Centraal Amerika in 21 dagen

We zijn van plan om het grootste deel van de in Colombia verloren tijd in te halen in Centraal Amerika. We willen graag nog genoeg tijd hebben om de National Parks in Amerika te bezoeken. Omdat onze planning al niet overdreven ruim was betekent dit dat we de komende tijd meer een roadtrip dan een vakantie hebben: veel kilometers, weinig bezienswaardigheden. Prima, we kunnen wel een paar weken zonder highlights.

Panama
De ochtend na het succesverhaal van de heren op de haven verlaten we gezwind het hotel om weer onze intrek te nemen in ons oude vertrouwde busje. We hebben elkaar gemist. Maar het is ook tijd om afscheid te nemen: Philip en Nadine zijn van plan om ergens in een Nationaal Park te gaan kamperen, terwijl wij snel op weg gaan naar Costa Rica. Raar om na zo’n lange tijd samen optrekken weer uit elkaar te gaan. Ook wel weer mooi om weer met z’n tweetjes te zijn. Sowieso fijn, en het is toch ook niet makkelijk om steeds met vier mensen beslissingen te maken. Zeker niet in moeilijke situaties zoals in Colombia.

We zijn dus blij om vogelvrij het unheimische Colon te verlaten. De eerste stop is stiekem toch een highlight: de sluizen van het Panama kanaal. Wanneer we aankomen gaat er net een cruiseship doorheen. Bijzonder, want niet veel schepen van deze grootte varen deze route. Het is niet bepaald gratis om door de sluizen te gaan. Dat begrijp je ook wel als je dat bouwwerk ziet. De originele plannen waren om het land helemaal af te graven en een kanaal zonder sluizen te hebben. Dat bleek bij nadere inspectie wat optimistisch gezien de hoeveelheid af te graven aarde. Nu gaan de schepen aan beide kanten van het kanaal door drie sluizen. Ze zijn erop gebouwd om precies te passen, en dan hebben we het over centimeters. Iedere boot wordt met 4 locomotieven (twee voor, twee achter) door iedere sluis getrokken. Boten én treinen, Kwin is in de zevende hemel. 🙂

Na een tijdje dit bijzondere bouwwerk in actie te hebben gezien trekken we verder, op weg naar een camping. Die blijkt er ook daadwerkelijk te zijn, helemaal inclusief gras en aansluitingen. ‘s Avonds komen we erachter dat de enige douche achter het WC hokje is, zonder hokje er omheen. Oh well. Het gevoel van blijdschap overheerst. We zijn weer op pad! En niet afhankelijk van Manfreds en Fritsen. ‘s Avonds krijgen we nog een verrassing: de landcruiser van Philip en Nadine rijdt ook de camping op. Zij blijken ook te genieten van het gevoel van vrijheid op de weg in eigen auto, en zijn toch wat verder doorgereden dan gepland.

Costa Rica
De volgende dag is het hoog tijd voor een grensovergang. We gaan Costa Rica in. Het is een kleine chaos bij de douane van Panama. Hoewel er drie banen langs de douane lopen, staan deze allemaal stil. Een aantal vrachtwagens lijkt te hebben besloten daar vast te parkeren voordat ze hun papieren geregeld hebben. Het is ook even zoeken naar de juiste mensen en loketten. Sommigen lopen met een badge om hun nek rond. Maar uiteindelijk hebben we onze persoonlijke stempels en autopapieren om het land te verlaten. En dan hè. Hoe kom je langs die douane? Een agent geeft ons de tip om een stukje om te rijden, en dan via het winkelcentrum 500 meter verderop door te steken naar Costa Rica. Typisch, maar het werkt en we kunnen aan de andere kant volgens het gebruikelijke proces (verschillende loketten, verschillende stempels) onze papieren regelen. Iets duurder dan onze vorige grenzen, maar niet buitensporig.

