Chillen in Chili

We zijn ondertussen al 7849 km, 11 landen en 1 continent verder, en met nog maar 2,5 maand te gaan wordt het al bijna tijd om nostalgisch te gaan terugkijken op onze reis door de Amerika’s. Maar we zijn jullie natuurlijk nog onze avonturen schuldig van de afgelopen 2,5 maand. Time flies when you’re having fun…

Op dag 1 van onze panamericana reis te camper rijden we richting Valparaiso. In het campingboekje hebben we een camping zien staan iets daaronder op een groen uitziende landtong. We zijn woest enthousiast over onze eerste etappe op de panamericana. We zijn eindelijk onderweg! En de weg heet ook nog echt Panamericana! Een kleine 40 km voor de camping komen we op een slechte zandweg. En komen daar ook niet meer van af. We twijfelen steeds harder of deze weg uitkomt op de camping die staat beschreven, en of daar ooit nog iemand komt over deze slechte weg. En of wij daar ooit nog zullen komen. Want hoewel ons busje vrij fantastisch is, kan off-road niet de eerste prioriteit geweest zijn met z’n ruim 3 ton en (achter)tweewielaandrijving.

Het wordt donker, en we stoppen op een open plek in het bos. We zijn ondertussen zo ver dat we daar wel willen gaan staan en morgen zo snel mogelijk terug. We komen uiteindelijk in het donker aan. Eerder zijn we al een keer uitgestapt bij een opening in het bos om te kijken of we daar sporen van een camping kunnen vinden. Dat was niet zo, maar we vonden wel weer het onverlichte bospad. Dat kwam zo’n 100 meter verder uit op een ‘camping’. Als de andere campinggasten er niet hadden gestaan betwijfelen we of we het hadden herkend als zodanig. Er is een hokje met wat WC’s, en na een korte verkennende boswandeling met zaklamp blijken er ook onverlichte douches te zijn. Koud uiteraard.

We slapen verder prima, en we zijn zeer in ons nopjes met hoe dapper ons V8 scheurijzer ons ook weer terugbrengt naar de bewoonde wereld. We rijden via Valparaiso naar Viña del Mar, een mooi kustplaatsje. We stoppen bij een boulevard aan het strand voor een kopje koffie. Dat is heftig genieten. Aankomen met je eigen auto, kunnen stoppen wanneer je wilt, en dan een strandtent vinden met comfortabele stoelen, vriendelijk service en ook nog eens goede koffie. Na deze topervaring maken we een wandeling door de stad, en krijgen we een routebeschrijving naar een LPG tankstation. Kunnen we ook zelf gaan koken. Wij gaan op weg, en worden helemaal horendol van het eenrichtingsverkeer. Daar zijn ze hier fan van, ze zijn ook van mening dat je dat gewoon weet en bordjes overbodig zijn. Wij zien ons dan ook regelmatig geconfronteerd met een rij koplampen en luid getoeter.

Na de nodige U-turns, omleidingen en files hebben we het eindelijk gevonden: een LPG tank met een bediende die na een blik op onze aansluiting bemoedigend knikt en hem aansluit. Een verademing na onze vruchteloze zoektocht door Santiago. De meneer zet de tank aan, en…

hij bleek al vol te zitten. Er gaat nog geen halve liter in. Zo lang gezocht naar een tankstation, rijden we al dagenlang rond met bijna 20 liter gas. D’oh!

Toch overheerst de vreugde: we kunnen nu in ieder geval zelf gaan koken. We gaan direct naar de supermarkt om in te slaan, en ook nog een keer langs de Sodimac voor een 220/110 volt converter.

Dan is het hoog tijd om de camping op te zoeken. We hebben weer een adres, maar het lijkt weer eenzelfde verhaal te gaan worden als de dag ervoor. Van de snelweg af komen we op een hobbelige zandweg. Het is dit keer van korte duur, de weg loopt al snel dood en wordt bevolkt door labiel ogende en agressief blaffende honden. Hmmm. We moeten draaien met weinig ruimte, maar ik durf niet uit te stappen bij het roedel hongerige honden om te helpen kijken. Het lukt uiteindelijk, en na het zorgwekkend wegslippen van de banden komen we er toch nog weg. De camping blijkt aan het einde van een andere zandweg te liggen. Prima plek, en we maken er onze eerste campingmaaltijd van onze reis.

