Home Sweet Home

Na het prachtige uitzicht in het vliegtuig komen we aan in lekker weer. Het is al laat in de avond, maar nog steeds volstaat een shirt. Goddelijk. Er blijkt ook nog een reguliere bus naar het centrum van Santiago te gaan vanaf het vliegveld, en wanneer we uit de bus stappen biedt een jongeman spontaan aan ons langs ons hotel te brengen. We vertellen waar het is en het blijkt 6 blokken om te zijn voor hem. Hij brengt ons alsnog. Zegt dat de meeste buurten wel oké zijn, maar dat je het nooit weet zo ’s avonds laat met allemaal bagage. We hebben vooruit een appartementje geboekt zodat we zelf kunnen koken. Ook dat is een prima plek in een goede buurt dicht bij de metro. Welkom in Santiago!

We gaan meteen aan de slag op het internet. Er zijn verschillende marktplaats-achtige sites met veel auto’s en ook casas rodantes en motorhomes. We mailen ze allemaal. Met uitzonderlijk weinig resultaat. We vinden wel een bedrijf dat van die camperbakjes verkoopt die je in de laadbak van je pick-up kunt zetten. Dus we gaan op weg met de metro en de bus (die hier trouwens uitstekend werken! Iedere 3 tot 5 minuten een metro, vele bussen) naar de juiste buitenwijk.

We kunnen het niet vinden. Het adres (dat we vergeten zijn op te schrijven, d’oh!) achterhalen we wel, maar het bedrijf lijkt daar niet te zitten en de poortwachter van het bedrijventerrein begrijpt er werkelijk helemaal niets van als we proberen uit te leggen naar wat voor bedrijf we op zoek zijn. Toegegeven, dat zou ook aan ons nog niet helemaal optimale Spaans kunnen liggen, maar je zou toch een sprankje herkenning verwachten als ze die dingen op 50 meter van zijn neus zouden verkopen.

Gedesillusioneerd lopen we een andere weg terug naar het busstation, gezellig langs de rondweg om Santiago. Langs de ventweg ziet Kwin een Ford camperbusje staan. Het arme beestje staat op een afgesloten terrein dat nog het meeste weg heeft van een autokerkhof. Er staat nergens een bord met een bedrijfslogo of ‘se vende’, dus dit busje met A-team aspiraties lijkt onbereikbaar. Voor de zekerheid schrijven we het adres op, en keren onverrichterzake terug naar huis. Daar hebben we nog geen nieuwe reacties ontvangen. We beginnen ons wat zorgen te maken dat de tijd tussen kerst en oud en nieuw wellicht niet het juiste seizoen is voor de camperjacht.

Met dat in het achterhoofd en de matige resultaten via internet en mail komen we tot een beangstigende conclusie: we zullen mensen moeten Bellen. In het Spaans. Brrrr. Ik zoek nog een paar handige woorden op, zet nog eens een kopje thee en dan valt het niet meer uit te stellen. De gesprekken lopen ongeveer zo:

  • Merel: Hola. Llamo por el motorhome. Es disponible todavia?
  • Chileen: <woordenstroom>
  • Merel: Ehhh, perdone, mi español no es muy bien todavia. El motorhome? Es disponible?
  • Chileen: Ahhh, el Kombi! Si, es disponible.
  • Merel: Es posible verlo?
  • Chileen: Si… <woordenstroom waarin verschillende tijden genoemd worden>
  • Merel: Ehhh, entonces, es posible verlo mañana? (Si) A que hora?
  • Chileen: A las quatro, o quatro y media… <woordenstroom>
  • Merel: Ah, entonces mañana a las quatro y media. (Si.) Y su direccion es …

Waarop ik gemiddeld 5 keer moet vragen de straatnaam te herhalen (ze slikken graag letters in), en in sommige gevallen moet vragen of ze het willen mailen. Dan hangen we op, zoeken we de straatnaam op in Google maps, en moeten in sommige gevallen nog een keer terugbellen omdat dezelfde straatnamen nog wel eens willen voorkomen in verschillende wijken.

Kortom: ik spreek ondertussen voldoende Spaans om een vraag te stellen, maar mijn vermogen om vervolgens het antwoord te verstaan is nog buitengewoon beperkt. Tikkeltje onpraktisch. Gelukkig bestaat er het concept van de gesloten vraag, waardoor we uiteindelijk aardig wat bezoekjes hebben kunnen afleggen op basis van mijn begrip van de woorden ‘si’ en ‘no’.

Er zijn twee belangrijke categorieën beschikbare campers: nog niet af (maar er wordt aan gewerkt) en ‘gewoon zeer geragd’ (take it or leave it). Deze categorieën worden helaas niet vermeld op de websites, met als troostprijs dat wij Santiago, haar openbaar vervoer en haar buitenwijken zeer goed leren kennen. Je hebt ze in alle kleuren en maten: van semi-krottenwijk naar gated community.

De eerste in de categorie ‘nog niet af maar we hebben een heel mooi plaatje van google geleend voor de advertentie’ is een T2 Volkswagen. Dat zijn hele schattige busjes, al zijn ze wel wat aan de kleine kant. En als het tentdoek dan gescheurd is (si si, sera un nuevo, muy bien), de vuile was van de vorige bewoner er nog in ligt en het interieur gedeeltelijk op straat staat verliest het toch wat van zijn charme. Ze hebben nog een paar andere Combi’s staan in verschillende staten van herstel, maar ze kunnen er maar 1 klaar hebben op 15 januari (over ruim 2 weken) als we nu beslissen. En dan weet je nog niet hoe ze er dan uit zien, of ze dan daadwerkelijk klaar zijn. We keren huiswaarts.

Een andere klassieker is de jongen waar we een afspraak mee maken voor de volgende dag 11 uur. We staan op het adres in een van de minder gezellige buitenwijken, maar geen jongen. Er komt een man aan die duidelijk bij dat adres hoort en van niets weet. Dat blijkt de vader van die jongen te zijn. Hij heeft wel een paar ‘straks zo goed als nieuw’ campers in zijn voortuin staan, maar niet degene waar we voor hebben gebeld. Hij belt zijn zoon, en de conclusie is dat we even moeten wachten. We zitten ongeveer een kwartier in bijzonder ongemakkelijke stilte, afgewisseld door even ongemakkelijke small talk. Waar we vandaag komen enzo. Lastig om beleefd te kletsen over koetjes en kalfjes als je je onwijs aan het ergeren bent dat die gast z’n zoon geen manieren heeft.

De goede sfeer wordt de arme man te veel en hij belt weer naar zijn zoon. Dit keer laat die weten dat we naar hem toe moeten komen. Gelukkig wil de vader ons wel brengen. Het is een paar minuten rijden, en blijkt bij een gasstation te zijn. Die verdienen wat bij door auto’s op hun terrein te laten parkeren/sleutelen. De twee grote accu’s die naast de auto staan vinden wij geen goede voorbode. Ook staat de motor al aan, wat ons doet vermoeden dat hij niet nog een keer zal starten en/of lang moet warmdraaien voordat hij in beweging kan komen. De jongen verontschuldigd zich niet voor het vertragen van de afspraak of het feit dat hij duidelijk nog aan de auto aan het werk is en nooit van plan was geweest daadwerkelijk op het adres te zijn dat hij ons had opgegeven. Ja, met die jongen willen we graag zaken doen.

We rijden een rondje in zijn brakke bolide. Het is een hobbelige rit (zeer enthousiaste vering) en de jongen is wat nerveus omdat de auto uiteraard niet de juiste papieren heeft om al rond te mogen rijden. Iets met een APK… Gezien al deze punten komen we er niet uit met de prijs. Wederom keren wij huiswaarts.

Een volgende topper staat iets buiten de stad. De man wil ons wel komen ophalen van een metrostation, en hoewel we een foutje maken met de exacte locatie vinden we elkaar uiteindelijk. Zijn Chevrolet is van het type ‘uitgewoond’. Twintig jaar oud, waarvan je iedere minuut kunt zien. Het heeft een raar soort platformpje aan de achterkant waar je een brommer kunt stallen en waar een gasfles min of meer vast op gemonteerd is. Binnen is het een standaard camper, met opvallend weinig bergruimte en een badkamertje. Niet ideaal, maar er valt mee te werken. De prijs die wij bereid zijn ervoor te betalen ligt echter weer mijlenver van de vraagprijs. We komen er niet uit. Op dat moment maken we ons even zorgen of we nog terugkomen naar de stad, maar de man brengt ons netjes weer terug naar het metrostation.

We trekken ook twee keer uit naar de welgestelden in de gated communities aan de rand van de stad. Prachtig trouwens, dicht tegen de Andes aan met goed onderhouden tuinen en toch de stad binnen handbereik. De ene is een soort Mi Harlequin. Weten jullie nog? Dat busje dat we in Punta Arenas op straat zagen staan? Een T2 Volkswagen busje met een sixties camperopbouw er omheen. Buitengewoon vertederend. Helaas alleen in Argentinië geproduceerd en zelden in goede staat. Deze is ook niet optimaal rijklaar, met name omdat hij geen APK heeft. En de motor is niet origineel. We proberen een deal te maken waarbij hij nog de APK regelt, maar we worden het niet eens.

De andere optie achter hekken is een gewone VW T2 combi. De vrouw haalt ons op van de metro, een klein uur na de afspraak (*zucht*). Ze hebben hem nieuw bekleed in paarstinten, en de meeste dingen lijken in orde. Al weten ze niet of de keuken het doet (‘we’re barbecue kind of people’), is er een probleem met de benzinemeter en is een ashoes stuk. We rijden een rondje. Het rijdt aardig, al voel je ook in deze Combi iedere hobbel nog een minuut na. Hoewel Kwin geen fan is van het paars doen we een bod. Ze nemen het niet aan. Het wordt wel duidelijk dat de man zijn kindje eigenlijk niet kwijt wil, terwijl de vrouw hem wil verkopen om een familieauto te kunnen kopen voor het aanstaande mensenkindje.

Dan is er nog de man uit het Eco-reservaat, die een Ford camperbusje uit Duitsland heeft geïmporteerd. Wetende wat die dingen in Europa kosten en wat hij er hier voor kan (durft te) vragen is dat een goede business. Prima man overigens, en ook een prima busje. Diesel uit ’92. Geen turbo (max 80 km/u…), wat weinig bergruimte en een Chileense gasfles in een kastje gepropt die je er nooit meer uit krijgt, maar verder is alles aanwezig en functioneel. We twijfelen. Het is verreweg de beste optie tot nu toe, maar de functionaliteit doet ons wat ‘Ikea’ aan. Het ziet er handig uit en het werkt, maar voor hoe lang? En ondertussen is het de prijs van die exclusieve designwinkel van om de hoek.

We zeggen er nog even over te denken. Bij de bushalte op te terugweg kunnen we er niet meer omheen: het zou eventueel kunnen dat het kopen van een busje in Zuid-Amerika niet het beste idee is wat we ooit gehad hebben. Gelukkig kunnen we ook concluderen dat het gezien de omstandigheden nog steeds het meest praktisch is, zij het niet het goedkoopste. Voor en tijdens onze fietstocht hadden we immers geen tijd om een auto in Nederland voor te bereiden en te laten verschepen zodat hij op het juiste moment in Ushuaia zou zijn. En het is ook erg ingewikkeld om een Amerikaanse auto weer kwijt te raken in Zuid-Amerika (legaal kan dat alleen aan mede-reizigers). De filosofische eindconclusie van onze overpeinzingen: ‘oh well’.

Ondertussen hebben we vrijwel dagelijks naar Danag gebeld. Dit blijkt het bedrijf te zijn dat bij het adres hoort waar we de eerste dag het Ford busje hebben zien staan. Die hebben we eindelijk te pakken gekregen, en we hebben de volgende ochtend een afspraak. We besluiten dat dit de laatste zal zijn. Of het is een goed busje en we betalen de prijs, of we gaan toch per openbaar vervoer reizen.

We zijn weer in de buitenwijk van onze eerste excursie. En daar staat hij dan. Ons Ford busje. We dromen even weg bij het visioen van een zwart busje met rode streep. Achter het stuur zit een goudbehangen neger. Naast hem zegt een man met sigaar met een brede grijns ‘I love it when a plan comes together.’ Dan start de themamuziek en genieten wij van de trailer van ons panamericana avontuur.

Wel aardig dus, dat busje. Het heeft alles wat je zou kunnen wensen (koelkast, kookpitten, wastafel, draaibare passagiersstoel, uitklapdak, 2 bedden, cassettespeler, zijraampjes) en dan nog wat meer (magnetron!?!, v8 motor, full-size kraan, warm water). Er is niet heel veel bergruimte, maar wel genoeg. Er starten onderhandelingen, en we komen er bijna niet uit. Op het laatst past hij de truc toe van ‘ja, maar die prijs is natuurlijk exclusief BTW, ik moet ook nog belasting betalen’. Op dat moment al een boeverig argument, zeker gezien hij later nog het lef zal hebben om te vragen of we de factuur nog even willen komen terugbrengen ‘omdat hij liever geen belasting betaalt’.

Maar we komen er dus uit! Het is veel geld, maar het is ook veel busje. We spreken af dat wij die middag meteen het geld overmaken. Dat moet zo digitaal, omdat wij een limiet hebben wat we per dag mogen opnemen, en anders zou het te lang duren voordat we het bij elkaar gepind hebben. Het nadeel is dat het geld een aantal dagen onderweg is. Verder zal hij nog het slot aan de bestuurderskant repareren, de accu’s voor het campergedeelte opladen en aansluiten en de APK regelen. Morgen (vrijdag) komen wij terug en gaan we naar de notaris om het koopcontract te tekenen.

Vrijdagochtend staan wij op de afgesproken tijd enthousiast weer in onze nu favoriete buitenwijk. ‘To tell you the truth Kwin, there was a problem with the lock.’ Ons sterke vermoeden is dat het probleem is dat hij daar de vorige dag te laat mee is begonnen, maar we zijn het erover eens dat het belangrijk is dat hij dat nu repareert zodat ook de APK vandaag nog kan voor het weekend. Hij weet een notaris die ook op zaterdag open is, dus spreken we af voor de volgende ochtend.