De omgeving is prachtig langs de weg. We hebben weer coordinaten van een camping, en gaan daarvoor iets van de route af. We komen langs een autowasstraat (nou ja, een plek waar iemand een waterslang op de rivier heeft aangesloten) met een bar ernaast. We vieren onze aankomst in Costa Rica met een frisse wasbeurt voor de auto en een koud biertje voor ons. Na dit bijzonder aangename intermezzo gaan we op zoek naar de camping. Deze ligt in een indrukwekkend jungle gebied. Het is echt ongelooflijk uitbundig in flora en fauna. Alles heeft felle kleuren en alles maakt geluid. Alsof dit gebied een extra portie leven heeft gekregen. We mogen van de Duitse eigenaar ons stroomsnoer in de keuken inpluggen en iets verderop is een hokje met douche en WC. Ze zijn hier wat meer ingericht op tenten en huisjes, maar ook met camper is het een bijzondere jungle-ervaring.

We vreten de volgende dag weer wat kilometers. Ons doel is dit keer een dorpje aan het strand, Playa Matapalo. We vinden met de coordinaten van internet weer een camping, dit keer zonder aansluitingen. Door de palmbomen zien we het strand al liggen. We bakken wat pancakes voor de lunch (de eerste keer dat we er weer zin in hebben na ons pancake dieet in Colombia), en vertrekken dan voor een strandwandeling. Er is een surfwedstrijd bezig. Dat verbaast ons niets. Het is weer een wonderschone plek, met vanaf het zandstrand uitzicht op de blauwe zee en de groene jungle-heuvels. Er zijn ook veel hotels en cafés in dit dorp, en aardig wat toeristen. We drinken nog een biertje en keren huiswaarts. En wat schetst onze verbazing: een Toyota Landcruiser op de camping! Wederom zeggen we Philip en Nadine gedag. 🙂

Na het strand staat een Nationaal Park op de agenda. We kiezen Rincón de la Vieja Parque National. De rit naar het Ranger station waar je kunt kamperen is iets spannender dan gewenst: de weg is niet in topconditie. We hopen gezien het wegdek van gedroogde modder dat het niet gaat regenen, en we keren niet om omdat het daar wat krap voor is. Onze Super Duty Ford slaat zich wederom kranig door de geboden uitdaging heen, en zet ons keurig af voor de ranger. Aardige vent, en we staat op een mooi grasveld. Geen voorzieningen verder uiteraard, maar we zijn goed ingeslagen en opgeladen vertrokken. We koken en eten op de veranda van het ranger station, en gebruiken voor het eerst sinds tijden onze anti-muggen spray.

De volgende dag maken we een wandeling door het park. Het einddoel zijn de hot springs, maar we maken een ommetje naar een erg idyllisch stroompje met watervalletje. We zien een waterslang zich langzaam naar beneden laten glijden. Een ander stel gaat hier zwemmen, maar wij wachten even tot het warmere water bij de hot springs. Kwin weekt een tijdje in het warme bad, maar na de waterslang houd ik het even bij pootje baden. We wandelen weer terug en ontspannen in alle rust op de camping met een boekje en een biertje. Het oordel is unaniem dat het bos erg mooi is, maar niet zo spectaculair jungle-achtig als het landschap van de eerste nacht.

Nicaragua
Hoog tijd dus om het land te verlaten. De volgende dag rijden we Nicaragua in. Kwin heeft in de Lonely Planet gelezen dat er een chocoladefabriek is in Matagalpa. Het spreekt voor zich dat we op zoek gaan naar een camping daar in de buurt, maar we kunnen niets vinden. In ieder geval niet online, en het is wel wat om. We besluiten toch door te rijden naar Estelí. Daar staat wel een camping aangegeven. Daar aangekomen blijkt dit echter een privé club waar bovendien de voorbereidingen voor een bruiloft in volle gang zijn. Hmmm.

We rijden terug richting het centrum van het stadje, en vinden een hotel met afgesloten parkeergarage. We mogen niet op de parkeerplaats kamperen, maar de kamerprijs is bijzonder redelijk. Er zit dan ook geen peertje in de badkamerlamp, maar je kunt niet alles hebben. We lopen nog even naar het centrum om wat te eten te scoren. Dit blijkt een goede zet. Kwin heeft dan misschien de chocola misgelopen, maar hier vinden we the next best thing: onwaarschijnlijk malse steak op een leuk terrasje.

