Deel 1: Prachtig Peru

De grensovergang om Peru in te komen verloopt iets minder soepel dan de vorige, al is het alsnog binnen twee uurtjes gedaan. Nadat we alle benodigde stempels hebben van Bolivia vragen we aan een agent waar we moeten zijn voor de Peruaanse administratie. Hij wijst drie kantoortjes aan waar we langs moeten. In het eerste kantoor wil de man ons (officiële) duplicaat van ons eigendomsbewijs (padrón) niet accepteren. We houden vol dat dit het officiële document van Chile is. Hij laat een printje zien met de regels waarop staat dat kopieën niet geldig zijn. Op zoiets hadden we niet meer gerekend nadat we succesvol Chili uit en Bolivia in waren gekomen.

Uiteindelijk zegt hij dat we dan eerst maar naar kantoor nummer twee moeten gaan. Dat blijkt de douane voor personen. We vullen een entree-strookje in en zijn weer wat stempels rijker. Terug naar het eerste kantoor. De man heeft inmiddels besloten dat hij uit de goedheid van zijn hart een uitzondering zal maken. Hij voert onze gegevens in. Het duurt even. Hij heeft die blik van geconcentreerde verwarring met geknepen ogen van een digibeet waarmee hij steeds van het scherm naar het toetsenbord en weer terug kijkt. Uiteindelijk volgen een printje en een paar stempels, en ons autopaspoort voor Peru is compleet. Hoewel we dachten dat zijn eerdere houding over ons eigendomsbewijs een aanloop naar steekpenningen was wenst hij ons alleen nog een prettige reis.

We gaan naar kantoor nummer 3. Daar vult een agent onze gegevens (nogmaals) in. In een groot boek, met de hand. Hij bestudeert onze papieren, en komt tot de juiste conclusie dat we geen internationale verzekering hebben. Die blijkt wel verplicht in Peru. Helaas is het zondag, en kunnen we die niet daar aan de grens kopen. Wat we wel kunnen doen is die verzekering zo snel mogelijk in Puno aanschaffen, wat niet veel verder is. Dat is natuurlijk wel een overtreding. En het is voor ons eigen risico. Er volgt een verwarrend gesprek van bijna 10 minuten waarin de bovenstaande dingen een aantal keer herhaald worden en beide partijen hun best doen om elkaar niet te begrijpen terwijl ze wel weten waar het heen gaat. We doen een onschuldige poging tot vertrek met ‘si, nuestra responsibilidad, muchas gracias’. Waarop hij iets zegt in de trant van ‘maar wacht eens even, het is wel een overtreding’. Het is net als die spelshows waar je geen ‘ehh’ of ‘ja’ of ‘nee’ mag zeggen, alleen is hij de kandidaat die geen ‘steekpenningen’ mag noemen. Kwin geeft hem 5 euro. Hij slaat snel zijn boek dicht over deze ‘boete’ en wenst ons een goede reis.

We maken wat kopietjes van onze nieuwe documenten, en komen in dat winkeltje twee Zwitsers tegen. Philip en Nadine zijn op huwelijksreis met hun Landcruiser plus daktent, die ze vanuit thuis hebben laten verschepen (zie www.south-to-north.com). We wisselen wat informatie uit, onder andere dat zij helemaal niet naar kantoor nummer drie zijn geweest (er ook niet naar zijn verwezen). Dat bevestigd ons vermoeden van de functieloosheid van het handgeschreven boek van onze corrupte vriend. Onze Zwitserse vrienden hebben coördinaten van een hotel in Puno waar je kunt staan. We zullen ze die avond dus weer tegenkomen.

In Puno is het carnaval. Dat gaat hier meer om de goede intentie dan de goede muziek en geniale choreografieën. Uitgebreid uitgedoste mensen hossen dapper doch duidelijk vermoeid de laatste meters van hun tocht. In het centrum vinden we naast het carnaval ook een grote supermarkt! Wat een luxe na Bolivia, waar de enige plek waar je fatsoenlijk pindakaas kon kopen La Paz was. We slaan grondig in, en gaan daarna op zoek naar het hotel. We rijden eerst nog wat verkeerd, maar dan staan we ook bij een 4-sterren hotel op het grasveld. Samen met onze Zwitsers en wat lama’s. We klappen onze tuinfauteuils uit, pakken een koud biertje uit de koelkast en genieten van het uitzicht over Puno in baai rechts en het Titikaka meer links. Lang niet slecht. Er is nog een ander minder hoogdravend schouwspel, dat Kwin eloquent van ondertiteling voorziet: ‘Hee, die ene lama neukt die andere lama.’

