Vijand van de fiets

Na Timahdite beginnen we aan een wederom prachtige, maar nogal zware fietstocht. Om bij het volgende hotel te komen moeten we zo’n 90 km afleggen. Op grote hoogte. Met grote hoogteverschillen. Nu zijn wij natuurlijk een stel ongelooflijke fietsbikkels en is dat alles geen enkel probleem. Ware het niet de confrontatie met die ene natuurlijke vijand van de fiets.

Tegenwind.

 

Een berg op fietsen is vermoeiend. Maar het is eerlijke moeite. Nadat je omhoog bent gefietst krijg je bijna altijd een prachtig uitzicht en daarna een afdeling waarop je kunt ontspannen. De harde arbeid wordt beloond met schoonheid en snelheid, die ook nog eens voelt alsof je hem vreselijk verdient hebt. Bergfietsen geeft voldoening.

 

Tegenwind is een gemeen, zinloos fenomeen dat het fietsen 5 keer zo zwaar maakt met de helft van de snelheid, zonder daar wat dan ook voor terug te geven. Geen uitgestrekt vergezicht, geen afdaling, geen gevoel van overwinning voor het bereiken van de top. Niets, noppes, nada. Alleen het blinde gevecht voor iedere meter, waardoor je geen oog meer hebt voor de mooie omgeving. Tegenwind is de evil twin van wind mee. En als je dan tussen bergkammen doorfietst die functioneren als windtunnel en het uitzicht minder weids maken dan voorheen, dan zijn er momenten op zo’n fietsdag waarop je je afvraagt waarom je dit ook alweer leuk vindt.

Zoals gezegd is de omgeving weer prachtig. Van de wonderlijke schoonheid van gisteren fietsen we een bizar maanlandschap in, compleet met kraters en buitenaards uitziende planten. Iedere vallei heeft weer net een ander kleurenpalet, en de rivierbedding is soms droog, soms eenzaam nat in het woestijnlandschap en soms omzoomd door een fel groene oase. Dan verschuift het maanlandschap langzaam en lijken we Nevada in te rijden. De aarde is rood en heeft allerlei kliffen en tafelbergen. De Grand Canyon van Marokko.

Tussendoor lunchen we bij een tankoase iets voorbij een dorpje. Tankoases zijn onze grote rustpunten in een vreemd land(schap). Naast het tankstation zijn een of meerdere cafés, meestal omgeven door groen en tuin, soms compleet met (leeg) zwembad en speelweide voor de kinderen. Er zitten vaak zowel mannen als vrouwen op het terras, om zichzelf en de auto vol te tanken. Dit alles resulteert in een vrij gemoedelijke omgeving waar er slechts minimaal gestaard wordt naar onze bizarre verschijning. Door de Marokkanen dan.

Deze tankoases en het bijbehorende dorp doen daarnaast ook dienst als lunchstop voor alle bustoeristen. Het is een druk komen en gaan van grote en kleine bussen die hun vee willen voederen. De toeristen stappen wat stram uit de bus, knipperen tegen het felle licht zonder de bescherming van de gordijntjes voor de ramen, en gaan en masse op het terras zitten om een omelet te bestellen. Ook hier valt het ons weer op hoe weinig sociale vaardigheden de gemiddelde (bus)toerist lijkt te hebben. Daar zitten wij in onze fietskleding aan een tafeltje pal naast onze fietsen. En daar staan de sociaal gehandicapte toeristen naar onze fietsen te kijken, te wijzen, aan te raken. Ik bedoel, natuurlijk is het leuk als mensen interesse tonen. Wij maken graag een praatje. Maar zonder enig contact met de eigenaren (je weet wel, de enige idioten in fietsoutfit in de weide omgeving) wordt het toch snel ronduit onbeleefd. Staan ze daar als een soort autistische inspecteurs om de fietsen heen te draaien. Beginnen weg te lopen, komen nog eens terug met gefronste wenkbrauwen om te controleren of ze dat nou wel echt net gezien hebben. Roepen er eventueel nog een partner of reisgenoot bij. En dat alles dus met het angstvallig vermijden van iedere vorm van oogcontact met de overduidelijke eigenaren. Eigenaardig.

 

Na de lunch vechten wij ons door nog 30 km tegenwind. 8 km voor ons beoogde hotel iets voorbij Midelt, fietsen we langs een 4-sterren hotel dat (nog) niet in de Lonely Planet staat. Dat lijkt ons een duidelijk teken van verzoening van de wind, en wij slaan onmiddellijk af en gaan met een boekje en frisdrankje bij het zwembad liggen. Best fris, met die wind, maar het was tijd voor een statement. Wij zijn er klaar mee, voor vandaag.

 

En dat brengt ons op het onderwerp van gebouwonderhoud in Marokko. Daar is geen sprake van. Het lijkt alsof ze hier bijzonder goed zijn in het opzetten en bouwen van nieuwe dingen, maar er dan vervolgens klaar mee zijn (daar is de link) en achterover leunen tot de boel letterlijk uit elkaar valt. Of misschien zijn ze minder perfectionistisch dan we gewend zijn. Of misschien is er minder noodzaak voor onderhoud als het toch meestal goed weer is. Hoe dan ook: zelfs in (zelfbenoemde) 4-sterrenhotels staat er een soort half-affe grot naast het zwembad, is de reling van het douchegordijn bijna weggeroest en struikel je over half versleten tapijten. Lastig als je voor luxe afgaat op de Lonely Planet, die meestal alweer van een paar jaar terug is. Staat er dat het een sjiek hotel is met alles erop en eraan, verwacht dan voornamelijk vergane glorie. Nu kan dat ook heel mooi zijn en charme hebben, maar sjiek is het niet. Dit in aanvulling op onze eerdere theorie over de luxe van hotels in Marokko met onbetrouwbare voorzieningen versus sfeer. Als je echte luxe wilt, zoek dan een nieuw hotel. Dan doet alles het nog.

 

Op dit moment zitten we weer in zo’n gevalletje ‘even if it’s broke, don’t fix it’. Bij Errachidia.

‘Huh? Errachidia?’ Horen we jullie denken. ‘Is dat niet zeker twee dagen fietsen vanaf Midelt, terwijl jullie er nu binnen een paar uur waren?’

Tja. Zoals we al zeiden, tegenwind is evil. In ons ‘4 sterren’ hotel bij Midelt hebben we een biertje gedronken, een bord pasta naar binnen gewerkt, zijn we uitgeput van het fietsen vroeg onder wol gekropen. Om 7 uur zaten we weer aan het ontbijt om op tijd te vertrekken voor de volgende 90 km. Vervolgens bleek ik mijn eerste lekke band te hebben met mijn vakantiefiets. (Jammer, maar niet onverwacht met al het glas op de weg hier en maar liefst 6210 afgelegde kilometers in totaal. Dat zijn nog eens goede banden.) Dus plakken we ook nog mijn band en controleren we alle banden op glas.

Maar het heeft allemaal niet mogen baten: het waait nog steeds, alleen nu harder. Waar het gister al zo’n windkracht 5 à 6 moet zijn geweest, nam het nu echt stormachtige vormen aan. En daar hadden we dus he-le-maal geen zin in. We doen nog een halfslachtige poging, maar eigenlijk wisten we allang dat we in het centrum van Midelt zo snel mogelijk op de bus zouden stappen.

Het was even spannend hoe we dat konden regelen en of onze fietsen een rit in de laadruimte van een locale bus zouden overleven. We hebben toch het risico genomen, en op het busstation bleek het geen probleem te zijn (volgens het mannetje) om onze fietsen mee te nemen en zou de bus over een paar minuten komen. Tot onze grote verbazing reed de bus ook daadwerkelijk even later het perron op. Tot onze nog grotere verbazing zaten er toen het luik openging twee schapen in de laadruimte. Levende schapen. Die gaan hier ook gewoon met de bus. Onze fietsen zijn met minder liefde dan we zouden willen in de laadruimte gepropt, en Kwin heeft er nog een tijd naast gestaan om te voorkomen dat er nog 10 zware dozen en zakken bovenop werden geplaatst.

 

En dan rijden we zomaar in een paar uur 140 km. Opvallend is dat mensen in de bus hier dezelfde tactiek gebruiken als Nederlandse spitsrijders: in eerste instantie alleen op een tweezits gaan zitten met je bagage uitgebreid naast je, terwijl je weet dat het onvermijdelijk is dat de bus helemaal stampvol wordt. En dat de bus overal stopt waar er mensen in of uit willen, of wanneer de kaartjescontroleur moet plassen (en snel moet rennen om in de alweer rijdende bus te springen). Verder is het landschap weer spectaculair. Het Grand Canyon thema zet zich voort, en we zien een paar prachtige oases en droge rivierbeddingen. Er is ook een gigantisch meer, dat gedeeltelijk door natuurlijke dammen en gedeeltelijk door stuwdammen in stand wordt gehouden. De bus heeft aardig moeite met alle hellingen, en de wind blaast nog onvermoeibaar de planten en bomen plat. We zijn daarom aardig in ons nopjes met ons busavontuur. Zeker als bij aankomst blijkt dat de fietsen het zonder schade overleefd hebben. De schapen overigens ook, al kunnen we trauma niet uitsluiten. (Het bleek later dat het bijna ‘het feest van het schaap’ was, een soort islamitische kerst, waarbij er een schaap geofferd wordt. Wij vrezen met grote vreze voor onze laadruimschapen…)

 

Voordat we naar ons hotel fietsen drinken we nog even wat, waarop een bromdriewieler kansloos onhandig achteruit tegen mijn fiets aan parkeert. @#$%*&@ Er zit een deukje in een spaak, die Kwin er hopelijk helemaal uit heeft gekregen. Zo zie je maar, een ongeluk zit in een klein hoekje. Zeker voor lompe brommers met een gigantische draaicirkel en spastische bestuurders.

Vandaag rusten we nog wat uit in onze vergane glorie, en morgen gaan we op weg naar het westen, richting Marrakech. We hopen op wind mee, en vele (tank)oases.

 

 

 

PS Het zal de opmerkzame lezer zijn opgevallen dat niet alle foto’s lijken te passen bij dat specifieke stuk tekst. Dat klopt! Dat komt omdat we vaak te hard aan het genieten zijn van de omgeving om eraan te denken foto’s te maken, en we wel hebben beloofd onze bondige maar niet zo korte teksten op te fleuren met plaatjes. Vandaar.

 

Posted in Fietsen, Marokko | 1 Comment

Zo mooi, zo mooi

Ik werd er helemaal stil van.

Vandaag zijn we via Michlifen van Ifrane naar Timahdite gefietst. In het begin riep ik steeds tegen Kwin ‘Kijk nou. Kíjk nou!’, maar dat deed hij allang en toen zijn we maar in stilte verder gaan genieten. Godallemachtig wat een landschap. Eerst nog vergelijkbaar met de hoogvlakte waar we voor Ifrane al doorheen mochten fietsen. Maar na Michlifen, een wintersportgehucht waar we welgeteld 1 kleine piste hebben gezien vanaf de weg, werd het me bijna te veel. Het zal wel een vrouwelijk mankement zijn, maar van zo’n uitzicht word ik echt emotioneel.

 

Een uitgestrekte hoogvlakte met alle mogelijke pasteltinten geel en bruin, gecomplementeerd door een groene waas met witte stippen van plantjes die worden opgepeuzeld door schapen. Her en der een eenzame boom die eigenwijs groen staat te zijn terwijl al zijn broers en zussen zich comfortabel in een oase hebben geplant. De vlakte glooit vriendelijk, maar als je hem zou kunnen aaien zou je zeker je handen openhalen aan de grillige stenen en rotspartijen die over het land verstrooid liggen. Op de achtergrond de indrukwekkende hoge pieken van het Atlasgebergte. En recht voor je uit een strook goed onderhouden asfalt, waar slechts af en toe een auto de oorverdovende stilte komt verstoren. Het zachte geruis van je banden op de weg en het spectaculaire landschap vol karakter om je heen zou ieder fietshart sneller doen kloppen van pure bewondering, ontzag en dankbaarheid.

 

Onze fietsharten klopten daarnaast ook sneller omdat het nogal vermoeiend is om boven de 1500 meter hellingen van 10% op te fietsen. Gelukkig hoefden we vandaag niet ver. Rond 11 uur hebben we bij een herberg thee gedronken (verdacht zoet voor een exemplaar zonder suiker), en besloten om te doen wat de locals doen: ongegeneerd picknicken op het terras van een café. Dat schijnt te mogen zolang je maar iets te drinken bestelt. We hebben mensen hele tassen vol eten, inclusief flessen olijfolie, zien uitpakken voor een vreetfestijn met één miezerig drankje van het café. Het voelt voor ons erg ‘not done’, maar we lieten ons er toch voor de eerste keer toe overhalen (door onszelf) omdat er zo weinig prettige lunchplekken langs de weg zijn. Het was dan ook onvermijdelijk dat we een paar kilometer later de eerste picknicktafels in Marokko zouden tegenkomen. Onze terraspicknick beviel hoe dan ook uitstekend. De jonge ober kwam meteen naar buiten toen we onze spulletjes op tafel zetten, en in plaats van ons eens goed de les te lezen kwam hij ons twee messen brengen voor de lunch. Gewoon, als extra service. Kosten thee en gebruik terras: 8 dirham (minder dan 80 cent). Daar kan ik ook wel even stil van worden.