De volgende dag nemen we de bus naar Valparaiso. Deze stad ligt aan de zee tegen een heuvel aan. Onderaan de stad bij de kust is het een typische sleazy havenstad. Niet echt ons ding. Op een pleintje staan een aantal Chinese auto’s ten toon. Grappig, het zijn allemaal merken die we in Europa niet hebben. (Omdat ze niet slagen voor de veiligheidstesten. En misschien wat Europees protectionisme…) Het ziet er allemaal nogal Ikea uit (praktisch, maar je ziet dat het niet duur is en niet lang mee zal gaan). We eten een prima Menu del Día, en wandelen daarna naar boven. Daar is het een compleet andere wereld. Het voelt als een gezellige woonwijk, en alle trappen en terrasvorming geeft het een pittoreske uitstraling. Naast een goed kopje koffie zijn we op zoek naar de beroemde funiculars van Valparaiso, de tramliften die mensen de steile heuvels op en af dragen. Hoewel het een leuke wandeling is en we volgens verschillende kaarten en locals heel dichtbij komen, vinden we geen van beide. Uiteindelijk geven we het op en nemen we genoegen met een blik op een funicular in de verte. We stappen weer op de bus terug. Valparaiso: check.

 

We rijden verder naar La Serena. Daar vinden we een mooie camping aan het strand, boordevol scouts. We doen een dagje strand, waar we gigantische pelikanen zien en hele vieze koffie drinken. In een hotellobby doen we nog een drankje, tot grote consternatie van de bediening. Wat komen wij hier doen en hoe werkt het eigenlijk om mensen een rekening te geven? Bij nader inzien lijkt het of het een privé hotel is voor lokale mensen, maar ja, dat hadden ze dan even moeten zeggen. We bellen nog even rustig met het thuisfront. Erg leuk dat FaceTime, als je langer weg bent. Kan je elkaar toch nog even zien en spreken. Die avond komt er een eindeloze stroom mensen binnen op onze camping en die ernaast. Het zal wel weekend zijn.

De dag erna rijden we naar Chañaral. Daar ervaren we een typisch Chileens probleem bij de camping. De bonnetjes zijn op, dus kunnen we niet op de camping staan. Ja, er is wel plek hoor, maar ze mogen ons geen plek verkopen zonder bonnetje. Maar wij hebben echt geen bonnetje nodig mevrouw. Nee helaas, het kan echt niet. Een sterk staaltje bureaucratie. We krijgen het vermoeden dat het bijzonder streng gaat met die bonnetjes. Je krijgt het echt bij alles, ook voor twee broodjes bij een rommelmarktachtig tentje op straat. We denken terug aan de gigantische stapel papierwerk die een mevrouw kwam inleveren bij de Municipalidad in Santiago toen Kwin zijn RUT aan het halen was. We huiveren bij de gedachte dat er met al die bonnetjes nog wat gedaan moet worden, en dat het iemands baan is om dat te doen. Arme belastingdienst.

We verlaten de mooie camping, en vinden iets verderop een tokkie camping. De locatie is mooi aan het strand, maar de voorzieningen en mensen zijn nogal basis. Van die mensen die hun haar, lege shampoozakjes en oude BH’s in de douche laten liggen. Dat upgrade zo’n ruimte van gewoon geragd naar ranzige zooi.

 


We trekken de volgende dag snel verder naar Parque National Pan de Azúcar. Een prachtige weg! Droog woestijnlandschap met alle kleuren geel en bruin met daarnaast de blauwe zee met blinkend wit stranden. De camping ligt aan zo’n strand. Iedere plek heeft zijn eigen afdakje met picknick tafel en BBQ. Er is veel ruimte tot volgende plek en het uitzicht is heerlijk. Het is warm genoeg om geen last te hebben van de koude douche. We drinken een geweldig koud biertje in onze fauteuils. Boekje erbij, dag compleet.