Hoewel we net boodschappen hebben ingeslagen besluiten we dat we ons te lui voelen om te koken. Het hotel heeft een restaurant met een mooi uitzicht en een leuk menu. We eten samen met Philip en Nadine, en bespreken de shipping van Zuid-Amerika naar Centraal Amerika. Zij hebben zich ook al een breuk gezocht naar een mogelijkheid vanuit Ecuador, en nog niet gevonden. Nu kijken ze serieus naar opties vanuit Colombia. Klinkt ons bekend in de oren. Zij hebben met hun daktent een ‘high cube’ container nodig, maar we spreken af dat we bij onze leads gaan informeren wat de kosten zijn om te kijken of we toch samen een container kunnen regelen.

De volgende dag rijden we naar Cusco. Het aantal kilometers valt mee, maar er zijn Heel Veel Bochten. De omgeving is heel groen, wat duidelijk een gevolg is van veel regen. We stoppen nog bij een gasfabriek om te kijken of we onze gastanks kunnen bijvullen. Philip en Nadine krijgen hun losse 1,5 liter tankje vol, maar voor onze megatank onder de auto blijken ze ook bij het LPG station verderop niet de juiste connector te hebben. (Bijna twee maanden verder is het ons nog steeds niet gelukt om bij te tanken, en is de tank ook nog steeds niet leeg. Wie had dat ooit gedacht.)

De buitenwijken van Cusco stellen niet veel voor, maar het oude centrum is prachtig. We doen een vrij uitgebreide en niet vrijwillige tour door de koloniale straten, op zoek naar de camping. Die straten zijn overigens beter geschikt voor paard en wagen dan dikke American Style Ford busjes. We passen hier en daar maar nauwelijks tussen de twee stoepen. Na het combineren van verschillende bronnen (GPS met juiste coördinaten maar geen kaart, Citymaps2go app zonder campinglocatie maar met straten en onze locatie, en GPS op laptop met kaart en juiste coördinaten maar niet de huidige locatie) vinden we na ruim een uur toch de camping.

Dat blijkt een zompig modderveld. Omdat onze Zwitserse vrienden goed zijn uitgerust met o.a. een winch voorop de auto doen we toch een poging om binnen de hekken op het ‘gras’ te parkeren. Geheel toevallig verklaren wij ons perfect tevreden met onze parkeerlocatie op hetzelfde moment dat de achterwielen beginnen te slippen. We leggen wat planken uit om van onze deur naar de badkamer te kunnen met minimale modder. Dat zou aanzienlijk makkelijker geweest zijn met de deur aan de andere kant, maar ja, we stonden nou eenmaal al perfect geparkeerd hè. We sluiten de dag in stijl af met een biertje en een uitstekende Hollandse maaltijd van kipfilet, broccoli en aardappelpuree.

Voor de volgende dag hebben we een efficiënt plan. ’s Ochtends gaan we eerst met z’n vieren langs het reisbureau. Daar boeken we een pakket met een trein voor diezelfde middag naar Aguas Calientes, een overnachting aldaar, toegang tot Machu Picchu voor de dag erna en een trein terug die middag. Daarna drinken we een kopje koffie in Cusco, gaan terug naar de camping om wat spulletjes te pakken voor onze trip en dan gaan we op weg naar dat mysterieuze Machu Picchu!

De mensen van het reisbureau blijken daar anders over te denken. Ze zijn zo lang bezig zijn met het voor hen zo goedkoop mogelijk regelen van de treintickets dat we de trein uiteindelijk niet meer zullen halen. Ze beweren dat het aan de website ligt. Die is inderdaad regelmatig offline. Ze beweren ook dat er geen andere manier is om treintickets te kopen dan via die website. Daar geloven we bijzonder weinig van. Zeker gezien ze al verschillende malen hebben gezegd dat ze de treintickets hebben, en er ook al meerdere keren iemand weg is gelopen met contant geld (om de website contant te betalen zeker?). Uiteindelijk houden ze ons twee uur aan het lijntje in hun koude hol, met af en toe een vraag als ‘het was voor morgen he?’. Dan concluderen ze dat het niet mogelijk is om dit te regelen, en verlaten wij geërgerd hun winkel met alleen wat koude tenen rijker. Om die mensen te klieren stappen we demonstratief het reisbureau naast hen binnen.