Zaterdagochtend staan wij op de afgesproken tijd weer in de ons zo langzamerhand welbekende buitenwijk. ‘To tell you the truth Kwin, nobody does that. Signing the sale document before you have the money.’

Dit valt niet in goede aarde. We hebben er best begrip voor dat je zou willen afspreken om te wachten tot het geld is aangekomen. Maar dat was niet de afspraak. Er werd gesproken van vertrouwen, en wij hebben ook het vertrouwen gehad dat geld over te maken zonder dat we verder iets hebben. (Nou ja, een handgeschreven papiertje met zijn handtekening. Gezien de hoeveelheid stempels die je hier nodig hebt om iets officieel te maken is het bijzonder onwaarschijnlijk dat we daar wat mee kunnen). En hij heeft al twee dagen gehad om zich dat eerder te bedenken. Nu staan wij hier voor de 2e keer vroeg in de ochtend naar excuses te luisteren. Dit voelt als de eerste stap in het duivelse oplichtingsplan waar we in zijn getrapt. Er ontstaat ruzie. Uiteindelijk verlaten wij zeer sceptisch het terrein met een cheque van Gustavo voor het koopbedrag ter garantie. Het schijnt strafbaar te zijn om een ongedekte cheque te schrijven in Chili, maar wij hebben er niks aan om hem aan te kunnen klagen. En we weten pas als of hij ongedekt is als we hem gebruiken.

Het is een prikkelbaar weekend. We doen ons best om vrolijk toerist te spelen, maar we maken ons toch zorgen over een goede afloop met ons geld en busje. De afspraak is nu dat we naar de notaris gaan zodra Gustavo het geld heeft ontvangen op zijn rekening. Ondertussen bellen we iedere dag om de voortgang te horen over de benodigde papieren. Er is een probleem ontstaan met de APK. Doordat ‘iemand’ de importpapieren slordig heeft ingevuld is het busje nu op papier te zwaar voor een reguliere APK, en zou het onder kleine vrachtwagen vallen. Waarvoor we een ander rijbewijs nodig hebben. Wat we niet hebben. Gustavo heeft een ander mannetje ingehuurd om dit probleem op te lossen (dat probleem krijgt straks vast een offer it cannot refuse). Wij voegen dit toe aan ons zorgenlijstje.

Woensdag blijkt het geld binnen. En jawel, dat meldt Gustavo eerlijk en enthousiast en we maken een afspraak voor het tekenen van het contract. Eerst probeert Gustavo dit direct bij de Registro Civil. Hier willen ze dat niet doen omdat ons Spaans niet goed genoeg is om hun vragen te beantwoorden. Gustavo is diep verontwaardigd, maar wij denken dat de mevrouw ons in bescherming nam voor een shortcut waarbij er iets zou kunnen gebeuren wat we niet begrijpen.

Dus vertrekken we naar de notaris. Daar is het een chaos. Bizar hoeveel mensen er iets bij de notaris te zoeken hebben. Je lijkt hier voor ieder (semi-)officieel document tenminste 4 stempels nodig te hebben. Er is een balie en er zijn geloof ik nummertjes, maar iedereen staat toch in de rij. Gustavo loopt langs de rij. Het is allemaal een tijdje wachten, maar dan hebben we ook een contract met stempels, handtekeningen en vingerafdrukken (!!) waarop staat dat het busje van ons is. Excellent!

Om dit te kunnen doen heb je trouwens een RUT nodig. Dat is een soort Chileens BSN, wat je ook kunt aanvragen als buitenlander die iets met de bureaucratie van Chili wil. Het aanvragen van dat RUT was echt een topervaring. Zonder sarcasme! We lopen het gemeentehuis binnen van het centrum van Santiago. We vragen wat we nodig hebben voor het aanvragen van een RUT. We krijgen meteen het formulier en worden naar een balie verwezen. (Oké, het verwijzen gebeurt op traditionele wijze met een wapperende hand en een variatie op ‘ja, daar verderop’, maar je kunt niet alles hebben.) Het formulier heeft minder verplichte velden dan het gemiddelde incheckformulier voor een hotel, en na voorzichtig vragen bij een balie ‘daar verderop’ blijken we aan het juiste adres. De man vraagt vriendelijk om Kwins paspoort en maakt een kopietje. Hij beantwoord geduldig onze vragen en informeert geïnteresseerd waar we vandaan komen. Zijn collega is bezig met een onwaarschijnlijk dikke stapel bonnetjes die een mevrouw net kwam inleveren. Hij biedt ons een snoepje aan. Dan zet onze man een stempel. And just like that hebben wij een legaal persoonsnummer in Chili waar je o.a. een auto mee kunt kopen. Nederland vereist hiervoor een Nederlands rijbewijs.

Omdat we dezelfde dag onze registratie bij de verkeersdienst willen regelen omdat dit sneller kan dan als de notaris het doet, gaan we meteen verder naar een Registro Civil. Een kwartier rijden laten krijgen we van een onverbiddelijke ambtenaar te horen dat als we eenmaal het proces hebben gestart via de notaris, het dan niet meer kan bij de Registro Civil. Dat vinden wij even erg jammer. We gaan terug naar de notaris. Die zegt dat dit onzin is en dat het wel kan. Zij heeft een vriend bij een andere locatie (er is per wijk een Registro Civil) en dan moet die haar maar bellen als er een probleem is. Hmmmm. We vertrekken naar die Registro Civil. De beste man toont geen enkel teken van dat het ooit een probleem zou kunnen zijn om onze auto te registreren. We krijgen een tijdelijk bewijs van inschrijving en kunnen de definitieve over 3 weken in de post verwachten (of een duplicaat ophalen op een ander kantoor, gelukkig).

Zoals Gustavo iedere dag beloofd heeft vanaf onze overeenkomst, zal vanmiddag toch echt die APK er zijn. Omdat we dat nu wel eens willen zien besluiten we te wachten, terug bij ons busje op het autokerkhof. We hebben ruim voldoende tijd om ons busje te leren kennen. Plus het terrein van Danag. En daarna is er nog steeds geen APK. Ze lijken af en toe contact te hebben met hun APK mannetje, en dan schijnt die te zeggen dat hij er zo aan komt. Wanneer ‘zo’ verstrijkt kunnen ze hem vervolgens niet bereiken. Maar morgen. Dan is die APK er zéker. Dus we spreken op tijd af bij Danag zodat we ruim voldoende tijd hebben om de papieren te regelen. Die kantoren sluiten namelijk steeds al om 2 uur ’s middags.

We zijn er donderdag ochtend. Drie keer raden. Geen APK. Hij zal er om 10 uur zijn. Om 11 uur. Om 12 uur. Om half 1. De tijd begint te dringen voor de openingstijd van het kantoor. 1 uur. Half 2. We beginnen rood te zien. Het gaat niet meer lukken vandaag, maar we willen niet weg voordat we die #*%^$@*** APK in handen hebben. Gustavo zit middenin een verhuizing van zijn bedrijf (zoals hij ons graag uitgebreid vertelt als excuus voor vanalles) en wordt nogal zenuwachtig van dat wij de hele tijd op zijn terrein rondhangen.

En dan opeens is er Berto. Die ons aanspreekt in het Nederlands. Dit blijkt een goede vriend te zijn van Gustavo, die als ambitie heeft om (meer?) mee te doen met het bedrijf. En hij heeft in Delft gestudeerd, vele jaren geleden. Zijn Nederlands is nog best wel goed. Hij heeft kennelijk de taak gekregen om ons te entertainen en/of ons weg te houden van het werkterrein, want we gaan met hem eerst een soort lunchdrankje halen bij een tentje langs de weg. (We begrijpen eerst dat de man met de APK papieren daar dan ook langs zal komen. Dat is natuurlijk niet zo.) Daarna gaan we naar het winkelcentrum om een kopje koffie te drinken terwijl we wachten. Het is een gespannen sociale balans. Aan de ene kant lijkt het wel zo beleefd om een gezellig praatje met deze man te houden. Aan de andere kant willen we hem graag bij zijn kraag over tafel trekken en door elkaar schudden tot hij met die APK over de brug komt.

Uiteindelijk lijkt het er dan toch echt niet meer van te gaan komen die middag. Berto brengt ons naar huis, via een fabriek waar hij wat dozen ophaalt en zijn kantoor. We krijgen de belofte mee dat die man van de APK vanavond bij hem langs zal komen en dat hij hem dan persoonlijk bij ons langs zal brengen.

We bellen Berto ’s avonds. APK is er nog niet. Ze kunnen die man niet meer bereiken. Maar die volgende ochtend hè, dat wordt hem helemaal. We maken een afspraak voor 10 uur. Dan zal Berto ons ophalen, met de APK, en dan gaan we de laatste papieren halen, de magische permiso de circulacion. We wachten om 10 uur buiten maar geen Berto. We bellen. Nee ik ben er natuurlijk nog niet, want ik heb de APK nog niet. Kwin komt het stoom uit de oren. Na een moeilijke discussie besluiten we dat we de boel gaan terugdraaien als ze bij de volgende belafspraak niet over de brug komen. Geen leuk moment. We hebben ondertussen al aardig wat wacht-uurtjes in onze bus doorgebracht en zijn er aardig aan gehecht geraakt. En het zal ook weer onwijs veel gedoe zijn om alles ongedaan te maken. En dan hebben we nog steeds geen camper.

Bij het volgende telefoontje met Berto, het loopt ondertussen alweer tegen de 2 uur, geeft hij ons weer hoop. We besluiten er een laatste keer in mee te gaan. Ze zouden nu weer contact hebben met hun APK mannetje, en die zal nu meteen langs de municipalidad gaan zodat hij ons straks alle papieren kan geven. Berto haalt ons op en we gaan op weg naar de wijk van het mannetje. Dat is er weer een van het soort waar je liever niet je leven zou slijten. We wachten een tijdje in de auto.

En dan, jawel! komt het mannetje eraan lopen. Met de APK! Niet de permiso de circulacion. En hij was even niet bereikbaar omdat hij in de gevangenis zat. Tja, dat heb je soms. Maar de APK, die hebben we. Het is nu natuurlijk wel te laat om nog zelf die permiso te gaan regelen.

We zijn er klaar mee. Dan maar een weekendje zonder wegenbelasting. We willen Nu Meteen met ons busje de stad uit. We bevrijden hem eindelijk van het autokerkhof van Danag, en rijden ermee naar ons appartement. Officieel is hij iets hoger dan 2.10 meter. De garage is 2.10 meter. Het past. Net. Maar ja, om ons gloednieuwe busje nou ergens op straat in Santiago te zetten? Nee dank u.

Voor onszelf bevallen de straten van Santiago ons overigens uitstekend. Tussen de bedrijven door hebben we ons ook netjes als toeristen gedragen. We hebben een heuvel/park midden in het centrum beklommen (cool uitzicht, erg uitgestrekte stad), een vast koffietentje gevonden (goede koffie, altijd foute rekening) en een wat grotere heuvel beklommen met een groot mariabeeld bovenaan. Mooie wandeling, mooi uitzicht. Ook hebben we in de wijk Bella Vista rondgelopen. Bijzonder toeristisch, maar erg leuk. Er is een idyllisch pleintje voor de toeristen en verder langs de straat tientallen cafés waar de locals komen en het bier de helft kost. Ik heb een heerlijke pisco sour gedronken en we hebben onze ogen uitgewreven bij het zien van vele kinderen in de stadsfontijn. Die blijken hier dienst te doen als zwembad.

Daarnaast hebben we een wandeling gemaakt langs de huizen waar Ina vroeger gewoond heeft met mijn Opa en Oma. Twee staan er nog, en de straten ertussen geven ook een mooi beeld. Er staan veel jaren 60 en 70 flats, en in veel betere staat van onderhoud dan deze gebouwen vaak in Nederland zijn. Hele typische vormen voor die tijd, die je het gevoel geven even in de tijd terug te zijn gegaan. Het doorkijkje naar de in aanbouw zijnde wolkenkrabber brengt ons terug in het hier en nu.

We vinden het een fijne stad. Het heeft een prettige sfeer, en ook het weer (warm) valt in de smaak. Wel jammer dat ze last hebben van smog. De Andes op de achtergrond zijn altijd net een beetje wazig. Dat schijnt in de winter nog veel sterker te zijn. Maar hoe we ons hier ook hebben thuis gevoeld, we zien er erg naar uit om ons eigen huisje te gaan bewonen. Dus laden we op zaterdag onze tassen in ons busje, rijden heel langzaam uit de bijna te lage garage en rijden linea recta naar de Sodimac. Dit is een soort gigantische fusie tussen de Gamma en de Ikea. Tijd voor een serieuze shopping spree!

We rusten onze bolide uit met o.a. tuinstoelen (al past de term ‘tuinfauteuil’ beter bij deze creaties), beddengoed, keukengerei, schoonmaakmiddel en een partytent. Je weet wel, voor de schaduw. Je moet toch wat als je niet zo’n hippe uitschuifluifel aan je busje hebt hangen. Dan vertrekken we met onze nieuwe inboedel naar een camping een paar uur buiten de stad.

Ons busje rijdt als een droom, en terwijl de v8 onze eerste brandstof aan het verstoken is voelen we ons voorzichtig gelukkig. Als straks op maandag ook de laatste papieren binnen zijn kunnen we pas echt losgaan met ons geluk.

De camping is wat in hippie stijl, maar dat mag de pret niet drukken. We eten wat in het dorp, en slaan zondag grondig aan het schoonmaken. Dan weet je tenminste zeker dat als er een keer iets plakt, het van jouw kookkunsten is en niet iets ondefinieerbaars van een vreemde. Tot onze vreugde blijkt alles het te doen. De koelkast, de magnetron, de kraan, de 12V aansluitingen, de lampen. We stofzuigen (uiteraard hebben we ook een kruimeldief ingekocht) en reinigen ieder kastje en iedere hoek. We richten al onze spulletjes in in de blinkende kastjes. Nu is het busje écht van ons

Op maandag vergeten we de wekker te zetten. Onwaarschijnlijk dom, omdat we nu zelf erg moeten haasten om op tijd bij een Municipalidad te komen om de laatste papieren te regelen. We hebben nog 1,5 uur wanneer we bij de balie staan. Hoewel het ons is gelukt om een beetje goede hoop te verzamelen voor een vlotte afhandeling, zijn we niet vreselijk verbaasd wanneer er 2 problemen ontstaan:
  1. Omdat de auto sinds het importeren nog nooit is aangemeld voor de wegenbelasting hebben we ook de importpapieren nodig voor de inschrijving. Die hebben we natuurlijk niet gekregen van Gustavo.
  2. We blijken niet de juiste verplichte verzekering te hebben, de SOAP. We hebben online de SOAP 2012 gekocht, maar bij nadere inspectie van de print daarvan blijkt die geldig te zijn vanaf maart 2013 tot maart 2014. Logisch, niet?