 

De twee dagen daarna volgen het stramien ‘ochtendwandeling, strandmiddag’. De eerste dag maken we een mooie wandeling door een droge rivierbedding. De vegetatie is woestijnachtig, maar door de beschutting van de kloof groeit er meer dan op andere plekken. De dag erna beklimmen we de ‘Mirador’, een hoge heuvel met prachtig uitzicht over de zee en het strand. Het weer is lekker warm, en na deze zweterige activiteit kunnen we weer welverdiend ontspannen in ons mobiele strandhuisje.

 

We rijden verder naar Antofagasta. Onderweg komen we erachter dat Kwin’s zonnebril kwijt is. We checken de hele auto, maar kunnen hem nergens meer vinden. Jammer. De route is weer een mooie kustweg in droog woestijnlandschap. De stad zelf is niet zo veel aan; een grote havenstad met hier een daar een mooi koloniaal gebouw. We vinden wel een goed Menu del Día bij een strandtent, en iets buiten de stad een camping. Hier krijgen we in het toiletgebouw een eigen hokje met douche en toilet. Geinig, al vinden we dat de douche ook best warm had mogen zijn voor twintig euro. We zijn ondertussen wel goed geoefend geraakt in het koud douchen. Dit blijkt een veel sneller proces te zijn dan de gemiddelde warme douche.

’s Avonds redt Kwin mijn slipper, door de hond te achtervolgen die hem ontvoerd heeft. De slipper overleeft het met minimale schade. Ons deurmatje loopt wat meer knaagschade op. De campingeigenaar kan er hartelijk om lachen, en het zijn immers niet zijn honden die daar op zijn kampeerterrein rondzwerven. Excellente service en inlevingsvermogen dus.

De volgende dag is een plandag. Kwin gaat aan de slag met de kaart en de route voor de komende tijd. Ik schrijf honderd shipping companies en agents aan om onze overtocht van Zuid-Amerika naar Centraal Amerika te regelen. Bijzonder vreugdeloos werk met slechte websites en weinig respons. Aan het eind van de dag doen we inkopen en besluiten we ook te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om nieuwe banden aan te schaffen. We vinden twee bedrijven die onze maat banden verkopen en op voorraad hebben. We geven bij het bedrijf die het beste merk heeft aan dat we morgenochtend terug zullen komen om ze te laten monteren. Daar is het nu ondertussen te laat voor, ze gaan bijna dicht.

We staan om 9 uur ’s ochtends op de stoep van het bandenbedrijf. Oeps, ze blijken toch onze maat banden niet op voorraad te hebben. Kansloos. We gaan naar het andere bedrijf. Ook die blijken bij nader inzien (terwijl ze het de dag ervoor uitgebreid hebben zitten checken) onze maat banden niet in huis te hebben. Onwaarschijnlijk! Dan zoeken we nog even verder, en vinden een derde bedrijf. Die heeft wel onze maat banden op voorraad. Ze hebben deze ochtend alleen geen tijd meer om ze te monteren. ‘Dan had u hier om 9 uur moeten zijn. Toen hadden we nog ruimte.’ We slaken een diepe zucht, en gaan akkoord met plan B: we kopen de banden daar, en laten ze bij een ander bedrijf monteren. Die hebben nu wel tijd. We laden de vier grote banden in en proberen de routeaanwijzingen te volgen. Dit gaat niet heel succesvol. Uiteindelijk vinden we het dankzij de geniale app Citymaps2go. Daar zijn we al de hele tijd op aan het navigeren, en het werkt een stuk beter dan aanwijzingen als ‘bij het grote voetbalveld naar rechts’ wanneer dat voetbalveld niet zichtbaar is achter een muur en huizen.

Bij deze garage is er binnen een autobandenkerkhof. Tot de nok toe gevuld, met nog net genoeg ruimte voor wat apparatuur. Het werk aan de auto’s gebeurt op straat. Eerst wordt de achterkant opgekrikt. De oude banden gaan er goed af. De nieuwe banden niet zo makkelijk op. Ze moeten een binnenband gebruiken. Hoewel we de prijs bij het eerste bedrijf hebben vastgesteld moeten we extra betalen voor de ventielen bij onze banden. Dan beginnen ze de achterbanden weer op de auto te zetten. Waarop Kwin opmerkt dat ze nog niet gebalanceerd zijn. Nee dat is niet zo nodig, vindt de monteur. Wij vinden van wel. Dan blijkt dat ze niet het juiste opzetstuk hebben voor de balanceermachine voor onze banden, wat verklaart waarom de monteur het niet zo nodig vindt. We eisen toch balanceren. Dat is beter voor de banden en zat bovendien in de afgesproken prijs. Na veel discussie en nog meer wachten (waarbij wij ze op gepaste intervallen helpen herinneren dat ze hun volle aandacht bij onze banden zouden hebben) is de oplossing dat de monteur met de banden naar een ander mannetje gaat rijden om ze daar te laten balanceren. Kwin rijdt met hem mee. Het station van ‘trust but verify’ is allang gepasseerd. Tijd voor micromanagement.