Dat is een verademing. De mevrouw luistert naar onze wensen, en zegt vervolgens dat we eerst samen naar het station zullen gaan om zeker te weten dat we de treintickets hebben (juist ja, zonder die website dus). Helaas staat er bij het station een te grote rij, en we besluiten toch om pas de volgende dag te gaan. Dan nemen we een vroege trein, hebben nog wat tijd voor de thermische baden in Aguas Calientes, slapen daar, en gaan dan in alle vroegte naar Machu Picchu. Ten slotte gaan we dan met de middagtrein terug, zodat we die rit ook bij daglicht hebben.

Met dat geregeld gaan we de rest van de dag van het oude centrum van Cusco onveilig maken. De eerste stap is uiteraard het opspeuren van het café dat volgens onze moddercamping de beste koffie heeft. We vinden het, en ze serveren niet alleen uitstekende koffie, maar ook prima lunchhapjes en worteltaart. Verder wandelen we door de straten, kopen wat souvenirs in en genieten van de oude gebouwen met mooie details. We sluiten ons stadsbezoek af met een drankje op een balkon met uitzicht over het Plaza des Armes (yum, frozen limonada), en lopen dan rustig terug naar onze camping op de heuvel.

Het is vroeg dag, de volgende ochtend. We worden van de camping opgehaald en naar het treinstation gebracht. Daar krijgen we een drankje om ons te compenseren voor het feit dat de trein ‘vandaag niet’ vertrekt van dit station, maar vanaf een station bijna de helft van het traject verderop. In plaats van luxe treinstoelen worden we in kleine bussen met weinig beenruimte gepropt. Niet zo netjes, er zijn ook bussen te regelen die het comfort van de trein beter benaderen. Zeker gezien het volledig duidelijk is dat dit een ritueel is. Dit zijn geen ad hoc regelingen voor het plotseling buiten dienst zijn van het spoor. Dat spoor is al weken of maanden niet meer in gebruik.

Wanneer we eindelijk in de trein zitten is het echter puur genieten. De stoelen zitten goed, de ramen zijn groot en schoon en het uitzicht uit die ramen is nog veel schoner. Wat een prachtige treinrit! Door een groen dal naast een kolkende rivier. Het geluk is compleet wanneer we een tijdje moeten wachten op een station op een tegemoetkomende trein, en er tijd is om een kopje koffie te halen op het perron. En dat koffietentje op het perron in het midden van het niets blijkt een van de beste koffies van de afgelopen tijd te schenken. Sjongejonge wat een rijkdom.

We dansen de trein uit in Aguas Calientes, en hebben ondertussen al veel mooi regenwoud-achtig bos gezien en terrasvorming met muurtjes die best eens heel oud zouden kunnen zijn. We worden netjes opgewacht door een mevrouw van ons hotel. Het hotel zelf valt minder in de smaak, je voelt en ruikt dat het gebouw nooit helemaal droog is. Maar we hebben een eigen badkamer, bed en antieke tv, dus het gaat wel goedkomen die ene nacht. We gaan eerst maar eens lunchen. We hebben twee gratis maaltijd-bonnen gekregen van het reisbureau, en vinden ons restaurant aan de schuimende rivier. Het is echt onvoorstelbaar hoeveel water daar verplaatst wordt. Het uitzicht blijkt wat indrukwekkender dan het eten.

Daarna halen we onze zwembroeken op en lopen in de regen naar de warme bronnen. Daar huren we nog een paar handdoeken. Die hebben we niet in onze dagrugzakjes gepropt en de mevrouw van het hotel zegt met onklantvriendelijke stelligheid ‘una toalla por persona’ op ons bizarre verzoek voor eentje extra. Bij de baden betreuren we het dat we onze slippers niet bij ons hebben (viezige kleedhokjes). De verschillende baden zijn wel bijzonder ontspannen. Naast een rivier hebben ze een paar zwembaden gemaakt met verschillende temperaturen, en als je naar de bar zwaait komt er iemand je bestelling opnemen. Kwin probeert ook de douches die rechtstreeks uit de rivier komen (ijskoud). Dat wordt een korte ervaring, gevolgd door een snelle sprint en een lange periode in een warm bad.