De verzekering is makkelijk opgelost. Hoewel het theoretisch mogelijk is om de verzekering op te bellen en te laten wisselen, besluiten we voor dat geringe bedrag een nieuwe verzekering te kopen voor de ontbrekende maanden. In een geniale zet van de verzekering en gemeente zit er een mevrouw van de verzekering in dezelfde ruimte voor de verkoop.

Voor de importpapieren hebben we Gustavo nodig. En dan zijn dingen nooit simpel. De gemeente verbaast ons wederom, dit maal in vriendelijk meedenken en digitale vooruitstrevendheid. Ze zullen een scan van de papieren accepteren als wij Gustavo zo ver krijgen dat hij die mailt. Hij gaat er natuurlijk meteen mee aan de slag. 10 minuten later bellen we terug. Al gelukt? Nee, ze zijn de papieren kwijt. Nou, ze gaan zoeken hoor, maar met de verhuizing en alles…

Aaaaaaaaaaaahhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhh!!!

Om een lang verhaal kort te maken (komen we nu mee na 8 a4-tjes) krijgen we de mail met nog een half uur te gaan binnen. Onze auto wordt in het systeem gezet en omdat Gustavo deze eerste inschrijving zelf nog niet eerder heeft gedaan moeten wij nog zijn wegenbelasting betalen over 2012. Dat moet uiteraard bij een andere balie. Die zet een aantal stempels, en met dat papiertje kunnen we weer bij de eerste balie de wegentoestemming voor 2013 aanvragen. Om vervolgens bij de andere balie te betalen en laten stempelen. In onze allesoverheersende vreugde dat dit daadwerkelijk gelukt is zullen we pas een paar duizend kilometer later zien dat de mevrouw voor het document van 2013 een foutje heeft gemaakt en ons Ford busje heeft uitgescholden voor Chevrolet.

Nu start de volgende uitdaging: het vinden van LPG gas. Daar hebben we een aparte tank voor, die het gasfornuis en de verwarming (jep, die hebben we natuurlijk ook) van energie voorziet. Om het een beetje spannend te houden heeft die gastank een Canadese aansluiting. We doorkruisen Santiago nog een paar keer op jacht naar verschillende stations waar ze volgens internet of de mensen bij het tankstation gas zouden moeten hebben. We falen jammerlijk.

Dan nog maar even elders eten, want we willen het niet langer uitstellen. We willen de Panamericana op. Tot nu toe was het een leuke vakantie, nu is het tijd voor de reis!

Eerste stop: Valparaiso.

 

Posted in Chili, Panamericana | 1 Comment

Zwangere accu

Het wordt alleen maar erger. Was het eerst maar een paar weken, nu is de blog-achterstand opgelopen tot meer dan een maand en de gehele lengte van Chili. Hierover voelen wij ons uiteraard gepast beschaamd en gestrest. Hieronder volgt een korte uitleg/smoes, met daaronder ons plan van aanpak voor een Beter Blogbeleid.

Nou, het zit dus zo. Onze laptopaccu was zwanger. Opeens was de anders zo slanke MacBook Air twee keer zo dik en functioneerde zij niet meer optimaal. Omdat wij al genoeg electronica bij ons hebben besloten wij tot eens abortus. (Apple heeft een veiligheidsmaatregel waarbij accu’s extreem opblazen in plaats van exploderen.) Een explosie was inderdaad niet welkom geweest, maar nu kunnen we alleen de laptop gebruiken als er stroom is. En sinds we Santiago hebben verlaten in onze eigen campervan (jaaaaaaaaaaaa!) is die niet overal verkrijgbaar. Ook is wifi wat schaarser dan wat wij comfortabel vinden. Vandaar.

Om jullie toch zo veel mogelijk op de hoogte te houden hebben we mijn Twitter account aan het blog gekoppeld, en kan je via onze website of Twitter ons wel en wee kort & bondig volgen. Wij zullen ons verder optimaal inzetten om ook de lange en genuanceerde versie van onze avonturen online te krijgen…

De korte samenvatting van de afgelopen weken:

– In Santiago in kleine appartementjes gewoond. Alle buitenwijken gezien op jacht naar camper. Huizen gecheckt waar mijn moeder vroeger gewoond heeft. Leuke stad! Aardige mensen.

– Camper gevonden. Geld overgemaakt. Eindeloos gewacht (nou ja, in totaal 2 weken) tot we vervolgens ook de sleutels en juiste papieren in handen hadden. Met name frustrerend omdat eigenaar incompetent en/of onbetrouwbaar leek te zijn (en wat is nou erger) en we in onzekerheid zaten of het ging lukken en of we het overgemaakte geld kwijt waren. Hij bleek uiteindelijk met name slordig en onhandig. Zo vonden we een week later zijn oude Blackberry in een zijvakje in de camper.

– Diep gelukkig met camper.

– Vanaf Santiago via de kust omhoog. Veel koude douches. Prachtige wegen en omgeving. San Pedro de Atacama bekeken.

– Spectaculaire rit van Calama (Chili) naar Uyuni (Bolivia). Uyuni zoutvlakte helaas ondergelopen. Een groot meer hebben we wel vaker gezien (het IJsselmeer, om maar wat te noemen). Omgeving uiteraard net iets anders, en op 3656 meter hoogte. Dat is niet goed voor ons ego, we zijn na drie traptreden buiten adem.

– Via idyllisch kratermeertje op perfecte temperatuur van 30 graden naar La Paz. Toffe stad tussen de heuvels.

 

En nu zitten we in een café in La Paz boete te doen voor onze radiostilte. Het is hier echt afzien met een goed kopje koffie, een verse dosis internet en een camping met warme douche.

Wij reizen vrolijk verder op de panamericana!

 

Posted in Bolivia, Chili, Panamericana | 3 Comments

Reizen op stand

Wanneer we de eerste keer wakker worden in Ushuaia stellen we prioriteiten: eerst een kopje koffie. Om het onszelf makkelijk te maken zoeken we een café op in Tripadvisor. En welk café is nou beter geschikt voor rustig inburgeren aan de andere kant van de wereld dan ‘Tante Sara’. Ze blijken er ook nog eens uitstekende hamburgers te hebben. Wij geven ons over aan Argentinië.

 

Dat blijkt sowieso niet zo’n probleem. Na de compleet andere sfeer en cultuur in Marokko waren we op alles voorbereid, maar Ushuaia is een walhalla voor de westerse reiziger. De omgeving is exotisch, de sfeer helemaal ‘eind van de wereld’, de bergen majesteus. En die hele bijzondere ervaring krijg je ingepakt met een amerikaans strikje. Tuurlijk, wel met een zuidelijk tintje, maar het voelt eigenlijk heel westers. (Toeristeninformatie: ‘Hi guuuuys! So where are you guys from? Well you guys, here is the folder.’) Dat geldt helaas ook voor de prijzen. Die zijn meer Amsterdam centrum dan Marokko.

 

Het vuilnis-opruimdienst vindt duidelijk ook dat de prijzen te hoog zijn voor wat ze verdienen. We maken een uitgebreide staking mee, wat niet de eerste lijkt te zijn als we de rollende ogen van de mevrouw mogen geloven die ons uitlegt wat er aan de hand is. Ze willen meer salaris. De burgemeester wil van niet. De hoofdstraat is de hele dag afgezet door grote vrachtwagens en er worden pallets verbrand op straat. Bij het gemeentehuis staat voor de hoofd- en zijingang mensen op trommels te slaan. Het lijkt een vreedzaam demonstratie, en wij drinken gefascineerd een extra kopje koffie bij de Xpresso die uitstekend uitzicht biedt over dit alles. Zo zitten we ook op de eerste rang wanneer er vuilniswagens achteruit de straat in rijden, stoppen voor de hoofdingang en alle vuilnis voor de deur dumpen. Iets minder vreedzaam. Vervolgens wordt dat vuilnis tegen de deur en ramen gegooid, en de rest in de fik gestoken. Tja. Persoonlijk zou ik daar als burgemeester niet in een toegeeflijk, gul humeur raken.

 

Naast relatief westers voelt Ushuaia ook exclusief afgelegen aan. Het is dan ook ontstaan als strafkolonie. Als je het echt grondig verprutst had in Argentinië, dan werd je als gevangene hierheen gestuurd. In het begin was er echt helemaal niks, en de gevangenen hebben langzaam Ushuaia opgebouwd. (Ja, we zijn daar naar een museum geweest in de oude gevangenis. Best cool!) Nu kan je het slechter treffen wat betreft uitzicht vanuit je cel, maar niet wat betreft het weer. Wij zijn er in hun zomer, en het schommelt tussen de 0 en 8 graden. En het regent. Vrijwel voortdurend. Onze weer-app ‘accuweather’ heeft dan ook een creatief genie moeten inhuren om afwisseling te brengen in de dagsamenvatting van ‘het regent’: Kans op buien, Mogelijk een bui, Een bui, Een paar buien, Buien, Perioden met regen, Regen, Regen en motregen, Zo nu en dan regen en motregen, Sneeuw en regen, Zware onweersbuien.

 

De toeristen laten zich echter evenmin kennen als de criminelen: ze komen in grote getalen. Dit zijn niet de kuddetoeristen uit Marokko. Dit zijn mensen die van ‘buiten’ en ‘natuur’ houden. En dat zie je. Ushuaia lijkt wel een outdoor congres of misschien de world fashion show van de Bever. Overal wandelschoenen, praktische (afrits-)broeken en gore-tex jassen. Zelfs Kwin kan zich er niet meer aan onttrekken en schaft wandelschoenen aan (die complementeren zijn afritsbroek zo mooi). We maken twee wandelingen naar een gletsjer en in het nationale park Tierra del Fuego. In beide gevallen prachtige uitzichten en extreem frisse (en vochtige) lucht. In het nationale park lopen we langs een camping, en worden er nog eens heftig aan herinnerd hoe graag we ons eigen camperbusje willen om op dit soort spectaculaire plekken wakker te kunnen worden.

Met die zoektocht gaat het nog niet zo soepel. We hebben al verschillende dagen op internet doorgebracht en de straten van Ushuaia afgestruind op jacht naar het ultieme campertje. Onze theorie dat veel Amerikanen de panamericana naar beneden rijden met de zomer mee en dan net voor de kerst allemaal massaal hun camper kwijt willen aan verse toeristen in Ushuaia blijkt wat optimistisch. Bovendien schijnt het ingewikkeld te zijn voor een buitenlander om een auto in Argentinië te kopen, dus zijn we praktisch gezien beperkt tot andere toeristen. We bekijken een volkswagen T2 combi van een franse jongen. Die blijkt geragd, de motor slecht vervangen (met koelingsproblemen) en bovendien niet ingebouwd als camper. En 4500 euro. Het zijn schattige wagens, maar dat lijkt niet echt een ideale deal. Verder hebben we nog wat digitaal contact (in het Spaans!) maar zonder resultaat. Na een kleine week besluiten we dat alles makkelijker zal zijn in Punta Arenas. Dat is immers Chili, en het schijnt dat daar verschillende camper dealers zijn. We gaan dus op zoek naar vervoer naar dit camperparadijs.

Je kunt natuurlijk met de bus. Of per vliegtuig. Maar waarom zulk primitief vervoer met weinig beenruimte en geen of vies voedsel als je ook in stijl kunt reizen? Op stand? Wij stellen ons deze vraag, en komen tot de conclusie dat het hoog tijd is om een cruise te boeken. Veel mensen nemen een cruise naar de Zuidpool vanaf Ushuaia. We bekijken de opties, maar vinden geen mooie aanbieding die ons aanspreekt. Uiteindelijk kiezen we voor een cruise naar Punta Arenas, om het aangename met het praktische te combineren. Het is even slikken bij het betalen, maar we kunnen vast verklappen dat we geen seconde of cent spijt hebben gehad.

Maar wacht eens even! Hoe zit het nu eigenlijk met die antenne van Kwin? Is die ooit nog aangekomen na zijn vermeende achterblijven in Rome?

We hebben dagelijks gebeld met Aerolinas Argentinia. De receptie zag ons alweer aankomen. De eerste belofte van de balie op Buenos Aires dat hij later op de middag nog aan zou komen werd niet ingelost. Vervolgens was het een tijd lang onduidelijk waar hij was. Toen zou hij de volgende middag toch zeker bezorgd worden. Toen gebeurde dat niet. Nog een keer bellen, en er gloorde weer hoop aan de horizon: het leek erop dat hij in Ushuaia was, maar dat de bezorgdienst hem vergeten was langs te brengen met de andere verloren bagage. (Er gaat iedere dag zo’n busje. Iedere dag! Dat is veel verloren bagage, en zo groot is Ushuaia niet.) De volgende dag wachten we in spanning. En boven iedere verwachting krijgen we ’s avonds een telefoontje van de receptie. Hij is er! Vier dagen later. Wij zijn buiten onszelf van geluk en verbazing, maar vinden de stickers met ‘rush / priority’ die Aerolinas Argentinia erop heeft geplakt voor deze actie wel wat optimistisch.

En dan is het zover. We schepen in voor onze eerste cruise. Vanaf moment één puur genieten. Onze hut is ruim en met een groot raam. Het uitzicht is prachtig, al vanaf de haven. De alcohol is inclusief en de vaarrechten exclusief. We zijn dus steeds de enige boot in een spectaculaire fjordenomgeving met gletjers, bossen en watervallen.

