Koffieloos in Colombia

De grensovergang verloopt weer soepel, de Colombiaanse douane is ongelooflijk aardig. De jongen achter de balie heeft een Engels leerboek naast zich liggen, en lijkt oprecht enthousiast over onze aanwezigheid. We krijgen een welkomstpakketje met onder andere een aantal postkaarten. Gratis gefrankeerd. Kunnen we overal heen sturen waar we willen. Ook de auto’s zijn geen probleem. De standaard formulieren. Wat stempels. Een snelle controle van de auto. Daar hadden we nog van alles in mee kunnen smokkelen. Maar ja, wie gaat er dan ook iets Colombia ín smokkelen.

We rijden weg bij de grens met een intens gevoel van anticlimax. Is dit nou het land waar onze regering ons afraadt om heen te gaan? Niet alle gebieden hoor, maar wel het gebied waar we nu zijn. In plaats van corruptie, enge mannetjes en ingewikkelde procedures vestigen we een nieuw record ‘vriendelijkste welkom in een nieuw land’.

Zou het niet aardig geweest zijn als ze ons ook even hadden geïnformeerd over de chaos iets verderop?

Ondanks het mooie welkom zijn we toch wat nerveus. Een ervaren reisleider heeft Philip en Nadine van harte aangeraden om niet na vijf uur ’s middags nog onderweg te zijn. Dan zou de politie naar huis gaan en het een stuk minder veilig zijn. We stellen dus een avondklok voor onszelf in, wanneer we echt bij een hotel willen zijn.

Onze eerste stop is een bijzondere kerk die boven een rivier is gebouwd in een ravijn. Het ziet er prachtig uit van een afstandje, en we nemen genoegen met een foto’tje met zoom. Het loopt immers al tegen vijven, en het is tijd om een hotel te gaan zoeken. We besluiten terug te rijden naar een hotel dat we dicht bij de grens hebben gezien. Het blijkt niet makkelijk om hier een redelijke deal te maken. Ze willen ons geen speciale ‘we slapen alleen op de parkeerplaats’ prijs geven, we moeten een kamer nemen. En dan mogen we zelf weten waar we gaan slapen. Uiteindelijk komen we eruit. Waarna de beveiliger nog apart om een bijdrage vraagt voor zijn bewaking.

De volgende dag staan we op tijd op om naar Popayán te rijden. Het ontbijt zit bij onze 4-persoons kamer inbegrepen, dus we schuiven aan. Het is geen buffet maar er wordt op bestelling geserveerd. Leuke service, al kost het wel meer tijd.

Uiteindelijk hebben we onze roereieren met verdwaalde stukjes bacon. Wanneer we opstaan wil de mevrouw dat we extra betalen voor het spek. Daar hadden we immers extra om gevraagd en zat niet bij het ontbijt inbegrepen. Gezien dat op geen enkel moment vermeld is bedanken wij voor deze bijbetaling. We worden vervolgens niet neergeschoten bij vertrek, dus ze zullen ons gelijk wel hebben ingezien. Of misschien zien ze ons achtergelaten benzinetankje als verzoeningsoffer. Wij zijn er in ieder geval van verlost en zullen niet langer bedwelmd door benzinedampen over de panamericana scheuren.

In Ipiales stoppen we even om een kopie te maken van onze Colombiaanse autopaspoorten. We komen langs een bakker en continueren onze belangrijke taak van het testen van de lokale lekkernijen. Bij het afrekenen vraagt de bakkersmevrouw waar we heen gaan, en zegt vervolgens ‘maar die weg is geblokkeerd’. We hopen dat we haar verkeerd begrepen hebben in het Spaans. Dat zien we bevestigd wanneer de hoofdstaat van het dorp is afgesloten voor een of andere manifestatie. Er is file bij de omleiding, maar we komen er langzaam doch gestaag langs. Gelukkig maar!

Echter. Zo’n 100 kilometer verder stuiten we op een stilstaande file van vrachtwagens. Dat lijkt niet voor ons bedoeld dus we rijden er langs. De vrachtwagenslinger eindigt bij een politiepost. We mogen door, maar de weg is verderop geblokkeerd door ontevreden koffieboeren (cafeteros). Die willen betere prijzen voor hun bonen, omdat ze nu zo weinig krijgen dat ze vrijwel worden gedwongen om coca te gaan verbouwen. Kunnen ze natuurlijk ook niet doen, maar hoe geef je je kinderen dan te eten. We vinden het doel een stuk sympathieker dan het middel.

Gelukkig is er iets verderop een omleiding om de blokkade. Daar staat weer politie. We kijken dubieus naar het modderige eenbaans karrespoor van zand en wat stenen. Maar de politie zegt dat het geen probleem zou moeten zijn met onze auto’s. We moeten nog wel even wachten op wat vrachtwagens (!) die van de andere kant schijnen te komen. Na een tijdje worden we toch verder gewuifd, om natuurlijk 50 meter verder die vrachtwagen tegen te komen. Het gaat net, maar het scheelt niet veel of we komen vast te zitten in de berm. Nat gras is niet het beste wegdek om met onze 3-tonner zonder 4×4 een hellingproef te doen.