 

Na nog wat pijnlijk mooi landschap zijn we aangekomen in Timahdite, waar we nu iets buiten het dorp bij Herberg La Forestière in de tuin zitten. In het zonnetje.

 

We zijn eindelijk op fietsvakantie in Marokko.

 

Posted in Fietsen, Marokko | Comments Off on Zo mooi, zo mooi

De mannetjesmaffia

Wij hebben het tot nu toe prima naar ons zin in Marokko. We ervaren veel hartelijkheid, het land is prachtig en de cultuur interessant. Er is echter ook één grote ergernis: de mannetjesmaffia. Zo ergerlijk dat we er een aparte post aan wijden. Nu we het op een rijtje hebben gezet blijkt de financiële ‘schade’ zeer beperkt, maar de emotionele schade is des te groter. Voor de mensen die vinden dat wij verwende westerse toeristen gewoon niet zo moeten zeuren staat hieronder de conclusie, dan kan je de rest lekker overslaan:

Kosten mannetjesmaffia

  • Financiële schade gehaaide toeristen Kwin en Merel: net geen 10 euro.
  • Imagoschade Marokko: onbetaalbaar.

Reisadvies Marokko

  • Gaan! Het is er bijzonder en de ‘gewone’ mensen zijn erg hartelijk.
  • Ga niet ter ontspanning de medina’s in, en neem bij voorkeur genoeg geld mee om je af en toe uit de drukte terug te kunnen trekken in een luxe hotel.

Op iedere plek waar veel toeristen langskomen staan ze. De mannetjes. Ze spreken je aan in het engels, een en al vriendelijkheid, en bieden aan om je te helpen. Aan het begin van een stad gaat dit meestal om hotels. Als je je wat geïntimideerd voelt door het zoeken van een hotel in een nieuwe medina laat je snel je twijfel zien. En dan bijten ze zich vast als een krokodil die zijn prooi wil verzuipen. Als je zegt dat ze je niet hoeven te brengen, dan zeggen ze ‘It’s OK sir, I work for hotel. Not a problem.’ Technisch gezien niet helemaal onwaar gezien ze een kick-back krijgen van het hotel als ze nieuwe klanten aanleveren. En als je nee blijft zeggen dan blijven ze nog eindeloos voor je uit lopen alsof ze je alsnog de weg aan het wijzen zijn. Door onschuldige vragen te stellen als ‘Where you from’ is het moeilijk om direct onbeleefd ‘fuck off’ te zeggen, maar wij kunnen je verzekeren dat je dat op zo’n moment diep in je hartje wel graag zou doen.

Ze helpen je ook alleen aan de dingen waar zij mee geholpen zijn. Zo kom je in principe terecht bij het hotel waar ze het meeste op verdienen, niet bij het hotel waar je heen wilde. Alleen als je blijft herhalen dat je een reservering hebt voor een specifiek hotel is het mogelijk dat ze je daar de weg heen wijzen. In Moulay Idriss vroegen we een mannetje om een specifiek hotel. Toen we duidelijk maakten dat het niet nodig was dat hij het laatste stuk ook meeliep, ging hij snel op ons vooruit, belde aan bij het hotel en probeerde zo zijn kick-back te krijgen bij onze lieve hotelmevrouw. We hebben hem wat gegeven voor het wegwijzen, maar dan moet ie ook wegwezen. Om het nog bonter te maken was er ook nog een mannetje die rond een hoteldeur rondhing en snel aanklopte bij het hotel toen we aan kwamen lopen en vervolgens ook vond dat hij recht had op een kick-back.

Hotels zijn ook niet altijd onschuldig. Wat we snel hebben geleerd is dat het gevaarlijk is om vooruit te boeken, en al helemaal in euro’s. De eerste twee booking.com reserveringen konden we niet meer onderuit, en we werden dan ook prompt afgezet op de wisselkoers. We hadden natuurlijk niet in euro’s moeten boeken, maar veel hotels zetten alleen de europrijs online en we hadden er gewoon niet bij stilgestaan. Nu hing er in de kamer een bordje met ‘600 dirham per nacht’, hadden we voor 60 euro per nacht gereserveerd (dat is al aardig wat meer), en moesten we wel in dirham betalen waarbij een te hoge wisselkoers werd gerekend en er uiteindelijk meer dan die 60 euro per nacht van onze rekening is afgeschreven. Dan voel je je toch even aardig uitgeknepen, terwijl het wel een fijn hotel was. Zonde!

Maar het tweede hotel van booking.com in Chefchaouen, Casa Annasar, sloeg alles. We waren nu al voorbereid op de slechte wisselkoers, maar niet op de rest. Het begon met een zoet kopje thee van de eigenaar. Wat gastvrij!

  1. Vervolgens zei hij ‘I like to pay now’. Oh. Dat is ons nou nog nooit gevraagd bij welk hotel of camping dan ook, vooruit betalen. Meteen wordt dat kopje thee een zoethoudertje in onze westerlijke achterdocht. Maar ach, voor ons maakt het niet zoveel uit. We werken mee.
  2. Dan volgt de hoge wisselkoers op onze boeking in euro’s bij booking.com. Onze vriend probeert het goed te praten met een uitleg over hoe veel commissie hij wel niet aan booking.com af moet dragen. Niet bijzonder relevant in de discussie of hij ons wel of niet mag afzetten. Maar Kwin gaat de onderhandeling aan en we komen er toch uit.
  3. Mogen we met kaart betalen? ‘No, I like cash.’ Ja, dat gevoel hadden we al. Natuurlijk had hij dat in het Arabisch iets subtieler verwoord, het is erg fijn dat hij wat Engels spreekt. Hij komt met een verhaal over dat hij wel een pinautomaat heeft, maar dat hij daar ook weer een percentage voor moet afdragen aan de provider van dat apparaat. Uiteindelijk betalen we dan maar cash. Goed, zand erover.
  4. Vervolgens worden we naar een hok gebracht met een raam op een blinde muur, 3 bedden tegen elkaar aan en een losse badkamer. De kamer valt nogal tegen gezien de prijs. Het gevoel overvalt ons dat dit wel eens de reden zou kunnen zijn dat hij vooruit betaald wilde. Zand er weer af.
  5. Is die badkamer alleen voor ons (zoals we gereserveerd hebben)? Yes yes, for you. Hij laat ons de andere kamers zien die via dezelfde gang bereikbaar zijn. Oh, maar hebben die dezelfde badkamer dan? ‘Tonight there is no one else.’ Okee, hoe zit dat dan morgen? ‘Tomorrow, some other people, but is not a problem.’ Wij vinden van wel. Het blijkt dat er vandaag nog geen kamer met eigen badkamer beschikbaar is. Uiteindelijk biedt hij aan dat we dan de volgende dag kunnen wisselen naar een andere kamer. We gaan akkoord, maar nemen zijn mantra ‘I just want make people happy in our family home, money is finish’ met een korreltje zout.
  6. Terwijl Kwin meteen alle andere booking.com reserveringen afzegt maak ik het warme water in de douche op. Ja, OP ja. Ik haal de man erbij. Hij laat ons de boiler zien. Het minuscule boilertje voor de gedeelde badkamer van 3 kamers. Die is dus op. ‘In 20, maybe 40 minutes is full again. So is no problem.’ Kwin en zijn bezwete fietskleren zijn er klaar mee. ‘I am not a happy customer.’ ‘You are happy?’ ‘No, NOT happy.’ De man verstaat vervolgens opeens geen Engels meer.

We weten het: dit zijn allemaal dingen waar je je overheen kunt zetten. Na 20 (nou ja, misschien 40) minuten zou de boiler weer vol zijn, morgen zouden we verhuizen naar een betere kamer en dat vooruit betalen maakt voor ons niet zoveel uit. Maar die man blééf maar in onze allergiezone prikken met zijn praatjes waarom de slechte voorzieningen eigenlijk fantastisch waren en dat het hem slechts te doen was om ons welbevinden. Jeuk! Wij bevinden ons duidelijk niet wel, beste man. En dat tast onze campingfilosofie van ‘als de sfeer maar goed is’ nogal aan. Overigens zijn we dit ondertussen wel vaker tegengekomen bij verder zeer servicegerichte Marokkanen, het zou best eens kunnen dat het erkennen van fouten in de schaamtesfeer ligt, en dat het normaal is om het te vermijden en met andere dingen te compenseren. Dat is even moeilijk aanpassen voor onze ‘I am so sorry for your inconvenience sir, is there anything I can do to make up for it’ mentaliteit.

Dus Kwin begint te onderhandelen hoe we hier wegkomen ondanks onze reservering. Hij biedt zelfs aan om de 21% commissie voor booking.com te betalen die het mannetje beweert te moeten afdragen, als we maar de rest van ons geld terugkrijgen en weg mogen. Opeens is hij er ook klaar mee, en zegt ‘okay, you leave’. Wij pakken onmiddellijk onze tassen, en beneden blijkt hij ook niet ons aanbod van die 21% commissie te willen aannemen. Waarschijnlijk is hij beledigd in zijn gastvrijheid. Tja.

En wat heeft u nu geleerd, spelende vrouw? Nou meneer Cactus, boek nooit vooruit in Marokko behalve bij een grote keten in een grote stad. Dan kan je beter onderhandelen over kamer en prijs. Wat je het beste kunt doen bij aankomst is eens rustig op een terrasje gaan zitten, en dan 1 persoon de medina in sturen om op jacht te gaan. (Kwins tactiek: loop ieder hotel in alsof je een 6-sterren kamer zoekt, zodat je altijd dingen opvallen die tegenvallen. Zorg dat je daar expliciet naar kijkt bij het bezichtigen van de kamers. Gebruik die punten vervolgens om de prijs naar beneden te krijgen. Vraag ook niet zelf naar de prijs, ga er vanuit dat ze die zelf noemen terwijl je gedecideerd naar de uitgang loopt na de bezichtiging.) Verder is de vuistregel dat mannetjes die je op straat aanspreken in Engels of Nederlands vriendelijk afgewezen moeten worden. Tot nu toe bleken die alleen geldzakjes te zien lopen, geen Merels of Kwinnen.

Verder hebben wij geleerd dat een te hoge mannetjesdichtheid alle plezier uit een mooie stad kan zuigen. Waar wij ons in Meknes direct thuis voelden en de mannetjes prima te behappen waren, waren wij niet voorbereid op de mannetjesplaag in het grotere Fez. Bij het binnenrijden werden we al door verschillende brommers achtervolgd die ons naar een hotel wilden brengen. Een ander mannetje riep schaamteloos ‘medina that way’, precies de andere kant van het grote verkeersbord dat er stond. Eenmaal in de medina bleken de mannetjes niet alleen talrijk, maar ook ongekend volhoudend. They just wouldn’t take no for an answer. We kregen ruzie met mannetjes, tot aan discussies over ‘don’t you trust me’, ‘you are paranoid’, ‘I don’t eat you’, en een klassieke good guy/bad guy waarbij het ene mannetje ons van het andere mannetje redde onder het mom van ‘it’s okay, I’m from the tourist office’, om ons vervolgens zijn eigen nog goedkopere hotel aan te bieden. Ondanks alle ‘gratis’ ‘hulp’, is het ons uiteindelijk toch gelukt om zelf een hotel uit te zoeken.

De volgende dag dingen we wat highlights bekijken, maar het is echt niet leuk in een medina waar je echt letterlijk voortdurend, om iedere hoek twee nieuwe, mannetjes grof moet afslaan om niet aan ze vast te blijven zitten. Een ‘No!’ zoals je het tegen je hond zegt als die op het punt staat een biefstuk van het aanrecht te pikken lijkt een van de weinige dingen die meestal werkt. Bijzonder onprettig voor ons en voor hen. Misschien komt het doordat het huidige hoofdseizoen nogal achterblijft dit jaar dat ze extra wanhopig waren, maar alle bezienswaardigheden ten spijt zijn wij na 1 dag de bergen in gevlucht. Spijtig, want op een zeldzaam moment van de siesta toen het opeens even heel rustig op straat was, was het echt prachtig daar. Maar je krijgt gewoon niet de rust om de schoonheid van de stad zelf te ontdekken.