Enige tijd later komen ze terug. Gelukt! Nu de volgende twee banden nog… Ondertussen is het lunchtijd, en smeren we een broodje in onze opgekrikte auto. Dan vertrekt Kwin weer met onze supermonteur voor het balanceren van de voorbanden. Maar zoals we al zeiden. Lunchtijd. Dus het balanceermannetje is opeens dicht. Sterk staaltje organisatie, dat ze dat zo goed met elkaar hebben afgestemd. We wachten. Zij bellen. Af en toe. Uiteindelijk krijgen ze hem weer te pakken. Hij zal terugkomen. En doet dat ook daadwerkelijk! Rond een uurtje of twee is onze auto eindelijk voorzien van vier nieuwe, gebalanceerde sloffen, en kunnen op weg naar San Pedro de Atacama.

De weg daar naartoe is prachtig. Het is puur woestijngebied met woeste rotsen en haarscherpe duinen. Doordat we zo laat zijn zien we ook nog een spectaculaire ondergaande zon over dat alles. Mooi hoor.

Het is dus ook al donker wanneer we San Pedro de Atacama binnen komen. Dit blijkt een onwaarschijnlijk toeristisch stukje aarde. Met matige campings. De eerste lijkt goed, maar is vol. De tweede is een volle parkeerplaats met vieze voorzieningen. De derde heeft stampende muziek opstaan. Die zal snel ophouden hoor. Zo rond 2 uur ’s nachts. De volgende is een hippiecamping. De parkeerplaats waar we kunnen staan is wat gezelliger dan de vorige optie. Het is laat, we zijn moe, we hebben honger en we zijn er klaar mee. Kwin zet zich over zijn hippie-aversie heen en we parkeren. En inderdaad, er lijkt sprake van enige hippiehypocrisie: de aarde redden gaat beter zonder de carbon footprint van reizen door Zuid-Amerika, en de ‘alles zo goedkoop mogelijk’ mentaliteit strookt niet helemaal met de vele dure telefoons die in het keukenblok aan de oplader hangen. Een ander nadeel van deze camping is dat de douches alleen ’s ochtends water hebben en dat er ’s avonds mensen blokfluit spelen. We besluiten de volgende dag zo snel mogelijk op zoek te gaan naar een andere camping.

Gelukkig hebben we voor het zoeken van een andere camping wifi nodig, dus kunnen we onze eerste prioriteit met de tweede combineren: een kopje koffie. We vinden een hele aardige aan een leuk pleintje. Hét pleintje, want zo veel heeft San Pedro de Atacama niet om het lijf. Op Tripadvisor staat een camping aangeraden die we gister nog niet hebben gezien. Een toerist waarschuwt wel dat het echt vijf hele minuten lopen is naar het centrum. Onverlicht! We denken deze gruwel wel te kunnen doorstaan, en komen even later aan in een klein paradijs. Er is ruimte. Er is rust. Er is een verwarmde badkamer. We weten niet hoe snel we terug moeten om onze bus op te halen en te verhuizen. Terug op de hippiecamping blijkt ons matje voor de deur gejat. En vijf meter verderop voor hun eigen deur weer neergelegd. REALLY?!??? Was het niet duidelijk dat de camper met uitgeklapt dak en matje bijna onder de auto in gebruik was, inclusief dat matje? Sjongejongejonge.