Onze Zwitserse vrienden rijden geruststellend voor ons uit met hun Landcruiser inclusief winch. Het is maar de vraag is of ze ons omhoog zullen kunnen krijgen uit de berm wanneer ze zelf op een hellend glibberig vlak staan, maar toch. We beleven vele spannende minuten van haarspeldbochten en slechte weg, waarbij we te hard over de stenen en gaten moeten rijden om genoeg vaart en grip te houden.

Na een kleine 20 minuten gaat het mis. Een pick-up van de politie wil dat wij ruimte voor hem maken, terwijl hij naar beneden gaat. Het is heel krap en we moeten stoppen en achteruit rijden op een vrij stijl stuk modder.

De politie kan er net langs en de landcruiser gaat verder. Kwin geeft ook gas. We slippen weg. Kut. Hij probeert het nog een keer, weer bewegen alleen de achterbanden enthousiast. Dan begint de auto achter ons te toeteren en probeert ons via de greppel in te halen. Tot ons grote genoegen komt deze ongeduldige wegpiraat vervolgens zelf vast te zitten. En tot ons nog grotere genoegen lukt het ons lieve busje zeven pogingen later toch om weer in beweging te komen. V8 powerrrrrrr!!

Helaas staan er om de bocht nog twee auto’s te wachten om te passeren, waardoor wij heel dicht naar de modderige greppel moeten sturen om er langs te kunnen. De auto begint achter naar rechts te slippen. We glibberen langs de andere auto’s maar moeten nog steeds vechten voor grip. Een paar lange seconden is het onduidelijk of we de weg op of de greppel in zullen schieten.

Dan krijgen we toch weer houvast en zijn weer midden op de weg. Om vervolgens het houvast weer kwijt te raken en weg te slippen naar de andere kant. Je weet wel, die ene met de afgrond. Kwin krijgt de Ford net op tijd weer onder controle. Met grote ogen en het hart in onze keel rijden we verder. Nu vaart houden!

Er zijn nog een paar zorgwekkende momenten waar we te veel moeten inhouden of tegenliggers moeten passeren, maar we blijken het ergste gehad te hebben. Er is nog wel een splitsing zonder aanwijzing voor links of rechts. Sjiek hoor, op deze omleiding van de politie. De volgende verrassing is een setje slagbomen. Net na een afslag op een iets betere kiezelweg. Zou deze ‘desvio’ dan toch niet helemaal open zijn? Moeten we terug?

Nee. Het blijkt een bemand tolhokje. Tol! In het midden van het niets op een kiezelweg. Je maakt wat mee hier. We verstaan de man met slechts enkele tanden nauwelijks, maar uiteindelijk begrijpen we het bedrag en betalen we maar. We peinzen er niet over om nu nog terug te gaan.

En daar is het dan. Asfalt! We doen een vreugdedansje vanuit onze stoel en draaien dolgelukkig weer de panamericana op.

De Panamericana is gezegend rustig hier. We komen langs de politiepost aan de andere kant van de blokkade, en zien maar een paar vrachtwagens in deze rij staan. Hmmm. Ze zullen verderop al wel weten dat het hier vast staat. We genieten verder van een geniale honderd kilometer panamericana. Met bijna geen tegenliggers en geen bussen of vrachtwagens om in te halen is het heerlijk rustig en snel rijden. We genieten van de omgeving, die alweer veel meer jungle en regenwoud-achtig is. We zijn ook in ons nopjes met de wegen. Hier en daar zijn ze erg slecht met veel gaten, maar er zijn ook veel stukken hersteld of zelfs glimmend nieuw. Veel beter dan andere reizigers ons hadden doen geloven. (‘Oh my god, like, the worst roads IN THE WORLD!!!’)

Dan is ons geluk op. We moeten stoppen voor een volgende politiepost. Wat nu weer? Nou, iets verderop is een volgende blokkade van cafeteros. En dit keer is er geen omleiding. We moeten wachten. Hoe lang? Geen idee, die blokkades zijn al drie dagen aan de gang.

Drie dagen!?!! En bedankt vriendelijke Douane, voor de waarschuwing. En bedankt politieposten nummer 1 en 2, voor de zo volledige informatie over alle blokkades die overal in deze hele regio blijken te zijn op de panamericana. Hadden we geweten dat het om meer dan één blokkade ging, dan hadden we de moeite van die eerste omleiding niet genomen.

Zoals genoemd wordt deze regio afgeraden door Buitenlandse Zaken. Waarom dan toch gaan? Tja, we zijn ondertussen al op verschillende plaatsen geweest waar ons ministerie ons liever niet op vakantie stuurt en we hebben nooit wat gemerkt. Bovendien is het verschepen naar Centraal Amerika praktisch onuitvoerbaar gebleken vanaf iedere plek behalve Colombia. En hebben we de afgelopen weken zoveel positieve verhalen gehoord over Colombia van medereizigers (‘mooiste land van onze reis, zo lang je op de panamericana blijft is er niets aan de hand’), dat het niet meer in ons is opgekomen om nog en extra controle te doen. Beetje dom.

Nu staan we vast tussen twee blokkades bij een benzinestation aka hotel aka restaurant. Terwijl we daar naast de weg staan om samen te overleggen worden we omringd door locals die ons enthousiast vertellen over het plan om met een aantal auto’s een omleiding te gaan rijden. Nee dat is niet gevaarlijk want een van de mannen kent de regio. Gezien de politie ons net verteld heeft dat er geen desvio is staan wij wat sceptisch tegenover dit plan.