’s Avonds wachten we eerst op onze gids. Het reisbureau heeft gezegd dat die langs zal komen om met ons af te spreken hoe laat we de tour doen. Dat blijkt wat optimistisch, de gids komt ons vertellen hoe laat zijn tour, met nog zo’n 15 andere mensen, vertrekt (zoals alle tours voeg, 6:30). Oh well, de tijd komt ons prima uit. We houden ondertussen een schuin oog op een andere gids die hetzelfde aan het doen is. Dat is namelijk een van de mannetjes van het kwaadaardige reisbureau. Spijtig dat we in hetzelfde hotel zijn geëindigd als dat zij aanbieden, maar fijn dat zij er in ieder geval niets aan verdienen.

Na deze afspraak eten we bij een gigantisch en vrijwel leeg restaurant. We denken eerst dat we net wat te vroeg zijn voordat de grote tourgroepen aanschuiven aan de lange gedekte tafels, maar die laten zich de hele avond niet zien. We zitten weer mooi aan de rivier en naast onze tafel staat een soort grote ronde open haard aka barbecue. Lekker warm. Buiten is het namelijk best wel fris en nat. Met de grote hoogtes van Bolivia en Peru beginnen we uit te zien naar een warm strand waar we niet buiten adem raken van het oprapen van onze slippers. De familiepizza die we bestellen is lekker, maar hopeloos inadequaat voor een ‘familie’ van vier. Dus werken we tot enige verbazing van de staf nog een familiepizza weg. Een prima avond.

We staan weer uitzonderlijk vroeg op. Dan schijn je nog wat aan je dag te hebben. En je kunt een van de eerste bussen naar Machu Picchu halen. Wisten jullie trouwens dat dat lager ligt dan Cusco? Wij hadden er een beeld bij van dat die mysterieuze stad op het topje van de wereld ligt, maar met Cusco ergens rond de 2000 meter hoogte zijn we al stukken hoger geweest. Vanaf Aguas Calientes is het echter nog wel twintig (voor mensen met hoogtevrees stressvolle) minuten omhoog met de bus. Haarspeldbochten in smalle zandwegen, steile afgronden en veel tegemoetkomend verkeer. Een goed begin van de dag.

We zijn wat vroeg en wachten vol ongeduld op onze gids. We staan te trappelen eindelijk zelf dat mysterieuze Machu Picchu te aanschouwen. Hoewel de gids ons gisteravond op het hart heeft gedrukt dat we om half 8 vertrekken en dat je anders pech hebt, probeert hij toch tijd te rekken om nog wat asociale uitslapers mee te kunnen nemen. ‘In a group you have to wait.’ Wel als jij je niet aan je afspraken houdt ja, eikel (het was nog vroeg). Dan gaan we eindelijk de oude verlaten stad in. Het is nog erg mistig, maar bij vlagen zien we al het bekende prachtige uitzicht van de posters.

De gids vertelt onder andere dat Machu Picchu maar heel kort bewoond is geweest en hoogstwaarschijnlijk nog niet af was. De Inca’s zijn ergens in de vijftiende eeuw als een gek gaan veroveren en bouwen, en hebben vervolgens het meeste nog geen eeuw later weer opgeblazen om te voorkomen dat hun gebouwen in handen van de Spanjaarden zouden komen. Gelukkig hebben ze Machu Picchu heel gelaten, en hebben de Spanjaarden het nooit gevonden.

Het was waarschijnlijk een post om de Amazone verder te gaan veroveren, gezien de ideale locatie daarvoor. Het ligt op een zeldzaam stukje bergkam dat niet helemaal verticaal loopt, een beschutte plek aan het begin van de Amazone. Daar hebben ze midden in de woeste jungle keurig rechte straten en huizen aangelegd. Je ziet nog de stenen in de randen van de muren om de rieten daken aan te bevestigen. De stenen zijn zonder cement op elkaar gestapeld, door ze perfect te slijpen en op elkaar af te stemmen.