Naast het natuurlijke schoon is het ook een sociaal avontuur. Het eten is steeds in dezelfde zaal met dezelfde tafels, en alleen groepen die een hele tafel kunnen bezetten zijn gevrijwaard van sociale druk. Het voelt alsof we weer terug zijn op de basisschool: de tafel en stoel die je de eerste keer kiest is in principe van jou, en het blijkt een sociaal taboe om een keer spontaan van tafel te wisselen. Wenkbrauwen worden opgetrokken en vragen worden gesteld. Een fascinerend proces.

Gelukkig zitten we aan een gezellige tafel met twee Amerikaanse stellen op huwelijksreis. We kunnen ook prima overweg met onze andere reisgenoten, maar ons uitstapje naar een andere tafel, gewoon omdat dat toch hoort te kunnen, wordt bij de volgende ronde weer snel hersteld. Lang leve de routine en sociale druk.

Na de cruise zullen we een balansweek moeten houden. Het eten is iedere keer een uitgebreid buffet (ontbijt en lunch) inclusief vele taarten en toetjes, en het avondeten een viergangenmaaltijd. En na Aerolinas Argentinia is de kwaliteit onwaarschijnlijk hoog. Daarbij wordt er nog lekkere Chileense wijn geschonken bij zowel de lunch als het avondeten. Hemels.

De cruise duurt in totaal 5 nachten en 3 volle dagen (eind van de dag inschepen, eind van de ochtend van boord). Wij dachten rustig te gaan luieren en van het uitzicht genieten, maar we moeten vol aan de bak. Iedere dag zijn er 2 excursies. De eerste is een hele speciale: Kaap Hoorn bezoeken. Het is de bedoeling om daar aan land te gaan via zodiacs, maar de golven zijn te hoog om veilig in die rubber bootjes te kunnen stappen. Jammer, maar we worden ruim gecompenseerd door om de kaap heen te varen. Dat doen ze meestal niet, en het is toch best cool om om Kaap Hoorn gevaren te hebben. Het stikt er van de scheepswrakken, maar onze boot navigeert feilloos deze woeste wateren. (Radar helpt.) Mijn navigatie op de boot moet zich tijdens deze tocht wel even beperken tot open dek met veel frisse lucht. Mijn maag en ik zijn bijzonder gelukkig dat we niet op cruise naar de zuidpool zijn gegaan, waarbij je 2 dagen heen en 2 dagen terug dit soort golven hebt.

 

Dezelfde dag bezoeken we een eiland en maken we een wandeling naar de top van de heuvel. Onderweg komen we een veelbesproken gast tegen: de bever. De gids heeft het van te voren al laten weten. ‘No, they are NOT cute.’ Ze hebben daar namelijk een beverplaag. Die bevers zijn ooit geïmporteerd om daar te fokken voor hun vacht. Dat bleek geen lucratieve bezigheid, en de Europeanen lieten hun beverboerderijen in de steek. Dat lieten de bevers zich niet welgevallen, en zij ontsnapten uit hun hokken. Zij vonden het beverparadijs. Veel bomen, veel water, geen natuurlijke vijanden. Op dit moment is de schatting dat zo’n 50% (ja, de helft ja!) van alle bomen in dat gebied om geknaagd is door deze ratten op steroïden. Geen geliefde beesten dus, bij de lokale bevolking. Er wordt gewerkt aan projecten om de beesten om zeep te helpen via jagers etc.

Dat alles gezegd hebbende, krijgen wij een bewonderenswaardige bever te zien. Er liggen overal gigantische boomstammen op hun kant, en ondanks de grote groep nieuwsgierige toeristen komt er een bever op zijn dooie gemak een grote tak aanslepen. Hij is enigszins verbaasd wanneer hij ons ziet, maar gaat vervolgens gewoon door met het slepen van de tak. En gezien hoe makkelijk hij die even doorhapt om goed onder een boomstam door te krijgen, wil je met dit beest geen ruzie. Maar schattig? Nee. Echt gewoon een uit de kluiten gewassen rat met platte staart.

 

Het uitzicht vanaf de heuvel is overigens adembenemend. En beneden bij het wachten op de zodiacs is er warme chocolademelk. Met whiksy. We zeiden het al: hemels.

De volgende dag is het speeluur. We krijgen rubber laarzen mee en klauteren een van de coolste wandelingen ooit. Het is net apenkooien, maar dan met echte natuur. Dit stuk eiland heeft nog het meeste weg van een regenwoud, en we klimmen over boomstammen heen, glibberen door beekjes en trekken ons omhoog aan touwen. Alsof dat nog niet genoeg was is er bovenaan een mooie waterval met uitzicht. De gidsen doen alsof het normaal is dat je in het ijskoude water springt. Ze krijgen een aantal mensen mee. De lol van onze gewone kleren zijknat en ijskoud te maken ontgaat ons wat, het zal wel iets met hip en cool te maken hebben.

’s Middags gaan we per zodiac naar een gletsjer. We bekijken hem in stilte en met ontzag, en zien verschillende brokken ijs het water in kletteren. Echt. Heel. Erg. Mooi. We bezoeken nog een andere gletsjer per boot (zonder landingsplek), en krijgen een aardig golfje voor ons kiezen van een gigantisch blok dat in het water stort. Er zijn ook allerlei pinguin-achtige vogels die op de rotsen nestelen, en we varen door een zee van ijsklontjes. Ook best bijzonder…

De volgende dag luisteren we met zijn allen in stilte naar het kraken van een gletsjer waar we weer naartoe gevaren zijn. Wederom indrukwekkend. Je kunt in de fjord er naartoe zien waar vroeger de gletsjer helemaal kwam aan de groeven die in de rotsen zijn gemaakt door het ijs en de stenen die daardoor voortgeduwd werden. ’s Middags is alweer onze een-na-laatste excursie met een rustige wandeling over een strand naar weer een andere gletsjer. Je zou zeggen, heb je tegen die tijd niet genoeg gletsjers gezien. Het antwoord is nee. Alle gletsjers hebben weer net een andere vorm, omgeving en uitzicht. En het is een heel bijzonder gevoel om drie dagen lang door die relatief ongerepte wateren te varen, al die natuurwonderen te zien en ondertussen niemand anders tegen te komen.

Deze avond is niet alleen onze laatste op de boot, maar ook kerstavond. Het diner is weer fantastisch, en er is kerst-entertainment. Een van de gidsen in vol kerstman-ornaat rijkt de kinderen een kadootje uit. Tot onze grote verbazing wordt Kwin ook opgeroepen. Hij gaat onmiddellijk enthousiast op schoot zitten. Helaas blijkt er nog een ander kind met zeer vergelijkbare naam te zijn. Jammer, Kwin. Gelukkig lag er in onze hut nog wel een kadootje op ons te wachten.

’s Avonds wachten we met z’n allen in de bar op 12 uur, om officieel de kerst af te trappen. Hoewel ze erg hun best doen, wil het entertainment tot die tijd niet echt uit de verf komen. Ze hebben bedacht aan alle gasten te vragen hoe kerst in hun land gevierd wordt. Er blijken te veel verschillende nationaliteiten aan boord om dat interessant te houden. Dan is het eindelijk zo ver, en is er een nieuwe oefening in sociale omgang: wie ‘feliciteer’ je allemaal, en zo ja dan met een ferme handdruk of ook een (of meerdere??) zoenen? Wij laten het maar wat over ons heenkomen en gaan dan lekker naar onze hut. Stressvol hoor, dat groepsleven.

Het is onze laatste ochtend op de boot, en we krijgen een teleurstelling te verwerken: hoewel we bizar vroeg zijn opgestaan om Magdalena island te bezoeken, blijkt het weer te hard te golven om in de zodiacs te stappen. Helaas, voor ons dus geen pinguïns, waar het eiland helemaal vol mee zit. We zien er nog wel een paar zwemmen, en eigenlijk vinden we dat wel prima. Tijdens het ontbijt vinden onze tafelgenoten dat er dan toch zeker een alternatieve excursie zou moeten zijn voor dit soort omstandigheden. Ach. Aan het weer doe je niks, en wij vinden dat ze bijzonder hun best hebben gedaan. Ik bedoel, ons geld hadden ze al geïncasseerd, en toch zijn we voortdurend vermaakt met excursies, praatjes, eten en drinken. Wij zijn voldaan.

En dan zijn we zomaar in Punta Arenas, Chili. Wat betreft stad niet zoveel bijzonders. En veel erger: wat betreft campers ook niet. We zien wel een paar dingen, maar het meeste is ‘zona franca’. Dat betekent dat je er geen belasting hoeft te betalen. Leuk natuurlijk, maar niet zo nuttig omdat je dan de zona franca niet uit mag de komende 5 jaar. En zoveel tijd hebben we nou ook weer niet voor onze reis.

We zitten dichtbij het prachtige nationale park Torres del Paine. We kijken wat de mogelijkheden zijn om daar zonder camper naartoe te gaan. Die lijken er wel te zijn, maar zijn allemaal duur en meestal volgeboekt. Omdat we ons verder ook niet hebben voorbereid op een trektocht van meerdere dagen die je daar mooi kunt maken komen we tot de conclusie dat we een keer nadeel ondervinden van onze minimale voorbereiding. Met pijn in ons hart besluiten we direct door te vliegen naar Santiago. In die grootste stad van Chili in het midden van het land zal het immers wemelen van de campers. Nee heus! Onze vele dagen op internet hebben daar de meeste resultaten laten zien.

Dus slaan we de rest van Patagonië over en stappen weer met ons hele hebben en houden op het vliegtuig. Dat is nog even stressvol omdat we een goede deal voor het transport naar het vliegveld dachten te hebben gevonden. Hoe laat vertrekt die? Wanneer we maar willen. Vijf uur vertrekken? Geen enkel probleem! U raad het al: het busje is bijna een kwartier te laat bij ons hotel, en blijkt dan nog andere mensen op te moeten halen. Die hadden voor half 6 gereserveerd…

Uiteindelijk komt het allemaal (net) goed, en na een tussenstop bij Puerto Monnt komen we aan in Santiago. Onderweg is er ook nog twee keer ontbijt en een prachtig uitzicht, en als klapper op de vuurpijl komt ook de antenne netjes de bagageband opgerold.

 

Zo Santiago, kom maar op met die camper!

 

Posted in Argentinië, Chili, Panamericana | 2 Comments

Even tussendoor

Jullie hebben natuurlijk in grote spanning gezeten om te weten of het ons gelukt is onze fietsdozen op het vliegtuig naar Nederland te krijgen (ja), hoe het in Nederland was (koud), waar we kerst hebben gevierd (cruise) en waar we nu weer uithangen (Santiago). Het was dus weer afzien, de afgelopen maand.

In deze post eerst maar eens het stuk tussen deel 1 en deel 2 van onze reis: van Malaga naar Ushuaia.

In Malaga blijkt het vervoeren van 2 fietsdozen, 3 grote draagtassen en 2 ‘handbaggage’ tassen meer bewerkelijk dan complex. We moeten vele keren heen en weer lopen (van hotel naar metro, van metro naar lift, van lift naar poortjes, van poortjes naar volgende lift, etc) om alle tassen mee te krijgen, maar uiteindelijk staan we voor de incheckbalie. Daar blijkt al onze stress over een gram meer of minder nutteloos: de tassen worden niet eens gewogen. We moeten wel met onze fietsdozen naar beneden met een medewerker om ze handmatig te laten checken door security. Ze hebben geen scanner die groot genoeg is… De medewerkers van RyanAir en security doen het op routine, we zijn duidelijk niet de eerste fietsers die cheap ass van en naar Malaga reizen.

 

Na het inchecken gaat het allemaal snel. We pakken een boekje erbij en een paar hoofdstukken laten zijn we zomaar in Weeze. Onze fietsdozen komen aan, maar het RyanAir personeel heeft de teksten van ‘boven’ en ‘onder’ en ‘voorzichtig’ niet al te serieus genomen. We zagen vanuit het vliegtuig al een van onze fietsdozen op z’n kant op het bagagekarretje gegooid worden en vervolgens bedolven onder vele andere zware tassen. Dat doet wel even zeer (zie http://www.youtube.com/watch?v=5YGc4zOqozo voor een indruk van onze gevoelens). We pakken ze snel uit in de aankomsthal, en de fietsen blijken ongedeerd van dit avontuur. De dozen waren minder fortuinlijk.

 

In de aankomsthal worden we onthaald door Ina en Jan-Willem. Erg fijn om elkaar weer te zien! En bovendien is Ina helemaal los gegaan met heerlijk gesmeerde boterhammen en tomaatjes voor de lunch. Met de fietsen achterop de auto smikkelen we vrolijk onze weg naar Driebergen. Het is heel vreemd hoe normaal het weer is om mijn ouders te zien en in Nederland te zijn. Heel leuk, en heel gewoon. Kennelijk is 5 maanden wel lang genoeg om dingen te missen, maar niet lang genoeg om het gevoel van ‘gewoon thuis zijn’ kwijt te raken. Het enige teken van vervreemding is dat ik bij ieder Nederlands nummerbord dat ik zie denk ‘Hee! Een Nederlander!’ Heeft een wat surrealistisch effect op een Nederlandse snelweg.

 

Maar na deze warme gevoelens van wederzien kunnen we er niet langer omheen: het is hier onverbiddelijk, onwaarschijnlijk, onbarmhartig koud. Ik bedoel, het was in Malaga ook wel wat frisser de afgelopen dagen. En bovenop een berg in Marokko moesten we ook wel een extra trui aan. Maar dit is van een heel ander kaliber. De kou bijt in je wangen en bevriest je tenen. Brrr. Dat is iets wat we he-le-maal niet gemist hebben.

 

We zijn begin december een kleine 2 weken in Nederland. Het worden twee drukke weken. Nog nooit zoveel sociale afspraken achter elkaar gehad, en dan nog hebben we nog lang niet iedereen gezien. Raar om mensen zo lang niet te hebben gezien, en dan meteen weer afscheid te nemen voor het volgende halve jaar. Daarnaast moet de was worden gedaan. En een internationaal rijbewijs gehaald. En een hotel geboekt in Ushuaia. En een wandeloutfit gekocht, en een tas. Et cetera. En dan zijn er nog de Grote Overstroming van 2012 en de denkbeeldige creditcard.