Gelukkig zijn nog niet alle mannetjes volledig afgestompt geraakt en kunnen er zelf nog om lachen. Zo eindigde een potentieel vervelende mannetjesinteractie bijzonder vrolijk toen ik een aantal keer ‘No, thank you’ had gezegd en de jongen vervolgens zei ‘No thank you everything?’ en ons na deze mooie grap ook nog met rust liet. Een ander mannetje bezorgde ons een sterk staaltje entertainment toen we vanaf een terrasje een kudde toeristen aan het bekijken waren. Eentje raakt los voor het maken van een foto. Meteen wordt hij afgesneden van de groep door een mannetjesmaffioos die hem een ‘berber hat’ wil verkopen. De man probeert het gevaar te weren via de negeer-tactiek. Helaas heeft het mannetje voor hetere vuren gestaan, en gaat in de tegenaanval door het hoedje op 4 centimeter van het hoofd van zijn prooi rond te draaien op zijn vinger onder het luid uitroepen van ‘Berber hat! Berber hat for you sir!’ Ook wanneer de man weer verder beweegt met zijn kudde, nog steeds wanhopig aan het negeren met het hoedje recht in zijn snuit, blijft het mannetje met die ene man meelopen. Dit mannetje verwacht duidelijk geen hoedje meer te verkopen, hij is die arme toerist nu gewoon aan het jennen. Die mooie zelfspot gecombineerd met de onwennige toerist (en toegegeven, misschien een vleugje leedvermaak), dat vinden wij nou grappig.

De mannetjesmaffia is overigens van alle markten thuis. Naast hotels en hoeden worden er op strategische plekken ook gidsen, restaurants, kleding, tapijten, drugs, alcohol en alle andere mogelijke producten en diensten aangeboden. Of ze die nou hebben of niet. En ja, dat hoort ook bij Marokko, je kunt niet alles hebben, etc. Maar die mannetjes zijn meestal het eerste en het laatste wat je ziet in een stad of dorp of bezienswaardigheid. En misschien wel de enige Marokkanen waarmee je interactie hebt als je met een georganiseerde reis bent. Door hun agressieve vriendelijkheid die achteraf nooit gratis blijkt te zijn wordt het voor toeristen lastig om de oprechte vriendelijkheid van de gewone Marokkanen te herkennen en te accepteren. Ze zijn daarmee voor ons een negatief uithangbord en niet representatief voor hun land en landgenoten.

Wij zijn tegen.

 

Posted in Fietsen, Marokko | 2 Comments

Acclimatiseren in chaotisch sprookjesland

Dit keer een verhaal over Marokko inclusief foto’s. De eerste twee dagen waren we te druk met om ons heen kijken om foto’s te maken. We waren gebleven in Tetouan. Daar hebben we de volgende dag nog rustig rondgewandeld in de kleine steegjes van de Medina. Zoals gezegd is het nogal een doolhof, maar het bleek minder ingewikkeld dan onze gids het de vorige dag deed voorkomen. Na een paar verkeerde afslagen en wat doodlopende gangetjes, waarbij we begeleid werden door een groep joelende kinderen (we gaan er even vanuit dat ze slechts woorden van welkom riepen), vonden we een geschikte medina-navigatie. De truc is om zo veel mogelijk met het (voet)verkeer mee te gaan in de richting die het meest dichtbij zit bij de kant waar jij denkt heen te moeten. Dat laatste kan nogal een uitdaging zijn, dus regel nummer 2 is dat je vooral geen haast moet hebben en slechts enthousiast wordt bij het herkennen van reeds gepasseerde plekken. Dan voel je je er zo lekker thuis.

Dat is sowieso opvallend. Misschien komt het doordat we nog niet in heel grote steden zijn geweest, maar tot nu toe raken we steeds snel vertrouwd met het dorp en de mensen. De eersten die je tegenkomt en de dagen erna weer herkent zijn de leden van de mannetjesmaffia (zie ook aparte post). Maar ook het personeel van het hotel zie je lopen (en groeten je hartelijk), en binnen de kortste keren heb je een vaste omelet-dealer, watermannetje en verse jus leverancier.

En dan zijn er natuurlijk nog de toeristen. Die zijn pijnlijk opvallend in Marokko. De verschillende soorten toeristen in ‘moeilijke landen’ zijn prachtig omschreven door Jelle Brandt Corstius in zijn ‘Universele Reisgids voor Moeilijke Landen’. Die heb ik even niet bij de hand, maar op risico van plagiaat wil ik toch de volgende drie soorten in het zonnetje zetten: de kuddetoerist, de tulbandtoerist en de vakantie-outfit-toerist. De kuddetoeristen wordt door hun herder uit de bus gelaten en snel langs de highlights gedreven. Ze blijven veelal dicht bij elkaar en kijken met gemengde angst en bewondering om zich heen. De omgeving is indrukwekkend, maar de roofdieren van de mannetjesmaffia liggen altijd op de loer. Drijf je te ver van je kudde, dan zal een van deze roofdieren meteen tot de aanval overgaan.

De tulbandtoerist is een solitair dier. Hij heeft zich aangepast aan het leven buiten de kudde door met een sluwe vermomming proberen te infiltreren in de lokale bevolking. (Nodeloos te noemen dat ze hier jammerlijk in falen.) En de onvermijdelijke ‘dit-is-mijn-vakantie-outfit’ toeristen, herkenbaar aan wijde korte broek boven de knie, een praktisch t-shirt en sandalen (Nederlanders) of witte gympen (Amerikanen). Maar wat voor toerist dan ook, omdat ze zo opvallen en zulke vertrouwde westerse koppen hebben in een verder onbekende omgeving krijg je al snel de neiging om ze allemaal hartelijk te groeten als oude bekenden. Kwin vraagt zich af of dit zijn voorland is van ons voornemen om buiten Amsterdam te gaan wonen: een dorp waar iedereen elkaar kent en groet en in de gaten houdt. De tijd zal het leren Kwin.

Naast de mensen voelt ook het dorp of de stad zelf snel vertrouwd aan. Met onze medina-navigatie is de weg naar het hotel snel gevonden. Er zijn weinig dingen zo bevredigend als met een nonchalant gezicht zonder twijfel tien keer links en rechts te gaan en dan ook daadwerkelijk aankomen. Of niet, zolang je er maar bij blijft kijken alsof het de bedoeling is. Kortom, wij proberen ons gebrek aan tulband en puntmutsgewaad te compenseren met een ‘local attitude’. (Nodeloos te noemen dat wij hier ongetwijfeld kansloos in falen.)

Iets anders wat je kunt doen om te integreren met de lokale bevolking is interesse tonen in (Spaans) voetbal. Iedere vorm van voetbal is populair, maar als Barcelona speelt dan zijn de cafés letterlijk te klein. Alle mannen zitten samen voetbal te kijken en op straat klinkt het alsof Nederland speelt op een belangrijke WK wedstrijd: plotseling luid gejuich bij doelpunten. Bijzonder dat een competitie van een ander land dat los kan maken. Ik moet zeggen dat ik wel begrijp waarom dan Spanje. Die wedstrijden zijn bijzonder levendig, van het eerste fluitsignaal tot het laatste rennen ze rond alsof het de laatste bepalende minuten van de verlenging zijn. Daar kunnen onze Nederlandse ‘rustig de bal rondspelen op eigen helft’ teams en tijdrekkende keepers nog wat van leren.

Omdat je in cafés bijna alleen maar mannen ziet zitten, ook zonder voetbal, geeft mij het gevoel dat de mannen hier de roddeltantes zijn. Ze zitten eindeloos met elkaar te kleppen onder het genot van een kopje mierzoete thee. Ook zien we hier meer mannen hand in hand lopen dan in Amsterdam. Ze hebben er zeker andere bedoelingen mee, maar ze zijn meer van het aanraken dan de gemiddelde westerling. Zie je een vriend of kennis lopen (iedereen in het dorp dus): hup 2 tot 4 zoenen, een handdruk en nog een arm om de schouder. Daarnaast is de ‘personal space’ veel kleiner. We dachten eerst steeds dat iemand naar ons toe kwam lopen of aan onze fietsen ging zitten, maar het is hier gewoon normaal om op 2 cm van een tafeltje of fiets te lopen zonder daar verder iets mee te willen. Geen wonder ook als je de krappe ruimtes in de medinasteegjes gewend bent. Tot zover dit stukje ‘fascinerende culturele verschillen’, tot de volgende keer…

Na Tetouen gaan we op weg naar Chefchaouen. Het is best een stuk omhoog, maar het is leuk fietsen. We zien voortdurend opgestoken duimen van enthousiast toeterende Marokkanen, en als we ergens langs de weg stoppen om wat zonnebrand te smeren komt een man ons spontaan meer druiven aanbieden dan in onze tassen passen. Veel mensen lijken het oprecht leuk te vinden dat we Marokko op de fiets komen bekijken. Met name vrachtwagenchauffeurs toeteren vrolijk. (Ze hebben hier net zo veel toeterklanken als eskimo’s woorden voor sneeuw hebben.) Een ander mooi gebaar naar fietsers toe zou het installeren van roetfilters zijn, maar alles op zijn tijd. De frisse berglucht wordt afgewisseld door hoestende auto’s die maar net sneller dan wij de berg op komen.

Chefchaouen is werkelijk sprookjesachtig. De medina heeft iets bredere straatjes dan Tetouan, en ze zijn aanzienlijk beter onderhouden. Alles is wit en blauw, en op veel plekken zijn er pergola’s met groene planten boven de steegjes. Als we voor het eerst het plein op lopen denken we zo een sprookje uit 1001 nacht in te zijn gewandeld. De grote boom in het midden is met lichtjes versierd, de restaurantjes langs de ene kant zijn verlicht met kaarsen, de andere kant heeft een oude moskee en kasba en boven dat alles zie je nog net de bergen uitsteken. Jeetje.

De tweede nacht, na onze ruzie met het hotel en een snel geselecteerde vervanging (zie andere post) vinden we een pittoresk hotel met een hotelkamer helemaal bovenop het dak. Het is te bereiken via een soort klautertrap, en heeft uitzicht over de bergen en de kasba. Zo vind je ze niet in Nederland. Ook eten we ons beste Marokkaanse eten tot nu toe in Casa Hassan. Duurder dan op het plein, maar iedere dirham waard. En ach, een driegangenmenu voor 120 dirham (minder dan 12 euro), daar tekenen we altijd wel voor. In het uitermate verlopen 4-sterren hotel drinken we ook nog een biertje om het feest compleet te maken. Een alcohollicentie is zeldzaam en kost hier een astronomisch bedrag, wat je vrolijk doorberekend krijgt. Na ruim 2 weken staat de teller dan ook op 2 biertjes per persoon. Misschien zijn onze magen daarom wat van streek…

Na heerlijk te hebben rondgehangen in Chefchaouen is het tijd om weer op de fiets te springen. In twee dagen fietsen we naar Moulay Idriss, met een tussenstop iets buiten Ouezanne. Het fietsen gaat weer met veel aanmoediging van automobilisten. Het is wel jammer dat er zo veel vuil langs de weg ligt. En dat het soms in de fik is gestoken. Jezus wat een stank. Gecombineerd met de auto’s zelf die zwarte wolken uitbraken is het soms moeilijk ademhalen. En het geeft het land ook een verloederde aanblik. Helaas past dat op veel plekken ook bij de armoede die duidelijk zichtbaar is. Mensen in oude versleten kleren, minutieuze standjes langs de weg (een emmer uien) waar mensen de hele dag naast zitten en stukjes land die met ezel en houten ploeg bewerkt worden. Geen waterleidingen, maar ezels bestuurd door kinderen die karretjes met tonnen water vanuit een centraal waterpunt verspreiden. In de medina’s zie je ook wel armoede, maar die voelt toch anders aan dan zo op het platteland waar verder helemaal geen voorzieningen zijn.

Moulay Idriss is duidelijk geen platteland, maar voelt veel meer als een plattelandsdorp dan Tetouan en Chefchaouen. Misschien komt dat door minder toerisme dat in de stad zelf verblijft. De meeste toeristen doen de stad plus de romeinse resten bij Volubilis 3 km verderop als dagtrip vanuit Fez of Meknes. Er zijn dus niet echt restaurants of cafés gericht op toeristen. En dat merk je. Het is net als onderweg wat ongemakkelijk om op een terras te gaan zitten, omdat ik daar bijna altijd de enige vrouw ben. We worden altijd vriendelijk bedient, maar het voelt toch een beetje raar. Onze tactiek van een vriendelijk ‘bonjour’ werkt vrijwel altijd om een starende man langs de weg of op een terras een hartelijke glimlach en een ‘bonjour’ te ontlokken. Ze zijn gewoon verbaasd door onze verschijning. En geef ze eens ongelijk.

In Moulay Idriss vinden we een hotel met een zeer aardige dame die geen woord niet-arabisch spreekt, en die een prachtig dakterras heeft met uitzicht over de stad en Volubilis. En over de niet afgewerkte daken. Van boven hebben de huizen wel wat weg van een sloppenwijk, terwijl de binnenkant en de gevels meestal wel mooi zijn afgewerkt. De stadsgeluiden zijn ook anders dan gewend. In plaats van ambulances, trams en fietsbellen hoor je ezels balken, kinderen spelen en moskees oproepen tot het gebed. Dat laatste ook rond 5 uur ‘s ochtends, wat wij best vroeg vinden om langere tijd naar abstract gezang op vol volume te luisteren.