Ik vraag het nog een keer aan de militairen. Die zeggen dat er inderdaad een weg is, maar dat daar ook guerilla’s zijn. En dus ‘no es recomendable’. De militairen lijken hier geen mietjes (herinnert u zich die politiepost die onze forse Ford zonder blikken of blozen de vorige desvio in stuurde?), dus volgen we hun advies en slaan het aanbod van het konvooi af. We willen best wel graag onze boot halen in Cartagena, maar we willen nog net iets liever zonder schade aan auto en lijf het land verlaten. We parkeren bij het tankstation/hotel/restaurant. En we beginnen met wachten.

Wij houden niet zo van wachten. En hier al helemaal niet. Het is erg druk bij het hotel en restaurant, en veel mensen zijn hier duidelijk al meerdere dagen. Lang niet iedereen heeft nog een hotelkamer weten te bemachtigen. Mensen slapen in de bus, buiten onder het afdak van het tankstation of met zeven mensen op één kamer met twee bedden. We maken ons wat zorgen hoe mensen zullen reageren op twee buitenlandse goed uitgeruste auto’s.

We krijgen wat verzoeken van iemand die met ons mee wil rijden naar Cartagena en wat jongens die in onze auto’s willen slapen. We slaan de verzoeken vriendelijk af en smeren een lunchbroodje. De sfeer lijkt vrij ontspannen, en uiteindelijk zetten we onze tuinstoelen maar buiten en eten zo ook onze avondmaaltijd gezellig op het tankstation.

Er zijn schone openbare toiletten. Er is geen douche. We slapen in onze bus zonder het dak omhoog te doen. We willen geen extra aandacht voor onze camper. Philip en Nadine doen ook hun daktent niet omhoog, en slapen opgepropt achterin. Niet comfortabel, wel veiliger. De nacht is een plakkerig warme aangelegenheid met veel herrie. Er zijn de hele nacht nog mensen aan het praten en de TV op het terras van het restaurant naast ons blijft aan. Van echt slapen is geen sprake, maar we rusten genoeg uit voor de activiteit van de volgende dag: wachten.

We ontbijten en zetten de tuinstoelen weer buiten. Heerlijk pittoresk. Het is onduidelijk of en wanneer er weer onderhandeld zal worden met de cafeteros. We maken er het beste van, pakken de tafel erbij en spelen verschillende ronden DOG. Dit is een versie van Mens Erger Je Niet met kaarten in plaats van dobbelstenen.

Tijdens het vierde spelletje wordt het onrustig. Er komt een vrachtwagen aan met veel joelende mensen. Met stokken. De ontevreden cafeteros. Dus bus stopt voor de politiepost en blijft een tijd staan. Steeds meer cafeteros stappen uit met hun stokken. Er klinken af en toe stemverheffingen en opjuttende kreten. Best een beetje griezelig.

We besluiten dat het onverstandig is om op dit moment gehaast onze spullen in de auto’s te gaan zetten, dus gaan we door waar we mee bezig zijn. Het is ons spannendste potje Mens Erger Je Niet ooit. Onze mede-tankstationbewoners lijken wel geïnteresseerd maar niet bezorgd. Maar ja, die leven al decennia lang met guerrilla’s in hun achtertuin. Het potentiële geweld met alleen maar stokken van vijftig meter verderop lijkt hen niet van slag te brengen. Wij verwende westerlingen kijken met grote ogen naar de pionnetjes op het bord.

De boel escaleert en opeens is er ook een blokkade van de cafeteros net voor het tankstation. Nu kunnen we officieel niet meer terug en zitten we vast tussen twee blokkades van boze boeren. Ehm, help?

Voor het opzetten van de blokkade gebruiken ze een vrachtwagen die niet snel genoeg uit de weg is gegaan. Op TV hebben we van andere blokkades dat soort vrachtwagens in de fik zien staan. Wanneer de bedrijvigheid wat is bedaard kunnen we ons niet meer inhouden. We doen een poging om zowel nonchalant als zo snel mogelijk onze spullen in de auto te zetten. We maken onze bolides verder rijklaar en doen ze op slot. Als het verder escaleert kunnen we altijd instappen en wegrijden. (Maar ja, waarheen dan?)

Daarna beginnen we met rondhangen op het terras. Dat is verrassend slopend. We weten dat die cafeteros op ieder gewenst moment hun onvrede op een andere manier kunnen gaan uiten. En dat we er bijzonder weinig aan kunnen doen als ze besluiten de boel kort en klein te komen slaan.

Na een uur wordt de blokkade net zo plotseling weer opgedoekt als hij ontstaan is. Langzaam verdwijnen de laatste cafeteros van voor het benzinestation. Wij blijven achter met rinkelende zenuwen.

We overleggen wat we het beste kunnen doen. Het voelt hier niet veilig meer, maar als we verder rijden komen we dichter bij de volgende blokkade en guerillas. En terug rijden lijkt ook niet zinvol, we kunnen ons niet herinneren daar iets beters te hebben gezien. Uiteindelijk vragen we het weer aan de politie. Die zegt dat als we hier onderdak hebben, we het beste hier kunnen blijven. We parkeren nog wat dichter bij het restaurant (en verder van de enge blokkade van daarnet) en gaan verder met wachten.