We halen ons matje weer op en rijden snel weg. De opluchting is groot wanneer wij en ons busje veilig en rustig op de eco-camping staan. Vervolgens trekken we het dorp weer in (vijf hele minuten lopen) op zoek naar een tour voor de Tatio Geysers. Dat schijn je ook met een eigen auto te kunnen doen, maar dat is wel twee uur erg slechte weg. En ze raden aan het vroeg in de ochtend te doen. (Wat hebben tours daar toch mee?) Niet het moment om zelf te gaan hobbelen. Na in een paar kantoortjes vrijwel hetzelfde verhaal te hebben gehoord kiezen we voor een wat duurdere die zegt het net wat anders en beter te doen dan de rest.

Met de tickets op zak (vertrek: half 5 des ochtends) lunchen we rustig op de camping, en vertrekken daarna naar de Valle de la Luna. Dat is een van de vele gebieden op aarde met woestijn en rotsen dat naar de maan en haar landschap vernoemd is omdat het zo exotisch klinkt. We vinden het wel aardig. Het is inderdaad een mooi gebied, maar we vonden de rit naar San Pedro inclusief ondergaande zon eerlijk gezegd indrukwekkender.

Naast het natuurschoon bewonderen we ook drie rotsen die op drie Maria’s zouden moeten lijken. Tja. Misschien als je je ogen bijna dichtknijpt en je hoofd 30 graden naar links kantelt. We maken nog een leuke wandeling langs een gigantische duin met messcherpe rand, en worden daar een tijdje gezandstraald terwijl we wachtend op de ondergaande zon. Daarna gaan we maar snel naar huis voor het eten en ons bed. Morgen moeten we al vroeg genieten van het hoogste thermische veld ter wereld.

Het is heel erg vroeg, vier uur. Ons tourbusje is iets te laat, en daarna gaan we nog uitgebreid het centrum in om andere mensen op te halen. Wanneer ze klaar zijn met hun ronde tellen ze hun schapen en blijken er twee te missen. Ze hebben er twee laten staan bij een hotel waar we al zijn geweest. D’oh! Dan volgen er twee uur hobbelige slaap in een busje met weinig beenruimte. Het is al aardig licht wanneer we bij de Tatio Geisers aankomen. We starten (niet als enige, zoals wel gesuggereerd bij de verkoop van deze duurdere maar betere tour) in het zuiden van het thermische veld. Er zijn verschillende borrelende creaties, van kleine vijvers tot kokende fonteinen. Tijdens het ontbijt (er is niet genoeg beleg) komt eindelijk de zon over de bergkam. We beginnen langzaam te ontdooien. En we komen gapend tot de conclusie dat we die geisers minstens zo mooi vinden bij daglicht. We maken nog een stop bij wat rotsen met een soort konijnen met een lange staart. Daarna is er tijd om te dobberen in het natuurlijke zwembad.

Kwin kan een thermisch bad nooit weerstaan, en we hijsen ons in badpak (koud) en laten ons zakken in het water (lauw). We verplaatsen ons op zoek naar iets warmere stromen en kunnen daar vervolgens niet blijven (heet). Tijd om weer aan te kleden en verder te rijden langs een pittoresk dorpje. Omdat onze gids ons (ongevraagd) wat meer tijd wilde geven bij de geisers (lees: slecht timemanagement heeft gevoerd) hebben we alleen tijd om even te stoppen langs de weg en van daaruit het mooie kerkje te fotograferen.

Kwin vat onze ervaring van de Tatio geisers weer accuraat samen: ‘ze waren wel aardig’. Het was zeker mooi, maar niet spectaculair met hoge spuiters of iets dergelijks. En we vonden het zeker de moeite waard, maar niet zo vroeg. Conclusie: bezoek ze op je gemak met je eigen auto. Maak eerst een lekker ontbijt, en neem dan alle tijd om de slechtere wegen rustig af te leggen. Geniet van het uitzicht door er rustig (en ik neem aan vrijwel alleen gezien alle tours ’s ochtends gaan) doorheen te wandelen. Smeer een lunchbroodje en neem de andere weg terug langs mooie cactussen en minuscule dorpjes. En geniet vervolgens van de rest van je middag zonder slaapgebrek van een kopje koffie op het centrale plein. Topervaring!