Honduras
Na deze grondige verkenning van Nicaragua richten wij ons op Honduras. Hier vallen de wegen een beetje tegen. Meer gaten dan tot nu toe. Het land geeft vanaf de panamericana een wat armere indruk dan Nicaragua. We horen ook wat verhalen over de snelweg die we om El Salvador heen willen nemen. Die schijnt vrij plotseling een 70 kilometer lang karrespoor te worden ergens tussendoor. Hoewel El Salvador wat onrustig zou zijn op het moment (veel criminaliteit) besluiten we toch ook door dat land te crossen. En omdat we nu toch bezig zijn doen we dat ook maar meteen en vestigen een nieuw record van twee grenzen op één dag.

El Salvador
Het proces om El Salvador in te komen verloopt vrij soepel. Een grote prestatie gezien hun administratie: in een van de kantoortjes liggen gigantische stapels samengebonden papierwerk. Moet allemaal nog ingevoerd worden. Ik hoop dat ze daar wat werkstudenten voor kunnen inhuren, die arme ambtenaren.

Ze lijken er zelf niet van wakker te liggen, en na het papierwerk maakt El Salvador er een feestje van voor toeristen. Een vrolijk uitgedoste jongedame heet ons welkom met een gratis toeristenpakket. Moeten we wel even op de foto, maar dan heb je ook een kaartje van het land (waarop uitgelegd staat waarom elke regio fantastisch is), een waterzak en een pen-sleutelhanger. Reuze handig.

Helaas moeten we daarna nog bij een kantoortje verderop het papierwerk voor de auto regelen. Nadat we het kantoor hebben gevonden moeten we op een bankje wachten voor een geblindeerde deur. Daar moet je op kloppen om te laten weten dat je er bent, en daarna moet je ze vooral niet lastig vallen en geduldig wachten tot ze naar buiten komen. Dan krijgen we een formulier om in te vullen. Dit is wat uitgebreider dan we tot nu toe hebben gehad, met veel vragen die (vermoedelijk) over de auto gaan. Het Spaans gaat ons petje helaas te boven. We leveren ons beste Spaans weer in en gaan verder met geduldig wachten op de uitslag.

Na enige tijd komt een man naar buiten en vraagt welke randdebiel dat formulier in heeft zitten vullen en of die überhaupt wel Spaans spreekt. Denken we, want hij sprak Spaans en wij duidelijk niet. Nu mogen we toch het kantoor in om aan zijn bureau samen het formulier in te vullen. Ik verspil nog twee kopieën van het formulier voordat het helemaal goed gaat. Want bovenaan onder ‘naam’ moet je bij ‘adres’ natuurlijk niet je eigen adres opgeven. Uiteindelijk is dat gelukt en moeten we weer buiten gaan wachten. En dan worden we toch nog goedgekeurd, ondanks onze ‘onvoldoende’ voor Spaans en Bureaucratie.

Met twee grenzen achter de kiezen is het tijd voor een tukkie. We zoeken snel na de grens een hotel op. Het is zo’n typisch motel met twee verdiepingen om een parkeerplaats heen gevouwen. We nemen een kamer, en kunnen daar genieten van het onwaarschijnlijk lelijke ‘antieke‘ meubilair. Het dorpje waar we zitten stelt niet zoveel voor, en we zijn dan ook zeer verheugd dat er een menu van een bezorg-restaurant naast ons bed hangt. We bestellen wat kip met rijst en halen er ook meteen een biertje bij via de hotel-mevrouw. En zo beleven we een heel ouderwetse avond van take-out en tv op onze antieke kamer.

Volgens de Lonely Planet mag je El Salvador niet verlaten voordat je in Santa Ana bent geweest. Om te voorkomen dat mensen later iets tegen ons zeggen in de trant van ‘mijn god was je daar zo dichtbij maar heb je dat niet gezien dat vonden wij zelf echt het mooiste van onze reis’ besluiten we daar een kopje koffie te gaan drinken voordat we Guatemala in rijden. En zo geschiedde. We vinden een leuk tentje en eten er ook meteen maar een gevulde pannenkoek. En nemen iets lekkers mee voor na de grens, om daar te kunnen vieren dat we onze tiende grens met onze Ford v8 super duty hebben overleefd.

