdat dezelfde straatnamen nog wel eens willen voorkomen in verschillende wijken.

Kortom: ik spreek ondertussen voldoende Spaans om een vraag te stellen, maar mijn vermogen om vervolgens het antwoord te verstaan is nog buitengewoon beperkt. Tikkeltje onpraktisch. Gelukkig bestaat er het concept van de gesloten vraag, waardoor we uiteindelijk aardig wat bezoekjes hebben kunnen afleggen op basis van mijn begrip van de woorden ‘si’ en ‘no’.

Er zijn twee belangrijke categorieën beschikbare campers: nog niet af (maar er wordt aan gewerkt) en ‘gewoon zeer geragd’ (take it or leave it). Deze categorieën worden helaas niet vermeld op de websites, met als troostprijs dat wij Santiago, haar openbaar vervoer en haar buitenwijken zeer goed leren kennen. Je hebt ze in alle kleuren en maten: van semi-krottenwijk naar gated community.

De eerste in de categorie ‘nog niet af maar we hebben een heel mooi plaatje van google geleend voor de advertentie’ is een T2 Volkswagen. Dat zijn hele schattige busjes, al zijn ze wel wat aan de kleine kant. En als het tentdoek dan gescheurd is (si si, sera un nuevo, muy bien), de vuile was van de vorige bewoner er nog in ligt en het interieur gedeeltelijk op straat staat verliest het toch wat van zijn charme. Ze hebben nog een paar andere Combi’s staan in verschillende staten van herstel, maar ze kunnen er maar 1 klaar hebben op 15 januari (over ruim 2 weken) als we nu beslissen. En dan weet je nog niet hoe ze er dan uit zien, of ze dan daadwerkelijk klaar zijn. We keren huiswaarts.

Een andere klassieker is de jongen waar we een afspraak mee maken voor de volgende dag 11 uur. We staan op het adres in een van de minder gezellige buitenwijken, maar geen jongen. Er komt een man aan die duidelijk bij dat adres hoort en van niets weet. Dat blijkt de vader van die jongen te zijn. Hij heeft wel een paar ‘straks zo goed als nieuw’ campers in zijn voortuin staan, maar niet degene waar we voor hebben gebeld. Hij belt zijn zoon, en de conclusie is dat we even moeten wachten. We zitten ongeveer een kwartier in bijzonder ongemakkelijke stilte, afgewisseld door even ongemakkelijke small talk. Waar we vandaag komen enzo. Lastig om beleefd te kletsen over koetjes en kalfjes als je je onwijs aan het ergeren bent dat die gast z’n zoon geen manieren heeft.

De goede sfeer wordt de arme man te veel en hij belt weer naar zijn zoon. Dit keer laat die weten dat we naar hem toe moeten komen. Gelukkig wil de vader ons wel brengen. Het is een paar minuten rijden, en blijkt bij een gasstation te zijn. Die verdienen wat bij door auto’s op hun terrein te laten parkeren/sleutelen. De twee grote accu’s die naast de auto staan vinden wij geen goede voorbode. Ook staat de motor al aan, wat ons doet vermoeden dat hij niet nog een keer zal starten en/of lang moet warmdraaien voordat hij in beweging kan komen. De jongen verontschuldigd zich niet voor het vertragen van de afspraak of het feit dat hij duidelijk nog aan de auto aan het werk is en nooit van plan was geweest daadwerkelijk op het adres te zijn dat hij ons had opgegeven. Ja, met die jongen willen we graag zaken doen.

We rijden een rondje in zijn brakke bolide. Het is een hobbelige rit (zeer enthousiaste vering) en de jongen is wat nerveus omdat de auto uiteraard niet de juiste papieren heeft om al rond te mogen rijden. Iets met een APK… Gezien al deze punten komen we er niet uit met de prijs. Wederom keren wij huiswaarts.