We hebben nog een dagje rust in San Pedro, en gebruiken die om onze padrón op te halen bij de lokale Registro Civil. Hebben we eindelijk het eigendomsbewijs van ons busje in handen. Verder checken we het museum over de geschiedenis van het gebied (voorlopers van de Inca’s, slim gebruik van water in de woestijn), doe ik nog wat onderzoek naar de shipping mogelijkheden voor onze camper en pleegt Kwin nog wat auto-onderhoud. En drinken we uiteraard een kopje koffie in het centrum.

Bij vertrek de volgende dag horen we een raar geluid in de motor. Kwin doet de motorkap open om te kijken. En Kwins zonnebril valt uit de motor op de grond. Een paar kleine beschadigingen, maar nog prima bruikbaar en niet verbogen! Een klein wonder na vele honderden kilometers. Het rare geluid verdwijnt vervolgens spontaan, en we rijden naar Calama om daar boodschappen te doen voor onze rit naar Bolivia en Uyuni. We willen nog een kopietje maken van onze padrón, en terwijl ik de autopapieren sorteer zie ik dat op onze permiso de circulacion (bewijs waarmee je met de auto de weg op mag) een fout staat: het merk is Chevrolet in plaats van Ford. K**. Het zou best eens kunnen dat dat een probleem wordt als we de grens over willen.

We proberen het bij de Municipalidad van Calama. Daar kunnen ze niets voor ons betekenen. Dan proberen we de Municipalidad te bereiken die onze permiso heeft uitgegeven. Na een paar keer verkeerd te zijn doorverwezen krijgen we iemand aan de lijn van de balie zelf. Die zegt dat we langs moeten komen voor een nieuwe permiso. Het blijkt niet mogelijk om die op een ander kantoor op te halen. Uiteindelijk besluiten we genoegen te nemen met een screendump die de mevrouw van haar systeem heeft gemaakt van dat ze de fout hersteld heeft. Terwijl ze die naar ons mailt drinken wij ons verdriet weg met een uitstekend kopje koffie in het winkelcentrum. En als we daar dan toch zitten bestellen we ook een Menu del Día.

Omdat het ondertussen te laat is om verder te rijden gaan we op zoek naar een camping. Die vinden we iets buiten het centrum, achter een mooi huis met zwembad. Terwijl we rustig een biertje drinken naast ons busje komt er een lama voorbij gesprint. Wat een bizarre beesten. Die zijn zeker niet ontworpen voor elegante snelheid. We brengen ook nog onze was weg om later die avond weer op te halen, en dan zijn we helemaal klaar voor het avontuur van onze eerste grensovergang de volgende dag.

We vertrekken op tijd uit Calama, en nemen pas richting Uyuni. De weg naar de grens is eerst verhard, daarna niet meer. Toch kunnen we nog aardig doorrijden. En het uitzicht is spectaculair. We kronkelen rustig omhoog langs prachtige hoogvlaktes en indrukwekkende rotsformaties. De hoogvlaktes doen hier hun naam zeker eer aan: we gaan tot 4000+ meter. Het is nog redelijk droog woestijngebied, met hier en daar wat groen. We lunchen bij een kleine zoutvlakte, en in de namiddag komen we bij een piepklein en grotendeels verlaten bergdorpje. Dit blijkt de grens te zijn. We hebben het niet nagezocht, maar dit zou best eens de hoogste grenspost ter wereld kunnen zijn.

Terwijl we wachten op het douanepersoneel om Chili te kunnen verlaten hebben we tijd om het land te evalueren en onze conclusies te trekken.

We hebben erg van Chili genoten. De natuur is prachtig, de mensen doorgaans aardig en het weer meestal goed. De sfeer is prettig, en hoewel er duidelijke cultuurverschillen zijn is het toch stiekem Amerikaans genoeg om ons als westerling op ons gemak te voelen. Het snelle en moeilijk verstaanbare Spaans is al snel vergeven en vergeten in een gigantisch winkelcentrum met alle bekende ketens, en de 3 literflessen cola doen goedwillend glimlachen om die rare Amerikaanse gewoontes.