Guatemala
De grens naar Guatemala valt op door de prachtige combinatie van strikt de regels volgen en behulpzame ‘creatieve oplossingen’. Zoals bij de meeste grenzen moeten we wat betalen voor het tijdelijke importbewijs van de auto. Maar de bankmedewerker is al naar huis (iets met Pasen), en de douane-beambten mogen ab-so-luut geen geld aannemen van toeristen. Dat is even heel anders dan hoe Kwin zich Guatemala kan herinneren van een aantal jaren terug. Toen werd er zelfs in de Lonely Planet aangereden bepaalde dollar biljetten in je paspoort te vouwen. Ze lijken hier hard bezig geweest om te corruptie tegen te gaan.

Maar goed. Wij moeten dus wat betalen, maar mogen het geld niet aan de mevrouw achter de balie geven. Deze aardige mevrouw wil ons wel graag helpen, want anders moeten we minstens tot morgen wachten. De oplossing: de mevrouw roept een andere mevrouw, en vraagt haar of ze bereid is het geld aan te nemen en morgen aan haar terug te geven als de bankmedewerker er weer is. Dat is vast niet wat de regering in gedachten had toen ze de nieuwe regels maakten voor de douanebeambten, maar wij stellen het wel zeer op prijs.

Het is even ongemakkelijk, want we moeten het geld geven aan die andere mevrouw terwijl onze balie-mevrouw uitdrukkelijk de andere kant op kijkt en we geen bonnetje krijgen. Vervolgens geeft de balie-mevrouw ons wel netjes onze papieren die je alleen krijgt als je betaald hebt. Lang leve de creatieve bureaucratie! En lang leve onze succesvolle tiende grensovergang. We verklaren onszelf tot bureaucratie professionals.

De afgelopen dagen viel het al op dat er veel mensen letterlijk op hun paasbest over straat lopen. Allemaal mooie traditionele kleding met veel felle kleuren. In Guatemala vallen we helemaal met onze neus in de boter. Volledig ongepland komen we net de avond voor Goede Vrijdag aan in Antigua Guatemala. We mogen nog net door het centrum heen rijden voordat alles wordt afgezet. In deze mooie oude stad worden namelijk op Goede Vrijdag uitgebreide processies gehouden, en worden er overal op straat kunstwerken gemaakt van zand en bloemen.

We zoeken een plekje om te parkeren om iets te gaan eten. We zoeken ook nog even naar een hotel, maar komen al snel tot de conclusie dat we het beste in ons busje langs de stoep kunnen slapen. Er zijn natuurlijk hele volksstammen die wild kamperen, maar we vinden dit zelf nogal stoer. Tot nu toe hebben we alleen als brave burgers op campings gestaan. Voordat we kunnen gaan eten moeten we eerst wat Guatamalees geld pinnen. Op weg naar het pinautomaat genieten we van alle kunstwerken in wording. Hele families zitten super geconcentreerd met verschillende kleuren zand te strooien in voorgesneden figuren.

Na wat omzwervingen voor het vinden van een pinautomaat waar onze ING passen het doen komen we uiteindelijk bij een Mexicaan terecht en eten een prima maaltijd. We hadden ook bij de McDonalds kunnen gaan eten: er zijn hier veel toeristen en die worden op hun wenken bediend. Kwin kan zich de stad en het grote plein ook nog herinneren; hij was hier zo’n 8 jaar geleden ook al eens. Er staan overal mooie oude koloniale huizen en het plein is prachtig en levendig.