Het duurt even voordat we ons weer kunnen concentreren op lezen of schrijven. Wanneer we net onze boekjes er weer bij hebben gepakt worden we gebeld door ons mannetje van de boot. Goede service, en wij zijn blij van hem te horen. Nu weet hij dat we nog proberen de boot te halen, maar dat we geen idee hebben wanneer we verder kunnen. Hij adviseert ons ook om te blijven waar we zijn, zeker met de militaire post voor de deur. Met deze bevestiging dat we het beste kunnen blijven waar we zijn keert langzaam de rust weer.

Even later verdwijnt al onze sympathie voor de boeren wanneer blijkt dat het 1-jarige meisje van een van de tankstationbewoners een lelijke snee in haar hand heeft van een glasscherf. Al een paar dagen. En de wond gaat niet goed dicht met dit klamme zweterige weer. De koffieboeren willen ze niet langs laten om naar de dokter te gaan. Stelletje fuckers. We hebben wel twee keer een ambulance langs zien rijden, maar de moeder is niet verzekerd en heeft geen geld om hem te betalen. We hopen erg voor haar dat het niet gaat ontsteken.

Aan het eind van de middag is er goed nieuws op hygiëne-front: we mogen even douchen op de kamer van de man van het restaurant. Het is zo warm en vochtig dat we snel weer plakkerig zullen zijn, maar dan is het wel verse plak. Verder besluiten we na de berichten op het nieuws over benzineschaarste om onze dorstige V8 vol te tanken. Staan we toch niet voor niets op het tankstation. En dan kunnen we zodra de blokkades open gaan doorknallen tot na het probleemgebied. De tijd zal het leren of het verstandig is ons geld aan dit zwarte goud uit te geven in plaats van aan extra eten en drinken. Dat hangt er nogal vanaf hoe lang het nog duurt.

We hebben nog maar één complete avondmaaltijd, en besluiten op rantsoen te gaan. Hebben we morgen ook nog wat boontjes, vlees en aardappels. Tijdens het avondnieuws zit iedereen op het terras te kijken. Er gaan verschillende collectieve zuchten door het publiek als ook het volgende item weer over de Paus gaat. We zijn het allemaal roerend met elkaar eens: we couldn’t care less over het vervroegde pensioen van een bejaarde man in jurk. Wij zijn hier met z’n allen gestrand in Colombia, mag het Colombiaanse nieuws daar misschien even over gaan?

Wanneer dat eindelijk het geval is (een kort item) wordt verteld dat ze er nog niet uit zijn. Dat verbaast ons weinig. We begrijpen sowieso niet zo goed waarom ze eisen stellen aan de regering. Het zijn immers eigen bedrijven, en die bedrijven worden betaald door de koffiehandelaren. Die zouden dus meer moeten betalen, niet de regering. We vragen het na terwijl we een poging doen de hand van het meisje hygiënisch te verbinden met onze eerstehulp voorraad. (Het ziet er niet goed uit, het handje is opgezet, de snee gaat niet dicht en het vlees komt wat naar buiten. Ontsmetten, bij elkaar houden en dichtbinden dan maar.) De moeder legt ons ondertussen uit dat er een ministerie van koffie is in Colombia, en dat die de prijzen bepaalt. Ah, dat verklaart een hoop.

De regering zal wel vast zitten tussen lage koffieprijzen (waardoor de cafeteros te weinig verdienen en ze richting de cocahandel geduwd worden) en hoge koffieprijzen (waardoor de koffiehandelaren uitwijken naar andere koffielanden, de cafeteros te weinig verdienen en ze richting de cocahandel geduwd worden). Waarom zouden ze anders voor een prijs kiezen die de boeren richting armoede drijft terwijl ze ook druk bezig zijn het drugsprobleem aan te pakken. En op zich subsidieert Europa ook enthousiast haar boeren, dus waarom hier dan niet. Maar dat voelt toch anders bij een land dat het geld zo hard voor andere dingen zou kunnen gebruiken. Aan het aanpakken van het drugsprobleem betaalt Amerika overigens sterk mee. De politieagenten hebben allemaal kleren en spullen met Amerikaans logo.

Tja. Met die overpeinzingen kruipen we dan maar weer onder de wol op het slaaplied van dronken mannen en informatieloze TV.

De derde dag op het tankstation verloopt zonder incidenten. We bakken pancakes voor de lunch. Omdat het lekker is natuurlijk, maar ook omdat ons brood op is. We spelen Mens Erger Je Niet en falen daar jammerlijk in. We horen iedere dag de hele dag door dat het over een paar uur of toch zeker morgenochtend opgelost zal zijn. Af en toe komt iemand enthousiast vertellen dat ze deze middag een poging gaan wagen door te rijden. De meesten blijven vervolgens de hele dag geparkeerd staan. Sommigen vertrekken, en komen een paar uur later weer terug. Een enkeling vertrekt en zien we niet meer terug. Die heeft zijn kansen genomen met de omleiding met guerillas, en hopelijk gewonnen.

Wanneer de derde nacht zonder incidenten is verlopen en dag vier op het tankstation begint besluiten we tot een krijgsraad. Het is moeilijk overleggen in een situatie waarin je gewoon niet genoeg informatie hebt om ‘de juiste’ beslissing te nemen. En bovendien iedereen anders denkt en met name voelt over dingen als wachten en risico’s. Na lang en moeilijk beraad besluiten we om een stuk terug te rijden naar een groter dorp.