Een volgende topper staat iets buiten de stad. De man wil ons wel komen ophalen van een metrostation, en hoewel we een foutje maken met de exacte locatie vinden we elkaar uiteindelijk. Zijn Chevrolet is van het type ‘uitgewoond’. Twintig jaar oud, waarvan je iedere minuut kunt zien. Het heeft een raar soort platformpje aan de achterkant waar je een brommer kunt stallen en waar een gasfles min of meer vast op gemonteerd is. Binnen is het een standaard camper, met opvallend weinig bergruimte en een badkamertje. Niet ideaal, maar er valt mee te werken. De prijs die wij bereid zijn ervoor te betalen ligt echter weer mijlenver van de vraagprijs. We komen er niet uit. Op dat moment maken we ons even zorgen of we nog terugkomen naar de stad, maar de man brengt ons netjes weer terug naar het metrostation.

We trekken ook twee keer uit naar de welgestelden in de gated communities aan de rand van de stad. Prachtig trouwens, dicht tegen de Andes aan met goed onderhouden tuinen en toch de stad binnen handbereik. De ene is een soort Mi Harlequin. Weten jullie nog? Dat busje dat we in Punta Arenas op straat zagen staan? Een T2 Volkswagen busje met een sixties camperopbouw er omheen. Buitengewoon vertederend. Helaas alleen in Argentinië geproduceerd en zelden in goede staat. Deze is ook niet optimaal rijklaar, met name omdat hij geen APK heeft. En de motor is niet origineel. We proberen een deal te maken waarbij hij nog de APK regelt, maar we worden het niet eens.

De andere optie achter hekken is een gewone VW T2 combi. De vrouw haalt ons op van de metro, een klein uur na de afspraak (*zucht*). Ze hebben hem nieuw bekleed in paarstinten, en de meeste dingen lijken in orde. Al weten ze niet of de keuken het doet (‘we’re barbecue kind of people’), is er een probleem met de benzinemeter en is een ashoes stuk. We rijden een rondje. Het rijdt aardig, al voel je ook in deze Combi iedere hobbel nog een minuut na. Hoewel Kwin geen fan is van het paars doen we een bod. Ze nemen het niet aan. Het wordt wel duidelijk dat de man zijn kindje eigenlijk niet kwijt wil, terwijl de vrouw hem wil verkopen om een familieauto te kunnen kopen voor het aanstaande mensenkindje.

Dan is er nog de man uit het Eco-reservaat, die een Ford camperbusje uit Duitsland heeft geïmporteerd. Wetende wat die dingen in Europa kosten en wat hij er hier voor kan (durft te) vragen is dat een goede business. Prima man overigens, en ook een prima busje. Diesel uit ’92. Geen turbo (max 80 km/u…), wat weinig bergruimte en een Chileense gasfles in een kastje gepropt die je er nooit meer uit krijgt, maar verder is alles aanwezig en functioneel. We twijfelen. Het is verreweg de beste optie tot nu toe, maar de functionaliteit doet ons wat ‘Ikea’ aan. Het ziet er handig uit en het werkt, maar voor hoe lang? En ondertussen is het de prijs van die exclusieve designwinkel van om de hoek.

We zeggen er nog even over te denken. Bij de bushalte op te terugweg kunnen we er niet meer omheen: het zou eventueel kunnen dat het kopen van een busje in Zuid-Amerika niet het beste idee is wat we ooit gehad hebben. Gelukkig kunnen we ook concluderen dat het gezien de omstandigheden nog steeds het meest praktisch is, zij het niet het goedkoopste. Voor en tijdens onze fietstocht hadden we immers geen tijd om een auto in Nederland voor te bereiden en te laten verschepen zodat hij op het juiste moment in Ushuaia zou zijn. En het is ook erg ingewikkeld om een Amerikaanse auto weer kwijt te raken in Zuid-Amerika (legaal kan dat alleen aan mede-reizigers). De filosofische eindconclusie van onze overpeinzingen: ‘oh well’.

Ondertussen hebben we vrijwel dagelijks naar Danag gebeld. Dit blijkt het bedrijf te zijn dat bij het adres hoort waar we de eerste dag het Ford busje hebben zien staan. Die hebben we eindelijk te pakken gekregen, en we hebben de volgende ochtend een afspraak. We besluiten dat dit de laatste zal zijn. Of het is een goed busje en we betalen de prijs, of we gaan toch per openbaar vervoer reizen.

