National Parks & Vegas baby!

13 – 14 april: The Grand Canyon

Vandaag gaan we op pad richting de Grand Canyon. Eerst maakt Kwin de radio nog af met draadjes solderen en alles. Tegen de tijd dat we vertrekken roept de beheerder van het RV park vriendelijk en/of sarcastisch ‘Are you leaving soon then?’ en geeft ons vervolgens een ‘goodbye hug’. Gut.

BHvewzJCIAESl-k.jpg-large

Net als de mensen is het landschap ook weer echt anders dan we tot nu toe hebben gezien: Het Woeste Westen! Zo ontzettend veel ruimte en woestijnachtig landschap. Dit wordt mooi geïllustreerd door een vliegtuigsloop langs de weg. Net als voor auto’s, maar dan rijen vol gigantische vliegtuigen. Een indrukwekkend gezicht.

In het McCafe willen ze wederom geen losse espresso verkopen, of een gewone cappuccino. Die zijn natuurlijk bedoeld als extra shot in je slagroom drankje, en cappuccino’s drink je koud of met een raar smaakje. Ze hebben er wel altijd wifi, en ik hoor van een potentiële nieuwe baan in Nederland. Jeetje! Dat leven begint ook weer over een paar maanden.

In de Grand Canyon zoeken we een mooie camping. En we hebben een Amerikaanse primeur: nadat we maandenlang de grootste op de weg te zijn geweest en uit parkeerplaatsen puilden worden we geweigerd bij het ‘Trailer Village’. We zijn te klein. Hun plekken zijn bedoeld voor rijdende huizen met zithoek en open haard. Dus we wijken uit naar de meer basic camping. En dat is absoluut fantastisch. Midden in een bos, naast de Grand Canyon met ruime plekken. We stoken een vuurtje, barbecuen een geniale maaltijd en eten aardbeien toe. Oh yeah! Hiervoor zijn we naar Amerika gekomen: prachtige natuur, camping met BBQ en een luxe supermarkt om de hoek.

Untitled

Kwin begint de dag als monteur. De nieuwe headboard wordt op het busje gezet. Daarna gaan we snel richting de Grand Canyon. Het valt op dat hier een andere doorsnede van de Amerikaanse bevolking komt dan in de gemiddelde McDonalds: er zijn minder dikke mensen in het park. Dit zijn de mensen die vrijwillig gaan wandelen.

In het visitor center drinken we een cappuccino en kiezen we een wandeling. Langs de hele Canyon rijden shuttle bussen naar de verschillende paden. Bij de start van onze wandeling eten we eerst nog eens een hot dog (we passen ons graag aan), en durven na dit uitstel eindelijk onze 4 tot 6 uur durende wandeling te starten. Het is hier prachtig, met  wijdse uitzichten en mooie schaduwen. Het wandelpad is ook heel netjes verzorgd. Er wordt duidelijk veel gedaan om de mooie natuur toegankelijk te maken voor publiek. We maken ons wel enigszins zorgen over de mensen die op de terugweg zijn. Die zien er verdacht vermoeid uit. We hopen nog genoeg fietsconditie te hebben om ook weer omhoog te komen.

BH7qR51CcAAvWF9.jpg-large

Na een uurtje zijn we bij de 3 mile hut. Er is een uitkijkpunt nog een stuk verder, maar we vrezen dat we dan niet op tijd terug zijn voor een volgende BBQ. Of dat we überhaupt niet terug omhoog komen. Dus we gaan op de terugweg. We knallen in 1,5 uur terug omhoog, en zijn bijzonder tevreden met onszelf en onze conditie. Nog geen 3 uur over de wandeling van 4 tot 6 uur gedaan. Waar 5 maanden fietsen al niet goed voor is. Mijn knieën zijn wat minder tevreden met deze oefening, en ik hinkel naar de luxe supermarkt voor de inkopen voor een volgende zalige BBQ maaltijd. Vlees, maïs en aardappel. Zonder pannen 🙂  We kruipen gelukkig en vroeg ons bed in en zetten de verwarming aan. De voorspelling is -6 graden.

15 – 17 april: Lag Vegas!