Hoewel het gister rustig was kijken we nog steeds bezorgd op wanneer er cafeteros langsrijden of lopen. Het voelt hier gewoon niet echt veilig, en we hebben nauwelijks nog lokaal geld om eten te kopen. Onze eigen voorraden zijn vrijwel op. In een groter dorp hopen we een pinautomaat en winkels te vinden, en een rustiger plek om te staan. Aan de andere kant rijden we dan wel de verkeerde kant op, en is er het gevaar dat als straks de blokkades open zijn, we niet meer genoeg benzine hebben om daadwerkelijk verder te rijden. Argh!

Op weg naar het grotere dorp rijden we door het gehucht Remolino. Daar zien we een hotel met afsluitbaar binnenhofje aka parkeerplaats. We informeren, en na wat onderhandelingen mogen we er met twee auto’s staan voor 6 dollar per nacht. Dat scheelt, want dollars hebben we nog wel uit Ecuador. Het staat hier een stuk rustiger, en we kunnen onze tuinstoelen buiten zetten zonder voortdurende observatie door extreem verveelde tankstationbewoners. Er staat een mangoboom en wat potplanten, en er wonen drie papegaaien in het hofje. Nog niet die ultiem pittoreske camping waar we naar uitzien, maar een oase van rust vergeleken met onze vorige wachtpost. En ze hebben een koude douche! Goddelijk.

We eten pancakes bij het ontbijt. We eten pancakes bij de lunch. We eten soep met omelet voor het diner. We beginnen aan het volgende boek. We hebben ongelooflijke jeuk van de achtenzeventig sandfly beten per persoon. We eten pancakes bij het ontbijt. We eten pancakes bij de lunch. We eten soep met omelet voor het avondeten. We zijn innig gelukkig met een biertje dat we voor dollars mogen kopen van het hotel. Drie keer raden wat we de volgende ochtend en middag eten. Dat pak pancakemix van de Safeway blijkt een life-saver. Nu is het avondeten op. Gelukkig mogen we weer met dollars betalen bij het restaurant van het hotel. Het eten is prima.

Het is echt onwaarschijnlijk hoe geestdodend het is om te wachten zonder uitzicht op een oplossing. We beginnen wat beter te begrijpen waarom de mensen hier in dit gehucht over het algemeen wat langzamer lopen en niet allemaal even veel vitaliteit uitstralen. Wanneer er weinig mogelijkheden zijn om dingen te veranderen of af te wisselen sijpelt de energie langzaam weg. Wij zijn na drie dagen eten in het restaurant hartgrondig uitgekeken op dezelfde rijst, aardappels en vlees. Iedere dag precies hetzelfde doen en zeker ook eten is in alle mogelijke opzichten oorverdovend SAAI. En terwijl er tijd genoeg is voor schrijven, zit ik nu dit blog maanden later pas af te maken vanuit Amerika. Stom, maar terwijl we daar zitten kunnen we de energie uit pure verveling niet opbrengen.

Overdag worden we omcirkeld door een uitzonderlijk nieuwsgierig 6-jarig meisje dat veel praat en het liefst alles aanraakt. Hoe zeg je subtiel in het Spaans dat je nu aan het lezen bent en of ze even ergens anders kan gaan spelen? Hoewel ze dus nog weinig gevoel heeft voor persoonlijke ruimte en tijd blijkt ze al wel best goed te kunnen schrijven en een beetje te kunnen rekenen. Ze heet Katalina, en ze houdt van dieren en extreem roze spullen. Een paar dagen later komt haar moeder terug (die zat elders vast achter blokkades) en begint Katalina ons net zo hard te negeren als dat ze eerder onze aandacht probeerde te krijgen. Opeens missen we het wegvallen van deze vrolijke stoorzender.

We hebben onze boot gemist. $*#$$@* En ons geld raakt op. De grote waterzakken, die we niet bij ons hotel kunnen krijgen, moeten we in pesos betalen. We starten weer een moeilijke discussie over wat we nu het beste kunnen doen. Waarschijnlijk (maar niet zeker) kunnen we in Pasto wel geld krijgen, en we hebben daar een Carrefour gezien. Pasto ligt echter achter de eerste blokkade waar we omheen zijn gereden. We zien niet uit naar die omleiding, en hoewel je af en toe met een politie-escort deze eerste blokkade schijnt te kunnen passeren weten we dat ook niet zeker. En het is niet onwaarschijnlijk dat het in Pasto ook moeilijk aan brandstof komen is.

Het is ook maar de vraag of die blokkade de komende tijd nog een keer gaat oplossen. Hoewel ze hier wel vaker dit soort stakingen hebben (en wat gaat dat lekker makkelijk, met maar één hoofdweg door het land) duren die doorgaans niet langer dan 3 tot 5 dagen. Deze duurt al meer dan een week. We voelen ons zeer vereerd om getuige te mogen zijn van deze historische gebeurtenis, daar niet van. Maar het geeft geen enkel houvast voor hoe lang het zou kunnen duren. En die cafeteros zijn ondertussen wel onze vakantieplanning vrij grondig aan het verstieren. Als we de volgende boot ook niet halen is het maar zeer de vraag of we het moeten blijven proberen. We moesten met de vorige boot al best wel gaan haasten door Centraal Amerika om nog genoeg tijd te hebben om Amerika en Canada te zien én ons busje proberen te verkopen of verschepen.