Dat laatste is onze eigen stomme schuld. We komen er ergens tijdens onze fietstocht achter dat we allebei een creditcard hebben die tijdens deel 2 van onze reis verloopt. We willen dus een nieuwe aanvragen. Dat doen we echter pas in Nederland (wanneer we als echte Nederlanders goedkoop naar het Nederlandse nummer kunnen bellen), en vervolgens is de doorlooptijd te lang. Er is nog een kleine kans, maar daarvoor moet ik een hele dag in Amsterdam zitten omdat de creditcard alleen naar mijn geregistreerde adres verzonden kan worden en ik er zelf voor moet tekenen.

Terwijl ik de hele dag op de postbode wacht (die niet meer zal komen), is Kwin onze spullen aan het redden. Voor zover mogelijk. De plek waar onze spullen staan opgeslagen is overstroomd. Uiteraard staan onze spullen in de kelder. Met alle kartonnen verhuisdozen op de vloer. Met de zware dozen met boeken onderaan. Triest, niet? Wij vinden van wel. We hopen dat er nog iets bruikbaar is wanneer we terugkomen.

Kortom: er is genoeg te doen en de twee weken vliegen voorbij. Voor we het weten staan we op Schiphol opnieuw afscheid te nemen. We pinken een traantje weg en stappen op ons volgende avontuur. Uiteraard heeft Kwin een antenne van 1,5 meter aangeschaft om straks in onze camper beter wifi te ontvangen. We vrezen met grote vreze bij het afgeven van de kartonnen rol. Zullen we hem ooit weer terugzien?

Omdat we een low low low cost ticket hebben geboekt, hebben we twee overstappen. In Rome en Buenos Aires. Op Schiphol blijkt dat we wel onze bagage kunnen laten doorboeken voor de hele vlucht, maar we kunnen nog niet inchecken voor vlucht nummer 2 en 3. Dat wordt dus lachen met onze 1,5 uur overstap op Rome. En zo geschiedde…

 

Het enige aangename op het vliegveld van Rome is de koffie. Italië doet haar naam eer aan, en serveert ook op het vliegveld buitengewoon smakelijke cappuccino’s. Verder is het daar onoverzichtelijk, zijn er geen zitplaatsen bij de gates en bleek het inchecken voor transfers na veel stress en weinig duidelijkheid bij de gate zelf plaats te vinden. En omdat we nu een van de laatsten zijn bij het inchecken (dat kan bij Aerolinas Argentinia natuurlijk niet online) krijgen we de hoofdprijs van de stoelenloterij: niet naast elkaar, achterin zonder kanteloptie en naast het toilet. Een maal in het toestel werkt mijn leeslampje en videoschermpje niet. Ik vraag het aan een steward.

‘Oh. Yeah. That happens.’

‘???’

Steward checkt de afstandsbediening. ‘Ah yes, its broken. Don’t feel bad, it’s not just your seat. A lot of them don’t work.’

‘?!?’

‘We can’t fix it here, we have to be on the ground.’

‘!!!’

Een zware teleurstelling uiteraard. Wanneer heb je anders de gelegenheid om urenlang slechte films te kijken zonder het gevoel te hebben eigenlijk iets zinvollers te moeten doen? Maar wij zetten ons heldhaftig over deze tegenslag heen. Er is immers een goede oplossing: ouderwets een boekje lezen. Voor het eten was echter iedere hulp te laat. Onwaarschijnlijk, wat een ranzige meuk. Nu is vliegtuigvoedsel meestal geen sterrenaangelegenheid. Maar vaak is het nog wel van het type ‘ikea gehaktballetjes’: je proeft dat het uit de vriezer komt, maar stiekem is het toch best prima. Of in ieder geval soort van warm en prima binnen te houden. Wat Aerolinas Argentinia durfde te serveren was gewoon vies. Slappe groenten met tofu. Brrrrr.

Op Buenos Aires moeten we onze tassen ophalen van de band, ze zelf langs security brengen en ze weer inleveren voor de tweede vlucht. Begrijpelijk, omdat we hierna op een binnenlandse vlucht overstappen. Helaas is onze vlucht wat vertraagd, en hebben we maar een kleine 2 uur voor onze laatste vlucht vertrekt. Nog veel helaas-er moeten we wachten op de allerlaatste bagage, om vervolgens te moeten concluderen dat de antenne niet is aangekomen. We kijken jaloers naar een man die wel zijn rol van precies hetzelfde formaat van de band kan plukken. Het kán dus wel.

We lopen naar de verloren bagage balie. Daar lijken ze te kunnen zien dat onze geliefde antenne in Rome is gebleven. We krijgen een papiertje met een nummer om te bellen, met de belofte dat de antenne direct achter ons aan zal komen. Licht sceptisch nemen wij ons (tijdelijke) verlies en haasten ons om de laatste vlucht te halen.

Dat lukt. Mede doordat de vlucht aardig vertraagd is. Go Aerolinas Argentinia! Het lijkt niet te hebben geholpen, dat ze zijn genationaliseerd.

Dat alles gezegd hebbende, komen we verrassend fris en fruitig aan in Ushuaia, de zuidelijkste stad van Argentinië. We zijn bijna verontwaardigd over onze goede staat van zijn. Dat past immers helemaal niet bij de lijdensweg die we net dankzij Aerolinas Argentinia hebben afgelegd. Blijkt het toch te zijn meegevallen. Jammer hoor, moeten we het zonder tragisch heldendom stellen.

Er lijkt geen bus te zijn dus stappen we in een taxi naar ons hotel. Ushuaia is een groot dorp wat tegen een heuvel is opgebouwd vanaf het water. Steile straten dus, met werkelijk adembenemende uitzichten. Het hotel is prima, de mensen zijn vriendelijk en ze serveren uitstekende hamburgers en prima koffie.

Jep, hier kunnen we wel aan wennen. Nu snel op jacht naar een camper, en dan…

Op naar de Panamericana!

 

 

Posted in Argentinië, Nederland, Panamericana | 6 Comments

Uitgefietst

We verlaten het Sofitel en Martin en Marjolijn met weemoed, maar ook met frisse moed: we zitten weer op de fiets en zijn op weg naar de trein! Na verschillende buservaringen zien wij uit naar dit superieure vervoersmiddel. Bovendien heeft Kwin uiteraard een professionele interesse, en bezoekt hij graag zusterbedrijven. We lopen dus enthousiast het plein van het station op om kaartjes te gaan kopen. Om direct tegen te worden gehouden door twee beveiligingsmannetjes. We mogen niet met onze fiets de hal in, omdat we ook niet met de fiets de trein in mogen. We zouden ergens tegenover het station moeten zijn om onze fietsen te regelen. Nu zijn wij natuurlijk niet voor een gat te vangen, dus parkeren we de fietsen precies op de plek waar het mannetje dat aangeeft (dat is altijd nog net een paar meter verder dan dat je dacht dat het wel goed zou zijn, wat ons een diepgewortelde onzekerheid gecompenseerd door machtsmisbruik doet vermoeden) en loopt Kwin naar binnen om het bij het loket na te vragen.

Nee, dat kan niet. Dan moet je rechts naast het station zijn, bij het vrachtvervoer. Dat is dicht, en de mannetjes aldaar zeggen dat het over een paar uur weer open is. We gaan terug. De beveiligingsmannetjes zeggen dat het over 10 minuten weer open is. Wij laten rustig en beheerst weten dat dit niet de informatie is die we net van de bron zelf hebben vernomen. Uiteindelijk zeggen ze dat we dan links van het station moeten zijn.

Dat blijkt het busstation. Gedesillusioneerd laten wij het glimmende station achter ons en boeken we een busticket. De bus heeft ruim voldoende ruimte voor onze fietsen, vertrekt binnen een kwartier en komt slechts een kwartiertje later aan dan de trein. Uitstekende service dus. Met pijn in het hart trekken wij onze conclusies over de trein in Marokko.

Onderweg in de bus valt het al snel op dat er ongeveer iedere 100 meter een mannetje in uniform staat. Midden in een veld langs de weg. Op de rotonde. Bovenop en onder het viaduct. Ze staan daar maar een beetje, vermoedelijk in verschillende staten van ultieme verveling. We vragen ons even af of dit een standaard beeld is voor de weg naar Casablanca, maar gezien de bizarre hoeveelheid extra Marokkaanse vlaggen langs de weg is ons vermoeden dat de Koning (Mohammed nummer 6) hier binnenkort langs zal komen. Dus kijken we vol verwachting uit het raam. Ruim een uur lang. Het enige dat we zien is meer mannetjes in uniform langs de weg, veel meer mannetjes. Ze lijken ook niet per se alert op gevaar, alleen aanwezig als een soort erewacht. Het mag wat kosten, geëerde Koning zijn.

Uiteindelijk rijden we over een viaduct waar de vlaggen en mannetjes naar rechts afbuigen. Volgens mij kwam er net wat aan, maar we hebben het grote event dus gemist. Jammer hoor.

Bij aankomst in Casablanca redden we onze fietsen, wederom ongehavend, uit het busruim. We zijn erg blij weer op de fiets te zitten. Nu is er natuurlijk van alles te zien in Casablanca. Maar Kwin weet de juiste woorden te vinden voor onze diepste zieleroerselen: ‘Het zal allemaal wel met die bezienswaardigheden, gewoon lekker fietsen.’

 

We fietsen dus lekker de stad uit naar het volgende dorpje aan de kust, Mohammedia. Om langzaam af te kikken van ons buitengewoon comfortabele verblijf met Martin en Marjolijn checken we in bij een sjiek hotel aan het strand. Zo eentje met badjassen en slippers in de badkamer. Helaas kunnen we hier niet lang van genieten, want de volgende dag moet er natuurlijk weer verder gefietst worden.

Het staat in de planning om bij Témara te stoppen, een strandplaatsje iets onder Rabat. Daar zien we echter niet echt iets wat ons van de fiets doet stappen, en we rijden toch door naar Rabat. Daar beginnen we aan een lange zoektocht naar een hotel met een goede deal en zonder kakkerlakken. Na zo’n 10 hotels te hebben geïnspecteerd vinden we eindelijk iets dat aan die eisen voldoet. Goed genoeg zelfs om een extra dagje te blijven. Dat hadden we eigenlijk al moeten doen in Casablanca volgens de planning, maar we zijn zo in fietsstemming na ruim 2 weken ‘gewone vakantie’ dat we moeilijk stil kunnen zitten. En we zijn nu op de terugweg, voor het eerst sinds maanden weer naar het Noorden. Misschien werken wij net als paarden, harder lopen richting de stal. En misschien hebben we net zoveel mooie dingen in Marokko gezien dat we wat blasé zijn geworden over gemiddelde kustdorpjes. Of is het gewoon leuk om van een planning af te wijken.

Hoe dan ook. Een dagje in Rabat dus. Dat gebruiken we voor een groot avontuur: voor het eerst sinds ons vertrek onze was LATEN doen. Via internet vinden we een wasserette in de buurt en dumpen daar al onze vieze kleren. Op de terugweg overpeinzen wij hoe mensen vroeger konden leven zonder internet. Hadden we dus met allerlei vreemde mensen moeten communiceren om die wasserette te vinden. En dan zeggen ze dat vroeger alles beter was.

De rest van de regenachtige dag besteden we aan het bewerken en uploaden van de foto’s. Ik bedoel, we willen niet klagen ofzo, maar wat een k-klus met honderden foto’s en traag internet. We nemen ons wederom voor om dit wat meer bij te houden. Daar zouden we immers de tijd voor moeten hebben, zo op vakantie. Toch?

De volgende dag halen we onze gewassen, gestreken en gevouwen was op, proppen het in een fietstas en trappen we naar Kénitra. Het is niet zo leuk fietsen over een vrij drukke weg. Moet je de hele tijd achter elkaar rijden en in je spiegel kijken of er niet iets over je heen komt rijden. En veel auto’s betekent ook veel uitlaatgassen. Zonder roetfilters. Na zo’n ontbering vinden we dat we wel een luxe hotel hebben verdiend. Die hadden we heel toevallig van te voren al opgezocht in de Lonely Planet. Tot onze grote consternatie blijken beide sjieke opties vol te zijn. Er volgt een zoektocht naar een goede deal, en die vinden we aan het andere einde van het spectrum: voor 160 dirham (zo’n 16 euro) een schone kamer met wastafel en balkonnetje voor de fietsen. En een warme douche/hangtoilet op de gang. We missen natuurlijk wel onze persoonlijke badjassen, maar vinden de douche die het hangtoilet als putje gebruikt wel een mooie vinding.

Kénitra slaagt er niet in ons te verleiden tot een extra dagje, dus trekken we verder naar Moulay Bousselham. De route hier naartoe is wat minder aangenaam. Er loopt slechts 1 weg zonder uitwijkmogelijkheden, en die weg heeft op 1 baan meestal asfalt en vaak plassen. Maar er is geen verkeer. Het lijkt weer een wat armer stukje van Marokko te zijn, en om de een of andere reden betekent dat steeds dat de kinderen niet bepaald enthousiast reageren op onze aanwezigheid. Eerder hebben we dan vrolijk gezwaaid naar kinderen waarvan we vrij zeker weten dat ze beledigende dingen aan het roepen waren. Maar als ze in een soort horde langs de weg staan is het wat minder makkelijk negeren. Ze willen steeds graag dat we stoppen, en zijn bijzonder ontstemd wanneer we daar geen gehoor aan geven. We zien een steen net boven onze hoofden langssuizen, en wanneer Kwin opeens recht op het jongetje affietst dat een grote tak als hefboom over de weg houdt besluit zijn kameraad om tegen mijn tas aan te schoppen. En dan kan je wel zeggen dat je je mooi niet laat intimideren door een stel 8 jarige schoffies, het komt de sfeer om zijn minst niet ten goede. En ja, als ik dan over een halfvergane weg fiets zonder uitwegen, dan krijg ik het wel even benauwd als ik weer zo’n groep mannetjes-in-opleiding langs de weg zie staan. Of nog erger, naar de weg zie rennen. Weinig dingen zo intimiderend als dingen die op je af komen rennen. En nu zijn ze niet zo groot, maar ze zijn wel met veel. En mocht het tot een handgemeen komen: hoe groot is de kans dat de sterk familiegerichte Marokkaanse ouders de vreemde buitenlanders gelijk gaan geven? Als die ouders er in eerste instantie bij zijn trouwens, gedragen de kinderen zich voorbeeldig. Hypocriete ettertjes.