Op de terugweg bewonderen we uitgebreid de kunstwerken op straat. Het is erg leuk om te zien hoe deze belangrijke kunstwerken door het hele gezin worden gemaakt. De kunst zelf is ook echt indrukwekkend. Er worden hele portretten gemaakt van een paar kleuren zaagsel. Dan lopen we terug naar ons busje voor wat welverdiende nachtrust. Het blijkt dat we de auto op precies de juiste plek hebben geparkeerd. Hij staat net na een kruising waarop alle andere richtingen ondertussen zijn afgezet voor de processies. Zo kunnen we morgen ook weer weg (hopelijk), en kunnen we het feest praktisch vanuit ons bed volgen als we willen.

De volgende ochtend staat we een beetje op tijd op. Het schijnt dat er al vanaf heel vroeg allerlei processies zijn, maar de belangrijkste moet nog komen. De laatste kunstenaars zijn nog koortsachtig aan het werk om hun patronen af te krijgen voordat de processie er overheen loopt en het weer stuk maakt. Er zijn mensen met speciale sproeiers die regelmatig water over de kunst spuiten zodat deze niet wegwaaid. Ook wordt er op de kruising een steiger gebouwd waar een cameraploeg op plaatsneemt.

Ben je niet bezig met kunst, dan ben je als local verkleed als monnik of Romein. Er zijn zelfs Romeinen te paard. De rest van het dorp en de toeristen staan langs de kant te wachten. Er wordt wat opgelezen door iemand, en er marcheren allerlei monniken langs de kunstwerken. En dan komt de grote attractie: een gigantisch soort boot, gedragen door tachtig mannen. Op de ‘boot’ liggen nog allerlei grote stenen (al zijn die wel van plastic geloof ik) en staat er een levensgrote Jezus op die een evenzogroot houten kruis achter zich aansleept. Het wordt al snel duidelijk dat het meeste toch niet van plastic is, gezien het zweet van de dragers. Ze worden ook regelmatig afgewisseld.

Deze stoet wordt gevolgd door een orkest en dan nog zo’n gevaarte. Deze is wat kleiner, heeft een Maria bovenop en wordt gedragen door vrouwen. Het trieste van deze optocht is dat ze dwars door alle mooie zaagselkunst schuifelen. Ze laten vlakken gemengd zaagsel achter in hun kielzog. Al dat werk van al die mooie figuren in een paar minuten naar de filistijnen. Daar was het natuurlijk ook voor bedoeld, maar het blijft toch zonde.

Het meest bizarre onderdeel van de processie komt na de twee stoeten van monnikken-voor-een-dag. Ze zijn nog nauwelijks de hoek om of een gigantische opruimploeg volgt in hun wake. En dan hebben we het niet alleen over wat mannetjes met een bezem. Er is een grote vuilniswagen, zo’n zandschep tractor én die mannetjes met bezems. Binnen no-time is vrijwel iedere korrel van de verminkte kunstwerken opgeruimd. Dit is voor ons niet alleen bizar omdat ze hier in Centraal Amerika hun straten beter schoon houden bij evenementen dan in Amsterdam, maar vooral omdat de sfeer van de vuilnisvrachtwagen zo sterk contrasteert met de statige processie en muziek een minuut daarvoor.

Wanneer ook de processie van vuilnismannen voorbij is getrokken, besluiten we dat het tijd is om verder te gaan. We hadden dat geen minuut later moeten bedenken. Ze zijn alweer bezig met andere straten af te zetten, waar de volgende ploegendienst families aan het werk is met nieuwe zandkunstwerken. Kennelijk gaat dat nog de hele dag door. We mogen van een vriendelijke agent nog nét ergens langsrijden. Anders hadden we waarschijnlijk de hele dag vastgezeten tussen de afzettingen. Ook geen ramp, maar we zijn nou eenmaal op roadtrip en moeten verder, verder, verder.

Onze volgende bestemming is Panajachel, aan het Lago de Atitlán. Bij zijn vorige bezoek heeft Kwin hier een bijna fataal broodje ei gegeten. Dit keer blijkt het gevaar niet in het eten, maar de weg er naartoe. We besluiten in al onze wijsheid om de toeristische route te nemen. Die is korter dan via de snelweg, en lijkt ons mooi. Het wordt zo’n typisch geval waarbij het aftakelen van de weg zo langzaam gaat dat je steeds denkt dat dit ook nog wel kan als het vorige stuk toch nog goed ging. Asfalt, slecht asfalt, vrijwel geen asfalt, zandweg, steile zandweg. Hoewel er op de kaart een weg staat, ervaren we toch wat spannende momenten of ons extreem stoffige karrespoor niet plotseling dood zal lopen.