Met brakke knietjes en milde spierpijn verlaten we de Grand Canyon. We strijken weer neer in de McDonalds. De opbrengst van de wifi en McCafe zijn dit keer zowaar losse espresso’s (voor ruim 2x de prijs) en een hotel in Las Vegas! Op weg naar dit gokparadijs rijden we over een weg met ongelooflijk veel niets. Land dat gewoon land is. Geen tuin, akker, golfbaan of projectontwikkelaar landgoed. Het ligt daar maar gewoon een beetje, alsof ze nog wat over hadden. Het is verrassend bijzonder om zoveel niets te zien!

Tussen zoveel leegte kom je ook tot nieuwe inzichten. Bijvoorbeeld dat de dag & totaalteller van onze V8 camper op miles staan, en niet in kilometers zoals erbij staat aangegeven. Dat is goed nieuws voor ons gemiddelde verbruik, dat hiermee op zo’n 1 op 6 komt. Gelukkig is de benzine hier goed te betalen.

We stoppen onderweg bij de Hoover Dam. Ook weer heel mooie omgeving! De dam is in art deco stijl gebouwd, en zorgt voor een groot deel van de stroomvoorziening van Las Vegas. En dat zegt wel wat.

BH_4Yk4CIAAq4Sr.jpg-large

En dan zijn we zomaar in Las Vegas. Er staat een lange rij voor de incheckbalie, en dat geeft niets. Er is veel te zien! Met name veel gok machines, en ook een hele Efteling achtige aankleding van de hal. We hebben een mooie kamer, met uitzicht op een achtbaan van een ander hotel. Wat een bizarre plek! We eten bij de Italiaan van het hotel, een ruimte binnen de grote hal (want je moet natuurlijk zo lang mogelijk binnen blijven). Het eten is prima. Lekker duur ook.

Het voelt wat vreemd voor ons om binnen zo’n groot gebouw te zitten na bijna een jaar op campings te hebben gestaan. Om wat van onze vrijheid (en geld) terug te winnen halen we ontbijt op uit onze camper. Dan gaan we aan de wandel. Je kunt hier dagen rondlopen zonder te gokken en toch je ogen uit kijken! Je kunt ook beter blijven kijken, want iets doen kost meteen een klein fortuin. Lunchen bijvoorbeeld. We gaan voor een nog redelijk betaalbaar Subway broodje.

Er staan werkelijk gigantische gebouwen, de een na de ander. Er is een groot verschil in klasse tussen de complexen. Van compleet geragd tot super chique in de Bellagio. De aankleding is heel bijzonder, hier met allemaal vlinders aan het plafond. We vinden ook een hoek met allemaal kitsch uit Nederland! Windmolens en klompen uiteraard.

BIFA9MCCQAAnq16.jpg-large

In The Venetian hebben ze binnen een klein Venetië nagebouwd. Inclusief grachten, bootjes en nep-blauwe-lucht. En echte Italiaanse koffie! Wij doen even een terrasje aan de gracht (binnen dus) met een cappuccino.

Untitled

We zien ook nog een bordje op het toilet dat een heleboel helder maakt. Het zit dus zo: je moet het toiletpapier niet ergens op de grond gooien, maar IN het toilet! Weer wat geleerd van Vegas.

BH7q_NbCUAIIUt0.jpg-largeBIFB_aWCIAAwXWQ.jpg-large

We checken nog even de ook al gigantische M&M winkel, met bizarre hoeveelheden en types M&M’s. Dan lopen we terug over de Boulevard en eten bij ons hotel bij de Nine Fine Irishmen. Ook weer prima kost, met dezelfde prijs/kwaliteit verhouding als de Italiaan.

We doen weer een camping ontbijt op onze hotelkamer en lopen daarna de andere kant op vanuit ons hotel: richting het kasteel en de piramide. Dit lijkt de minder sjieke hoek van de Boulevard, het is een beetje een verlopen boel. En toch allemaal groots en meeslepend. En makkelijk in te verdwalen. Ze willen je dan ook graag binnen houden. We gaan de uitdaging aan om door alle gebouwen en onderlinge verbindingen terug te lopen, zonder naar buiten te hoeven. Lukt bijna helemaal.

BIHCrZQCcAAV0di.jpg-large

We lopen hier al bijna meer dan in de Grand Canyon, en we gaan nog even door. In Cesars Palace zijn we wederom onder de indruk van hoe groot het is, en van de ronde roltrap. Hoe zou dat werken? Naast indrukwekkend bereikt het ook een ongekend level van kitsch. De namaak Trevi fontein met indoor blauwe lucht spant de kroon.