De geuren van de stad zijn ook uniek. Een geur waar wij ons nogal over verbazen is die van gas. Alle gastoevoer lijkt te gaan via gasflessen, die meestal via ezels de medina in worden gezeuld. Overal waar gasflessen langskomen ruik je het. Als we dat in Nederland ergens zouden ruiken dan zouden we direct de brandweer waarschuwen. Hier lijkt dat volkomen normaal. Je zou toch op zijn minst zeggen dat de geur van gas betekent dat je gas verliest en dat je daar wat aan wilt doen uit economische redenen, maar niets van dat alles. In ons hotel werden wij ons na een nauwelijks verwarmde douche bewust van een naar onze maatstaven levensgevaarlijke situatie met de geiser. Die geiser wordt voorzien van gas uit zo’n gasfles via een antieke poreuze slang. Wanneer je de warmwaterkraan open draait gaat het gas lopen in de geiser, zonder direct vlam te vatten. In het beste geval vult de geiser zich met gas tot er een kleine ontploffing plaatsvindt en het vuur en het warme water aan gaat. In de meeste gevallen waait het gas de waakvlam uit en vult de geiser zich alleen met gas. Maar het raampje staat netjes open, so what could possibly go wrong???

Dat je overal in de medina ezels ziet, hoort en ruikt verbaast ons overigens niets. In de kleine straatjes met vele trappen zijn er niet veel andere mogelijkheden om grote zware dingen te vervoeren. Dat lijkt ons nogal een gedoe bij de verbouwing, dat je ieder pallet stenen, iedere emmer verf, iedere flatscreen tv apart per ezel moet laten aanrukken. Die flatscreen overdrijven we niet. We hebben geïmproviseerde krotten gezien met een satellietschotel bovenop, en onze hoteleigenaar in Chefchaouen verwoorde de mobiele verslaving prachtig: ‘having no mobile phone is like having no feet’. Welkom in Marokko.

In Moulay Idriss checken we de moskee (waar we niet in mogen, wat ik wel begrijp maar toch jammer vind) en stappen we eindelijk in een Mercedes 240D om naar Volubilis te gaan. Daar zijn met name de ‘in situ’ mozaïeken indrukwekkend, zoals de Lonely Planet het zo mooi verwoord. Die liggen daar doodgewoon intact te zijn in al hun kleur, alsof het niets is. Daarnaast is ook de locatie mooi, met veel glooiende velden er omheen en iets verderop Moulay Idriss wit tegen de bergen aan. En het moet echt een grote stad geweest zijn, gezien wat er nog aan muurtjes overeind staat en hoeveel rijkaards er waren die zich mooie mozaïeken konden veroorloven. Leuk om doorheen te wandelen, en daarna af te ronden met een decadente lunch in het plaatselijke 4-sterren hotel.

Vanaf Volubilis is het een kort fietstochtje naar Meknes. Soms worden wij opgeschrikt door agressief blaffende honden. Een keer worden we woest achtervolgd door een hond. Hij sprint achter ons aan aan de andere kant van een heg, maar we weten allemaal dat daar binnenkort wel een gat in zal zitten. We gaan automatisch 4 keer zo hard, en Kwin gaat mannelijk tussen mij en de heg in fietsen. Dan schiet de hond grommend de heg uit de straat op. En doet vervolgens helemaal niets. Met ons hart in de keel fietsen we verder, en geeft Kwin net zo mannelijk toe dat hij dat beest ook doodeng vond.

Zodra we Meknes binnen fietsen voelen we ons thuis en op ons gemak. We gaan eerst eens rustig een drankje drinken op het grote plein, waarna Kwin op jacht gaat naar een Riad in de medina (een hotel in een meestal opgeknapt oud traditioneel huis met open binnenplaats). Hij vindt een hele mooie, met verschillende karakteristieke binnenplaatsjes met mooie tegelvloeren, bewerkte houten daken en fonteintjes. Dat hij goed centraal gelegen is, dichtbij de grote moskee, is zowel handig als luidruchtig (de oproepen tot gebed op vol volume). Het is een vrij chic exemplaar voor een Riad. Het is wel wat lastig te bepalen met hotels in Marokko hoe het precies zit met chic, en met prijs/kwaliteit verhouding. Een ding is zeker, in de afwerking zit het hem niet. In onze riad heb je bijvoorbeeld een mooi bewerkte houtlijst boven het bed, maar die is dan met een paar groffe schroeven tegen de muur gerost. De gordijnroede van een raam is er ooit afgevallen en nooit opnieuw bevestigd (ligt nog wel op de kast). De pergola op het spectaculaire dakterras begint hier en daar wat in te storten. De speciale lampen boven het bed doen het niet. Er zit geen gordijn of schermpje voor de douche of blindering voor het raam. En toch voelt het chic. Dat lijkt hem hier niet zozeer te zitten in of het warme water het wel of niet doet, maar in de inrichting van het huis en je kamer. Is dat met traditionele smaak (een vorm van extreme kitsch waar je in Nederland niet mee weg zou komen maar die hier prachtig is) ingericht en hebben de kamer en de openbare ruimtes in het hotel die typische sfeer, dan is het chic. Zo niet, dan heb je twee varianten: niet chic en poepie chic. In dat laatste geval is het westers ingericht, en hangt de daadwerkelijke luxe af van hoe lang geleden er voor het laatst iets is vervangen. Meestal zijn het fossielen uit de jaren 70 en 80. Zoals het 4-sterren ‘ho-el’ bij Volubilis (de T is ooit gesneuveld en nooit opnieuw bevestigd). In Fez hebben we nog de versie ‘gewoon onwijs chic’ gezien. Dat heette dan ook een Palais. Dat had de luxe van een up to date 5 sterren en de inrichting van een traditionele Riad. Helaas een pietsie boven budget.

De gerechten van de Marokkaanse keuken bevallen op zich goed. Er zijn 2 problemen: onze magen hebben zich ‘not amused’ verklaard, en het is nog best lastig om op toeristische plekken goede restaurants te vinden. Het dieptepunt was een tajine uit de magnetron. Nog nooit zulke taaie kip gegeten. Maar als ze goed bereid zijn, dan zijn de gerechten heerlijk. En Kwin is in de taartjeshemel. Eindelijk is hij omringd door mensen die net zoveel, en misschien zelfs nog wel meer, van zoete dingen houden als hij. In het geval van thee is dat onfortuinlijk, maar er zijn ook heerlijk gesuikerde taartjes, cakejes, broodjes, koekjes, repen en frisdrank. Kwin heeft het concept van ‘toetje’ nu ook toegevoegd aan het ontbijt en de lunch. En het vier-uurtje natuurlijk.

Wat we ook weer zien in de medina van Meknes is veel ondernemerschap in Marokko. Met name kleine eigen ondernemers. Er zijn duizenden mini-winkeltjes en stalletjes, waar de eigenaren vaak lang en tot laat open zijn en hun waar in de winkel aan het maken zijn.

Er wordt bewonderenswaardig hard en vindingrijk gewerkt. Is er regen, dan ontstaat er een stand met paraplus. Moeten er gasflessen per ezel worden vervoerd, dan worden er speciale tuigjes in elkaar gelast. Heb je geen winkelruimte, dan gebruik je een kar. Dat soort activiteit kunnen wij calvinisten wel waarderen.

We blijven een aantal dagen in Meknes. Omdat het er prettig is, er een paar mooie bezienswaardigheden zijn en omdat ik wat ziek ben geweest en even moet bijkomen voor ik weer op de fiets stap. Het leukste vinden we het grote plein, waar allerlei activiteit is. Ik heb daar zonder succes geprobeerd een kleine rubberen ring aan een hengel om een flessenhals te krijgen. Top kermis entertainment. Zorg wel dat je uit de buurt blijft van de van de pizzeria’s langs een kant van het plein, die hebben nogal agressieve proppers. Er is een prachtig terras in de hoek van het plein met een mooi en levendig uitzicht en lekkere verse jus. De mooiste bezienswaardigheid vinden we het mausoleum. Hele toffe tegelpatronen op alle oppervlaktes. Een klein nadeel is de geur: het blijkt geen goed idee om busladingen vol toeristen die de hele dag op hun sneakers langs highlights zijn gesleurd te vragen hun schoenen uit te trekken.

Uiteindelijk scheuren we ons toch los van Meknes en stappen we op de fiets richting Fez. Daar aangekomen vallen ons twee dingen direct op. 1) Fez is groter en grootser dan Meknes, en 2) we voelen ons er vrijwel direct niet thuis. Misschien een beetje door de grootte van de stad, maar voornamelijk door de oneindige stroom van hardnekkige mannetjes (zie post De mannetjesmaffia). Na een lang gevecht om zelf te kunnen bepalen waar we gingen slapen zonder extra kosten aan mannetjes kick-back, zijn we één dag de stad in gegaan en daarna snel gevlucht naar de Atlasbergen. Begrijp ons niet verkeerd. Die medina is indrukwekkend, evenals de leerlooierij, de verschillende musea en grote gebouwen en moskees. Maar als je bij het zoeken van een restaurantje vanaf 4 kanten aangevallen wordt door proppers die hun menu onder je neus duwen terwijl iemand op je arm blijft tikken om aandacht te vragen voor zijn menu, dan is de lol er snel af. We hadden wel weer een toffe riad. Kansloos kitsch en paarden op iedere centimeter (beeldjes, schilderijen, asbakken), maar weer prachtige plafonds en tegelvloeren en die traditionele sfeer die zo’n riad leuk en bijzonder maken.

De volgende stap stappen we weer op de fiets, en voelen grote opluchting op de drukke stad achter ons te laten. We zijn extra vroeg vertrokken, omdat er zo’n 1500 hoogtemeters op ons wachten. Het is wel een vrij geleidelijke steiging met weinig echt stijle stukken, maar een hele dag alleen omhoog fietsen blijft toch ietwat vermoeiend. Kwin heeft het helemaal zwaar met een protesterende maag. Zelfs van de lunch van vers stokbrood en franse kaas die we in een Marjane supermarkt vonden kan hij niet echt genieten, terwijl ik in de zevende hemel ben. Uiteraard zetten wij door, bikkels als we zijn, en we worden eerst beloond met een heerlijke hoogvlakte. Hoewel die wat betreft landschap niet heel veel verschillen van de glooiende vlaktes op lagere gronden hebben die toch altijd een speciale sfeer. En goddelijk frisse berglucht! De drukte van Fez wordt langzaam van ons afgeblazen, en verdwijnt als sneeuw voor de zon bij aankomst in Ifrane. Wat een oase van rust. De Lonely Planet slaat de spijker op zijn kop met de omschrijving dat je opeens Zwitserland binnen lijkt te fietsen. De bouwstijl is anders, de straten zijn breed, goed onderhouden (!) en schoon (!!). En bij het cafe waar we even gaan zitten uitpuffen serveren ze cappuccino. Cappuccino!!!!! Wij zijn even diep, diep gelukkig.

En dat zijn we nog steeds, onze tweede dag in Ifrane. We zijn een mooi hotel binnengelopen, zo een met een strak interieur en een harde straal warm water, en zeiden tegen het hotelpersoneel wat we al voelden zodra we het dorp binnenreden: de komende paar dagen gaan we hier niet meer weg. We hebben heerlijke pizza, hamburger en pasta gegeten bij ons favoriete cafe en hebben eindelijk zowel de tijd als de rust gehad om ons blog weer bij te werken.

We hadden niet door hoe vermoeiend fietsvakantie in Marokko kan zijn tot we Fez binnenreden en opeens het emmertje overliep. Het zijn de kleine dingen die voor onrust zorgen. De mannetjesmaffia natuurlijk, maar ook het standaard brood dat net wat minder lekker is voor de lunch, de ontbrekende prettige lunchplekken en het gevaar op woest blaffende honden. En onze magen die in vrijwel voortdurende onrust verkeren. En alle steden waar we toch wel weer van alles wilden bekijken. Van een ontspannen fietsvakantie waarbij we af en toe, als we er dan toch waren, iets gingen bekijken zijn we opeens op intensieve stedentrip waarbij we het reizen tussen de steden toevallig per fiets doen. But no more! Nu zijn we lekker in de bergen, en hebben we besloten dat Marrakesch onze fiets-eindbestemming is. Daar gaan we lekker met Kwins ouders een weekje zitten en rondrijden. In een AUTO ja. En als we daarna zin hebben om een week in een resort aan de kust te gaan zitten, dan zo geschiedde.

Op naar Marrakesch!

 

 

Posted in Fietsen, Marokko | 2 Comments

Heel erg Marokkaans

Vanuit Ceuta rijden we naar de grens. Met onze grondig gereduceerde bagage voel ik mij een beetje naakt op mijn fiets met maar 2 achtertassen. Dat gevoel intensiveert als ik bij het douanehokje een mevrouw in volledige sluiers zie. Zo een met alleen de ogen zichtbaar achter een gaasje. Die klederdracht voelt voor mij nogal mysterieus, met een hint van non. Ze dringt zonder blikken of blozen voor. Oh ja, ook maar mensen.