We zijn weer in de buitenwijk van onze eerste excursie. En daar staat hij dan. Ons Ford busje. We dromen even weg bij het visioen van een zwart busje met rode streep. Achter het stuur zit een goudbehangen neger. Naast hem zegt een man met sigaar met een brede grijns ‘I love it when a plan comes together.’ Dan start de themamuziek en genieten wij van de trailer van ons panamericana avontuur.

Wel aardig dus, dat busje. Het heeft alles wat je zou kunnen wensen (koelkast, kookpitten, wastafel, draaibare passagiersstoel, uitklapdak, 2 bedden, cassettespeler, zijraampjes) en dan nog wat meer (magnetron!?!, v8 motor, full-size kraan, warm water). Er is niet heel veel bergruimte, maar wel genoeg. Er starten onderhandelingen, en we komen er bijna niet uit. Op het laatst past hij de truc toe van ‘ja, maar die prijs is natuurlijk exclusief BTW, ik moet ook nog belasting betalen’. Op dat moment al een boeverig argument, zeker gezien hij later nog het lef zal hebben om te vragen of we de factuur nog even willen komen terugbrengen ‘omdat hij liever geen belasting betaalt’.

Maar we komen er dus uit! Het is veel geld, maar het is ook veel busje. We spreken af dat wij die middag meteen het geld overmaken. Dat moet zo digitaal, omdat wij een limiet hebben wat we per dag mogen opnemen, en anders zou het te lang duren voordat we het bij elkaar gepind hebben. Het nadeel is dat het geld een aantal dagen onderweg is. Verder zal hij nog het slot aan de bestuurderskant repareren, de accu’s voor het campergedeelte opladen en aansluiten en de APK regelen. Morgen (vrijdag) komen wij terug en gaan we naar de notaris om het koopcontract te tekenen.

Vrijdagochtend staan wij op de afgesproken tijd enthousiast weer in onze nu favoriete buitenwijk. ‘To tell you the truth Kwin, there was a problem with the lock.’ Ons sterke vermoeden is dat het probleem is dat hij daar de vorige dag te laat mee is begonnen, maar we zijn het erover eens dat het belangrijk is dat hij dat nu repareert zodat ook de APK vandaag nog kan voor het weekend. Hij weet een notaris die ook op zaterdag open is, dus spreken we af voor de volgende ochtend.

Zaterdagochtend staan wij op de afgesproken tijd weer in de ons zo langzamerhand welbekende buitenwijk. ‘To tell you the truth Kwin, nobody does that. Signing the sale document before you have the money.’

Dit valt niet in goede aarde. We hebben er best begrip voor dat je zou willen afspreken om te wachten tot het geld is aangekomen. Maar dat was niet de afspraak. Er werd gesproken van vertrouwen, en wij hebben ook het vertrouwen gehad dat geld over te maken zonder dat we verder iets hebben. (Nou ja, een handgeschreven papiertje met zijn handtekening. Gezien de hoeveelheid stempels die je hier nodig hebt om iets officieel te maken is het bijzonder onwaarschijnlijk dat we daar wat mee kunnen). En hij heeft al twee dagen gehad om zich dat eerder te bedenken. Nu staan wij hier voor de 2e keer vroeg in de ochtend naar excuses te luisteren. Dit voelt als de eerste stap in het duivelse oplichtingsplan waar we in zijn getrapt. Er ontstaat ruzie. Uiteindelijk verlaten wij zeer sceptisch het terrein met een cheque van Gustavo voor het koopbedrag ter garantie. Het schijnt strafbaar te zijn om een ongedekte cheque te schrijven in Chili, maar wij hebben er niks aan om hem aan te kunnen klagen. En we weten pas als of hij ongedekt is als we hem gebruiken.