Bij de tempels zijn grotere stenen gebruikt en is de muur gladder en mooier dan bij de gewone huizen. En er is nog een sectie met allemaal gewone stenen en rotsen, waarvan de archeologen vermoeden dat het de steengroeve is geweest. Er zijn ook stenen die 1 keer per jaar met hun schaduw van een speciale zon-stand een compleet figuur maken. En gezien de verschillende gebouwen waar de zonsopgang boven te zien is in de verschillende jaargetijden is het duidelijk dat ze veel wisten over de stand van de zon en de sterren. Gaaf hoor. Deden ze allemaal zonder rekenmachines en super-telescopen. Go Inca’s!

We hadden er geen idee van dat het zo relatief kort geleden en ook zo kort was dat de Inca’s hier waren. We wisten ook niet dat het voor gidsen nodig was om achter iedere zin ‘guys’ te plakken (‘so the Inca’s were building this city in thirty years guys, and it was one of the last posts they abandoned when fleeing for the Spaniards guys’). Onze gids vertelt ook dat een archeoloog enige tijd terug met een metaaldetector of scan of iets dergelijks heeft ontdekt dat er waarschijnlijk nog goud verborgen is in een grot in Machu Picchu. De regering heeft nog geen toestemming gegeven op de boel uit te graven, maar misschien horen we daar binnenkort nog iets over. Dat zou heel cool zijn, omdat het meeste bewerkte goud van de Inca’s is omgesmolten door dat stelletje Europese cultuurbarbaren die de boel zo nodig moesten veroveren.

Na de citytour van onze Guy is het tijd om een berg te beklimmen. Er is naast Machu Picchu een berg die Wayna Picchu heet. Die kan je beklimmen als je een van de 400 gelukkigen bent die per dag een extra kaartje mogen kopen om in twee etappes (7 en 10 uur) omhoog te gaan. Het is een bijzonder mooie en nog veel steilere klim. Het pad is bijna alleen maar trap en hier en daar moet je je handen gebruiken. Het wordt ook duidelijk waarom het aantal bezoekkers gelimiteerd is: het is hier niet erg breed en nu is het soms al lastig met mensen die willen passeren.

Bovenop blijkt er nog een serie huizen van de Inca’s te zijn. En dan vraag je je toch af hoe dat beslisproces verlopen is. Eerst moet er een Inca besloten hebben om die vrijwel verticale rots op te klimmen. Nou vooruit, dat soort types heb je in alle tijden en streken. Maar vervolgens moet die Inca gedacht hebben: ja, dit is de ideale plek om eens een paar huizen neer te zetten. Een beetje stevige huizen wel hè, met goede zware stenen. Toegegeven, het uitzicht over Machu Picchu is prachtig, ook met regen en mist. Maar een heel praktische bouwlocatie is het niet. Een ding is zeker: de Inca’s leden niet aan hoogtevrees en waren niet werkschuw. Ze moeten zich hebben helemaal het leplazarus gewerkt hebben om deze bijzondere stad in dertig jaar uit de grond te stampen.

Na onze stadswandeling en bergwandeling zijn we nat en koud, en stappen we weer in de enge bus terug. We drinken en eten nog wat in Aguas Calientes. Geen topkwaliteit daar, ook niet op de grote overdekte touristenmarkt. Tassen zijn al vies en verkleurd voordat ze verkocht zijn.

Dan stappen we weer in de trein, en genieten nogmaals van de prachtige rit. Er is dit keer ook entertainment in de trein, met een modeshow van de spullen die je heel toevallig ook in de trein kunt kopen. Een trui voor $160 bijvoorbeeld. Mooie spullen, maar ietwat aan de prijs. Dan stappen we weer op de bus voor het afgesloten deel van het treintraject (dit wordt niet eens omgeroepen als iets speciaals, en ons vermoeden is dat ze al enige tijd duurdere treintickets verkopen voor dit deel terwijl ze allang weten dat ze goedkope bussen in gaan zetten). Op het treinstation worden we opgehaald door dezelfde taxi van de heenweg, en we laten ons in het centrum afzetten om nog wat te gaan eten. Weer prima maaltijd.