We overleven de achtjarigen en komen aan in Moulay Bousselham. Daar vinden we een B&B aan zee. Het huis moet 30 jaar geleden heel mooi geweest zijn en de kamers staan vol prullaria (inclusief een nep-romeins beeldje bij het bad) maar het uitzicht is prachtig. We hebben een terrasje waar we ons ontbijt geserveerd krijgen en we maken een strandwandeling. Op weg naar het strand komen we weer een sterk staaltje Marokkaans onderhoud tegen. De trap naar het strand houdt plotseling op, en gaat een stukje verderop weer verder. Stukje trap weggeslagen. Ach. Verderop is toch nog een trap?

De volgende avond eten we samen met de andere gasten in onze B&B. Het blijken allemaal Fransen te zijn. Raad eens waar het het grootste deel van de avond over ging? Kaas! We hebben ons uitstekend vermaakt met dit stereotype, en met het gevoel van met elkaar om tafel zitten. Dat was echt een tijd geleden dat we zo zaten te eten met een groep in een huiskamer. Overigens is bevestigd wat wij al aan den lijve hadden ondervonden: het is niet best gesteld met de kaas in Marokko. Ze hebben met name La Vache que Rie, van die driehoekjes smeerkaas. En soms hele jonge witte kaas. En verder eigenlijk niks. De Fransen waren niet onder de indruk. Het verbaast ons ook dat de Fransen Marokko, en alle mensen die er wonen, als hun eigendom beschouwen.

We fietsen weer verder, en passeren na een kleine 10 kilometer die magische grens: 4000 kilometers afgelegd sinds 1 juli 2012! Met vele kilo’s bagage! Door heel Europa en Marokko! We nemen even een momentje om gepast van onszelf onder de indruk te zijn. En ter compensatie van en scherp contrast met de vorige fietsdag is het vandaag weer heerlijk fietsen. Het landschap is wat meer open, de weg is rustig en van redelijke kwaliteit, we hebben daadwerkelijk zeezicht en de mensen zijn weer enthousiast over onze aanwezigheid met opgestoken duimen en toeters. Er komt weer een jongetje aanrennen van ver om ons te onderscheppen. Om vervolgens vrolijk te zwaaien. Tja, waar die vijandigheid bij die andere jongetjes vandaan komt, geen idee. Best triest eigenlijk, die zullen vast ergens ongelukkig over zijn.

Larache is ons eindpunt, en we vinden in Hotel España een hele goede deal. We gaan de volgende dag wel weer verder, met enige tegenzin, naar Assilah. Die tegenzin komt door de Lonely Planet, die een aparte paragraaf heeft besteed aan de criminaliteit in dit havenstadje. Voorbereid op het ergste zien wij werkelijk helemaal niets dat anders is aan dit dorp wat betreft criminaliteit dan alle andere dorpjes langs de kust. En we hadden het nog bijna gemeden. Zo zie je maar. Heeft ook best een mooie medina, dat Assilah. Oja: ook hier geldt dat je beter ‘nee’ kan zeggen tegen mannetjes die vragen of je behoefte hebt aan drugs.

En dan is het zo ver: het laatste stukje omhoog fietsen in Marokko naar Tanger. Vanuit Tanger willen we nog naar het oosten fietsen naar Ceuta, maar dat is alweer Spanje. Dus Tanger is onze laatste Marokkaanse bestemming. Uitstekende reden om een luxe hotel te kiezen dus. We hebben een kamer met prachtig uitzicht op het strand, de Straat van Gibraltar en Spanje aan de overkant. Dat kan je dus gewoon zomaar zien, het is echt een kippeneindje. We eten een late lunch in het hotel, en gaan rustig nog even een boekje lezen op de kamer. Genoeg tijd voor Kwin om onwijs ziek te worden van zijn Club Sandwich. De resultaten zijn spectaculair en niet te stoppen. Gelukkig gaat het daarna wat beter en durven we beide de volgende ochtend het ontbijt aan van diezelfde keuken.

We lopen langs de boulevard het centrum van Tanger in op jacht naar een kopje koffie en een goede plek voor ons laatste avondmaal in Marokko. We vinden een leuk tentje dat uitkijkt over het kleine plein, en komen daar ‘s avonds weer terug voor het avondeten. De entourage is iets sjieker dan strict noodzakelijk voor het eten, en er lijkt een dispuut te zijn over welke lepel Kwin voor zijn hoofdmaaltijd nodig heeft. Die wordt verschillende keren door verschillende obers verwisseld, waarna er een discussie ontstaat achter de bar. Deze mooie entertainment complementeert de lekkere maaltijd uitstekend, en mijn warme mudcake in bedje van vanillesaus met bolletje ijs is ronduit spectaculair.

En dan is het opeens onze laatste dag in Marokko. We stappen op de fiets richting Ceuta, en genieten van de prachtige kustweg. Die heeft al een paar stevige heuvels voordat we straks nog even 500 hoogtemeters voor de kiezen krijgen. Vlak daarvoor komen we langs de nieuwe haven Tanger Med, die tussen Tanger en Ceuta ligt. Dan zien we de pas van 500 meter liggen die we over moeten naar Ceuta. We zien ook iedere paar seconden een vrachtwagen langsdenderen. Het lijkt erop dat er in de buurt een werkplaats is, en de vrachtwagens gedragen zich alsof ze de smalle pas 10 keer per dag op en af scheuren.

We hadden natuurlijk vreselijk graag die 500 hoogtemeters gedaan, maar ja hè. Veiligheid eerst. Jammer, jammer. We besluiten te kijken of we een boot kunnen pakken op Tanger Med. Dat blijkt het geval. Het is nog even vreselijk haasten, maar 35 minuten later hebben we de boot gehaald naar Algeciras. Die pas ruim een uur later vertrekt omdat ze nog allerlei vrachtwagens moeten inladen. Oh well. Wij zitten vast rustig te lunchen en bij te komen van het feit dat we opeens Marokko uit zijn.

In Algeciras zien we de eerste kilometer meer publieke prullenbakken dan in heel Marokko. Daarnaast zien we mijn tweede lekke band deze vakantie, en dus ook met deze fiets. Na een bandenplaksessie checken we weer in bij ons NH hotel waar ook de rest van onze bagage nog altijd woont. Om te laten zien wie de baas is laat mijn maag weten ook uitstekend ziek te kunnen worden van Spaans eten, en ben ik uitgeschakeld op het dagje dat we gewonnen hebben door niet via Ceuta te gaan. De volgende dag halen we onze spullen uit de stalling.

Oh. My. God.

Wat een bizarre hoeveelheid meuk! Die we geen seconde gemist hebben in Marokko! Dat wordt nog wat om dat allemaal weer mee te zeulen richting Malaga. En om daar op de Ryan Air vlucht ingecheckt te krijgen.

Het verschil op de fiets is onwaarschijnlijk groot. De bovenbenen beginnen vrijwel meteen weer te branden. Hebben we dit gewicht echt helemaal van Nederland naar Zuid-Spanje gesleept? We zijn weer op pad met onze volledige bepakking, en verklaren onszelf voor gek. Nou goed, die kampeerspullen zijn nog tot daaraantoe. Maar al die kleren! Malaga lijkt opeens nog heel ver weg.

Gelukkig gaan we eerst maar eens naar Gibraltar. Wat we al kunnen zien liggen vanuit ons hotel in Algeciras. We moeten wel aardig omfietsen om wat rivieren over te kunnen steken. Dat brengt ons ook over wat heuvels. Het landschap is werkelijk prachtig, maar mijn god wat is dat bikkelen! Ik durf niet te beweren dat we fluitend de Atlas over zijn gefietst, maar het zat er wel een stuk dichterbij dan bij deze schattige heuveltjes. Met onze tong op de tenen komen we boven, en na zo’n 35 kilometer naar Gibraltar vinden we dat we wel weer een mooi hotel hebben verdiend. Niet in de minste plaats omdat we vandaag maar liefst 8 jaar samen zijn overigens. Dat is minstens zo’n bijzondere prestatie als met een kleine 60 kg ballast per persoon naar Gibraltar fietsen, vinden we zelf.

We doen een dagje Gibraltar. We fietsen de grens over, en maken een rondje. We zijn er met een half uurtje omheen, inclusief stop op het zuidelijkste puntje. Niet zo’n grote rots dus. Het heeft wel een vliegveld, waar de doorgaande weg overheen loopt. Overheen ja. Als er een vliegtuig gaat stijgen of landen dan gaan de slagbomen dicht, en moet iedereen even wachten. We staan er een tijdje verbijsterd naar te kijken. We zijn er nog niet helemaal over uit of we het een geniale of krankzinnige uitvinding vinden. Het is hoe dan ook een teken van het doorzettingsvermogen van de Engelsen. What do you mean, we can’t put an airport crossing the tiny strip connecting our rock to the mainland? It fits perfectly! What’s that? It cuts off all other access to the rock? Oh. Ehm. Well. Ehm. Yes, I suppose that is a wee bit unpractical. Well, I’m sure people won’t mind waiting for airplanes to taxi to one end of the strip and then take off every half an hour or so? Allright then, problem solved!

Naast een landingsbaan dwars op de verbindende strook van het schiereiland heeft Gibraltar een grappig Engelse uitstraling, en een leuke winkelstraat met allemaal cafeetjes. Voordat we daar gebruik van maken zoeken we een fietsenmaker op. Want we hebben zowaar op de valreep een heus fietsprobleem te pakken. Het achterwiel van Kwin loopt aan, en dat lijkt uit de as te komen. Nooit een goed teken. De fietsenmaker schroeft het geheel uit elkaar, laat zien waar het versleten is doordat er een bout niet goed aangedraaid heeft gezeten, en zet het weer in elkaar met nieuwe lagerballetjes en vet. Daarmee zouden we het moeten kunnen redden naar Malaga, denkt hij. Hij heeft helaas geen vervangende naaf om het meteen helemaal op te lossen.

We zijn enthousiast over zijn aanpak, totdat blijkt dat hij het ding zodanig los heeft teruggezet dat het wiel nu instabieler is dan het eerst was. Nou ja, eerst maar eens wat lunch. We spotten nog een aap op een gebouw. Die schijnen daar veel te wonen, op Gibraltar. Waarom is ons een raadsel. Je kunt ze ook apart gaan bekijken op een rots bovenop de rots. Daar moet je dan met een gondeltje heen. Waar je even 10 pond per persoon voor mag neertellen. Gezien we net vrijwel net zo hoog zijn geweest met het rondje fietsen, het uitzicht van alle kanten van de rots al hebben bekeken en het aapjes kijken vanaf het terras minstens zo leuk vinden bedanken we voor die eer. We fietsen terug naar Spanje, en komen nog in een spitsfile bij de douane. Kennelijk is er veel werkgelegenheid op die rots. Dat verbaast ons nogal, omdat alles daar wel veel duurder lijkt te zijn. Waarom zouden mensen daar van alles gaan kopen, zoals een zo’n 100 euro duurdere iPhone 5 kopen (om een geheel random voorbeeld te noemen) als je ook even de grens over kunt fietsen? Toch doen de winkels en bedrijven het daar kennelijk goed. Raar.

‘Thuis’ in Spanje gaan we direct op zoek naar een volgende fietsenmaker. Daar blijkt de volgende ochtend dat de naaf niet alleen wat versleten is, maar ook gescheurd. Die moet toch echt vervangen, ook voor dat kleine stukje naar Malaga. Ook deze fietsenmaker heeft geen achternaaf liggen, maar Kwin vindt er nog wel een in een andere winkel. Die een vrij asociale prijs rekent voor een ‘vintage’ model. En ons later een verkeerde maat velglint verkoopt waardoor we nog een keer op en neer moeten lopen. Uiteindelijk lukt het allemaal, en we kunnen om iets over twee weer vertrekken. Om vervolgens direct te gaan lunchen. In ons lunchtentje wordt een verkoopdag gehouden voor een soort kookmachine die je alleen op afbetaling kunt kopen. Voor slechts 28 euro in 48 makkelijke betaling is ie van jou. Uiteraard is hij tegen die tijd (4 jaar!) allang stuk, was het om te beginnen al overbodig en heeft hij al het dubbele gekost in elektriciteitskosten, maar wat een aanbieding hè! Wel vandaag beslissen hoor!

Het fietsen is vandaag mooi, al is het onverminderd zwaar met al onze bagage. We komen iets minder ver dan we eigenlijk gepland hebben, en tegen de tijd dat we op zoek zijn naar een hotel komen we langs 2 dichte hotels (gesloten, wegens vakantie) en vervolgens een camping. De camping ziet er glimmend nieuw uit, en we weten niet zeker of er nog een open hotel zit op de komende kilometers. En tja, we zeulen die tent nu toch mee. Dus staan we zomaar nog een nachtje op de camping. De slaapzakken zijn een tikkeltje muf en ik kan voor het eerst sinds ons vertrek zeggen dat ik mijn thermo-ondergoed niet voor niets heb meegenomen, maar verder vinden we het allebei weer heerlijk om op de camping te staan. Zonder sarcasme. Lekker buiten, met het geruis van de zee op de achtergrond. En de meest sjieke douches die we tot nu toe op een camping hebben gezien.

Vlak voor die camping zijn we een snelwegachtige weg op gekomen. Het lijkt erop dat ze de rustige kustweg hebben geupgrade naar een racebaan, en geen alternatief voor langzaam verkeer hebben gemaakt. En hoewel we nog veel andere fietsers op de weg zien, blijft het een model vierbaans snelweg zonder los fietspad. Niet echt ideaal voor een romantisch dagje fietsen. En helaas blijft die weg zo tot onze volgende bestemming, Fuengirola. Daar lopen we het eerste de beste gigantische hotel binnen, met uitzicht op zee. We eten prima Indiaas bij een restaurantje van een dame uit Manchester. We kletsen wat, en grappig en interessant genoeg heeft zij een heel vergelijkbare ervaring met India als wij met Marokko. Binnen Europa zijn er verschillen, maar het zijn verschillen binnen hetzelfde kader. Zij kan prima in Spanje wonen en zich toch thuis voelen. Maar India (en Marokko) is echt Anders. Heel bijzonder, maar je voelt je er niet snel thuis als Europeaan. Ik bedoel maar. Hup Europa!