Het is een prikkelbaar weekend. We doen ons best om vrolijk toerist te spelen, maar we maken ons toch zorgen over een goede afloop met ons geld en busje. De afspraak is nu dat we naar de notaris gaan zodra Gustavo het geld heeft ontvangen op zijn rekening. Ondertussen bellen we iedere dag om de voortgang te horen over de benodigde papieren. Er is een probleem ontstaan met de APK. Doordat ‘iemand’ de importpapieren slordig heeft ingevuld is het busje nu op papier te zwaar voor een reguliere APK, en zou het onder kleine vrachtwagen vallen. Waarvoor we een ander rijbewijs nodig hebben. Wat we niet hebben. Gustavo heeft een ander mannetje ingehuurd om dit probleem op te lossen (dat probleem krijgt straks vast een offer it cannot refuse). Wij voegen dit toe aan ons zorgenlijstje.

Woensdag blijkt het geld binnen. En jawel, dat meldt Gustavo eerlijk en enthousiast en we maken een afspraak voor het tekenen van het contract. Eerst probeert Gustavo dit direct bij de Registro Civil. Hier willen ze dat niet doen omdat ons Spaans niet goed genoeg is om hun vragen te beantwoorden. Gustavo is diep verontwaardigd, maar wij denken dat de mevrouw ons in bescherming nam voor een shortcut waarbij er iets zou kunnen gebeuren wat we niet begrijpen.

Dus vertrekken we naar de notaris. Daar is het een chaos. Bizar hoeveel mensen er iets bij de notaris te zoeken hebben. Je lijkt hier voor ieder (semi-)officieel document tenminste 4 stempels nodig te hebben. Er is een balie en er zijn geloof ik nummertjes, maar iedereen staat toch in de rij. Gustavo loopt langs de rij. Het is allemaal een tijdje wachten, maar dan hebben we ook een contract met stempels, handtekeningen en vingerafdrukken (!!) waarop staat dat het busje van ons is. Excellent!

Om dit te kunnen doen heb je trouwens een RUT nodig. Dat is een soort Chileens BSN, wat je ook kunt aanvragen als buitenlander die iets met de bureaucratie van Chili wil. Het aanvragen van dat RUT was echt een topervaring. Zonder sarcasme! We lopen het gemeentehuis binnen van het centrum van Santiago. We vragen wat we nodig hebben voor het aanvragen van een RUT. We krijgen meteen het formulier en worden naar een balie verwezen. (Oké, het verwijzen gebeurt op traditionele wijze met een wapperende hand en een variatie op ‘ja, daar verderop’, maar je kunt niet alles hebben.) Het formulier heeft minder verplichte velden dan het gemiddelde incheckformulier voor een hotel, en na voorzichtig vragen bij een balie ‘daar verderop’ blijken we aan het juiste adres. De man vraagt vriendelijk om Kwins paspoort en maakt een kopietje. Hij beantwoord geduldig onze vragen en informeert geïnteresseerd waar we vandaan komen. Zijn collega is bezig met een onwaarschijnlijk dikke stapel bonnetjes die een mevrouw net kwam inleveren. Hij biedt ons een snoepje aan. Dan zet onze man een stempel. And just like that hebben wij een legaal persoonsnummer in Chili waar je o.a. een auto mee kunt kopen. Nederland vereist hiervoor een Nederlands rijbewijs.

Omdat we dezelfde dag onze registratie bij de verkeersdienst willen regelen omdat dit sneller kan dan als de notaris het doet, gaan we meteen verder naar een Registro Civil. Een kwartier rijden laten krijgen we van een onverbiddelijke ambtenaar te horen dat als we eenmaal het proces hebben gestart via de notaris, het dan niet meer kan bij de Registro Civil. Dat vinden wij even erg jammer. We gaan terug naar de notaris. Die zegt dat dit onzin is en dat het wel kan. Zij heeft een vriend bij een andere locatie (er is per wijk een Registro Civil) en dan moet die haar maar bellen als er een probleem is. Hmmmm. We vertrekken naar die Registro Civil. De beste man toont geen enkel teken van dat het ooit een probleem zou kunnen zijn om onze auto te registreren. We krijgen een tijdelijk bewijs van inschrijving en kunnen de definitieve over 3 weken in de post verwachten (of een duplicaat ophalen op een ander kantoor, gelukkig).