Tijd om weer verder te gaan. We rijden vandaag niet samen (met onze Zwitserse vrienden), omdat wij ’s ochtends eerst nog een verzekering moeten kopen. Na wat ingewikkeld navigeren door eenrichting-straten vinden we het kantoor van verzekeraar MAPFRE. We gaan naar binnen en moeten even wachten. Dan komt er iemand vragen wat we nodig hebben. Dat is de verplichte verzekering voor alle voertuigen. Dat is ingewikkeld met een buitenlandse auto. Ze overleggen met het hoofdkantoor. We wachten. Na een half uur mogen we achter de balie gaan zitten en gaat de mevrouw daar heel erg geconcentreerd naar het computerscherm kijken en af en toe wat invullen. We hebben al verschillende keren gevraagd hoeveel het kost. Dat kunnen ze ons niet vertellen, daar moeten ze eerst ALLE gegevens voor in het systeem zetten en dan spuugt die een getal uit. Na 1,5 uur in dat kantoor komen ze tot de hemeltergende conclusie dat ze ons deze standaard verplichte verzekering niet kunnen verkopen omdat het typenummer van onze auto (E350) niet in de juiste dropdownbox te vinden is. Er is sprake van enige emoties.

We besluiten dan eerst maar naar de supermarkt te gaan, en terwijl ik daar wat boodschappen doe gaat Kwin nog even langs het bankkantoor om te kijken of ze daar toevallig die verzekering verkopen. Nog voordat ik heb afgerekend komt hij met de verzekeringspapieren terug. De bank had het niet, maar verwees hem naar een ander verzekeringskantoor om de hoek. Daar hadden ze een prijslijst staan van de SOAT, zomaar helemaal zonder alle gegevens in te voeren. Deze verzekering blijkt overigens ook niet af te hangen van het merk of type auto, maar voor iedereen gelijk te zijn. En bedankt MAPFRE, stelletje prutsers.

Na onze avonturen in de supermarkt en verzekeringsbranche vinden we het hoog tijd voor een lunch bij een bakker/café. Daar hadden we bij binnenkomst in Cusco al wat lekkere broodjes gekocht. Kwin bestelt voor het eerst sinds zijn spectaculaire kotsregen in Marokko een Club Sandwich. Dat blijkt een uitermate goede beslissing, het is een absoluut geniaal broodje. Het bovenste broodje is van binnen weggesneden en er is daarbinnen een ei gebakken. Yum. Ook de koffie is prima te pruimen, en zo gaan we goed gevoederd en met verzekering op weg naar Nasca. De bestemming is een hotel waar we de coördinaten van hebben van andere reizigers. Het is een van de meest bochtige parcours die we ooit hebben gereden. De weg slingert genadeloos omhoog en omlaag tussen de 4000 en 2000 meter, en wij volgen hem met veel v8 geweld en remvermogen. We zijn wederom erg blij met ons trouwe busje. Met een minder vermogend exemplaar zouden we nooit die vrachtwagen snel kunnen inhalen op dat kleine stukje rechte weg. De lokale bevolking stoort zich overigens niet aan die bochten, zolang je haast hebt haal je in.

We rijden ook stukken door mist, en zien in een van de dalen een indrukwekkend heldere regenboog met daarnaast een iets minder helder zusje. Mooi hoor. Gelukkig is het laatste stuk niet meer zo bochtig, in een dal naast een rivier. Het is ondertussen al wat later en donker, en we zijn blij om het hotel te zien, inclusief de landcruiser van onze vrienden. Die hebben op ons gewacht met eten (overnachten is gratis bij gebruik van de maaltijd), en we drinken een heerlijk koud biertje. Het hotel blijkt een vaste stop voor veel overlanders. Dat is ook wel logisch, gezien het de eerste plek is sinds Cusco die er goed uitziet voor een overnachting, en het is ongeveer halverwege Nasca en Cusco. Er is die avond ook een groep motorrijders die in 3 maanden van L.A. naar Ushuaia rijdt. Dan moet je aardig doorkarren, wij hebben al haast met onze 6 maanden. Maar ze lijken er niet onder te lijden. Ze zullen het wel leuk vinden, dat motorrijden.