Er zijn twee dingen die ons vooral bij het kopen van dingen minder kunnen bekoren. Hoewel de winkels van buiten en de producten daarbinnen duidelijke USA trekjes vertonen, zijn de processen daar omheen vaak traag, bureaucratisch en niet klantvriendelijk. Zo kan je vrijwel alles kopen wat je hartje begeert, maar kost het al snel richting een uur om dat af te rekenen. Er vormen zich eindeloze rijen, doordat de kassamedewerkers voor bijna iedere handeling de kassasupervisor moeten oppiepen om toestemming te geven. Is er een korting op een artikel? Supervisor nodig. Per ongeluk een artikel te veel aangetikt? Supervisor nodig. Betalen met cheque of kortingsbon? Supervisor nodig. En natuurlijk kan je ook het saldo je mobiele telefoon bij de kassa laten opwaarderen (telefoonnummer 3 keer herhalen, intypen, ondertekenen). En doet het mannetje die de snoeren afmeet in de winkel het papiertje met het soort en de prijs er met zoveel tape omheen dat het onleesbaar is en de kassamedewerker er een stanleymes bij moet pakken en het tape er stukje bij beetje voorzichtig af moet halen.

Vervolgens heeft de persoon voor jou natuurlijk een bonnetje op naam nodig (invoeren, supervisor), en krijgt iedereen hoe dan ook 3 bonnetjes per aankoop mee. Die vervolgens nog een keer gestempeld worden door de beveiligingsmedewerker bij de deur. En dan sta je buiten en realiseer je je dat je iets vergeten bent. Dat zijn emotionele momenten.

Naast dit gebrek aan efficiëntie ontbreekt ook de extreme servicegerichtheid van Amerika. In de grote ketens uit zich dat met name in dat ze de processen niet aanpassen maar dat de mensen zich hebben aangepast (ga met zijn tweeën boodschappen doen. De ene persoon gaat vast in de eindeloze rij staan bij binnenkomst terwijl de ander het mandje steeds verder vult). In de kleinere winkels en werkplaatsen komt dit neer op werkschuwe beunhazerij. En dat is prima, zolang er ook beunhaasprijzen worden gerekend. Maar de prijzen in Chili zijn minstens even hoog als in Nederland, en dan verwachten wij toch net wat meer.

Maar dat zijn kleine ergernissen waardoor je denkt dat je er misschien toch niet zou willen wonen, terwijl het er verder geweldig toeven is. Wij vinden het een fijn land, en komen zeker nog een keer terug om het gedeelte te zien wat we nu hebben overgeslagen tussen Punta Arenas en Santiago. Toch al snel bijna de helft, dus dat wordt weer een mooie lange vakantie 🙂

Chili: check. Op naar Bolivia!

This entry was posted in Chili, Panamericana. Bookmark the permalink.

3 Responses to Chillen in Chili

  1. Jaap says:

    Leuk verhaal weer jongens en gave fotoos. Nodigt uit om zelf ook eens die kant op te gaan. Kijk uit naar jullie Boliviaverhaal.
    Veel plezier nog de rest van de trip en ride safe.

    Groeten

  2. Merel says:

    Ha Merlijn! Nou Bolivia beviel uitstekend hoor, we zijn ondertussen al in Mexico… (ben druk bezig met een blog-inhaalslag).
    En wij zijn zeker niet van de cappuccino af. We hebben wel geleerd ons goed te orienteren alvorens te bestellen. Het proces is als volgt:
    – Controleer of er een degelijke koffiemachine achter de bar staat. Zo niet: wegwezen
    – Vraag of de cappuccino met melk of slagroom wordt gemaakt
    – Vraag of de cappuccino in een groot glas of kleine beker wordt geserveerd
    – In geval van slagroom (bah) en/of groot glas (te veel melk): bestel een cortado (expresso met klein beetje melk)
    – Overige gevallen: bestel cappuccino
    – Trek een kritisch gezicht en bespreek serieus in welke mate er valt te genieten van dit exemplaar. Belangrijkste elementen: goede koffie/melk verhouding, koffiesmaak (niet bitter, goed aroma, je kent het wel) en caffeine-effectiviteit

    🙂

  3. Merlijn says:

    Ik vind NL wel eens burocratisch maar als ik dit dan lees. 😉
    Wel fijn dat jullie camper zo goed bevalt, daar ben je straks zo aan gehecht dat hij mee moet naar NL…

    Heel veel plezier in Bolivia (en al wat volgt)

    Ps, zijn jullie inmiddels al helemaal cappucino af? Of is de koffie hier gewoon beter?

Comments are closed.