De weg houdt zich aan de belofte van de kaart. En de weg mag dan slecht zijn, de omgeving is dat niet. We rijden door kleine dorpjes waar mensen weer prachtig uitgedost zijn en trots over straat lopen. En dan komen we in de file.

Huh? Jawel, nadat we weer de hoofdroute hebben gevonden richting Panajachel wordt het opeens extreem druk. Een vreemd fenomeen zo midden in de natuur. Zal wel iets met het Paasweekend te maken hebben. Niet alleen de weg is druk. We vragen bij verschillende hotels of we daar mogen kamperen of een kamer nemen, maar nergens hebben ze plek. De camping die er volgens medereizigers zou zijn heeft de hekken gesloten en als extra maatregel blaffende honden geplaatst.

Uiteindelijk vinden we via de kaart op de GPS toch een hotel waar we mogen kamperen. Met een zwembad en prachtig uitzicht over het meer. Kwin neemt een duik, we pakken er een biertje bij en genieten van de ondergaande zon. Het enige zorgpuntje is de feesttent die duidelijk in opbouw is op het terrein van het hotel. Het testen van de geluidsinstallatie voorspelt slapeloze nachten.

We trekken het dorp in voor het avondeten. Het is gezellig druk op straat (letterlijk, als op een rustige Koninginnedag). Langs de rand van het meer staan allemaal stalletjes met eten en spullen. We hebben nog niet het perfecte restaurantje gevonden, dus we besluiten om een pizzapunt te eten op deze markt. En later nog een. En dan vinden we toch nog Kwins perfecte restaurant: espresso en deserts. We eten een heuze crêpe toe en wandelen terug naar ons busje.

Het blijkt enorm mee te vallen met de geluidsoverlast. ‘s Nachts geen feest in de feesttent, en we slapen heerlijk. Als extra service hebben we zelf ook geen wekker nodig. Om half acht kunnen ze zich niet langer inhouden en gaat de muziek op maximaal volume. Oh well. Het was toch tijd om verder te rijden. Op naar Mexico!

Op de route terug naar de snelweg rijden we langs een gigantische file de andere kant op. Hoe al die mensen nog in Panajachel gaan passen is ons een raadsel, maar ze lijken er allemaal bijzonder veel zin in te hebben. Eenmaal op de snelweg knallen we weer lekker door, en is onze bolide ons dankbaar dat we de toeristische route achter ons hebben gelaten.

Bij het verlaten van Guatemala probeert de man achter de balie ons een of andere vertrekpremie te laten betalen. We beginnen met de transactie, maar wanneer we naar het bonnetje en de prijslijst vragen bij ons wisselgeld blijkt het toch niet nodig en krijgen we alles terug. Het nieuwe anti-corruptie beleid is nog niet bij iedereen geïnternaliseerd geraakt.

Mexico
De Mexicaanse grens pakt meteen goed uit. Een uitgebreide grens met grote hekken en een vrij net kantoor. Onze paspoorten stempelen verloopt soepel. De autopapieren moeten we iets verderop bij een ander kantoor regelen. Voordat we echter verder mogen gebeurt er iets treurigs: onze eieren worden in beslag genomen. Met Pasen.

Het kantoor verderop voor onze autopapieren blijkt al dicht te zijn. We besluiten in een stadje bij de grens een slaapplaats te zoeken, en morgen de papieren te regelen. Uiteindelijk vinden we een hotel waar we de auto in de garage kunnen zetten. Prettig, het was best even zoeken. Dan gaan we op jacht naar een restaurantje. Dat blijkt ook niet eenvoudig. Wat we hadden uitgezocht uit de Lonely Planet blijkt onvindbaar. We eten dan maar een uitgebreide snack in een koffietentje. Een klein meisje oefent trots haar Engels, en vertelt dat ze zo’n fan is van Justin Bieber. Tja. Op de terugweg bekijken we op het leuke centrale plein een soort landen-klededracht-modeshow verkiezing met een presentator met toothpaste smile.