De volgende dag rijden we naar Nasca. We hebben nog een stuk haarspeldbochten voor gevorderden, een gigantische afdaling van 4000 naar 600 meter en dan zijn we opeens van de groene heuvels in de woestijn. We rijden achter Philip, Nadine en hun GPS aan en komen via wat kleine straatjes en bochten aan bij een camping met gras en zwembad. Heerlijk! Al lang geen gewoon droog gras meer onder onze voeten gehad. Het is ook een stuk warmer, en daar waren we ook wel aan toe. Waar Kwin niet aan toe is, is een gigantische kakkerlak die zijn arm op loopt op weg naar de afwas. In een zeer mannelijke poging dit ongedierte te verwijderen kletteren alle borden op de grond. Allemaal plastic campingmeuk, dus alleen enige ego-schade bij Kwin.

Vandaag zijn de Nasca lijnen aan de beurt, met daarna nog een lange rit naar Lima. De Nasca lijnen liggen in een grote zandvlakte. Daar hebben ze eerst een snelweg doorheen gebouwd voordat ze er achter kwamen dat er allerlei figuren in het zand zijn getrokken. Die lijnen hadden ze wel gezien, maar zonder het bovenaanzicht van de totale figuren leek dat niet iets om een snelweg voor om te leiden. Je kunt met een vliegtuigje over het veld vliegen om alles goed te zien, maar die worden afgeraden door de Nederlandse regering (iets met een zekere dood door slecht onderhouden materiaal) en is bovendien erg duur. We doen het met een toren van zo’n 10 meter waar je voor een paar pesos een paar van die figuren kunt zien.

Vanuit dit goed betaalbare uitkijkpunt is ook de ervaring wat goedkoop. Van te voren hadden we al zitten fantaseren over gigantische figuren waarvan het een geheimzinnig raadsel is hoe ze die hebben kunnen maken zonder overzicht van boven, met lijnen zo dik als boomstammen diep in de aarde gegroefd. De realiteit is echter wel heel bescheiden, met lijnen van nog geen vijf centimeter die door iemand met zijn hak in de grond lijken gesleept. Langs een liniaal, dat wel. En de figuren die we van hier kunnen zien zijn in totaal ook niet heel erg groot. Het concept van deze grote vlakte met al haar figuren waar we de betekenis niet meer van weten is indrukwekkender dan het ding zelf.

Blijft natuurlijk wel een mysterie waarom ze dit hebben gedaan, en hoe ze het voor elkaar hebben gekregen dat de lijnen zichzelf onderhouden en zichtbaar blijven. Dat schijnt iets met de wind te maken te hebben. Grappig dat we bij zoiets van vroeger meteen denken dat het een diepzinnige betekenis moet hebben gehad, terwijl het ook een uit de hand gelopen kunstproject of reclame-uiting geweest kan zijn. Van beide zien we er nog veel in vergelijkbare stijl op weg naar Lima, die wel iets recenter lijken (‘Restaurante El Sol a 50m’ in Nasca stijl etc).

Wanneer we in de buurt van Lima komen groeten we een oude vriend: de zee! Waar het hem precies in zit weten we niet, maar we zijn altijd blij hem te zien. We gaan van de weg af om aan het strand te lunchen. We moeten betalen om het dorp binnen te rijden, en het is er onwaarschijnlijk druk. Iets verderop ziet de zee helemaal felgekleurd van alle zwemkleding. We hebben nog genoeg lunch, maar onze voorraad pesos is sterk aan het slinken. Met onze budgettering is alles in orde. Met onze mogelijkheid om te pinnen in Peru niet. Onze ING passen geven bij alle banken van de afgelopen dagen de melding ‘Host is down’. We hebben toch niks van een storing bij de ING gehoord. Wanneer we de ING mailen dat we een geldtekort dreigen te krijgen als we niet snel ergens kunnen pinnen krijgen we een paar dagen later het antwoord: ‘we hebben meer tijd nodig om uw vraag te beantwoorden. We zullen u bellen en als we u niet kunnen bereiken sturen we een brief.’ Uitmuntende klantenservice jongens, voor klanten die in het buitenland zijn met een andere tijdzone en dus slecht bereikbaar per telefoon en helemaal niet per brief. Na zo’n 10 dagen krijgen we een nette mail, inclusief oplossing, maar dat was wel een beetje laat.