Zoals Gustavo iedere dag beloofd heeft vanaf onze overeenkomst, zal vanmiddag toch echt die APK er zijn. Omdat we dat nu wel eens willen zien besluiten we te wachten, terug bij ons busje op het autokerkhof. We hebben ruim voldoende tijd om ons busje te leren kennen. Plus het terrein van Danag. En daarna is er nog steeds geen APK. Ze lijken af en toe contact te hebben met hun APK mannetje, en dan schijnt die te zeggen dat hij er zo aan komt. Wanneer ‘zo’ verstrijkt kunnen ze hem vervolgens niet bereiken. Maar morgen. Dan is die APK er zéker. Dus we spreken op tijd af bij Danag zodat we ruim voldoende tijd hebben om de papieren te regelen. Die kantoren sluiten namelijk steeds al om 2 uur ’s middags.

We zijn er donderdag ochtend. Drie keer raden. Geen APK. Hij zal er om 10 uur zijn. Om 11 uur. Om 12 uur. Om half 1. De tijd begint te dringen voor de openingstijd van het kantoor. 1 uur. Half 2. We beginnen rood te zien. Het gaat niet meer lukken vandaag, maar we willen niet weg voordat we die #*%^$@*** APK in handen hebben. Gustavo zit middenin een verhuizing van zijn bedrijf (zoals hij ons graag uitgebreid vertelt als excuus voor vanalles) en wordt nogal zenuwachtig van dat wij de hele tijd op zijn terrein rondhangen.

En dan opeens is er Berto. Die ons aanspreekt in het Nederlands. Dit blijkt een goede vriend te zijn van Gustavo, die als ambitie heeft om (meer?) mee te doen met het bedrijf. En hij heeft in Delft gestudeerd, vele jaren geleden. Zijn Nederlands is nog best wel goed. Hij heeft kennelijk de taak gekregen om ons te entertainen en/of ons weg te houden van het werkterrein, want we gaan met hem eerst een soort lunchdrankje halen bij een tentje langs de weg. (We begrijpen eerst dat de man met de APK papieren daar dan ook langs zal komen. Dat is natuurlijk niet zo.) Daarna gaan we naar het winkelcentrum om een kopje koffie te drinken terwijl we wachten. Het is een gespannen sociale balans. Aan de ene kant lijkt het wel zo beleefd om een gezellig praatje met deze man te houden. Aan de andere kant willen we hem graag bij zijn kraag over tafel trekken en door elkaar schudden tot hij met die APK over de brug komt.

Uiteindelijk lijkt het er dan toch echt niet meer van te gaan komen die middag. Berto brengt ons naar huis, via een fabriek waar hij wat dozen ophaalt en zijn kantoor. We krijgen de belofte mee dat die man van de APK vanavond bij hem langs zal komen en dat hij hem dan persoonlijk bij ons langs zal brengen.

We bellen Berto ’s avonds. APK is er nog niet. Ze kunnen die man niet meer bereiken. Maar die volgende ochtend hè, dat wordt hem helemaal. We maken een afspraak voor 10 uur. Dan zal Berto ons ophalen, met de APK, en dan gaan we de laatste papieren halen, de magische permiso de circulacion. We wachten om 10 uur buiten maar geen Berto. We bellen. Nee ik ben er natuurlijk nog niet, want ik heb de APK nog niet. Kwin komt het stoom uit de oren. Na een moeilijke discussie besluiten we dat we de boel gaan terugdraaien als ze bij de volgende belafspraak niet over de brug komen. Geen leuk moment. We hebben ondertussen al aardig wat wacht-uurtjes in onze bus doorgebracht en zijn er aardig aan gehecht geraakt. En het zal ook weer onwijs veel gedoe zijn om alles ongedaan te maken. En dan hebben we nog steeds geen camper.

Bij het volgende telefoontje met Berto, het loopt ondertussen alweer tegen de 2 uur, geeft hij ons weer hoop. We besluiten er een laatste keer in mee te gaan. Ze zouden nu weer contact hebben met hun APK mannetje, en die zal nu meteen langs de municipalidad gaan zodat hij ons straks alle papieren kan geven. Berto haalt ons op en we gaan op weg naar de wijk van het mannetje. Dat is er weer een van het soort waar je liever niet je leven zou slijten. We wachten een tijdje in de auto.