De moeilijke conclusie is dat we in Zuid-Amerika zullen blijven als we de volgende boot niet halen. Dan missen we een groot deel van de panamericana, maar we verdoen dan niet nog meer tijd met wachten op saaie plekken met te weinig geld. En dan kunnen we nog wat meer van Argentinië en misschien Brazilië zien, en onze auto weer in Chile verkopen. Ook erg vervelend dat we ons dan niet meer aan onze afspraak houden om samen met Philip en Nadine te gaan verschepen, maar we zien voor ons even geen betere oplossing. Zij moeten wel echt naar Amerika, omdat ze daar met hun ouders hebben afgesproken die dan nog een maand verder reizen met hun auto.

We rekenen het uit, en het komt erop neer dat als we over vier dagen niet kunnen vertrekken, we de volgende boot missen. Dan zullen we nog kijken of er een optie is om vanuit Ecuador te verschepen naar Mexico. Hoewel we die niet eerder hebben kunnen vinden, wat de hele reden is dat we nu in Colombia zijn. Dan zouden we Centraal Amerika missen, maar kunnen we nog wel de rest van de panamericana doen. En de natuurparken in Amerika zien. En genieten van de prettig bekende westerse cultuur en service aldaar.

Dan is er ook nog de discussie waar we zullen wachten. Hier staan we rustig en relatief veilig (het schijnt ondertussen bij het benzinestation minder gezellig te zijn), maar we hebben niet genoeg eten en/of lokaal geld. Je kunt via de omleiding met een ‘collectivo’ (gewone auto die dienst doet als taxi en misbruikt maakt van de situatie door heel veel te vragen) naar Pasto. Daar kunnen we (waarschijnlijk) geld en eten halen. Misschien lukt het ook om ons geld te laten sturen door Manfred. Dat is ons mannetje voor de boot in Cartagena, en een ware held. Hij heeft alles voor ons klaarstaan in Cartagena, geregeld dat we zonder extra kosten ook de volgende boot kunnen nemen, ons lokale prepaid beltegoed opgehoogd zodat hij ons kan bereiken en aangeboden ons geld te sturen. Dat kan via een soort postkantoor dienst.

Even tussendoor: de bedrijven van de prepaid telefoon chips zijn echt boeven hier. Wanneer je je tegoed ophoogt, is het maar een beperkte tijd geldig. Wij dachten: we hoeven niet zo veel te bellen dus een paar euro beltegoed is prima. Krijg je na DRIE DAGEN een sms dat je niet meer kunt bellen maar dat als je opnieuw je tegoed ophoogt binnen dertig dagen, je je oude tegoed weer terug krijgt. Eikels.

En over eikels gesproken: ondertussen hebben ook de vrachtwagenchauffeurs en de cacaoboeren meegestaakt. Er is een tijd nog veel meer geblokkeerd geweest, maar met die twee groepen heeft de regering wel vrij snel een overeenkomst bereikt. Lekker makkelijk, moeten ze gedacht hebben. De vrachtwagens staan toch al stil door de blokkades van de cafeteros, kunnen we net zo goed onze wagens schuin over de weg parkeren en ook wat eisen stellen. We begrijpen nog wat beter waarom de regering niet meer tegemoet wil komen in de eisen van de cafeteros: dan hebben ze straks iedere dag blokkades van groepen die dat wel een handige manier vinden om wat extra’s te krijgen.

Er zijn nog meer eikels. Een paar dagen terug was er in Bogota een overeenkomst met de cafeteros, maar daar waren veel mensen in het land het niet mee eens. Dus hebben ze de oproep om te stoppen met de paro (blokkade) genegeerd. Daarbij schijnen veel mensen bij de blokkades niet zozeer of alleen koffieboeren te zijn, maar ook veel ordinaire criminelen. Die proberen het geweld aan te wakkeren en de blokkades dicht te houden. Er zijn hier veel mensen die verdienen aan het voor veel geld ‘smokkelen’ van mensen en goederen langs de blokkades.

Om het verhaal over ongure figuren helemaal rond te maken is er nog het mooie park met huisjes achter ons hotel. Het heeft een zwembad, is goed onderhouden en wordt bij de ingang bewaakt door twee guerilla’s. Gewoon, in klaar daglicht. Mannen gehuld in legerkleuren en geweren, zonder de badges van de politie. Je ziet ze soms ook langsrijden op brommers. Een onwaarschijnlijk gezicht voor ons westerlingen. We kunnen ons er wel wat bij voorstellen dat ze het maar laten. Na zo veel geweld en doden bij pogingen er vanaf te komen, is soort van vredig samenleven vast een opluchting. Dat geeft de risico’s van af en toe een incident en de verleidelijke carrière keus van je kinderen (zou jij niet ook in dat mooie park met zwembad willen wonen?), maar je krijgt er relatieve vrede voor terug. Ja, daar zouden wij misschien ook wel voor tekenen.