Het douanegebied is een bevreemdende combinatie van officiële serieusheid en een chaotische markt. Overal staan ‘mannetjes’, waarvan er een paar een badge om hebben en je in verschillende richtingen wijzen. Wat de overige mannetjes precies voor doel of business plan hebben blijft onduidelijk, maar ze zijn wel druk met elkaar aan het praten in kleine groepjes. En gaat een constante stroom voetgangers van Spanje naar Marokko door een apart omhekt voetpad. Ze hebben allemaal grote zware tassen bij zich. In veel van die tassen zitten dekens (bij voorkeur met tijgerprint). Want ons doet afvragen wat ze met al die dekens uit Spanje moeten in het land waar ze bekend staan om tapijten? Daar zullen ze toch ook wel dekens hebben? Hadden wij voor de zekerheid ook zo’n synthetisch dekentje in onze fietstassen moeten laden? Dit mysterie zou ons nog een klein half uurtje bezighouden.

Voor het hokje waar je iets met je paspoort moet doen staat een auto stil. Die blijkt daar geparkeerd te zijn, je moet er omheen. Van de meneer in het hokje krijg je een papiertje dat je in moet vullen met allerlei informatie uit je paspoort en waar je heen gaat in Marokko. Wanneer je daarmee klaar bent legt hij het papiertje opzij en gaat hij uit je paspoort je gegevens in de computer zetten. Het hok zelf is ook weer tegenstelling, van officieel zaken doen en een uitgewoond hok met dito computer, een peertje aan losse draadjes en wat kreukelige kranten aan de muur geplakt. We krijgen een paar stempels in ons paspoort en mogen verder.

Ondertussen is er een opstootje ontstaan een stukje verderop. Een auto is aangehouden en moet zijn bagage laten inspecteren. De twee inzittenden zien dat duidelijk niet zitten, dus begint de politieman ze een handje te helpen door de inhoud van de kofferbak op straat te ‘zetten’. Inzittende nr.1 voelt zich afgaande op zijn handgebaren en druk heen en weer lopen geschoffeerd. Deze scène trekt alle andere mannetjes van het douanegebied aan. Inzittende nr.2 besluit de agent te helpen de spullen uit de achterbak te halen. De agent moet ondertussen ook actie nemen om alle mannetjes op afstand te houden. Vervolgens wil hij onder het kleed van de achterbak kijken. Beide Inzittenden reageren geschokt, dat is toch allemaal nergens voor nodig meneer agent. Meneer agent trekt zelf het kleed eruit. Nog meer drukke gebaren van de Inzittenden (‘maar Agent, u maltraiteert mijn voertuig!’) Nu openbaren er nog veel meer spullen om op straat achter de auto te zetten. Hetzelfde ritueel herhaalt zich bij de reserveband. Hoewel de spullen er niet bepaald illegaal uitzien (het lijkt alsof een MKB-er even langs de Makro is gereden voor lunch en avondeten op de zaak) moet het allemaal worden ingeleverd in grote blauwe vuilniszakken die de agent ondertussen heeft opgedoken. Hij spuugt nog even achter zich op de grond en laat zich niet vermurwen door de Inzittenden die nog druk op hem inpraten.

Wij fietsen langs dit tafereel en laten bij een mannetje in uniform ons gestempelde paspoort zien. Dat is snel gebeurd. Bij de laatste post zo’n 20 meter verderop vragen weer andere mannetjes in uniform of we al gecontroleerd zijn. Wij zeggen van sí en oui en worden vriendelijk verder gewuifd.

We zijn in Marokko.

En daarbij hoort een waar leger aan Mercedes 240D taxi’s. Het is meteen overduidelijk dat ze hier niet aan hinderlijke zaken als APK doen. De taxi’s kuchen zwarte rook uit van onder de auto bij het starten, hangen scheef op hun rechter achteras (schokdemper stuk? Verwijder hem volledig) en compenseren niet werkende remlichten door nog wel functionerende knipperlichten. Zolang je claxon het nog maar doet. Want dat heb je nodig als je een kennis ziet, als je buitenlandse fietsers ziet, als je iemand inhaalt, als iemand anders jou inhaalt, als iemand anders voor het rode licht wacht en als je gewoon zin hebt om te toeteren. Naast exemplaren met hier en daar een mankement rijden er ook prachtige juweeltjes tussen. Het spreekt voor zich dat Kwin voorlopig aan niets anders kan denken dan eigenaar worden van zo’n iconische auto. Eerst nog een stukje fietsen Kwin.

Het fietsen gaat als vanzelf. Marokko heet ons welkom met een volkomen onverwacht fietspad naast de weg en veel toeters en opgestoken duimen. Ook hebben we fascinerende dingen om naar te kijken en ons over te verbazen, en we hebben bijna geen bagage. Wat een verschil! Toegegeven, het is een fietsdagje van niets wat betreft afstand en profiel (45 km, paar heuveltjes van 75 meter). Maar het voelt dan ook als een fietsdagje van niets. Terwijl we net 8 dagen stil hebben gezeten. Bij stijgingen zitten we niet meteen in de laagste versnelling, en bij de lagere stijgingspercentages hebben we nauwelijks door dat we omhoog gaan. We zijn uit onze vrachtwagens in een cabriolet gestapt, trekken met gierende banden op en voelen de wind in ons haar. Hoezee! En dat is allemaal maar goed ook, want we kijken al de hele dag op tegen een indrukwekkende muur van bergen. Dat is het Rif gebergte. Dan zijn we dus nog niet eens bij de Anti-Atlas, Midden Atlas en Hoge Atlas. Genoeg uitdaging dus in deze ‘fietsvakantie light’.

In het eerste dorpje dat we tegenkomen wordt een deel van het mysterie van de geïmporteerde dekens onthuld: langs de straat en in de winkeltjes blijkt een bloeiende markt te zijn van die dingen. Blijft het natuurlijk de vraag waarom dat zo is en of die markt niet allang verzadigd zou moeten zijn. Om daar eens rustig over te peinzen en te vieren dat we succesvol de grens over zijn drinken we een kopje koffie. We vinden geen antwoorden, maar maken wel een start met het oplossen van een ander mysterie van praktische aard: kan je hier wel of niet het water uit de kraan drinken. Kwin drinkt bij wijze van experiment het glaasje water op dat we bij de koffie krijgen. Dapper hoor. (Hij is niet ziek geworden, en een zoektocht op internet die avond geeft ook geen uitsluitsel. Wie het weet mag het zeggen.)

Ik heb mij van te voren wat druk zitten maken over mijn kleren in Marokko. Ik bedoel, het is moeilijk hard te maken dat ik mijn fietsoutfit draag als seksuele provocatie, maar je fietst daar toch in korte broek een een land land waar daar misschien aanstoot aan wordt genomen. Tijdens onze lunchpauze op een bankje wisten we dan ook niet of mensen ons vreemd aankeken omdat we ongepast gekleed zijn, omdat we raar gekleed zijn, omdat het raar is om op een bankje te lunchen of omdat het raar is om stokbrood met pindakaas te eten voor lunch. Hoe dan ook, we vallen wel een beetje op. Dus heb ik tijdens de lunch mijn buff maar over mijn hoofd gelaten bij wijze van hoofddoek, en zat ik mij af te vragen of ik niet extra tampons had moeten inkopen in Spanje. Vervolgens fietsen we langs de Marjane. Een winkelcentrum met een gigantische supermarkt. Hier werken vrouwen met en zonder hoofddoek en er is een heel schap met tampons, Nutella in grote en kleine potten (godzijdank), verschillende soorten pindakaas en een hele sectie met wijn en bier. Ik kwam met een tweede cultuurschok de winkel uit. Marokko blijft verbazen. (Nu ja, we zijn er ook nog maar net en met verse vooroordelen, maar toch.)

Om de dag compleet en compleet Marokkaans te maken fietsen we Tetouan in, alwaar een mannetje zich opwerkt als onze gids en ons de medina door sleept naar het verkeerde hotel. ‘Nee, Hotel Blanco Riad.’ ‘Maar die is veel te duur, deze is beter.’ ‘Nee, want we hebben gereserveerd (zoals we al zeiden).’ ‘O. Dat is ook een mooi hotel. Ik laat hem zien en daarna ook de rest van het centrum.’ ‘Eerst het hotel.’ Na nog een paar straatjes waren we weer terug op het plein waar we met hem begonnen waren. De terugweg bleek aanzienlijk korter en makkelijker dan de heenweg. Twintig meter verderop in een brede overzichtelijke straat stond ons hotel duidelijk aangegeven een steegje in. Tja.

Nu zou het bijna lijken of we niet net op avontuur zijn geweest door onze eerste medina in kletsnatte fietskleding (regen!). Niets is minder waar, maar op zo’n plek kan ik maar één ding tegelijk. Er zijn zoveel indrukken dat ik mij kan concentreren op het navigeren van de smalle drukke straatjes naar ons hotel óf op alle mensen, kraampjes en koopwaar die ons passeren. We zijn door vele mooie steegjes gelopen, onder poorten door die op halletjes lijken en de bocht omgaan, langs ontelbaar veel winkeltjes, kraampjes en op kleden uitgestelde waar. Het is een levensgroot doolhof, en we waren blij dat we achter ons mannetje aan konden lopen. Zelfs hoewel we vrij zeker wisten dat hij ons in eerste instantie naar het verkeerde hotel zou brengen. Een heel bijzondere plek, die we morgen eens op ons gemak gaan bekijken.

Nu zitten we gedoucht en ontspannen in onze Riad een kopje thee te drinken. Wat een mooi hotel! Met zo’n soort binnenplaatsje in het midden (overdekt) en nog een prachtig binnentuinterras waar het nu nog steeds lekker aan het regenen is. Onze kamer is uitgerust met versieringen, stortdouche en gekleurd glas. Het enige wat niet Marokkaans was aan deze dag, was de regen. Hopen we. Deze fietsvakantie light in Marokko, daar kunnen we wel aan wennen!

Posted in Fietsen, Marokko | Comments Off on Heel erg Marokkaans

Pelgrimage naar Algeciras

Schrijven jullie mee? Want Kwin wil dat er geen misverstanden kunnen ontstaan over deze kwestie, mocht een van jullie ooit nog eens een eigen camping beginnen. Dus: dit is de ideale camping:

  • Een eigen hokje met sanitair per standplaats
  • Een doek boven de standplaats voor de broodnodige schaduw bij het altijd zonnige klimaat
  • Een bar/restaurant met goede koffie en ensalada russa
  • Een zwembad, wederom ter verkoeling bij het heerlijke warme weer
  • Een setje tuinmeubilair, voor ultieme ontspanning

Daar zou ik nog wel aan willen toevoegen dat de grond bij voorkeur grassig is en niet haring-resistent. En dat alle mieren elders hun heil zoeken dan in onze koelbox. Begrijp je dat nou, dat mieren dwars door je tent gaan lopen terwijl er een kortere route er omheen is? We hebben een spoor gevolgd dat binnenkwam, omhoog liep langs onze kast, de kast dwars overstak, vervolgens de boog van onze binnentent verder omhoog en dan weer naar beneden, en dan weer naar buiten. Nu vind ik het heel tof van mieren dat ze zo hard kunnen werken en zulke zware dingen kunnen tillen. Maar de kortste route, ho maar. Dat geeft al die bedrijvigheid toch een beetje het gevoel van werkverschaffing.

Hoe dan ook. Gras en weinig mieren dus, en ‘s ochtends vers brood bij de bar/receptie. Dan ben je helemaal het mannetje, als camping zijnde. Bij Cáceres hadden we een camping die aan de bovenste lijst voldeed. De eerste camping in ons bestaan met eigen sanitair. We vonden het nogal wat, zoals je wellicht al hebt gemerkt. Dat past uitstekend in onze langzaam afglijdende schaal van bikkelen onder barre omstandigheden. Die begon, in alle eerlijkheid, natuurlijk al niet erg hoog, maar we zijn de afgelopen weken ook steeds minder gaan koken en steeds meer luxe gaan waarderen. Wat wil je ook, als je voor tussen de 8 en 12 euro een Menú del Día kunt eten. Dan heb je een Primero plato, een Segundo plato, een Postre, Pan en Agua o Vino. Als we zelf boodschappen doen voor zo’n driegangentoestand zijn we meer kwijt. Wij zijn zodoende nogal fan geworden van die Menús. Je hebt ze wel meer ‘s middags dan ‘s avonds, maar dat is ideaal voor een rustdag / stadbekijkdag.