En dan, jawel! komt het mannetje eraan lopen. Met de APK! Niet de permiso de circulacion. En hij was even niet bereikbaar omdat hij in de gevangenis zat. Tja, dat heb je soms. Maar de APK, die hebben we. Het is nu natuurlijk wel te laat om nog zelf die permiso te gaan regelen.

We zijn er klaar mee. Dan maar een weekendje zonder wegenbelasting. We willen Nu Meteen met ons busje de stad uit. We bevrijden hem eindelijk van het autokerkhof van Danag, en rijden ermee naar ons appartement. Officieel is hij iets hoger dan 2.10 meter. De garage is 2.10 meter. Het past. Net. Maar ja, om ons gloednieuwe busje nou ergens op straat in Santiago te zetten? Nee dank u.

Voor onszelf bevallen de straten van Santiago ons overigens uitstekend. Tussen de bedrijven door hebben we ons ook netjes als toeristen gedragen. We hebben een heuvel/park midden in het centrum beklommen (cool uitzicht, erg uitgestrekte stad), een vast koffietentje gevonden (goede koffie, altijd foute rekening) en een wat grotere heuvel beklommen met een groot mariabeeld bovenaan. Mooie wandeling, mooi uitzicht. Ook hebben we in de wijk Bella Vista rondgelopen. Bijzonder toeristisch, maar erg leuk. Er is een idyllisch pleintje voor de toeristen en verder langs de straat tientallen cafés waar de locals komen en het bier de helft kost. Ik heb een heerlijke pisco sour gedronken en we hebben onze ogen uitgewreven bij het zien van vele kinderen in de stadsfontijn. Die blijken hier dienst te doen als zwembad.

Daarnaast hebben we een wandeling gemaakt langs de huizen waar Ina vroeger gewoond heeft met mijn Opa en Oma. Twee staan er nog, en de straten ertussen geven ook een mooi beeld. Er staan veel jaren 60 en 70 flats, en in veel betere staat van onderhoud dan deze gebouwen vaak in Nederland zijn. Hele typische vormen voor die tijd, die je het gevoel geven even in de tijd terug te zijn gegaan. Het doorkijkje naar de in aanbouw zijnde wolkenkrabber brengt ons terug in het hier en nu.

We vinden het een fijne stad. Het heeft een prettige sfeer, en ook het weer (warm) valt in de smaak. Wel jammer dat ze last hebben van smog. De Andes op de achtergrond zijn altijd net een beetje wazig. Dat schijnt in de winter nog veel sterker te zijn. Maar hoe we ons hier ook hebben thuis gevoeld, we zien er erg naar uit om ons eigen huisje te gaan bewonen. Dus laden we op zaterdag onze tassen in ons busje, rijden heel langzaam uit de bijna te lage garage en rijden linea recta naar de Sodimac. Dit is een soort gigantische fusie tussen de Gamma en de Ikea. Tijd voor een serieuze shopping spree!

We rusten onze bolide uit met o.a. tuinstoelen (al past de term ‘tuinfauteuil’ beter bij deze creaties), beddengoed, keukengerei, schoonmaakmiddel en een partytent. Je weet wel, voor de schaduw. Je moet toch wat als je niet zo’n hippe uitschuifluifel aan je busje hebt hangen. Dan vertrekken we met onze nieuwe inboedel naar een camping een paar uur buiten de stad.

Ons busje rijdt als een droom, en terwijl de v8 onze eerste brandstof aan het verstoken is voelen we ons voorzichtig gelukkig. Als straks op maandag ook de laatste papieren binnen zijn kunnen we pas echt losgaan met ons geluk.