En dan horen we op de avond van onze negende uitzichtloos lange dag wachten op het nieuws dat ze er bijna helemaal uit zijn. Het is een kwestie van uren voordat de blokkades worden opgeheven. We zijn voorzichtig enthousiast. Dat het over een paar uur is opgelost, dat hebben we wel vaker gehoord. Maar ‘s nachts is er al veel vrachtverkeer op de weg en de volgende ochtend lijkt het dan echt zo ver. Alle vrachtwagens staan in het dorp op en langs de weg opgesteld om zo snel mogelijk te vertrekken. Wij rijden langs de vrachtwagenfile, maar mogen aan het eind van Remolino nog niet doorrijden van de politie. Terwijl we op het verlossende woord wachten worden we een laatste keer opgevroten door de boosaardige bijtvliegjes. Jeuk, jeuk, jeuk.

Opeens begint de politieman druk naar ons te zwaaien dat we snel moeten gaan rijden. Typisch. Nu is er opeens haast. Overal zie je vrachtwagenchauffeurs naar hun bolide rennen. Ook Kwin komt eraan gesprint op zijn slippers nadat hij de situatie was gaan verkennen. Ja! We zijn weer onderweg! Gelukkig voor de meute vrachtwagens uit, over hetzelfde stuk dat we tien dagen geleden (TIEN DAGEN) al een keer hebben gereden naar het benzinestation. We rijden achter de andere gewone auto die stond te wachten. Het is de eerste keer dat we een auto netter zien rijden dan we zelf ondertussen doen in het kamikazeverkeer van zuid-Amerika.

Bij ons oude vertrouwde benzinestation staan we weer stil. Dit keer staat er een lange file op de weg. We groeten onze vertrouwde militairen van de post daar. Die arme mensen zitten per roulatie op zo’n post. Achttien maanden per post. Pfff. Wij werden na drie dagen al helemaal gek op dat tankstation.

We staan daar nog een half uurtje. We kletsen nog wat met een Nederlands stel dat een paar dagen na ons aankwam op het benzinestation en daar al die tijd is gebleven. Ze vertellen dat ze ‘s avonds gebroederlijk met alle vrachtwagenchauffeurs kippen hebben geroosterd bij de rivier. En gevoetbald hebben op het tankstation. Helemaal zen dus, al denk ik niet dat wij het nog zo hadden kunnen ervaren na de problemen die daar eerst waren. Oh well.

Dan zien we alle broederschap als sneeuw voor de zon verdwijnen wanneer de vrachtwagenchauffeurs vertrekken. Dit gaat gepaard met het verdwijnen van de autoriteit van de politie. Nu het zo dichtbij is zijn alle wachters te ongeduldig geworden. De politie probeert ons nog te stoppen, maar er is geen houden meer aan nadat er ergens iemand begonnen is met weggaan. De chauffeurs snijden elkaar naar hartelust af en gooien alles in de strijd om vooraan de karavaan te komen. Het samen roosteren van kippetjes is verleden tijd.

Daar gaan we dan. We zien al snel dat het maar goed is dat we niet hebben geprobeerd om met omleidingen om alle volgende blokkades te komen. Die zijn allemaal vers opgeruimd, en het asfalt rookt hier en daar nog na van de grote vuren die daar duidelijk gewoekerd hebben. Er zijn hele kampen langs de kant van de weg geweest. Inclusief waterleidingen. Veel van de cafeteros staan nog langs de weg, en juichen ons nu toe. Jaja, lachen met jullie. Het lijkt erop dat de mensen die deze staking hebben georganiseerd achter de schermen (die zijn er vast) veel energie hebben gestoken in het vervoeren van mensen naar de staking. Maar niet in de terugweg. Mensen staan er een beetje verloren bij.

We rijden langs een stuk of tien smeulende stukken weg met ex-stakers met hun stokken. We zijn erg blij dat ze nu in overwinningsstemming zijn. Er zijn hier en daar wat files van wegwerkzaamheden, maar verder valt de drukte heel erg mee.

Het eerste uur voelen we ons nog zeer tekort gedaan door Colombia en de verloren vakantiedagen. Dat houden we echter niet lang vol. Ongelooflijk, wat een mooi land! Alleen het uitzicht vanuit de auto is al overdonderend. We rijden over een bergweg met intens groene jungle met uitzicht over prachtige valleien met mystieke mist. De natuur is uitbundig en felgekleurd. De hutjes die hier en daar langs de weg staan zijn minder glorieus. Mensen wonen daar in tenten gemaakt van plastic. Ze maken gebruik van stukken slechte weg om daar te bedelen bij langzaam rijdend verkeer.

Onze eerste stop is Cali. We verwachte een soort oorlogsstad na een periode van belegering, met lege winkels en lege straten. Op het nieuws werd immers voortdurend gesproken over de tekorten overal, van eten en benzine. We komen echter aan in een levendige stad met propvolle schappen. Kwin en Nadine doen boodschappen terwijl Philip en ik de auto’s bewaken. Wanneer ze naar buiten komen met al het eten en we dat in ons busje wegzetten krijg ik even vochtige oogjes. Wat is het ongelooflijk genieten om dat allemaal te hebben! We kunnen weer koken! Met groenten! Dat zal vast binnen de kortste keren weer als de norm voelen, maar nu ervaren we even groot geluk en dankbaarheid.

We gaan op zoek naar een slaapplaats in Cali. Dat blijkt niet makkelijk. De hotels die we weten bestaan niet meer of zijn onvindbaar. Uiteindelijk komen we bij een school terecht met een sportveld. We vragen het beveiligingspersoneel of we daar mogen slapen en de WC’s mogen gebruiken. Ze zijn erg vriendelijk, en willen dat graag aan de rector vragen zodra die over 2 uur uit zijn besprekingen met ouders is. Hmmm. Tegen die tijd is het wel erg laat om eventueel nog wat anders te moeten zoeken. We bedanken ze en zeggen dat we toch iets anders gaan zoeken. Of zij misschien nog wat weten?