De volgende dag gaan we weer op pad, en regelen ons auto-paspoort voor Mexico. Die is wat duurder, maar is dan ook tien jaar geldig. Vet handig. ‘s Middags lunchen we in een klassieke Mexicaanse vreetschuur, American style. Het eten is prima, al bijt ik wel een stukje van mijn kies af. Sjonge, de aftakeling is begonnen. ‘s Avonds komen we aan in Tuxtla Gutierrez. Daar is zowaar een hotel / RV park met stroom, dus we kunnen lekker zelf koken.

‘s Ochtends vertrekken we op tijd. Het is nog een aardig stuk tuffen naar Mexico stad. We komen uiteindelijk op 850 km. Tijdens die kilometers komen we 16 tolhokjes tegen, en betalen we omgerekend 70 euro. De Péage van Frankrijk is er niets bij. Na een eindeloze ringweg om de stad heen arriveren we in een buitenwijk van Mexico stad, waarover we hadden gelezen dat er een hotel met RV plekken is. Dat blijkt te kloppen gelukkig, nadat we de eigenaren eindelijk te pakken krijgen. Het is een soort grote parkeerplaats, waar met name RV’s staan opgeslagen. Niet super idyllisch dus, maar er is weer stroom en kunnen dus weer zelf koken. En we mogen douchen in een van de kamers die leeg staan.

Dan is het tijd voor Mexico City. De Lonely Planet heeft grondig op ons ingepraat dat dit De Gevaarlijkste Plek Ooit is, en dat je absoluut niets van waarde mee moet nemen omdat het onvermijdelijk gejat wordt. Dus gaan we met alleen een pinpas en een flesje water de bus en de trein in naar het centrum. Daar is het wel aardig. Na alle waarschuwingen is het een beetje lam: niet eng, en ook niet super bijzonder wat betreft stad. We bekijken een leuk museum en vinden een erg leuk restaurantje op een knus binnenplaatsje. Daar bestellen we uiteraard guacemole. Dit blijkt geserveerd te worden met gefrituurd insect. Die laat ik graag aan Kwin, die ze lekker knapperig vindt.

Ook op de terugweg naar onze buitenwijk worden we wederom niet overvallen, beroofd of anderszins lastig gevallen. Dus vertrekken we de volgende dag maar richting Tepic. Weer een aardige tocht met aardig wat tolpoorten. We zoeken ons suf naar het RV park dat in Tepic zou moeten zijn. De vijfde keer dat we er langs rijden zie ik het opeens verstopt zitten in en achter een ‘strip mall’. Los Pinos RV park heeft verder prima voorzieningen, het is lekker weer op wat gras te staan.

Dag 6 is Mexico rijden we naar Guasave. Daar gaan we op zoek naar Mr. Moro aan Playa Las Glorias. Dit is een camping aan zee. We kunnen het voor de verandering niet goed vinden, zelfs niet met GPS coordinaten. Tot we een politie-auto tegenkomen, wat leidt tot een persoonlijke escorte tot aan de deur. Het is even zoeken of ze hier iets voor terug verwachten, maar dat lijkt echt niet zo te zijn, dus we bedanken ze heel vriendelijk.

Dan moeten we proberen te regelen dat we daadwerkelijk op een van de vele vrije RV plekken mogen staan. Dit blijkt een zeer ingewikkelde opgave voor de persoon die we na enig zoeken vinden die op dat moment de baas lijkt te zijn. Hij begrijpt werkelijk waar niet wat we willen. Is natuurlijk ook een ingewikkelde puzzel: twee mensen die ‘s avonds aankomen in een camperbusje bij een camping. What could we possibly want??

De camping ligt prachtig aan zee en we staan er prima. Het lijkt wel enigszins verloederd sinds dat de website is opgericht. Deze plek heeft meer glorieuze tijden gekend. We genieten van het uitzicht en koken weer een eigen maaltijd. Fijn om na veel hotels in Centraal Amerika weer wat camping-vrijheid te ervaren.