Maar laten we even teruggaan naar waar we gebleven waren: Salamanca. Na in de trein eindeloos lang door een platte vlakte te zijn gereden ligt Salamanca verrassend om een heuvel gedrapeerd. Dat maakt het uitzicht extra bijzonder: in de stad zijn er vele doorkijkjes door een straat de heuvel af, de stad uit, het land in. En daar is dus niets. Hoewel het best een grote stad is ligt het vrij letterlijk in the middle of nowhere. Het lijkt alsof alles uit de verre omgeving op een hoop is geharkt tot een compacte heuvel van winkels en voorzieningen, de rest leeg achterlatend. Het mooiste vonden wij het universiteitsgebouw waar je in een toren kon klimmen en van het uitzicht genieten. Prachtig oud gebouw, met uitzicht over veel andere mooie oude gebouwen en de weidse omgeving.
Vanuit Salamanca volgden wij voor het eerst de Ruta de Plato, de zilverroute van Sevilla naar Santiago de Compostela. Ook hier dus weer vele wandelaars op weg naar Santiago, die wij in verwarring brachten door de ‘verkeerde kant’ op te fietsen. Daarover moet ons nog wat van het hart. Zo zitten wij rustig rond de lunch in de pittoreske binnentuin met zwembad bij ons hostel (15 euro per persoon), komt een andere gast een praatje maken. Hij is naar Sevilla gevlogen, en loopt nu met zo’n 20 km per dag naar Santiago de Compostela. Hij heeft het lopen er voor vandaag dan ook al op zitten. Hij is blij met dit onderkomen, de vorige herberg was (10 euro per nacht) toch een beetje armzalig (er was geen zwembad en de kamer was aan de kleine kant). En die man, die stelt zich aan ons voor als voor als ‘pelgrim’. Nu hebben we het opgezocht, en is een pelgrim iemand die op weg is naar een voor hem heilige plaats. Hij staat daar dus niet te liegen. Maar wij kunnen het gevoel toch niet van ons afzetten dat die man gewoon op wandelvakantie is. De woorden ‘pelgrim’ en ‘pelgrimage’ voelen dan nogal pretentieus. Het suggereert voor ons toch een zeker lijden, een zware tocht. Van die mensen die zo’n route biddend op de knieën afleggen, díe mogen zich pelgrim noemen. Maar ja, Wikipedia heeft gesproken. Aldus is Kwin nu naar eigen zeggen voortdurend op pelgrimage. Naar de supermarkt, naar een restaurant, naar de badkamer.

Misschien komt het ook wel doordat we er wat negatieve verhalen over hebben gehoord. Dat pelgrims langs de Santiago routes zich gedragen alsof zij het recht hebben om gevoed te worden en onderdak te krijgen. Gratis. En dat met die instelling ook nog wel eens het een ander wordt meegenomen voor het goede doel (henzelf). Hotels moeten de boel zo’n beetje vastspijkeren. Dat zijn waarschijnlijk die paar mensen die de meeste indruk achterlaten en zo het imago verzieken voor de rest, maar toch. Zo kwamen wij ook een vakantiefietser tegen die een gigantische ronde door Europa aan het fietsen is op moordend tempo. Indrukwekkend hoor! Een zeer sportieve onderneming. Maar voor deze etappe heeft hij een paar St. Jacobsschelpen aangeschaft en noemt hij zichzelf pelgrim. Eerst leek hij alleen een praatje te willen maken, maar uiteindelijk stond hij te bedelen om voedsel. En dan kan je denken (en misschien hoort dat ook wel?), hij vraagt om eten. Fair enough. Niet om drank of drugs of geld. Maar die gast is dus wel gewoon op vakantie. Dan ben ik iets te calvinistisch van aard om het op prijs te stellen dat hij op mijn schuldgevoelens inspeelt. Je laat toch ook niet zo snel iemand met honger achter. En eerlijk is eerlijk, dat stuk cake was niet strikt noodzakelijk voor onze overleving die dag. Maar wat hebben we daarna een onbedaarlijke zin in cake gehad!

Die eerste dag op de Ruta de Plato bleek een (naar onze definitie) ware pelgrimage. We probeerden het GPS track te volgen van die route die op internet als een fietsroute stond aangegeven. Dat bleek nogal optimistisch. De hele ochtend hobbelden we over smalle wandelpaden met trap-achtige stijgingen en stenen. De omgeving was prachtig, het fietsen wat aan de avontuurlijke kant. Hadden we de zenderende hitte al genoemd? En daarna het onweer? Kortom: een stukje lijden op weg naar een heilige bestemming (camping met bar). Onze pelgrimage werd na de ochtend aanzienlijk verlicht door onze aankomst op de N-630. Een prachtig rustige weg beschonken met het godswonder van asfalt. Een spirituele en voorzienende ervaring; deze weg zou ons nog bijna geheel naar Sevilla brengen. Onze lijdensweg eindigde die dag rond half 10 des avonds hoog in de bergen (nou ja, zo’n 1100 meter) iets boven Candelario, op een donkere koude camping na 92 km en ontelbare hoogtemeters. Een erg indrukwekkende en vermoeiende fietsdag, waar we stiekem ook nog van genoten hebben.

Dat bleek de dagen erna nog allemaal extra de moeite waard. Candelario is een onwaarschijnlijk pittoresk bergdorpje, waar die dag ook een bruiloft gaande was met prachtig uitgedoste mensen. En alsof dat niet genoeg was, hebben we daar ook nog een van de beste Menú del Días ooit gegeten, in een druk en sfeervol tentje. Godsallemachtig wat lekker. En éxtra lekker door de bizar lage prijs die je na afloop moet afrekenen. We doen maar veel aan fooi op dat soort plekken.

Om het feest helemaal compleet te maken stond er op de camping nog een andere vakantiefietser. Nu pas realiseerden we ons de ernst van onze onvoorbereide status. Natuurlijk weten we wel ongeveer waar we heen gaan, maar deze man had per week een zipperbag met de exacte routes, campings, en plattegronden. Inclusief aantekeningen van wat hij had aangetroffen. En hij fietste de andere kant op. Nu waren wij plots in het bezit van urenlange research naar de mooiste en snelste routes tot aan Sevilla! We zijn zodanig geïnspireerd geraakt dat we nu een soortgelijke voorbereiding aan het doen zijn voor Marokko, minus de zipperbags.

Vanuit Candelario zijn we het pasje aldaar overgefietst (we waren toch al halverwege) en daarna terug naar de N-630 via een zalige, eindeloos durende afdaling. Na zo’n 70 kilometer zoeven kwamen we aan bij een camping met prima voorzieningen en een tokkie uitstraling. Mensen zitten daar zo lang en zo ingebouwd met hun caravans, dat ze het moeilijk te accepteren vinden dat er zomaar vreemde andere mensen op hún camping komen staan. Zo was er een klassiek geval van een sociaal minder begaafd stel. Wij kiezen een van de vrije plekken uit en beginnen onze tassen van de fiets te halen. Zij werpen ons geschoffeerde blikken en gaan uitgebreid hun tentdoeken staan opvouwen op onze plek. En dat was geen kwestie van ruimtegebrek. Zij waren die ochtend dáár begonnen met het schoonmaken en opvouwen van hun caravanspullen, en zij gingen het dáár afmaken. Daar hadden ze duidelijk recht op. Uiteraard zonder enige vorm van sociaal contact, terwijl wij grijnzend van stomme verbazing er eerst maar eens rustig onze stoeltjes bij pakten om het geheel gade te slaan. We hebben maar snel de tent opgezet op een onbewaakt ogenblik om te voorkomen dat er opeens een auto of iets dergelijks zou worden geparkeerd.

Dit was geen plek voor een rustdag, en bovendien hadden we nog wel trek in wat fietsen na de relatief makkelijke dag gisteren. En wisten we door onze ultiem voorbereidde collega-fietser dat er in Cáceres een camping met eigen douche en toilet was. Je begrijpt dat we niet wisten hoe snel we die ochtend op de fietst moesten stappen. In Cáceres zijn we een paar dagen gebleven. We hebben genoten van het oude centrum van Cáceres, de schone kleren en gelezen boeken na de was-en-hangdag en de eigen douche en toilet. Dat eigen sanitair met eigen lichtknopjes heeft nog een extra voordeel wat ik nooit van te voren had kunnen bedenken: de bizarre gewoonte in Spanje om op campings en in restaurants de verlichting op een timer te zetten bij de WC’s en douches. Begrijp me niet verkeerd, de intentie van energie besparen juichen we van harte toe. Maar waarom die timers dan worden afgesteld op een soort stroboscoop-snelheid met de lichtknop net buiten bereik is ons een compleet raadsel. Daar zit je dan weer in het donker op de WC, of loop je met je ingesopte haar je douchehokje uit voor die schakelaar. Nu is er een uitvinding gedaan waarvan je zou zeggen dat het al deze problemen kan oplossen: de bewegingssensor. Helaas! Die staan zonder uitzondering gericht op de plekken buiten de hokjes. D’oh!

Na Cáceres zijn we naar Mérida gefietst. Daar kwamen we al om 3 uur aan dus zijn we meteen de stad nog in gegaan. Ze hebben daar oude Romeinse meuk (‘het Rome van Spanje’), wat ik altijd erg leuk en bewonderenswaardig vind. Die gasten hebben bijvoorbeeld zulke degelijke wegen gemaakt dat ze er 2 duizend jaar later nog gewoon liggen. Dat is me nog eens kwaliteit! We hebben aanzienlijk jonger asfalt gezien dat het volgende decennium niet eens gaat halen. Puik werk heren!

De volgende stop was Fuente del Cantos. Daar vonden we het hostel-appartement met prachtige binnentuin inclusief zwembad dankzij de aantekeningen van onze collega. Er werd een groot appartement verhuurd met verschillende slaapkamers en gedeelde woonkamer, keuken en badkamer. Een prima deal, al zitten wij wat betreft privacy en sanitair liever op de camping. Dan zijn er tenminste meerdere WC’s en douches, en voelt het wat minder alsof je samenwoont. Bovendien zitten er op campings doorgaans minder pretentieuze pelgrims, maar meer de die-hards die besparen door een tent mee te slepen in plaats van gebruik te maken van speciale hotelprijzen voor pelgrims. Gelukkig hebben wij daar verder helemaal geen mening over.

We hebben een heerlijk rustig dagje rondgehangen in de binnentuin en weer een prima Menú del Día verorberd. Een dag is ook meteen ruim voldoende om alles te zien wat Fuente del Cantos te bieden heeft, inclusief weer een trouwerij. Die Spanjaarden nemen het niet licht op, om zich netjes aan te kleden voor zo’n gelegenheid. Wederom vele mensen met prachtige kleren en torenhoge hakken. Op een terrasje naast een tafel vol mooie feestgangers besloten wij tot nog een pelgrimage: in 1 dag naar Sevilla. Dat was nog zo’n 130 km tot de camping daar. En dat is bijna 40 km meer dan de langste dag tot nu toe, die heel zwaar was. Maar wij noeste pelgrims laten ons niet afschrikken door een uitdaging, dus stapten wij de volgende ochtend op de recordtijd van 8 uur ‘s ochtends op onze fietsen.

Hoewel we ondertussen in Andalusie zijn beland, zijn we er de afgelopen tijd ook achtergekomen waarom de vorige provincie ‘Extrmadura’ heet. Het duurt namelijk extreem lang om er doorheen te fietsen. Het landschap is bijzonder, met zijn glooiende heuvels en goudgekleurde lappendeken van landbouwvelden. Maar er komt dus geen eind aan. Het is weer heel anders fietsen dan langs de kust en de Picos de Europa, waar om iedere hoek weer een net ander panorama van de zee en de bergen op je lag te wachten. Dat geeft het een gevoel van afwisseling, waardoor je niet snel uitgekeken raakt naar je omgeving. Op de Extremadura kabbelen de heuvels rustig voort, en zie je de weg tientallen kilometers voor je uit lopen. Dat nodigt veel meer uit tot fietsen met verstand op nul en een muziekje op. Ook een manier van fietsen die we leuk vinden, maar wel voor minder lang achter elkaar.

Deze dag op weg naar Sevilla was lang, maar we hebben het gehaald! In totaal 133 km met volle bepakking. Dat vinden we zelf nogal een prestatie, en een beloning voor al het eerdere fietswerk. Daarmee hebben we toch maar mooi een conditie opgebouwd waarmee dit zomaar kan! En dan fiets je geheel op eigen kracht opeens Sevilla binnen, terwijl je toch echt in Amsterdam begonnen bent. Bijzonder om mee te maken. Net als de wisselende landschappen onderweg. We hebben nu al verschillende fases van landbouw langs zien komen (volle velden, gemaaide velden, strobalen, velden met herfstproducten), en ook van kleur. Zo is het noorden van Spanje groen, grijs en compact met rotsen, bomen, wolken. Het midden is goudgeel en weids, met mooie lijnen en nette wegen. Het zuiden is meer aardebruin en rood, en typisch zuiderlijk rommelig. Fietsten we in de Extremadura nog over nieuwe rotondes van megalomane proporties, altijd zonder enig verkeer, in het zuiden zijn vele rotondes niet helemaal af met hekken voor zijwegen zonder aan de gang zijnde werkzaamheden in zicht. Een beetje alsof ze in het midden een lineaal en passer erbij hadden, terwijl ze verder naar beneden wat nonchalanter uit de losse pols aan het schetsen zijn gegaan. Heeft allebei zo z’n charme. Ook hebben we een goede band opgebouwd met de N-630, die ons bijna geheel van Salamanca tot Sevilla heeft gebracht. Soms was het de hoofdweg, soms de oude weg naast de snelweg, soms met nieuw asfalt, soms met scheuren in de weg, maar altijd recht naar het zuiden en goed befietsbaar. Dankjewel, N-630!