De twee heren proberen het ons een tijdje uit te leggen in het Spaans, maar de route is te ingewikkeld (het kan natuurlijk niet aan ons feilloze Spaans liggen). Hij ziet de vraagtekens op onze gezichten, en biedt spontaan aan om ons dan even te brengen. Sjonge, da’s aardig! Hij springt op zijn brommer en rijdt voor ons uit. Het is nog best een stukje rijden, maar dan komen we ook aan bij een hotel. De auto’s passen precies in de garage, en we bedanken onze gids hartelijk.

Aan de receptie hebben we wat minder succes. We willen graag in onze auto’s slapen, maar dat mag niet. We moeten een kamer nemen. Er is alleen nog een kleine korting te behalen. Nou ja, pech dan. We willen ook niet weer de donkere avond in, en het is al wat later. Tijd voor voedsel. Daar is een kleine snackbar voor beschikbaar, en we bestellen allemaal een burger en een biertje. Excellent. De kamers zijn basic, maar we willen er toch zo vroeg mogelijk weg de volgende ochtend.

We staan klaar voor het ontbijt op de afgesproken tijd dat de bar open zou gaan. Daar is nog niemand. De nodige tijd, ergernis en prima voedsel later zijn we weer op weg. Vandaag naar Medellín. Dat is best een stuk rijden. We genieten weer van de omgeving, en zoeken iets voorbij de stad een hotel. Het motel waar we stoppen heeft geen mogelijkheden voor ons. Hier zijn motels meer van het per uur huren van een kamer, en trekken gemiddeld een ander publiek dan reizende toeristen. Ze wil wel voor ons bellen, en geeft ons aanwijzingen voor een hotel iets verderop.

In dat dorp rijden we er eerst langs, omdat het in een drukke smalle winkelstraat ligt en geen parkeerplaats lijkt te hebben. We vragen het nog een keer, en deze meneer stap voor ons in de auto om ons er persoonlijk heen te brengen. Ongelooflijk vriendelijk weer. Bij het hotel is het weer onderhandelen. Onze auto’s passen niet in de garage. Er is echt geen ruimte meer. Tenzij we een kamer nemen. Hmmm. Fair enough, als wij korting willen om alleen in de garage in de auto te slapen hebben zij minder winst én minder ruimte voor ‘echte’ gasten. De bedden in onze kamers zijn aanzienlijk harder dan in onze auto’s. Maar ons mobiele thuis staat wel netjes achter een hek en zo duur is het nou allemaal ook weer niet. We eten prima Mexicaans in het piepkleine restaurantje met tafeltjes op de stoep naast/in ons hotel.

De volgende ochtend gaan we weer vroeg op pad. In de race om de volgende boot wél te halen proberen we het land zo snel mogelijk te doorkruisen. We hopen dat we vandaag misschien al Cartagena halen.

Dat lukt. Het is een bijzonder lange dag rijden. We komen pas rond tien uur ‘s avonds aan bij het hotel. Met politie-escorte. Voor de derde keer op rij vragen we aan iemand (de politie dit keer) hoe we bij ons hotel moeten komen, waarop die persoon zegt ‘volg mij, ik breng je er persoonlijk heen’. Bijzonder toch?

Voordat we naar het hotel gaan zijn we eerst naar het appartement van Manfred gegaan. Manfred, ons regelmannetje voor de verscheping. Hij heeft ook een appartement dat hij voor een redelijke prijs aan ons wil verhuren. Wanneer Philip en Nadine hem echter bellen voor de sleutel reageert hij boos dat het zondag is en dat we toch morgen zouden komen en dat hij toch ook echt recht heeft op een dagje rust. Okaaaaay. Dan maar het hotel. Dat is prima. We mogen op de parkeerplaats kamperen voor een redelijke prijs, en we koken snel nog een hapje eten.

Na al het gedoe met de cafeteros hebben we toch nog onze tweede boot gehaald! En met de prachtige natuur en onwaarschijnlijk aardige mensen moeten we Colombia haast wel vergeven voor dat kleine ongemak. Al blijft het wel triest dat we tijdens tien dagen vastzitten tussen de koffieboeren niet één kopje koffie hebben genuttigd.

In de volgende editie: ‘Cartagena to Panama city: a wild ride’.

 

This entry was posted in Colombia, Panamericana. Bookmark the permalink.

3 Responses to Koffieloos in Colombia

  1. leon rvr says:

    Wat een avontuur! Redden jullie het zonder koffie? 😉

  2. TJ says:

    Prachtig verhaal! Interessant om te lezen wat er in zo’n land gebeurt en hoe jullie het beleven. Wel heel jammer voor jullie verloren dagen. En het belangrijkste: ik ben heel blij dat jullie het overleefd hebben. Veel plezier met de laatste bestemmingen en alweer tot snel!

  3. Merlijn says:

    Nou zeg, dat is peentjes zweten, ga je als westerling toch anders over je kopje koffie nadenken. Ik veronderstel dat jullie vanaf nu dus aan de Max Havelaar koffie gaan? 😉

Comments are closed.