Hoewel we hadden gedacht wat langer van deze prachtige luxe camping te gaan genieten, besluiten we toch weer verder te rijden en iets te zoeken wat net wat minder uitgewoond aanvoelt. Wij rijden door naar Guaymas, en installeren ons bij Hotel Playa de Cortes. Dit is een favoriete stop van veel snow birds (Amerikaanse pensionados die met hun RV steeds de warmste plek opzoeken). Geen wonder, want hoewel de prijs er ook naar is, voelt deze plek uitzonderlijk schoon, luxe en veilig. Wij besluiten het ervan te nemen en ons drie nachten in luxe te wentelen. We hebben voor het eerst ‘full hook-ups’, oftewel stroom, water (direct op de kraan, dus niet via de tank) en riool. Bijzonder decadent.

Dit is meteen ook een uitgelezen kans om – voor het eerst!!! – onze partytent op te zetten. Deze hebben we in Chili gekocht bij wijze van luifel, en iedere avond verplaatst om ons bed op te kunnen maken. Nu is het dan eindelijk zo ver. Na enig zoeken staat hij. En breken we meteen een van de plastic verbindstukjes. Pure kwaliteit. Het is wel erg leuk om zo’n tent te hebben staan. Het geeft echt het gevoel alsof je woning verdubbeld is, zo’n extra afdak met onze tafel en stoelen eronder.

De twee vakantie-dagen die volgen spenderen wij in volle ontspanning. Na onze race door Centraal Amerika nemen we zelfs de tijd om een kano te huren. Het hotel staan aan een kommetje van de zee, en we peddelen om de grote witte rots heen die bij de ingang van de kom ligt. Deze rots hernoemen we bij nader inzien naar ‘bird shit rock’. Ook neem ik een kijkje in zo’n gigantische ‘fifth wheel’ RV met slide outs. Onwaarschijnlijk. Dat lijkt een stuk stabieler dan ons miniscule busje, als je ziet dat ze gewoon een printer los op een kastje hebben staan. Het is theoretisch gezien ook mogelijk dat ze wat rustiger rijden dan wij.


En dan is het op 8 april 2013 tijd voor ons laatste stukje Mexico. We rijden naar de grens bij Nogales, en rijden bij gebrek aan Mexicaanse eind-grens direct het USA gedeelte binnen.

Voordat we aan dat verhaal beginnen nog even wat algemene beschouwingen en cijfers.

Onze samenvatting van Mexico: Mexicanen lijken erg op Amerikanen, en wel precies op die punten waarin Amerikanen verschillen van Europeanen. Om dit algemene gevoel met wat stereotypische voorbeelden kracht bij te zetten: ze hebben grote auto’s die passen bij hun (gemiddeld) grote lichamen. Een fast food verslaving dus, met altijd een ‘pollo’ tent binnen een straal van 1.500 meter. Dit was het eerste land waar ons busje klein was, en waar we verschillende andere Ford E350’s hebben zien rijden.

Een cijfermatige samenvatting van onze roadtrip in Centraal Amerika:

  • 21 dagen (18 maart – 8 april)
  • 7 landen
  • Panama: 4 nachten.
  • Costa Rica: 4 nachten.
  • Nicaragua: 1 nacht.
  • Honduras: 0 nachten.
  • El Salvador: 1 nacht.
  • Guatemala: 2 nachten.
  • Mexico: 9 nachten.

En dan nu Amerika. De douane-beambte zet meteen de sfeer: ‘This is the United States m’am, nothing’s gonna happen’.
Hij had het over de veiligheid natuurlijk. Maar hij heeft op alle fronten ongelijk gekregen… En dat verhaal, jongens en meisjes, vertellen we in de volgende post.

(Heus! Ook het laatste deel van ons blog komt nog! Binnenkort. Een keer.)

This entry was posted in Costa Rica, El Salvador, Guatemala, Honduras, Mexico, Nicaragua, Panama, Panamericana. Bookmark the permalink.