En dan begin je zomaar aan je laatste fietsdag van je vijf maanden fietsvakantie. Het begint goed, met een heerlijk rustig stuk weg. Helaas moeten we het laatste stukje voor de Decathlon weer een stuk over de net-niet-snelweg. De omweg naar de Decathlon legt ons geen windeieren: we mogen de volgende dag terugkomen om twee gebruikte fietsdozen op te halen. Dat is weer een RyanAir probleem minder. Dan is het weer terug naar de snelweg om met de nodige doodsverachting Malaga in te fietsen. We scoren nog een Menú del Día en vinden ons al geboekte hotel. Daar lossen we het probleem van ‘mogen we onze fietsen wel meenemen naar de kamer’ op door ze kalm de lift in de rijden en te doen alsof dat normaal is. Daar gaan ze in bad, zodat ze straks glimmend het vliegtuig in kunnen.

Dat was het dan. Onze laatste fietsdag. Nu hebben we nog twee dagen om voor te bereiden dat we met al onze spullen het vliegtuig in mogen en komen. We vinden een weegschaalhaak (zo’n ding waar je dingen aan kunt hangen en dan ziet hoe zwaar ze zijn) en raken in shock over hoeveel kilo’s we bij ons hebben. We moeten een extra tas kopen bij RyanAir. De totale schade: 3 tassen van 15 kg per stuk, 2 fietsdozen van 30 kg per stuk en 2 stuks handbagage van 10 kg per stuk. Dat is dus 125 kg. Wow.

We gaan met de bus naar de Decathlon en scoren onze twee fietsdozen en een sleutel om pedalen los te maken. Vervolgens ontmantelen we onze fietsen en gaan we los met een rol tape. Voilà, twee ingepakte fietsen in twee gigantische kartonnen dozen. En dan blijkt er geen busje of grote taxi te zijn naar het vliegveld. Na lang onderhandelen mogen we wel de bagagekarretjes van het hotel mee naar buiten nemen met 50 euro onderpand. Dat wordt een mooie tocht naar het metrostation.

Met onze legendarische trip naar het vliegveld volledig voorbereid hebben we nog een extra dagje om door Malaga te slenteren. We hebben al ontdekt dat het een leuk centrum is met een uitstekend crepe-uitgiftepunt en goede koffie. We wandelen nog een museum binnen. Cultuur, check. En nu zitten we de laatste dagen van onze vakantie te bloggen en te genieten van het films on demand systeem van het hotel.

Jeetje. Einde fietsvakantie.

Op naar Nederland!

 

Posted in Fietsen, Marokko, Spanje | 2 Comments

Kort & bondig

We zijn er bijna met de digitale inhaalslag, na een achterstand van zo’n 3 weken. Verwarring alom natuurlijk, want zijn we nou net in Ifrane geweest, of in Israel, of in de woestijn? Nou, het zit dus zo.

We zitten nu in Tanger. Ter afscheid van Marokko (en gewoon omdat we luxepaardjes zijn) hebben we een sjiek hotel langs de kust met uitzicht op Spanje gekozen. En heeft Kwin op de valreep nog een voedselvergiftiging weten te scoren, met spectaculaire resultaten. Zometeen gaan we onze laatste avondmaal in dit land eten. Morgen fietsen we naar Ceuta.

Jullie missen nog een slordige 500 km en een ruime week aan uitvoerige verslaglegging en scherpzinnige observaties. In die tijd maken we kennis met de trein in Marokko, verkennen we de kust tussen Casablanca en Tanger en passeren we de magische grens van 4000 per stalen ros afgelegde kilometers sinds 1 juli 2012.

Over en uit.

Posted in Fietsen, Marokko | 3 Comments

Een sterrenvakantie

Wij voelen ons even onwijs hip en local, met ons papiertje met ‘Martin & Marjolijn’ in de aankomsthal van Marrakech. We krijgen wat verbaasde blikken van chauffeurs en portiers van hotels, en vele toeristen lezen hoopvol ons briefje op zoek naar hun rots in de branding van een nieuw vreemd land. Er is ruim de tijd om wat mooie emotionele weerziens gade te slaan voordat onze gasten door de rij bij de douane zijn. Toch mooi als er iemand uit die geblindeerde deur komt, om zich heen kijkt en vervolgens bijna letterlijk iemand om de hals vliegt en een paar minuten niet meer los laat. Daarnaast genieten we van een sterk staaltje Marokkaanse veiligheid. Bij de deur naar de gates staat uitgebreid dat alleen mensen met een boarding ticket toegang hebben. Er staat ook een agent bij om dat te controleren. Het blijkt echter dat je als een beetje ‘mannetje’ hebt geregeld dat je je toeristen vast kunt ophalen bij de gate, en dus door die deur mag. En met een goed verhaal bij meneer agent komen ook allerlei andere mensen binnen. Mocht je nog wat Marokko in willen smokkelen: grijp je kans. Uiteraard zijn wij brave burgers die geenszins geïnteresseerd zijn in dergelijke activiteiten. Maar toch, het valt wel op.

Martin en Marjolijn komen uiteindelijk ongeschonden naar buiten, en wij loodsen ze naar onze minutieuze huurauto. Het past allemaal net, en we introduceren ze trots aan ons vaste onderkomen in Marrakech: Hotel Albatros. We helpen ze ook meteen even met de check-in, want die is natuurlijk onverminderd chaotisch, langdurig en gecompliceerd. Daarna genieten we van een uitstekende maaltijd en drinken we nog een biertje na op een van de terrassen van het hotel. Het lijkt wel vakantie…

Het ontbijt is een vergelijkbaar gevecht met het inchecken: het duurt even, maar dan heb je ook wat. In tegenstelling tot onze eerste keer in het hotel is het erg druk, en is het vechten om een tafel. Ook staan er grote rijen voor de omeletten en de verse pannenkoeken, een soort hartige gelaagde versie met de structuur van bladerdeeg. Yum. We nemen rustig de tijd, waarna we Martin en Marjolijn achterlaten bij het zwembad en zelf even de huurauto terug gaan brengen en de jacht op een linnen broek voor Kwin (tot op heden niet succesvol) voortzetten. De huurauto inleveren verloopt buiten verwachting soepel. Er zijn geen onverwachte kosten of voorwaarden, en we krijgen slechts een teleurgestelde blik over de ongewassen staat van onze Hyundai i10. Oeps.

‘s Middags trekken we voor het eerst de medina van Marrakech in. Het mocht tijd worden, het id inmiddels ons derde bezoek aan de stad. We nemen een taxi op weg naar de Saudische graven. Er wacht ons een teleurstelling: ons taximannetje laat weten dat die net dicht zijn. Hij zet ons dan ook iets verderop af, naast een winkeltje dat we toch zeker moeten bezoeken. Als doorgewinterde Marokko vakantiegangers nemen wij deze informatie met een korreltje zout, en lopen alsnog eerst naar de graven. Die open zijn.

Ze zijn ook erg mooi, met bijzondere versieringen. Ze hebben dezelfde soort motieven als andere plaatsen die we al gezien hebben, maar net wat uitgebreider en erg mooi uitgevoerd. Bizar te bedenken dat deze plek nog maar vrij recent is ontdekt, doordat een jaloerse opvolger van de koning die er begraven ligt er een muur omheen had laten zetten.

Hierna wandelen we naar het centrale plein, dat voldoet aan de verwachtingen. Het is gigantisch, heeft vele standjes en mannetjes, en je kunt er heerlijk een kopje thee drinken op een van de dakterrassen met uitzicht. We zien er de zon prachtig ondergaan, en lopen daarna rustig terug naar ons inmiddels vaste restaurant iets naast het hotel. Bezienswaardigheden Marrakech: check.

De volgende dag beginnen we aan onze ‘bouwsteen’ van Marokko-online, een trip van een paar dagen langs fotogenieke bezienswaardigheden als Ait Ben Haddou, kamelen, woestijn en sterrenhemels. We rijden eerst over de pas richting Ouerzazate die we eerder al een keer met de locale bus hebben overleefd. Het valt erg mee dit keer, met een bekende achter het stuur. We lunchen ergens bovenaan met een ‘berber omelet’ die verdacht veel op een ‘gewoon spiegelei’ lijkt (en overigens prima smaakt), en komen met een perfecte timing aan bij Ait Ben Haddou.

We checken rustig in, drinken een kopje mierzoete thee op het terras met uitzicht over de oude ksar, en wandelen dan op ons gemak en gewapend met fototoestellen naar De Attractie. De ksar ligt nogal pittoresk op een heuvel, en is in vrij goede staat dankzij geld van Unesco en vooral de filmindustrie. Die laatste schijnt hier het een en ander te hebben gefilmd. Omdat het filmen van een heroïsche scène bij de poort van een stad wat lastig is als de muur bijna instort, is er een nepingang gemaakt. Als je het niet weet heb je het niet door tot je er langs loopt. Dan blijkt de muur een paar centimeter dik hout met wat stutbalken er tegenaan om de boel overeind te houden. Niet zo romantisch, en hij staat het zicht op het echte dorp nogal in de weg. Die hadden ze van ons wel af mogen breken na het filmen.

Wanneer we aan komen lopen zien we heel groot ‘Entree’ geschilderd op een muurtje aan de zijkant. Een aantal mannetjes in opleiding proberen ons over te halen via de neppoort de stad in te gaan, wat geld schijnt te kosten. Het ontbreekt ze echter aan overtuigingskracht, doorzettingsvermogen en vindingrijkheid. Ze hadden toch tenminste de moeite moeten nemen de grote witte pijlen naar de gratis entree weg te halen. Zo worden ze nooit toegelaten tot de mannetjesmaffia.

Zo lopen we gratis de ksar in, en genieten we onderweg van alle mooie uitzichten en doorkijkjes. Bovenop de heuvel is het uitzicht helemaal spectaculair. We zijn precies op tijd om de zonsondergang te bewonderen. Dat doen we niet alleen. Er staat nog een heel klasje fototoeristen met spiegelreflexcamera’s te leren van hun fotograaf/toerleider hoe ze dit klassieke beeld het beste vast kunnen leggen.

‘s Avonds eten we in ons leuke hotel, helemaal compleet met een wijntje erbij. Er is een groep Duitse dames die zich bijzonder op hun gemak voelen, en vergelijkbare geluidsvolumes produceren als de nachtelijke oproep voor het ochtendgebed. We hopen in gepaste stilte dat zij niet met dezelfde tour bezig zijn als wij. Zit je daar straks in de woestijn van de sterren en de stilte te genieten, komt dat stel de rust verstoren. Zodra ze ‘s ochtends rond 7 uur zijn opgestaan lijken ze van mening dat de rest van het hotel ook lang genoeg geslapen heeft. Gelukkig moeten wij ook vroeg op om op tijd bij onze kamelen te zijn.

We rijden via Ouerzazate de Draa vallei in. Prachtig is het daar! Vrijwel de gehele vallei bestaat uit oase, omringd door droge woestijnachtige bergen. Het blijkt nog een heel karwij om op tijd in Zagora te zijn, alwaar we gebrieft worden over de kamelen. De briefing bestaat uit ‘neem voldoende water mee. Daar is geen water. Heb je genoeg water bij je?’ Volledig gerustgesteld na deze vloed van informatie over ons nieuwe avontuur eten we snel een tajine voor de lunch en racen we verder de vallei in. Niet iedereen geniet optimaal van de rit, gezien het grotendeels eenbaans is en de locals beter zijn in ‘chicken’. De beste strategie lijkt om op een zodanige afstand van een taxi te gaan rijden dat die de andere auto’s van de weg duwt en dat die dan niet voldoende tijd hebben om de weg weer op te komen voordat jij ook voorbij bent. Zonder er te dicht op te zitten mocht de taxichauffeur zijn betere vinden in een tegenligger.

We komen slechts licht getraumatiseerd en gehaast aan bij de kamelen. We zijn iets te laat, en de rest is al weg. Wij worden meteen op onze kamelen gezet. En die zijn dus best hoog. Dat is leuk voor het uitzicht, maar minder leuk als je zoals Martin een onprettig zadel hebt waardoor je langzaam achter van je kameel afglijd. Dat ziet er weliswaar licht komisch uit, maar is niet bevorderlijk voor de rijervaring. En die is al, op z’n best, suboptimaal. Er zijn comfortabeler manieren van reizen. Heel veel. De truc lijkt om je volledig over te geven aan je kameel (die stiekem een dromedaris is) en je als een zoutzak heen en weer te laten schommelen. En dan nog heb je na afloop spierpijn.

Dat gezegd hebbende, is het supercool om op een kameel te zitten. Ik bedoel, je zit op een kameel! Die je eerder eigenlijk alleen in de dierentuin hebt zien staan! En je loopt door de woestijn! Dat is gewoon tof om een keer gedaan te hebben. En ook wel bevreemdend, zeker als je een andere kamelenkaravaan tegenkomt van locals die spullen aan het vervoeren zijn. Dat gebeurt hier nog gewoon. Een hele andere wereld.

De toeristenindustrie is dat ook. Na 2 uur schommelen op je kameel kom je aan bij het kamp. Je bent over zandduinen gelopen en hebt al tijden geen tekenen van beschaving gezien. Je stapt (licht opgelucht) van je kameel en beklimt de dichtstbijzijnde zandduin om van het uitzicht te genieten. Om vervolgens toeristen van een ander kamp de duin voor je op te zien klimmen. Heb je daar een hele woestijn. De volledige Sahara! En dan zet je alle kampen zo dicht bij elkaar dat je ‘s avonds van elkaars muziek kunt genieten. Mensen zijn rare wezens.