Om jullie een beetje een indruk te geven van een fietsdag hebben we eens op een rijtje gezet wat ons daar zoal van bijblijft. Dat bleek opvallend veel eten en drinken 🙂 Onze 133 km tocht staat model voor de onderstaande opsomming:

  • De veranderende kleuren bij zonsopgang (!!) en zonsondergang (!!!), en het doorkruisen van een ‘groene zone’ met opeens allemaal wijngaarden.
  • De veranderende taal. Die is hier minder makkelijk te verstaan voor de beginner dan in het noorden. Zij lijken ons ook minder makkelijk ter verstaan, en herhalen steeds wat je zegt maar dan minder goed gearticuleerd. (‘Dos cortados por favor.’ ‘Doh cortahoh?’ ‘Ehm, sí.’)
  • Koffie met Churrio’s (gefrituurde deegstengels met suiker, yum) en verse sinaasappelsap op een terrasje met motormuizen. Die zijn ook fan van de N-630.
  • Verdacht veel hoogtemeters voor een route die uiteindelijk zo’n 700 meter daalt. Dat was voor ons sowieso een complete verrassing, hoe heuvelig en zelfs bergachtig het midden van Spanje nog is. En dat het meeste daar op wel 700 meter ligt! Een heuze hoogvlakte dus! Wij dachten, als we uit die Picos zijn hebben we het wel gehad. Dan gaan we alleen nog maar recht en rechtdoor. Wat maar weer aangeeft dat we hopeloos slecht voorbereid waren op dat gebied. Gelukkig heeft Kwin de app TopoProfiler gevonden, waar je prachtige hoogteprofielen mee kunt maken door je reis op een kaart aan te geven. Een aanrader voor iedere fietser.
  • Late lunch (die churrio’s hakken er wel in) bij een tent die de implementatie van ‘service with a smile’ nog op de plank had liggen. Het eten en de locatie waren wel fijn: bovenaan de hoogste top van die dag op vrijwel lege magen. Wat een bordje met een vork en lepel en ‘500 m’ wel niet met je kan doen op zo’n moment.
  • Een drankje in de namiddag met lekker veel suiker (Fanta lemon is ideaal bij warmte: vocht, suiker en toch fris) bij een tokkiebar in een tokkiedorp. Snel weer doorgereden.
  • Sevilla inrijden blijkt makkelijker dan gedacht, met behulp van onze GPS route en de aantekeningen van onze collega-fietser. Bovendien zijn er ongelooflijk veel fietspaden! Fijne stad dus 🙂
  • Een drankje en een snack bij Burger King. Dat soort ketens vinden we een vreemd fenomeen in Spanje. Wie gaat er nou een burgermenu halen terwijl je voor bijna dezelfde prijs een heel Menú del Día kunt krijgen? We hebben het ook nooit druk zien zijn als we daar even wat gingen drinken (ze hebben wel weer gratis internet 🙂 Wel hebben we ontzettende lol gehad met een bestelpaal bij een McDonalds. Terwijl andere mensen in de rij gaan staan en zich gehaast voelen snel een keuze te maken, ga jij een rustig alle opties langs op het schermpje. Je komt erachter dat je beter een keer kan supersizen dan twee mediums te nemen. En dat de verkooptactiek voor ‘go big’ minstens zo agressief is in digitale vorm. Ben je helemaal tevreden, dan betaal je met pin en hoor je vervolgens meteen een klein alarm afgaan aan de verder lege balie van de bestelpaal (als een VIP rij afgezet met palen en dik rood touw). Zelfs de medewerkers leken er lol in te hebben, en we konden op het scherm voor die balie meespieken met hoe lang onze bestelling al liep. De wonderen van techniek…
  • O-ver-al ham. Zelfs als standbeeld op een rotonde. De hamstreek, de hamhoofdstad, de hamfrabriek, ham ham ham. Erg lekkere ham overigens.
  • Aankomst op de camping van Dos Hermanas! Een ware oase, met palmbomen en een zwembad. Dat bleek later niet vanzelf te gaan: een uitgebreide spoeiinstallatie houdt deze oase in stand. Helaas was er niet echt een restaurant, waardoor het avondmaal bestond uit tosti en tortilla. En bier. En een ijsje. Het was heerlijk.
Op de camping vraagt Kwin zich af of dit nou het pensioensbeeld is: met de camper op de camping (de grijze golf vanuit west Europa). Want in het naseizoen waar we nu in zitten staan er ongelooflijk veel oudere stellen met camper en/of caravan en zie je alleen af en toe wat kinderen die nog te jong zijn voor school. Dat wij hier nu tussen staan met tijdelijk vroegpensioen bevalt Kwin uitstekend. Ook het weer zou hij wel aan kunnen wennen: een vrij constante 35 graden met strakblauwe lucht. Ik zit hier ook niet bepaald met tegenzin, maar begin ook steeds meer zin te krijgen in het zoeken (nou ja, met name het vinden) van een leuke nieuwe baan. Zal wel een soort afwijking zijn, misschien gaat dat over na nog twee maandjes fietsen in Marokko en de Panamerican Highway rijden. Want je moet natuurlijk wel afmaken waar je aan begint. Oh well…

In dat kader: we zijn dus in Sevilla aangekomen, en hebben daar eerst eens een dagje in onze oase uitgerust van de pelgrimage. Daarna zijn we nog twee dagen de stad in getrokken om Sevilla te bewonderen. Als eerste hebben we Plaza de España gecheckt, met als ultiem sullige attractie het huren van een roeibootje door de korte gracht rond het plein. Dat was te hilarisch om te laten liggen dus zaten wij 3 minuten later in onze eigen roeiboot om het plein op en neer te varen. Mooi plein trouwens, compleet met fontein in het midden.
Daarna zijn we naar Alcazar gegaan. We wisten werkelijk niet meer waar we het moesten zoeken van indrukwekkendheid. Wat een ongelooflijk gaaf complex! Met ontelbaar mooi versierde ruimtes en een eindeloze tuin met watertjes. We waren al helemaal overvoerd met bijzondere indrukken voordat we een kwart echt goed bekeken hadden. Hier gaan we nog een keer naar terug. Om het feest compleet te maken hebben we een Menu del Dia gescoord voordat we naar de Kathedraal gingen. Die is ook grootst, in weer een heel andere stijl. Het gebouw is gigantisch, en het uitzicht vanaf de toren prachtig. Die toren is behalve een klein trapje helemaal op het eind helemaal glad, je kan er zo met kinderwagen of rolstoel naar boven. En vroeger misschien wel te paard. Cool hoor. Wat betreft de inrichting van de kerk, tja. Dat is nogal barok. Je moet er van houden.

De volgende dag hebben we een modern onderdeel van Sevilla bekeken: de parasoles. Een plein met een groot wit bouwwerk dat dienst doet als museum, winkelcentrum, plein en kunst. De maquette van het bouwwerk is prachtig, een organisch soort paddestoel met een bijenkorfstructuur. De opzet is ook mooi: het gebouw in netjes om en over oude romeinse resten neergezet (museum op kelderniveau), daarboven is een marktplein verdieping met marktstalletjes en winkelruimte, en daarboven is een plein met een ‘parasol’ erboven. Op die parasol kan je ook nog eens wandelen en een hapje eten met uitzicht.

De uitvoering laat echter nogal te wensen over. Waar je in de maquette alleen de vorm zelf ziet, is er in het echt ook de volledige bevestigingsstructuur te zien. Die slordig is afgewerkt. Het lijkt wel alsof ze er later achterkwamen dat die vorm helemaal niet te realiseren was, en dat ze vervolgens met extra dwarskabels, scharnieren en hier en daar verdikte panelen aan de slag zijn gegaan. Zelfs van onder kan je zien dat de panelen niet netjes zijn afgezaagd, en de dwarskabels zijn niet meegeschilderd. Het plein boven heeft een wat kale vreugdeloze uitstraling, de helft van de winkelruimtes zijn onbezet en we hadden pas door dat er beneden een heel museum was toen we daar toevallig een trapje naar beneden namen om de ingang naar de toren te vinden. Van de mooie vormen en opzet konden wij dus weinig terugzien in de realisatie. De wandeling over de parasol heen is wel erg geslaagd. Het uitzicht over de stad is schitterend.

Al met al hebben we ons erg goed vermaakt in Sevilla, het is een leuke en mooie stad om te bezoeken. Veel groen, brede straten, goede fietspaden, mooie oude zooi om te bezichtigen en moderne bouwsels om een sterke voor of tegen mening over te spuien: het is er allemaal. Komt dat zien!

Nu zijn we al aan onze laatste etappe in Spanje. Nog maar twee daagjes fietsen tot Algeciras, de zee, en het einde van ons fietsavontuur in Europa. Het gevoel van een nieuwe fase bekruipt ons, terwijl we nog volop aan het genieten zijn van de huidige fase. Hoewel de nieuwe fase in Marokko ons weer prachtige andere dingen belooft, worden we er toch wat weemoedig van. Dat fietsen in Europa, dat bevalt ons wel. Zo ook weer deze laatste fietsdagen. We hadden compleet willekeurig een dorp op ongeveer het midden naar Algeciras gekozen als tussenstop. Dat bleek een toeristische trekpleister met een prachtig oud centrum op de rand van een klif met een mooi hotel en een heerlijk Menú del Día. Ik bedoel maar.

De laatste dag bleek onverwacht zwaar. Dat kwam met name doordat we enigszins overmoedig waren geworden nadat we die 133 km in een dag hadden gedaan. Dan kan je toch alles, dachten wij. Dan hoef je voor 105 km niet speciaal vroeg op, en kan je rustig een uurtje verlummelen op een fijn terrasje met koffie. Maar die 105 km, die fietsen zich niet vanzelf, en we werden ook nog getrakteerd op een stel venijnige beklimmingen waar maar geen eind aan leek te komen. Het laatste stuk reden we in het donker, en moesten we nog navigeren door Algeciras. Dat lukte uiteindelijk met de TomTom, en zo bereikten we onze eindbestemming in Europa: het NH hotel.

Daar zitten we nu een week lang onze reis naar Marokko te plannen. Het is een beetje claustrofobisch om opeens zoveel binnen te zitten, maar het is wel erg de moeite waard om wat meer over Marokko te weten te komen. En om een verhoogd bed te hebben. En een keuken. Dat zijn toch dingen die je gaat missen als je op de camping zit. Over gemiste dingen gesproken: raad eens wat het enige product is dat ik niet buiten Nederland heb kunnen vinden en daadwerkelijk mis? Houten tandenstokers! Van die dunne door tandartsen aanbevolen dingen. Nergens te krijgen! Alleen onprettige en onpraktische plastic en ijzerdraad varianten. Nou, dat wou ik jullie niet onthouden.

We hebben overigens besloten om een (groot) deel van onze spullen hier achter te laten. We gaan zonder kampeerspullen Marokko in, en pikken ze op de terugweg weer op. Dat helpt hopelijk om ons door het Atlasgebergte te krijgen, en natuurlijk om ons mooie authentiek Marokkaanse slaapplaatsen te laten zien. We gaan het meemaken, we stappen vrijdag op de boot.

Op naar Marokko!

Posted in Fietsen, Spanje | 1 Comment

Wat cijfers

Op veler verzoek (met name van verschillende Coppoolses) hierbij wat overzichtelijke feiten en cijfers over onze fietstocht tot nu toe. 🙂

 

Datum: 5 september 2012

Aantal landen: 5 (NL, BE, FR, GB, ES)

Aantal gefietste kilometers (incl bepakking): 2303

Aantal dagen onderweg: 66

Aantal lekke banden: 5

Aantal kopjes koffie pp: 129

Aantal boottochten (incl pontjes): 9

Aantal treinritten (excl overstappen): 2

Gemiddelde kosten camping: 20 euro

Aantal keer (schoon)ouders gezien: 3

Aantal gemaakte (en goedgekeurde) foto’s: 173 (zie http://www.flickr.com/photos/kwinenmerel/)

Aantal uitroepen van vervoering (‘jeetje wat mooi’ etc): 307

Aantal doorkruiste steden: veel

Aantal doorkruiste gehuchten: ontelbaar

Aantal paard-en-wagens op de snelweg: 0

 

 

Posted in Fietsen, Spanje | Comments Off on Wat cijfers

Druk, druk, druk.

Het zoveelste terras. De zinderende hitte. Steeds weer die oceaan.

Vreselijk afzien dus. Maar ja, dachten wij, als dat het ergste is, vooruit. En toen was het er opeens. Waar wij dachten dit jaar nooit aan blootgesteld te worden. De meest stuitende constatering mogelijk.

Wij ervaren haast.

Want hoe moet je nu in een luttele 5 maanden van Amsterdam naar Marrakech fietsen via Santiago de Compostela en daarbij nog voldoende tijd overhouden om te lezen, koffie te drinken, te picknicken, een welverdiend biertje te drinken en je blog bij te houden? Al helemaal als er plotseling bergen blijken te zijn in Spanje die de voortgang nodeloos hinderen?