De camping is wat in hippie stijl, maar dat mag de pret niet drukken. We eten wat in het dorp, en slaan zondag grondig aan het schoonmaken. Dan weet je tenminste zeker dat als er een keer iets plakt, het van jouw kookkunsten is en niet iets ondefinieerbaars van een vreemde. Tot onze vreugde blijkt alles het te doen. De koelkast, de magnetron, de kraan, de 12V aansluitingen, de lampen. We stofzuigen (uiteraard hebben we ook een kruimeldief ingekocht) en reinigen ieder kastje en iedere hoek. We richten al onze spulletjes in in de blinkende kastjes. Nu is het busje écht van ons

Op maandag vergeten we de wekker te zetten. Onwaarschijnlijk dom, omdat we nu zelf erg moeten haasten om op tijd bij een Municipalidad te komen om de laatste papieren te regelen. We hebben nog 1,5 uur wanneer we bij de balie staan. Hoewel het ons is gelukt om een beetje goede hoop te verzamelen voor een vlotte afhandeling, zijn we niet vreselijk verbaasd wanneer er 2 problemen ontstaan:
  1. Omdat de auto sinds het importeren nog nooit is aangemeld voor de wegenbelasting hebben we ook de importpapieren nodig voor de inschrijving. Die hebben we natuurlijk niet gekregen van Gustavo.
  2. We blijken niet de juiste verplichte verzekering te hebben, de SOAP. We hebben online de SOAP 2012 gekocht, maar bij nadere inspectie van de print daarvan blijkt die geldig te zijn vanaf maart 2013 tot maart 2014. Logisch, niet?

De verzekering is makkelijk opgelost. Hoewel het theoretisch mogelijk is om de verzekering op te bellen en te laten wisselen, besluiten we voor dat geringe bedrag een nieuwe verzekering te kopen voor de ontbrekende maanden. In een geniale zet van de verzekering en gemeente zit er een mevrouw van de verzekering in dezelfde ruimte voor de verkoop.

Voor de importpapieren hebben we Gustavo nodig. En dan zijn dingen nooit simpel. De gemeente verbaast ons wederom, dit maal in vriendelijk meedenken en digitale vooruitstrevendheid. Ze zullen een scan van de papieren accepteren als wij Gustavo zo ver krijgen dat hij die mailt. Hij gaat er natuurlijk meteen mee aan de slag. 10 minuten later bellen we terug. Al gelukt? Nee, ze zijn de papieren kwijt. Nou, ze gaan zoeken hoor, maar met de verhuizing en alles…

Aaaaaaaaaaaahhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhh!!!

Om een lang verhaal kort te maken (komen we nu mee na 8 a4-tjes) krijgen we de mail met nog een half uur te gaan binnen. Onze auto wordt in het systeem gezet en omdat Gustavo deze eerste inschrijving zelf nog niet eerder heeft gedaan moeten wij nog zijn wegenbelasting betalen over 2012. Dat moet uiteraard bij een andere balie. Die zet een aantal stempels, en met dat papiertje kunnen we weer bij de eerste balie de wegentoestemming voor 2013 aanvragen. Om vervolgens bij de andere balie te betalen en laten stempelen. In onze allesoverheersende vreugde dat dit daadwerkelijk gelukt is zullen we pas een paar duizend kilometer later zien dat de mevrouw voor het document van 2013 een foutje heeft gemaakt en ons Ford busje heeft uitgescholden voor Chevrolet.

Nu start de volgende uitdaging: het vinden van LPG gas. Daar hebben we een aparte tank voor, die het gasfornuis en de verwarming (jep, die hebben we natuurlijk ook) van energie voorziet. Om het een beetje spannend te houden heeft die gastank een Canadese aansluiting. We doorkruisen Santiago nog een paar keer op jacht naar verschillende stations waar ze volgens internet of de mensen bij het tankstation gas zouden moeten hebben. We falen jammerlijk.

Dan nog maar even elders eten, want we willen het niet langer uitstellen. We willen de Panamericana op. Tot nu toe was het een leuke vakantie, nu is het tijd voor de reis!

Eerste stop: Valparaiso.

 

This entry was posted in Chili, Panamericana. Bookmark the permalink.

One Response to Home Sweet Home

  1. Merlijn says:

    Klinkt als een erg ontspannend tripje tot dusver… 😉 Duimen dat die camper het een beetje lekker blijft doen… Veel plezier!

Comments are closed.