BIHCHn-CIAAmmTQ.jpg-large Untitled

We sluiten ons bezoek af door los te gaan op het buffet in Bellagio. Zo. Veel. Eten! We wandelen terug langs de vlinders, chocoladefonteinen en nog twee hele mooie moderne luxe complexen. Aria, dat is er eentje voor een volgend bezoek…

18 – 19 april: Death Valley

Na alle pracht en praal stappen we weer in ons kleine rijdende huisje en gaan op weg naar Death Valley. De laagste, droogste en warmste plek van Noord Amerika. Onderweg vinden we nog een sloop die de schroefjes heeft die ons busje nodig heeft. We gaan ook nog even een Walmart binnen, maar die heeft maar een kleine voedsel afdeling. Die slaan we over, en bij de volgende afslag naar een winkelcentrum zijn we even niet in de stemming. Maakt ook niet uit, die dingen liggen toch om de honderd meter langs de weg.

Behalve hier natuurlijk. Richting Death Valley is er woestijn. Punt. Het is weer een heel bijzonder landschap, met veel zand en niets. In het National Park van Death Valley is er gelukkig een General Store zodat we wat te eten hebben. Hun voedsel afdeling is nog minimaler dan de Walmart, en de camping volgt dit thema: er is geen douche en de check-in is zelf-service. Een sympathiek concept.

Untitled

De volgende dag verkennen we Dantes Viewpoint in Death Vally. Via een mooie kronkelweg gaan we omhoog. Daar hebben we een wijds uitzicht over het Laagste Punt van Noord-Amerika: een zoutvlakte onder zeeniveau. Na dit spektakel maken we een wandeling door een ruig zanddoolhof bij de Golden Canyon. De paden zijn ingesleten in het (zand?)steen, wat je doet hopen dat het niet opeens hard gaat regenen. Wel heel onwaarschijnlijk, op de Droogste Plek van Noord Amerika…

Untitled

UntitledDaarna doen we nog een kleine wandeling over een boardwalk. Deze volgt een klein stroompje, met een stel kleine bikkels als bewoners. Hier wonen de ‘pupfish’. In water zouter dan de zee, met soms maar een centimeter water en temperaturen van 0 tot 40 graden. Wij krijgen het al warm bij het idee, en doen een drankje bij een klassiek ‘western’ winkeltje met veranda en schommelstoelen.

Dan zijn we klaar voor ons laatste tripje in Death Valley: een wandeling door een kloof naar een waterval. Een leuke afwisseling, omdat het in de kloof wat groener is. Er zijn zelfs bomen, nadat we in de rest van het Park tot nu toe precies twee plantjes hebben gezien. Dat bevalt wel, dus we gaan op weg naar Joshua Tree National Park. Onderweg eten we bij de zoveelste fastfood keten, Carls jr. Dat voldoet aan de verwachtingen. We maken een tussenstop bij Fairgrounds met weer het sympathieke zelf check-in concept.

20 – 21 april: Joshua Tree National Park

Voor dit National Park hebben we hetzelfde plan als voor Death Valley: in het park zelf op een camping gaan staan en dan zoveel mogelijk lopend de boel verkennen. We stoppen bij het visitor centre om de routes op te vragen, en krijgen slecht nieuws: alle campings zijn vol. Dus zoeken we een private camping in de buurt. Dit is een Good Sams park, en maakt de kleine teleurstelling ruim goed. Het is er bijna eng netjes, je krijgt full hook-ups en er is een zwembad, bubbelbad, sauna en laundry. We besluiten zo veel mogelijk te gebruiken en doen de was. Kwin werkt aan het vervangen van de bougies en ik schrijf aan ons blog. Een heerlijk ontspannen middag zonder toeristische gebeurtenissen.

Untitled

De volgende dag rijden we het Park in. Wat een bizar landschap, met even bizarre bomen! De verhoudingen lijken niet te kloppen. We maken een prachtige wandeling in dit ‘Wonderland’. Er zijn grote heuvels van rotsen. Door de horizontale en verticale breuklijnen lijkt het net of een oude beschaving van reuzen met een blokkendoos heeft zitten spelen. De Joshua Trees maken het landschap afwisselender dan Death Valley. In de schaduw van de blokkendoos rotsen groeien ook gewone bomen en planten. Terug op de camping gaat Kwin weer aan het monteurswerk en doe ik wat sollicitatiewerk.

Untitled

This entry was posted in Panamericana, USA. Bookmark the permalink.