Wij hebben ogenblikkelijk maatregelen genomen. We zijn gestart met een blog-inhaalslag, hebben uitgezocht hoe ver we nog willen fietsen en waar het het beste weer is, en zijn prompt in Gijón op de trein gestapt naar Salamanca. Dan Santiago de Compostela maar een andere keer bekijken. Weg met de haast! Het moet niet gekker worden.

Dus. Dit is er zoal gebeurd de afgelopen tijd:

Je begrijpt, met al dat afzien was het hoog tijd voor vakantie. Aldus togen wij bij La Rochelle over de brug naar het mooie Ile de Ré. We waren niet de enigen, en het was dan ook even zoeken naar een camping die niet complet was. De eerste die we vonden maar genomen. Dat was een soort grassig parkeerterrein met wat WC’s en douches, ingeklemd tussen verschillende wegen. Onromantisch dus. We hebben toen na nacht 1 besloten onze 3 nachten durende vakantie-van-het-fietsen elders voort te zetten.

En dat roept toch de diepzinnige vraag op: wat is eigenlijk een goede camping? Want op zich waren de faciliteiten prima. De prijs ook. Zo ook de grootte en waterpasheid van de plaats. Maar ja, het vóelde niet goed hè. En dan kan je nog zo’n rationeel weldenkend mens zijn dat geen zin heeft om zijn tent te verkassen, het is een verloren zaak. De conclusie: de feiten doen hier niet ter zake (terwijl die zich toch zo prettig laten ordenen en rangschikken), zolang het maar ‘goed voelt’, de sfeer in orde is (bij voorkeur natuurlijk ‘gezellig’) en er sprake is van enige klantvriendelijkheid (lijkt nog wel eens een uitdaging voor Frans personeel). Wij zijn dus verworden tot een stel campinghippies. (Met háást, notabene.)

Hoe dan ook. Onze vakantie op Ile de Ré beviel uitstekend. Prachtige omgeving, zeer pittoreske havenstadjes en een goede beschikbaarheid van crêpes. Een volmaakt eiland dus.

Maar het kan niet altijd maar leuk zijn, dus na 3 dagen tuigen wij onze fietsen weer op en ploeteren weer verder over de Vélodysée. En het heeft dan wel 1 naam, maar de fietsbordjes wijzigen dus mooi wel hè, bij iedere nieuwe provincie. Moet je steeds weer wennen aan een nieuw soort bewegwijzering. Alsof wij op afwisseling zaten te wachten!

Om toch nog wat structuur te behouden in ons bestaan zijn wij er ondertussen wel in geslaagd een prettig, stabiel fietsritme op te bouwen. Het hele circus van kamp opzetten en afbreken en het voorzien in onze dagelijkse behoeften (koffie, kaas, nutella, pindakaas, bier, etc) loopt soepel, en is al met al toch best aangenaam. Daarbij wilden wij ook net gaan opscheppen over het feit dat we daarbij geen wekker gebruiken. Gewoon, opstaan wanneer je wakker wordt zo rond half tien, en dan nog net de deadline halen van de uitchecktijd van de camping. En dan later aankomen en eten, want als je eenmaal bezig bent kan je nog net zo goed een paar kilometer doortrappen. Het was zelfs eindelijk zo dat het leven zich aan ons ritme had aangepast: hoe zuidelijker we kwamen, hoe minder dicht de recepties waren en hoe minder eenzaam we na half 9 nog zaten te eten.

Edoch! Toen kwamen we in Spanje. Aan avondritme geen gebrek, maar aan bergen ook niet. En het is toch wel even wat anders om 70 km langs de Franse kust te zoeven dan om met volle bepakking zo’n 600 hoogtemeters per dag op te kruipen. Gewoon rechtdoor, dat kost wat kracht. Hoe beter je conditie wordt, hoe makkelijker het gaat. Omhoog, zeker boven de 7% stijgingspercentage, dat vergt niet alleen kracht, maar vooral wilskracht. Je moet die berg over wíllen. En dat willen wij dus niet iedere dag. Van de gedachte alleen al zou je toch spontaan overspannen worden!

De oplossing blijkt te liggen in dat ene taboe. Vrijwillig de wekker zetten. Dus nu leven wij volgens een oerdegelijke Nederlandse werkrimte: work hard, play hard. Dagje fietsen (maar dan wel met wekker om 7 uur én ruim 60 km én hoogtemeters), dagje rusten (niets hoeft, alles mag). Voor minder doen we ‘t niet.

En het bevalt uitstekend! Hoeven we ook niet meer iedere dag ons hele hebben en houden in te pakken en er is meer tijd voor lezen en schrijven. Bovendien maak je wat meer van de plekken mee, omdat je er niet alleen doorheen fietst maar ook steeds ergens een dag rondhangt. En helemaal begrijpen doen we het niet, maar op de een of andere manier zijn de fietsdagen ook heel ontspannen terwijl we meer kilometers maken dan eerder op veel zwaarder voelende fietsdagen. Het zal wel iets psychisch zijn, maar het lijkt heel motiverend te werken als je bij de koffiestop om 11 uur al verder bent dan anders bij de lunch om 2 uur. En bij de lunch al over de helft, in plaats van net begonnen. Het scheelt niet veel, of we gaan dingen roepen als ‘morgenstond heeft goud in de mond’.

Maar daar zijn we in het verhaal nog lang niet. We zaten nog gewoon in Frankrijk op de prachtige Vélodysée. In de buurt van Biscarosse kregen we een leuke verrassing: Martin en Marjolijn waren ook op vakantie in Frankrijk, en zijn zomaar even langs komen rijden. Sta je opeens met je (schoon)ouders op de camping! Was erg gezellig, leuk om even bij te kunnen praten en samen op het stand te hangen. Iets lager, bij Bordeaux, liep ik nog bijna ex-collega Sjoerd-Jan tegen het lijf, maar onze fietsschema’s liepen net op 2 daagjes scheef.

Nog weer iets lager, bij Cap du Ferret en Arcachon, kwamen we pas echt te weten wat ‘hoogseizoen’ betekent. Het is een mooi gebied met een baai die een prachtige speelplaats voor watersporters is, maar druk! We dachten het ons even makkelijk te maken door een pontje te pakken in plaats van om die baai heen te gaan. Dat werd een stressvolle onderneming: een smal steigertje met heel veel mensen waarop je al je bagage van je fiets moet halen omdat de fiets anders niet op de boot getild kan worden. We hebben ons aan de overkant gekalmeerd met een crêpe.

Nu nog een camping vinden. Dat werd even spannend, maar uiteindelijk vonden we nog een plekje vrijwel in de Dune du Pilat. Een prachtig uitzicht, maar wel op een terras met alleen toegang via een trap (55 treden, zeg maar 4 hoog) en bedroevend slechte faciliteiten. Gelukkig kreeg je voor je 35 euro ook entertainment van topkwaliteit op topvolume. De uitsmijter op de (late) avond: een stelletje krijgt op het podium achter een doek een x tijd van knetterende discomuziek om van kleding te wisselen. Die tijd is vrijwel altijd te kort, en zelfs als het ze lukt, dan staat ze daar dus in elkaars kleren! Hilariteit alom. Aan deelnemers geen gebrek, waarom, dat zullen we waarschijnlijk nooit weten.

Deze camping was ook een mooi voorbeeld van een nieuw(ig) fenomeen: de stacaravans en ‘pre-pitched’ tenten. Tegenwoordig staan bijna alle campings voor ruim de helft vol met die dingen. De producten van die woonwagens moeten schathemeltje rijk zijn. Mooi voor hen, maar wij vinden het wel wat minder sfeervol op zo’n camping. De mooiste plekken zijn daaraan vergeven, en er heerst toch een andere sfeer dan wanneer iedereen gewoon naast elkaar z’n tanden staat te poetsen en op z’n knietjes de tent in moet kruipen. Doet u ons dan maar een simpele trekkerscamping. Tja, campinghippies hè.

En dat moet toch ook even gezegd worden: we zijn nogal in ons nopjes over ons zonnescherm. We hebben sinds Engeland geen andere stroom meer nodig gehad, en het is gewoon een nogal coole gadget. (Al vinden we de milieuvriendelijkheid en zelfvoorzienendheid natuurlijk veel belangrijker.) Ook de tent blijkt een trouwe vriend: tijdens de enige hoosbui in Frankrijk, waarbij we het water onder de tent voelden klotsen, is alles van binnen miraculeus droog gebleven.

Verder hebben we langs de kust veel stralende zon, piepende zandstranden en superhippe surfers gezien (waarvan we vermoeden dat sommigen die surfplank alleen meezeulden als alibi voor een surfing look & lifestyle). Ook mooi dat je die surfers ook in grote steden ziet zoals Biarritz, gemengd met deftig winkelend publiek. Die komen zo van de leuke stadsstranden wandelen met bont gekleurde parasollen en mensen. Leuke stad ook trouwens, met allemaal verschillende baaitjes en winkelstraten. (Helaas moest ik die allemaal door om een nieuwe bikini te zoeken, gezien een of andere onverlaat mijn vorige van onze waslijn op de camping heeft gejat.)

Onder Biarritz een prachtig stuk kust. Rustig, groen en glooiend, met mooie stranden, heuvels en campings. En dan is het zover: de grens met Spanje. Meteen heel anders dan Frankrijk. Zo was het net over de grens chaotisch druk (het leek of de sigaretten en benzine daar goedkoper waren) en hield ons mooie fietspad abrupt op. Een stuk later vonden we wel weer een prachtig fietspad, maar dat hield plotseling op met een hek. In the middle of nowhere. Sterk humoristisch, niet erg praktisch. Dus vaarwel Vélodysée!
En welkom pinchos en gratis wifi! Hier lijken de pleintjes nog drukker dan in Frankrijk. Behalve natuurlijk tijdens de siesta. Ze hebben er wel een woord voor, maar in feite bestaat de middag niet in Spanje. De pleintjes zijn uitgestorven, de speelplaatsen verlaten, de rolluiken dicht. Je denkt al bijna dat je te maken hebt met een heftig verschijnsel van de financiële crisis, tot opeens om 5 uur overal mensen vandaan stromen en de supermarkten weer open gaan. (Hoe zouden mensen dat doen die verder van hun werk wonen? Zijn er een soort siesta-hotels waar je je kunt verstoppen voor de middag?)

Ook in Spanje zijn de mensen erg vriendelijk, met name als je probeert om in het Spaans te beginnen. En de heuvels en bergen zijn prachtig! Beetje zwaar om tegenop te fietsen, maar echt aangrijpend mooi. Over iedere heuvel zie je wel weer een mooi baaitje, compleet met pittoresk havenstadje, strand en uitzicht over de bergen. Zeker de Picos de Europa zijn zeer indrukwekkend. Die Picos trekken wel het een en ander aan wolken aan, wat ons naast bittere koude (soms zelfs maar 20 graden…) ook een stroomissue oplevert met het zonnepaneel.

Wat ook erg leuk is aan Spanje, is dat Ina & JW er ook op vakantie waren. Met dit setje (schoon)ouders hebben we heerlijk een paar dagen in agroturismo Goikola gezeten, ergens tussen San Sebastian en Bilbao in. Een prachtig huis iets verder van de kust tussen de heuvels, waar je heerlijk in de tuin kan lezen en veel te doen is in de buurt. We hebben gewandeld langs de kust (mooie rotsen die schuin uit het water steken) en wat kunst gecheckt in Bilbao. Dat Gugenheim, dat weet wel wat het met kunst aan moet. Heel gaaf gebouw met prachtige exposities daarbinnen. Overigens schenken ze schuin tegenover het museum een te gek kopje cappuccino. En duurt het op de fiets nog 3 dagen voor je weer in Bilbao bent.

Ondertussen zijn we aan het eind van het hoogseizoen beland. Er is opeens weer ruimte op de campings, en in het mooie oude en toeristische stadje Santillano del Mar lunchen we nog een keer met Ina en JW. Die zijn alweer op de terugweg, en ondertussen al uitgebreid in Santiago de Compostela geweest. We zullen het met hun foto’s moeten doen, want wij hebben, zoals helemaal in het begin van deze novelle vermeld, besloten om door te steken naar Salamanca om nog genoeg tijd over te houden voor Marokko. De treinrit was zeer indrukwekkend, door de Picos heen met prachtig uitzicht. En daarna een grote vlakte met de bergen steeds verder op de achtergrond.

 

En nog even voor alle zekerheid, zonder vrolijk sarcasme en in alle eerlijkheid: lieve mensen, het is hier fantastisch! Wat een leven. De Franse westkust en Spaanse noordkust waren prachtig, het fietsen is (bijna altijd) geweldig en het weer ook. Nu is het tijd om een stukje binnenland te proberen. Eens kijken of het nog wel leuk is, zo zonder de zee…

 

Op naar Algeciras!

 

Posted in Fietsen, Frankrijk, Spanje | 4 Comments