Maar kamelen zijn vreemder. Wat een bizarre beesten zijn dat. Ze bestaan uit een soort ovaal met allemaal verschillende uitsteeksels. Achter een staart, bovenop een bult, onderaan lange poten met en soort tweetenige pantoffelhoeven, en vooraan een laag beginnende lange hals die eindigt in een buitengewoon tevreden kijkende kop. Wat een pokerface! Wat er ook omgaat in een kameel, hij kijkt immer tevreden met zichzelf en met het leven. Met uitzondering van de momenten dat ze een toeterend geluid maken en een wang hun mond uit blazen. Quite the characters.

Na een prachtige tocht door de woestijn, geleid door een vrolijke gids, komen we aan in het kamp. Daar blijkt tot onze grote vreugde niet te worden geleverd wat er in de brochure staat: ze hebben de traditionele tenten van kamelenhaar met matjes en slaapzakken verruild voor degelijke legionairs-tenten met heuze bedden. De binnenkant is wel bekleed met doeken voor het authentieke gevoel. Ideaal dus. We zijn weer precies op tijd voor de ondergaande zon, en krijgen er een kopje gesuikerde thee bij. We denken net dat het leven niet mooier kan worden, wanneer de laatste gasten arriveren: de Duitse dames. Wij vrezen voor onze (nacht)rust, maar ze houden zich redelijk gedeisd in de woestijn. Misschien hebben de kamelen ze getemd. Het blijkt een buikdansgroep op vakantie te zijn. Ze hebben geen uitvoering gegeven. Jammer hoor.

We eten ‘s avonds met z’n allen in een tent aan een paar tafeltjes. Het is gezellig, en het eten is verrassend goed. Dat doen ze toch handig daar in die woestijn. We krijgen drie gangen van soep, couscous en fruit. Nog net geen sterrenmaaltijd, maar dat wordt ruim gecompenseerd door de prachtige sterrenhemel boven ons. Ongelooflijk hoeveel je ziet als het vrijwel helemaal donker is om je heen. Terwijl er bij een kampvuur gezongen wordt slepen we een kleed de duin op en liggen een tijdje met zijn vieren de sterren te bewonderen. Wat een overdaad! En wat een prima temperatuur. Op alles voorbereid zijn we met allerlei thermo-ondergoed ter kameel gegaan; in de woestijn is het immers overdag heel heet en ‘s nachts heel koud. Ook dit blijkt echter alles mee te vallen, en na het sterrenstaren kruipen we zonder kippenvel onze bedden in. Er zijn zelfs hang-WCs in de woestijn! Uitbundige luxe dus.

De volgende ochtend missen we de echte zonsopgang, maar besluiten dat niet zo erg te vinden gezien hoe vroeg je anders op zou moeten staan om het echt licht te zien worden. We krijgen een prima ontbijt geserveerd, en stappen daarna weer op onze kamelen. Martin en Kwin doen een kameelwissel, tot vreugde van Martin en lichte ontsteltenis van Kwin. Het comfort schijnt nogal te verschillen per model. Kwin houdt zich kranig en blijft als gewaarschuwd man netjes op zijn kameel zitten.

Na dit bijzondere avontuur rijden we terug naar Zagora, weer door de prachtige Draa vallei. Daar zien we vakantiefietsers bikkelen richting de woestijn! We moedigen ze aan en voelen het zelf ook meteen weer prikkelen. Dat gevoel van opborrelende activiteit zetten we snel van ons af bij aankomst in het hotel. Wat een heerlijk stukje oase, compleet met zwembad, palmbomen en bier. Wat wil een mens nog meer?

Nou, helemaal niets. We blijven de rest van de dag bij het hotel een boekje lezen. Zalig.

De volgende dag rijden we terug naar Marrakech over de bergen. Best een rit, en tegen de avond checken we weer in bij, u raad het al, Albatros Gardens. Helaas is Marjolijns maag in staking gegaan. Dat is de volgende dag nog niet opgelost, dus schrappen we ons plan van een tripje naar een waterval en gaan op ons gemak naar het volgende hotel waar Martin en Marjolijn nog een paar dagen zullen blijven en golfen. Voor ons betekent dit een grootse stap: we halen onze fietsen uit de stalling! Die stonden al een paar weken in het kamertje van de ‘training officer’. Bij het ophalen stappen we uit de lift en struikelen we bijna over het tapijt dat wat werkmannetjes net van de vloer hebben getrokken. Het hele stuk hotel daar blijkt in verbouwing te zijn. We zijn net op tijd om onze fietsen van de verbouwing te redden!

We fietsen voor Martin en Marjolijn uit naar het Sofitel. We hebben al verschillende vestigingen van het Sofitel met hangende pootjes moeten verlaten nadat het nét niet in ons dagbudget bleek te passen. Maar Martin & Marjolijn hebben een goede deal gevonden en we lopen vol anticipatie het hotel in. De entree is sjiek, en het incheckproces begint goed. We mogen rustig gaan zitten en krijgen een drankje en een hapje aangeboden terwijl zij de informatie invullen. Dat gaat toch net wat makkelijker dan bij Albatros. Vervolgens komt er een soort PR duo bij ons zitten en vertelt ons in stijf Brits accent wat er allemaal te doen is in het hotel. Een volledig over de top toneelstukje waar wij noch zij zich bij op het gemak voelen. Grappig, maar achteraf gezien hadden ze die mankracht beter kunnen inzetten op het klaarmaken van onze kamers.

Terwijl we daar zitten begint de glans van de ontvangst wat te vervagen, en beginnen we ons te realiseren dat het inchecken nog wel eens langer zou kunnen gaan duren dan in Hotel Albatros. En zo geschiedde. Ze beloven ons dat de kamers uit-er-lijk drie uur klaar zijn en de ‘courtesy room’ die ze ons daarvoor beloven blijkt maar voor een half uurtje te zijn om even op te frissen.

Martin en Kwin besluiten om de golfbaan te gaan bekijken terwijl Marjolijn en ik rustig een boekje gaan lezen bij het zwembad. Onder de parasol. Het regent namelijk nogal hard, wat ik voor Africa ronduit onacceptabel vind. Hoezo november, we horen hier last te hebben van droogte en oververhitting! Zo is het geen wonder dat ze hier groene golf courses kunnen onderhouden. Het onderhouden van een juist adres of routebeschrijving blijkt lastiger. Martin en Kwin zijn uiteindelijk zo’n 4 uur bezig de juiste golfbaan te vinden. En op de terugweg waren er opeens straten afgezet die eerder nog open waren. Typisch.

Het is onze laatste avond samen, en dat besluiten we te vieren met cocktails. Alcoholvrije cocktails. Ach, die zijn ook best lekker hoor. Suiker en alcohol zijn toch sterk verwant. De volgende ochtend nemen we afscheid van Martin en Marjolijn en onze Sofitel ervaring. Onze fietsen worden nog even gewassen door het garagepersoneel. Weer eens wat anders dan het poetsen van een glimmende Mercedesen.

We hebben een heerlijke en bijzondere week gehad, met goed gezelschap en prachtig landschap. Het is even moeilijk om afscheid te nemen, gelukkig zien we elkaar over een paar weken weer.

Bedankt M&M! Komen jullie ook langs op de panamerican highway? 🙂

Maar eerst: op naar Casablanca!

Posted in Fietsen, Marokko | Comments Off on Een sterrenvakantie

Onverwachte uitstapjes

Na alle tegenwind en ons busavontuur worden we beloond met een prachtige fietsdag. Zonnig, maar niet te warm, rechte vlakke weg, geen tegenwind. We knallen in een paar uur 90 km. Wat wil een fietser nog meer? Zelfs het weinig afwisselende landschap mag de pret niet drukken, we zijn gewoon lekker aan het fietsen. Bovendien is dat landschap niet bepaald lelijk, met de grote platte stenige woestijnvlakte met de bergkammen aan beide zeiden. En ze hebben een soort coole woenstijnmeloenplanten langs de weg, tussen alle weggegooide bierflesjes. De weg heeft een bijzondere sfeer met zijn uitgestrektheid in het absolute niets, met af en toe een zanderige afslag naar nog minder.

 

Rond de lunch rijden we een klif af (via de weg) een oase in. Moeilijk te omschrijven hoe bizar dat is als je urenlang door 100 pasteltinten geel en bruin fietst, en dan opeens een weelderige felgroene vlek ziet met palmbomen en huizen en allerlei activiteit. En aan de andere kant van de oase houdt die tijdelijke kleurig en reuring ook abrupt weer op. Deze oase herbergt het stadje Boulmima. We vinden het een bijzonder ontspannen plek, waar je een uitstekende omelet kunt eten. Vanaf ons terrasje slaan wij gade hoe het pinnen in Marokko bepaald geen privé aangelegenheid is. Er blijkt iets mis met het apparaat, waarop er zich steeds meer mensen verzamelen bij deze attractie. Zij bemoeien zich allemaal enthousiast met het pinproces van de persoon die aan de beurt is. Wij wachten even tot de rij zich wat heeft opgelost voordat we zelf een poging wagen.

 

We komen rond een uurtje of 3 aan in El Khorbat. We hebben nog een kleine kilometer af te leggen over een hobbelig zandpad en door een rivier (jep, erdóór) om het hotel te bereiken dat Ina en Jan-Willem ons hebben aangeraden. Tijdens de hevige stormen van de dagen ervoor (want niets dan een Marokkaanse Frankenstorm zou ons van de fiets de bus in jagen uiteraard) heeft het aardig geregend, waardoor de rivier aanzienlijk meer voorstelt dan anders. We overleven de oversteek en rijden een onbehoorlijk pittoreske oase met ksar in.

Een ksar, zoals jullie weten, is een muur/gebouw met hier een daar een uitkijktoren gemaakt van voornamelijk modder met stro. Hier en daar nog een palmboomstam om de boel wat te verstevigen en klaar is kees. Ksars bevatten meestal meerdere huizen, soms een heel dorp. Een kasbah is een vierkante ksar met op iedere hoek een uitkijktoren. Dit en meer is te leren in het verrassend goed beschreven museum in de ksar van El Khorbat. Het eerste museum dat we tegen zijn gekomen met ook engelse omschrijvingen, al moeten we toegeven dat we niet vreselijk hard gezocht hebben…

Ons hotel heeft een mooie tuin met terras, prachtig uitzicht vanaf het dak en wifi. Wifi! Dat verwacht je toch ook niet zo midden in een oase midden in de woestijn. Wij kunnen ons geluk niet op. ‘s Avonds genieten we in het restaurant van een prima maaltijd en van het voorlezen van de literaire reisgroep naast ons. Deze Nederlanders komen net uit een tripje in de woestijn compleet met kamelen en overnachting. Ze zijn volledig gebroken, omdat het dus REGENDE in de woestijn. Dat bedenk je ook niet. Lig je daar in je tent van kamelenhaar (nee, dat is dus niet waterdicht) terwijl de begeleiders zelf wel plastic hebben meegenomen voor zichzelf. De pret om de ironie van regen in de woestijn (gut mensen, wat een UNIEKE ervaring moet dat zijn geweest, bijzonder hoor!) wordt voor ons sterk getemperd doordat we net met Martin en Marjolijn hebben afgesproken een sterk vergelijkbaar avontuur aan te gaan. Wij vrezen met grote vrezen.

 

De volgende ochtend krijgen we minder leuk nieuws. Ondanks dat het beter leek te gaan is de Oma van Kwin er toch tussenuit geknepen. Sta je daar in je lemen hotel midden in een oase midden in een woestijn in Marokko. Over een paar dagen is de begrafenis, in Israel.

Of het lukt weten we nog niet, maar we willen in ieder geval proberen erbij te zijn. Dus besluiten we naar het volgende grotere dorp te fietsen (zo’n 50 km), daar een bus te zoeken naar Marrakech en als het duidelijk is of dat gaat lukken een vlucht te boeken naar Tel Aviv. Tot onze (lichte) verbazing lukt het om een directe bus naar Marrakech te vinden. Een luttele 9 uur in de wc-loze bus, met onbekende stops van onbekende lengte. Oh, en een smalle bergpas van zo’n 2200 meter met hier en daar aan beide kanten diepe afgronden. Had ik al genoemd dat ik zo nu en dan wel eens wat hoogtevrees ervaar? Nou, bij deze dan. Het was ook opvallend stil in de bus tijdens dat stuk, met pas daarna een stop voor de lunch. Een tactische keuze.

Alle ingrediënten voor een tomeloos lijden dus. Toch moeten wij bekennen dat het al met al nogal meeviel. Onze fietsen hebben het goed overleefd, wij zijn nergens achtergebleven tijdens een toiletbezoek en we hebben zelf keurig onze maaginhoud gehouden waar hij hoort. En dat laatste is meer dan we kunnen zeggen van enkele locals. In Marrakech stappen we uit, tuigen we onze fietsen weer op en werpen we ons in de avondspits. Weer even heel wat anders dan die pittoreske oase in de woestijn.

We willen een hotel in de ville nouveau. Ik leg in mijn beste frans uit dat we nu één nacht willen blijven, dan wat bagage en fietsen willen achterlaten om een paar dagen het land uit te gaan en dan na een paar dagen weer terugkomen om nog twee nachtjes te blijven. Een duidelijk verhaal dus waar ze dagelijks mee te maken krijgen…

Uiteindelijk komen we terecht in Hotel Albatros Garden. Grappig, want dat is ook het hotel waar we straks met Martin en Marjolijn zitten voor ons gezamenlijke weekje in Marokko. Hier is het opeens geen probleem om onze fietsen even te stallen. Ze weten dan nog niet dat ze er ruim 2 weken zullen staan… Maar daarover in een volgende post meer!

Na een verwoede zoektocht op internet en een paar momenten van lichte teleurstelling (alles ingevuld voor vlucht, gaat er iets mis met de creditcard, is vlucht daarna niet meer beschikbaar) zijn wij de trotse eigenaren van vliegtickets naar Tel Aviv. We hebben nog een dagje om bij te komen van ons busavontuur en onze bagage om te pakken voor ons bezoek aan Israel. Bijzonder prettig, zeker met ons uitzicht op het tropische zwembad op de binnenplaats van het hotel.

Posted in Fietsen, Marokko | Comments Off on Onverwachte uitstapjes