Bij Lima begroeten we ook de rechte vierbaans snelweg enthousiast. We zijn wat minder te spreken over onze medeweggebruikers. Die lijken stuk voor stuk genoeg te hebben van het leven. Spiegels zijn voor mietjes en inhalen moet altijd, met veel getoeter en eindigend met het afsnijden van je voorganger. We worden over de vluchtstrook ingehaald door een vrachtwagen. En op gegeven moment worden alle vier de banen van de snelweg voor richting Lima gebruikt. Het is ons een raadsel waar de auto’s zijn gebleven die toevallig de andere kant op moeten. Gelukkig staan er hier en daar politieagenten die ongeduldig bewegingen maken die in deze context lijken te betekenen dat we door moeten rijden. Ze blazen er ook bij op hun fluitjes. Extreem nuttig op een weg waar mensen al druk bezig waren om hun leven te riskeren om twee minuten eerder thuis te zijn.

Langs de kustweg en via wederom een doolhof van eenrichtingsverkeer (wat hebben ze daar toch mee hier?) komen we aan bij het Hitchhikers Backpacker hostel in de mooie wijk Miraflores. Dit is een typisch hostel met woonkamer met geragde bank en tv, matig hygiënische keuken, veel rondhangende mensen en een ontspannen sfeer. We passen nog net op de kleine parkeerplaats. Er passen er vier, er staat al een Franse camper die er nu niet meer uit kan.

We houden een rustdag. Met slechts één belangrijk doel: ceviche eten in het ons warm aangeraden restaurant. We horen al tijden van medereizigers dat dit een lokale lekkernij is die je zeker niet over mag slaan. Om vast in de stemming te komen van culinaire hoogstandjes bakken we pancakes voor ontbijt en nuttigen die met veel Maple syrup. Excellent.

De andere activiteiten voor deze ‘rustdag’ zijn: wassen, schoonmaken, geld zoeken, inkopen, autoreparaties, koffie. Voor de lunch vinken we de was, de koffie en het geld af. Na al het zoeken geeft de Scottia bank ons zomaar zonder extra kosten of foutmeldingen onze flappen. Kwin, Philp en Nadine gaan ook nog naar de kapper. Wanneer we bij het ceviche restaurant aankomen blijkt die een dag in de week gesloten te zijn. Drie keer raden. Dus gaan we op zoek naar een andere lunchplek. Uiteindelijk vinden we een ander sjiek restaurant waar ze ook verschillende ceviches serveren. Heerlijk! We zijn er nog niet helemaal achter wat de definitie nou precies is, gezien er verschillende versies zijn. Het heeft in ieder geval met rauwe vis te maken (al kan het ook met gekookte garnalen) en meestal met een dressing van limoen, ui en koreander.

Na de lunch maken we de binnenkant van de auto schoon en repareren we met kit een lekje bij de voorruit. Dan is het hoog tijd voor een biertje voordat we naar de supermarkt gaan. Dat blijkt een Wholefoods-achtig exemplaar met prachtige producten voor bizarre bedragen. Een mevrouw staat vol overgave het Nederlandse Eru goudkuipje aan te prijzen. Slechts 7 euro per pakje. We bouwen een mooie maaltijd van een salade, soep en brood, zonder goudkuipje.

We staan vroeg op voor de lange rit van vandaag. Vertrek: 7:35 uur. Een record voor ons. Het duurt nog best een tijd voordat we Lima uit zijn, maar uiteindelijk dunnen de stad en haar verkeer uit. Voor de lunch hebben we een heerlijk geroosterd broodje met brie van de wholefoods winkel. ’s Avonds staan we eindelijk weer aan het strand op een camping, en we maken dankbaar een wandeling met slippers in de hand. We delen het strand met gigantische pelikanen die zeker niet banger zijn voor ons dan wij voor hen. We ronden de dag af met een koud biertje.

Tot zover Peru deel 1. Meer over onze avonturen in deel 2: Pech in Peru.

 

This entry was posted in Panamericana, Peru. Bookmark the permalink.

One Response to Deel 1: Prachtig Peru

  1. Merlijn says:

    Jullie zijn inmiddels wel een ster in onderhandelen geworden als ik het zo lees, wel goed voor je Spaans…
    En wat ziet dat Machu Picchu er mooi uit, toch wel heel bijzonder dat ze dat vroeger voor elkaar kregen al heb ik wel mijn twijfels over de werkomstandigheden…

Comments are closed.